Donderdag 11/08/2022

InterviewEls De Temmerman

Els De Temmerman: ‘In België zou ik niet meer kunnen aarden. De samenleving is kil geworden’

'In België zou ik niet meer kunnen aarden. De samenleving is kil geworden: mensen hebben nauwelijks nog contact, buren kennen elkaar niet meer.’ Beeld VRT
'In België zou ik niet meer kunnen aarden. De samenleving is kil geworden: mensen hebben nauwelijks nog contact, buren kennen elkaar niet meer.’Beeld VRT

Oud-journaliste Els De Temmerman (60) krijgt vanavond Cath Luyten over de vloer. In ‘Buurman, wat doet u nu?’ toont ze samen met haar partner Johan Van Hecke (67) het hotel dat ze runnen aan de oevers van het Victoriameer en geven ze inkijk in hun leven met Maya en Lara, hun tweeling van 11. Eerder ontfermde De Temmerman zich over de kindsoldaten, nu zet ze zich in voor hun slachtoffers en wil ze een hele generatie een beter leven geven. ‘Wat de Boerinnenbond 100 jaar geleden deed in Vlaanderen, doe ik nu in Oeganda.’

Matthias Vanderaspoilden

Een gesprek regelen met Els De Temmerman bevestigt alle clichés over Afrika. Tijd is een rekbaar begrip en een afspraak hoeft niet zo stipt nageleefd te worden. Een halfuur voor we met haar videobellen, stuurt ze nog een mailtje: ‘We hebben hier vandaag een trouwfeest en er zijn veel meer mensen komen opdagen dan voorzien. Mogelijk wordt het wat later.’ Maar kijk, met amper een kwartier vertraging verschijnt ze toch in beeld: journaliste, hulpverleenster, hoteleigenaar en voltijds gutmensch Els De Temmerman. Om in de twee uur die volgen ook weer alle clichés van Afrika te bevestigen: tijd is héél relatief. Dus vertelt De Temmerman honderduit, terwijl haar personeel dat trouwfeest in goede banen leidt. Tussen twee zinnen door stuurt ze bij waar nodig, deelt ze geld uit aan wie het komt vragen, vertelt ze vol passie over haar nieuwe project en stuurt ze één van haar tweelingdochters naar het zwembad. En haar partner Johan Van Hecke dan, horen we u denken? De gewezen CD&V-voorzitter woont tijdelijk weer in België. Maar daarover later meer.

Komt het goed met dat trouwfeest?

Els De Temmerman: “Er was plaats voor tachtig genodigden, maar er daagden er 130 op. Dus heb ik snel extra tafels laten dekken en nog iemand naar de markt gestuurd om extra eten. Maar nu zie ik dat er nog eens 20 mensen bij gekomen zijn. Voor hen zal er dus geen eten zijn. Ach, dat gebeurt hier geregeld.”

De zaken gaan dus goed in Kaazi Beach Resort, jullie hotel aan de oevers van het Victoriameer?

De Temmerman: “Zeker. We hebben vaak feesten, in het weekend soms tot tien per dag. Het is best wel ironisch, want ik ken echt niks van de horeca. Ik had nooit gedacht dat ik een hotel zou runnen (lacht).”

Een hotel was nochtans een bewuste keuze: dankzij die inkomsten is er tijd en geld voor andere projecten.

De Temmerman: “Toen ik in Zuid-Soedan als hoofdredacteur The New Nation leidde, maakte ik kennis met dat model. Voor die krant hadden we maandelijks 25.000 dollar nodig en slechts een fractie kwam van de verkoop of de advertentiemarkt. Maar liefst 18.000 dollar puurden we uit de verhuur van hotelkamers. Onze klant was South Sudan Breweries, die er hun werknemers en buitenlandse zakenpartners lieten slapen. Met dat model hadden we de krant jarenlang in leven kunnen houden, maar in december 2013 brak de oorlog uit. Collega’s werden ontvoerd en gefolterd. Toen in 2015 één van onze journalisten op straat werd vermoord, stopten we ermee. South Sudan Breweries verliet Zuid-Soedan, onze inkomsten vielen weg en het werd steeds moeilijker om aan evenwichtige berichtgeving te doen.

“Ik wilde geen krant maken waar je maar één stem aan het woord laat, want zowel de rebellen als de Soedanese regering maakten zich schuldig aan mensenrechtenschendingen.”

'Een vrouw die geen kinderen heeft, is hier een mislukking. Ik haal mijn autoriteit uit het feit dat ik een ‘nalongo’ ben, moeder van een tweeling. Dat is hier een eretitel.' Beeld © VRT
'Een vrouw die geen kinderen heeft, is hier een mislukking. Ik haal mijn autoriteit uit het feit dat ik een ‘nalongo’ ben, moeder van een tweeling. Dat is hier een eretitel.'Beeld © VRT

In Oeganda hebt u dat businessmodel gewoon gekopieerd?

De Temmerman (knikt): “Ik heb in het verleden van de Belgische overheid financiële steun gekregen voor sociale projecten, maar telkens voor drie jaar. Voor mijn nieuwe project heb ik minstens tien jaar nodig. Daarom wilde ik mijn eigen inkomsten genereren en mijn eigen projecten financieren. Zo is ons hotel er gekomen: achttien gastenkamers, maar ook een personeelskwartier, een schooltje met klaslokaal en slaapzaal, sanitaire blokken en een kinderboerderij om fruit en groenten te kweken voor ons project. In de week, op rustige momenten, focussen we op het project, in de weekends op het hotel. Alleen zijn er geen rustige momenten (lacht).”

Dat nieuwe project draait rond stunting, een probleem dat we in Europa helemaal niet kennen.

De Temmerman: “Het gaat om kinderen die gestuit zijn in de groei en de mentale ontwikkeling. Het is één van de grootste problemen in Afrika. Via het ministerie van gezondheidszorg ontdekte ik dat één op de drie kinderen in Oeganda stunted is: door ondervoeding tijdens de zwangerschap en de eerste levensjaren hebben zij levenslang een zwakke gezondheid. En een laag IQ, omdat hun hersenen niet ontwikkeld zijn.

“Slechts één op de vier kinderen in Oeganda die de lagere school starten, maakt die ook af. Dat is hallucinant! Soms is er een financiële reden, maar heel vaak haken kinderen af omdat ze gewoon niet kunnen volgen.

“Er zijn zoveel problemen in Oeganda waar mensen niets aan kunnen doen – de corruptie bijvoorbeeld: 30 procent van alle publieke fondsen verdwijnt – maar aan het probleem van stunting kunnen ze zélf iets doen door gevarieerder te eten.”

Het ligt wellicht aan mijn westerse blik, maar dat lijkt me de logica zelve. Je zou verwachten dat er in alle projecten van ontwikkelingssamenwerking ook daar oog voor was.

De Temmerman (knikt): “Pas toen ik zwanger was van onze tweeling, heb ik gesnapt hoe groot het probleem is. Ik moest eten voor drie, maar niemand kon me vertellen wat ik moest eten. Van mijn gynaecologe in België, Marleen Temmerman (ex-politica, red.), leerde ik bijvoorbeeld hoe belangrijk omega 3 was.

“Je kunt van Afrikaanse vrouwen niet verwachten dat ze voedingssupplementen slikken, die kosten hier letterlijk een half maandloon. Maar het staat hier wel vol moringabomen. Nederlanders kopen grond in Noord-Oeganda om die superfoods te kweken, te exporteren en te verwerken tot voedingssupplementen voor zwangere vrouwen. Dus leren we de vrouwen nu om die moringa zélf klaar te maken of te verwerken tot poeder. Dan kunnen ze het net als zout over hun eten strooien of als thee drinken.

“Alles groeit hier. Alleen ontbreekt het aan kennis over voeding. Mensen eten hier hoofdzakelijk koolhydraten. Die zijn goedkoop en ze nemen de honger weg. Maar het is niet voldoende.”

En dat vertelt u hun?

De Temmerman: “Exact. We beginnen met de schoolkinderen, maar het plan is om stap voor stap het voedingspatroon van een hele generatie bij te sturen. Wat de Boerinnenbond honderd jaar geleden in Vlaanderen deed, doe ik nu in Oeganda. Met zachte hand: ze mogen hier gerust hun koolhydraten blijven eten, we vragen alleen dat ze er groenten en fruit aan toevoegen. Het kleurenpalet in hun bord moet gevarieerder. Dat betekent een moestuin aanleggen naast de mais- of maniokvelden. Driekwart van de bevolking leeft van landbouw maar bijna niemand weet hoe ze een groentetuin moeten aanleggen. Mijn vader is 91, maar met zijn moestuin blijft hij voor mij een inspiratiebron. Hij heeft me bijvoorbeeld geleerd hoeveel ruimte je tussen de plantjes moet laten om ze ten volle te laten groeien. Wij leren kinderen en jongeren hoe ze gezonde voeding zelf kunnen telen, desnoods in zakken. We geven hun plant- en zaaigoed mee om zelf aan de slag te gaan in hun scholen.

“De respons is enorm. Alle scholen die onze cursus hebben gevolgd, hebben intussen een eigen tuin aangelegd met groenten en fruitbomen. Het schoolmenu is gevarieerder geworden.”

Het is bijna missioneringswerk.

De Temmerman (lacht): “Dat hoor ik niet zo graag. Al is kennis doorgeven wel een roeping: als ik in België was gebleven, zou ik ongetwijfeld journalist of leerkracht zijn. Ik heb het geluk dat ik toegang heb tot alle informatie, dus vind ik het mijn plicht om die kennis door te geven.”

Zonder indiscreet te willen zijn: hoe betaalt u dat allemaal?

De Temmerman: “Voorlopig allemaal uit eigen zak: we halen iedere maand 2.000 euro uit de winst van het hotel en investeren dat in ons project. Daarmee kom je hier gelukkig al een heel eind. Wel heb ik fondsen van de provincie West-Vlaanderen gekregen om het klaslokaal en de slaapzaal in te richten. En Rotary Brugge Zuid heeft toegezegd om een aantal workshops te financieren. De ambitie is om deze zomer een versnelling hoger te schakelen en in elk dorp een gezondheidswerker en een modelboer op te leiden. We starten met de ergst getroffen provincies, Kasese en Kabarole, waar stunting meer dan 40 procent van alle kinderen treft. Tegen 2030 willen we stunting daar volledig uitroeien. Zelfs de politici in die streek zijn intussen overtuigd en willen dit problem aanpakken. Ze willen dat hun kiesdistrict een voorbeeld wordt voor de hele wereld in de bestrijding van stunting.”

null Beeld VRT
Beeld VRT

Dan zal die 2.000 euro per maand wellicht niet meer volstaan?

De Temmerman: “Voor die twee provincies, met een bevolking van anderhalf miljoen mensen, heb ik 15.000 euro nodig. Ik kom binnenkort naar België om fondsen te zoeken voor dat project en hoop ook een promotor te vinden, voor een doctoraatsthesis om het probleem te onderzoeken en wetenschappelijk te onderbouwen. Er lopen al gesprekken met UGent, maar de problematiek zit op het kruispunt van gezondheidszorg, landbouw en psychologie, want het gaat om gedragswijziging. Dat maakt de zoektocht minder evident.”

VEERKRACHT

In het verleden ging uw aandacht naar kindsoldaten in Noord-Oeganda. Nu focust u vooral op de kinderen geboren in het rebellenleger. Om hoeveel kinderen gaat het?

De Temmerman: “Ons sponsoringprogramma heeft de voorbije twintig jaar het schoolgeld betaald van 3.570 kinderen, goed voor 3,6 miljoen dollar. De meeste kindsoldaten zijn intussen afgestudeerd, een honderdtal heeft zelfs hoger onderwijs gevolgd.

“Nu concentreren we ons op de kinderen van ontvoerde en verkrachte moeders. Kinderen geboren in gevangenschap, noemen we hen. We betalen hun schoolgeld. Maar omdat veel van hen stunted zijn, loodsen we hen naar technische opleidingen: metsers, schrijnwerkers, naaisters, kapsters, koks... Wie afstudeert, krijgt een opstartpakket met alle materialen om een eigen zaak te beginnen. Op die manier kunnen ze meteen aan de slag.”

Dat lijkt me een pittige groep.

De Temmerman: “Het is de groep waarmee we de meeste problemen hebben. Niemand wil deze kinderen. Ze zijn het gevolg van een verkrachting en dus ongewenst. Ze worden verstoten door hun moeder die, om te overleven, vaak een relatie aangaat met een nieuwe man. En ze worden soms mishandeld door hun stiefvader. (Blaast) We hebben met die groep veel meer problemen dan we ooit gehad hebben met de ex-kindsoldaten. Ze slagen niet, en de schooluitval is groot. Sommigen worden straatkinderen.

“Het is niet de bedoeling dat ze levenslang afhankelijk blijven van ons: op een moment moet je hen loslaten. Dat is een probleem met ontwikkelingshulp waar ik mee worstel: je wilt mensen op weg helpen, maar ze moeten het leven op een bepaald moment wel zelf in handen nemen. Vooral in coronatijd kreeg ik vaak smeekbedes om geld en eten.”

Hoe moeilijk is het om dan neen te zeggen?

De Temmerman: “Heel moeilijk. Dan proberen we hen op een andere manier te helpen: door een korte opleiding te regelen, contacten aan te spreken, medische problemen aan te pakken... Zolang we hun vicieuze cirkel van problemen maar kunnen doorbreken. Al blijft het helaas soms dweilen met de kraan open.”

Waarom blijft u dat toch doen?

De Temmerman: “Ik heb enorm te doen met deze kinderen. Meer dan 66.000 kinderen in Noord-Oeganda zijn ontvoerd. Niemand heeft hen kunnen beschermen tegen de gruwelijkheden die ze hebben meegemaakt in het Verzetsleger van de Heer. Ze hebben mensen moeten vermoorden, vriendjes moeten doodslaan, huizen van familieleden in brand moeten steken... Iedereen heeft gefaald: de samenleving, de ouders, de internationale gemeenschap... Het minste dat je dan kunt doen, is hen opvangen en proberen te herintegreren in de maatschappij. Ze hebben geleerd om te moorden en te plunderen. Als je jongeren met zulke trauma’s zomaar loslaat in de maatschappij, is de kans groot dat ze misdadigers worden.

“In België hebben we een goed sociaal vangnet en een goed medisch systeem. Wij zijn enorm geprivilegieerd. Dus vind ik het bijna mijn plicht om iets te doen voor wie minder geprivilegieerd is. Dat is altijd mijn uitgangspunt geweest. Ik kan lesgeven en schrijven, dat is het zowat.”

Dat lijkt me bescheiden.

De Temmerman: “Oké, ik kan ook investeren in een zaak en zorgen dat die geld opbrengt, waardoor ik weer anderen vooruit kan helpen. Dat geeft voldoening. Ons sponsoringprogramma heeft leerkrachten, advocaten, sociaal werkers en zelfs een dokter en een veearts voortgebracht. Eén van onze sponsorkinderen contacteerde me onlangs: hij wilde niet dat we zijn rechtenstudies betaalden, maar vroeg wel steun voor een rijcursus. Zo kon hij bijklussen als taxichauffeur om zijn studies zelf te betalen. Dan kun je alleen maar bewonderend toekijken. De veerkracht in Afrika is enorm. De meeste van onze sponsorkinderen zijn goed terechtgekomen, ondanks alle wreedheden die ze hebben meegemaakt.”

GEK VERKLAARD

Is dat het wat u zo aantrekt aan Afrika?

De Temmerman: “Misschien wel. Dat eeuwige optimisme blijft wonderlijk. Dat geeft energie om door te gaan. Iedereen lacht en de mensen hebben hier nog écht tijd. In België moet je weken vooraf een afspraak maken, hier gebeurt het allemaal spontaan. Hier kun je urenlang met wildvreemden praten.

“Toen ik vroeger naar België kwam, telde ik altijd hoelang het duurde voor ik de eerste mens op straat zag – wandelend, niet in de auto of achter het raam. Dat kon uren duren. Bij ons hebben we alles, goede gezondheidszorg, een goed sociaal vangnet, maar de menselijke warmte is verloren gegaan. Mensen bij ons zijn het communiceren en het samenleven verleerd.”

U zegt nu wel al voor de tweede keer ‘bij ons’ als u België bedoelt.

De Temmerman (lacht): “Bij jullie, ja. Ik voel mij veel meer Afrikaan dan Europeaan. Ik ben al zo verafrikaanst dat ik in België niet meer zou kunnen aarden. De samenleving is kil geworden: mensen hebben nauwelijks nog contact, buren kennen elkaar niet meer, er wordt zo weinig gelachen. Als je in de supermarkt rondloopt, is er nauwelijks oogcontact.”

‘Het is hartverscheurend: Johan is nu met onze ene tweelingdochter in België, ik ben met de andere in Oeganda.’ Beeld VRT
‘Het is hartverscheurend: Johan is nu met onze ene tweelingdochter in België, ik ben met de andere in Oeganda.’Beeld VRT

Hoe vaak bent u nog ‘bij ons’?

De Temmerman: “Normaal één keer per jaar. Twee jaar geleden zijn we door de coronacrisis noodgedwongen even teruggekeerd naar België, naar ons appartement in Aalter. In Oeganda zijn alle scholen twee jaar lang dicht gebleven. We wilden niet het risico nemen dat onze dochters, Maya en Lara, twee jaar geen les zouden kunnen volgen, dus stuurden we ze in Gent naar de internationale school.

“Maar na een maand kreeg ik het moeilijk en wilde ik terug naar huis. Als naar de Delhaize gaan het hoogtepunt van je dag is, waarom leef je dan? Bij Lara merkten we hetzelfde: ze kwijnde weg in België. Een leerkracht zei: ‘Ze is hier wel fysiek, maar niet mentaal.’ Voor Maya ging het daarentegen veel beter in België. Dus hebben we de heel moeilijke beslissing genomen om ons op te splitsen: Maya is bij Johan in België gebleven, Lara is met mij teruggekeerd naar Oeganda.”

Dat klinkt hartverscheurend.

De Temmerman: “Dat is het ook. We missen elkaar enorm. In de vakanties zijn we wel samen, maar tijdens het schooljaar leven we noodgedwongen gescheiden. Maar voor het middelbaar komt Maya terug naar Oeganda.”

Redt u het daar alleen, met die drukke agenda?

De Temmerman: “Voorlopig wel (lacht). We hebben natuurlijk de luxe dat we ons een nanny kunnen permitteren, ook al noemen we haar niet zo. Scovia is onze auntie. Dankzij haar kan ik die sociale projecten en een hotel leiden. Ze kookt voor ons, poetst, wast, strijkt. Alles wat ik niet graag doe, neemt zij voor haar rekening (lacht). Scovia woont al vijftien jaar bij ons in. Ze was zelfs aanwezig bij de geboorte van de kinderen in het UZ Gent. Ze sliep op de grond in de ziekenhuiskamer en hielp me vanaf de eerste minuut. Ze is als een tweede moeder voor de kinderen.”

Er was elf jaar geleden veel te doen om die zwangerschap. Hoe verrijkend was het om op uw 49ste nog kinderen te krijgen?

De Temmerman: “Enorm. Ik was nooit geconfronteerd geweest met het probleem van stunting als ik zelf geen kinderen had gehad. Ik had in Oeganda ook nooit het respect gekregen dat ik nu krijg. Een vrouw die geen kinderen heeft, is hier een mislukking. Ik haal mijn autoriteit uit het feit dat ik een ‘nalongo’ ben, moeder van een tweeling. Dat is hier een eretitel. Sommige Oegandezen wisten niet eens dat blanken ook tweelingen konden krijgen (lacht).”

Heeft die Afrikaanse kijk op kinderloze vrouwen meegespeeld in uw beslissing?

De Temmerman (twijfelt): “Ik wilde al heel lang kinderen, maar ze hebben jarenlang gewoonweg niet in mijn leven gepast. Als journaliste heb je met kinderen niks te zoeken in een oorlogsgebied, en als hoofdredacteur zou het ook geen evidentie geweest zijn.

“Uiteindelijk hebben we lang geprobeerd om zwanger te worden – ik heb zelfs drie keer een miskraam gehad – maar bij de laatste ivf-sessie was het dan toch prijs.

“Wat zeker heeft meegespeeld, is dat je in Afrika op die leeftijd nog moeder kunt worden zonder vervelende vragen te krijgen. Een veelzeggende anekdote: enkele jaren geleden had ik problemen om stoelen voor ons hotel te importeren. De container stond al maanden geblokkeerd omdat de stoelen niet de juiste inscripties bevatten. Toen ik bij een hoge ambtenaar op mijn telefoon foto’s ging tonen van die inscripties, merkte ze bij het scrollen ook de foto’s van Maya en Lara op. Het gesprek veranderde meteen. Ze stuurde iedereen weg en vroeg me hoe ik zwanger was worden op die leeftijd. Ik heb haar doorverwezen naar een fertiliteitskliniek. Nog voor ik weer thuis was, waren de stoelen vrijgegeven (giert het uit).

“Maar zodra ik met de tweeling van een vliegtuig stap in Europa, krijg ik te horen: ‘O, zo leuk, een trip met je kleinkinderen.’ Hier stelt niemand zich daar vragen bij, terwijl ik in België gek werd verklaard.”

Heeft u nooit sp…

De Temmerman (onderbreekt): “Spijt? Geen seconde! Ook voor Maya en Lara is het geen probleem. Integendeel, als late twintiger of jonge dertiger zou ik een veel slechtere moeder geweest zijn. Je moet zoveel dingen tegelijk doen op die leeftijd: je carrière uitbouwen, een huis kopen, een gezin stichten, een lening aangaan, kinderen opvoeden... Ik weet niet hoe jonge moeders in België dat doen. Ik denk dat het soms beter is te wachten tot er minder financiële druk en stress is en het leven al wat stabieler is.”

Maar er is natuurlijk ook zoiets als een biologische klok.

De Temmerman: “Tegenwoordig lost de technologie dat op. Er kunnen zelfs eitjes ingevroren worden. Onze grootouders hadden een levensspanne van vijftig jaar en kregen kinderen op hun 20ste. Nu worden we 80 en kunnen vrouwen later zwanger worden.”

U bent begin dit jaar 60 geworden. Voelt u zich ook zo?

De Temmerman: “Allerminst! Als ik op school met andere moeders spreek, voel ik me één van hen, al zijn ze een pak jonger. Ik moet het iedere dag tegen mezelf zeggen: ‘Els, je bent 60.’ Maar ik heb nog zoveel energie! Ik wil nog zoveel doen... Ik hoop echt dat ik zo lang mogelijk actief kan blijven. Maar vroeg of laat zal ik Afrika toch moeten verlaten.”

En dan? Terug naar België?

De Temmerman: “De medische zorg is hier slecht. Dus als ik hulpbehoevend word, zit er weinig anders op dan terug te keren naar België of Europa. Uit onderzoek blijkt dat Oeganda één van de slechtste landen is om oud te worden. Tja… Maar ik heb absoluut geen zin om in een appartement te zitten wegkwijnen. Met een aantal vrienden samenwonen in een leefgemeenschap zou misschien nog net lukken (lacht).”

'Ik ontferm me nu over kinderen die vriendjes hebben moeten doodslaan en huizen van familie in brand hebben moeten steken.' Beeld VRT
'Ik ontferm me nu over kinderen die vriendjes hebben moeten doodslaan en huizen van familie in brand hebben moeten steken.'Beeld VRT

EEN ENORM TRAUMA

Wat wilt u de komende jaren absoluut nog gedaan hebben?

De Temmerman (zonder twijfel): “Schrijven! In mijn hoofd zit al een boek klaar, al moet ik er vijf jaar voor uittrekken om het te schrijven en zal ik de wereld moeten rondtrekken. Ik wil een boek schrijven over gesloten gemeenschappen. De ergste misbruiken in de geschiedenis hebben zich afgespeeld in gesloten gemeenschappen: sektes, maar evenzeer rebellenlegers, eilandvolkeren, sportclubs, internaten, gevangenissen. Zelfs de katholieke kerk en de productieploeg van het Nederlandse programma The Voice waren in zekere zin gesloten gemeenschappen. Wanneer start de normvervaging? Wat doet dat met een mens? Waarom gaan sommige mensen daar zo makkelijk in mee?”

U hebt wel wat ervaring met dit thema.

De Temmerman: “Ik heb in mijn carrière vaak zulke gemeenschappen gezien, ja.

De meisjes van Aboke, het boek dat ik schreef over de kindsoldaten in het leger van Joseph Kony, doet in zekere zin hetzelfde: binnendringen in een wereld die tot dan toe gesloten was gebleven.”

Maar door er binnen te dringen, haalt u zich wel weer problemen op de hals. Kony heeft ooit een prijs op uw hoofd gezet.

De Temmerman: “En toch heeft een commandant uit zijn leger me ooit bedankt voor dat boek (lacht). ‘Ik kan me voorstellen dat jullie niet opgezet waren’, antwoordde ik. Hij zei dat ze enorm geschrokken waren, maar dat het hen wel heeft doen nadenken over wat er zich afspeelde binnen hun rebellenleger.

“Een Nederlandse vriendin is een tijd geleden aangesteld als ombudsvrouw voor de gevangenissen in het Canadese Calgary. Na haar aanstelling is het misbruik in de gevangenissen met driekwart gedaald, gewoon omdat zij overal onaangekondigd binnen kon wandelen. Soms is er niet veel nodig om misbruik te voorkomen. Erover schrijven kan ook al helpen.”

U hebt de journalistiek jaren geleden nochtans ontgoocheld de rug toegekeerd.

De Temmerman: “Het is de boeiendste job ter wereld, maar het gaf me niet altijd voldoening. Ik had het gevoel dat ik zo weinig bereikte, dat er zo weinig veranderde na het schrijven van een artikel. De impact van humanitair werk is veel sneller meetbaar: je maakt van een wrak weer een kind. Maar nu mis ik de journalistiek weer. Ik kan er maar moeilijk afscheid van nemen. Journalistiek combineert het creatieve, sociale en intellectuele in mij.”

En zeggen dat het allemaal begonnen is met een stuk in Humo, in januari 1989: het dagboek van uw periode als hulpverlener in Soedan. Een citaat: ‘Een kind: een geraamte, een monster. Toen ik het zag, dacht ik: het is dood. Maar het bewoog, ademde moeizaam, een stokoud gezicht keek me vreemd aan, alsof het alles al beleefd, alles al geleden had. Het woog 1,5 kg en was 48 centimeter groot.’

De Temmerman (slikt): “Ik was toen 25 jaar en werkte voor Artsen Zonder Grenzen in Soedan, waar toen een enorme hongersnood heerste. Mijn taak was de kinderen te meten, te wegen en vervolgens te triëren. Toen ons voedsel tegengehouden werd door de autoriteiten, moest ik andere keuzes maken: wie kan gered worden, wie niet? En toen het regenseizoen eraan kwam, is alle hulpverlening gestopt en hebben we twintigduizend mensen aan hun lot overgelaten… De meesten zijn daar gewoon gestorven, terwijl onze aanwezigheid ze in zekere zin naar die plek gelokt had. (Zwijgt) Ik heb daar een enorm trauma aan overgehouden. Maar om mijn achtergebleven collega’s niet in gevaar te brengen, mocht ik er met niemand over spreken.”

U hebt ook meer dan een halfjaar gezwegen.

De Temmerman: “De legercommandant die me in dat kamp de hele tijd in de gaten hield, sprak me aan toen ik stond te huilen. Hij zei: ‘Tell the world.’ Ik dacht dat hij mij erin wilde luizen. Bij mijn afscheid enkele weken later herhaalde hij: ‘Je moet de wereld vertellen wat hier gebeurt.’

“In december 1988 publiceerden de Verenigde Naties een rapport over wat er zich had afgespeeld in dat gebied: het ging om de 500.000 doden, maar ook om een lokale commandant die nog geprobeerd had mensen te evacueren uit dat moeras. Pas toen ik zijn naam zag, besefte ik dat het om dezelfde man ging die mij had aangesproken. Uiteindelijk kreeg ik van Artsen Zonder Grenzen de toestemming om mijn dagboek te publiceren op voorwaarde dat de naam van de organisatie niet werd vermeld. Dat stuk heeft Humo toen gepubliceerd.”

Anoniem zelfs.

De Temmerman: “Dat wist ik zelfs niet meer. Ik weet alleen nog dat alles opschrijven mij heeft geholpen om het trauma te verwerken. Ik dacht toen dat heel Afrika zo was. Dat er zich overal op het continent rampen afspeelden die niet in de pers kwamen. Dat was mijn drijfveer om Afrika-correspondente te worden. Dankzij Humo is dat gelukt, want na de publicatie van mijn dagboek, kon ik aan de slag als journaliste bij een krant. Bedankt, Humo! (lacht)

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234