Woensdag 28/09/2022

En nu wordt het ernst

Nederlands ontwerpersduo maakt met eerste 'draagbare' collectie langverwachte overstap van museum naar winkel

Nog voor ze één kledingstuk hadden verkocht, waren Viktor & Rolf al wereldberoemd. Maar nu wordt alles anders, hun eerste prêt-à-porter collectie moet wereldwijd verkopen. Mode is voor het Nederlandse duo niet langer een artistiek speeltje, maar werkelijkheid. Net terug van een bezoek aan de fabriek in Italië, ontmoeten we hen in Amsterdam. 'Dit is ons dorp, hier komen we tot rust.'

In de kleine kring van ingewijden van de mode klinken de namen van Viktor (Horsting) en Rolf (Snoeren) al een poosje als een klok. Toch heeft er tot voor kort nog nooit een jurk of een blouse van hen op een kapstok in de winkel gehangen. Zo'n zeven jaar lang, sinds ze afstudeerden aan de kunstacademie van Arnhem, hebben ze op hun manier commentaar geleverd op het fenomeen mode. Met happenings, exposities, posters, een cd-rom en... met mode. Met één been stonden ze in de kunst-, met het andere in de modewereld. Ze wilden er graag bijhoren, maar er tegelijk commentaar op leveren. Verkochten zij de Nieuwe Kleren van de Keizer? Soms leek het er erg op.

Hun jongste haute couture-presentatie, in juli in Parijs, had wederom de allures van een happening. Eerst dachten we op het verkeerde adres te zijn beland, want in het betreffende museum waren werken aan de gang en de stofwolken rolden naar buiten. "Voorzichtig afdalen", maande men ons boven aan de trap aan, "dan kun je wennen aan de mist". Het was dus geen stof maar mist, geen vergissing maar een plan. Half op de tast zochten we onze plaats, ik voelde me als in het stoombad van La Grande Vadrouille. Na de gebruikelijke wachttijd hoorden we in de verte belletjes klingelen, een ritmisch, repetitief gerinkel. Uit de mist dook het eerste model op, gekleed in een van onder tot boven met koperen belletjes 'geborduurde' jurk. Achttien stuks in totaal waren er, hier alleen een kraag van bellen, daar een sjaal, soms dicht op elkaar genaaide belletjes boven, dunner gezaaid naar onderen toe. Borduurwerk en muziek kregen op dit ogenblik een compleet nieuwe invulling. Ik werd er stil van .

Ook van hun eerste show in Parijs, in januari 1998, was ik onder de indruk. In de kleine kunstgalerie Thaddaeus Ropac toonden Viktor & Rolf voor het eerst hun haute-couturecollectie aan de internationale pers. De modellen beklommen één voor één een schavotje, bleven er als standbeelden enkele minuten onbeweeglijk staan. De kleren vormden een commentaar op het couture-vak: op stoffen, techniek, kleur, borduursel en patronen. Een kruising tussen een jogging en een smoking leek door Jackson Pollock met verfspikkels bespat, aan een jas met glimmende lovertjes hingen nog het borduurraam en de naald. Bij het laatste hoofdstuk 'accessories: necklace and 1 hat', gooide het model haar hoed van porselein op de grond aan diggelen. De scherven vlogen tot op de schoot van het verschrikte publiek.

"Wat ons altijd irriteert bij ontwerpers is wanneer ze hun gebrek aan ideeën proberen op te vangen door de kleren te presenteren op topmodellen, met enorme hoeden en andere gimmicks. Wij wilden zeggen: dit is allemaal overbodig", vertellen Viktor en Rolf me de volgende dag, als ik hen ga opzoeken in de hotelsuite waar ze wachten op potentiële klanten. Die zouden nog niet onmiddellijk toestromen. Maar de nieuwsgierigheid van de pers is wel gewekt. Kort daarop neemt de Nederlandse fotografe Inez van Lamsweerde een jurk van hen mee voor een fotosessie met Madonna, en die wil de jurk houden. Zulke dingen doen vlug de ronde in het wereldje.

Bij het tweede defilé van Viktor en Rolf in Parijs, hetzelfde jaar in juli, is de hype al voelbaar. 'Feest' is het thema, en de pakken en jurken, vormgegeven als atoombompaddestoelen, zijn aan de schouders en rond de hals gevuld met kleurige serpentines of wattenballen, de kraag van een zwarte jurk is een papieren slinger die zich als aaneengeregen bloemen openvouwt. Het is een vreemd, onwezenlijk silhouet, er wordt gelachen, maar ook geapplaudisseerd. Bij een tweede passage komen de kleren terug, zonder het vulsel, en tot ieders verwondering blijken ze op die manier wél draagbaar. Maar de foto's die de voorpagina's halen, tonen natuurlijk de spectaculaire versie. Zo groeit een mythe.

Bij de derde haute-couturepresentatie in Parijs, geheel in zwart en wit, blijkt er iets veranderd. De mannequins doen eerst de ronde van de zaal in het aardedonker. Alleen de witte delen van de kleren worden met blacklight opgelicht. Zo paraderen er feeërieke ruches en plooien, een kam van driehoekige stukken stof, een jas zonder hoofd of benen. Wanneer het licht aanfloept en alles nog eens opnieuw voorbijkomt, kun je zien dat er echt op de kleren is gewerkt. Theatraal blijven ze, maar de draagbaarheid wordt zichtbaar. Een Russische journaliste naast me klapt haar handen stuk van enthousiasme, de invloedrijke moderedactrice Isabella Blow van The Sunday Times (die er zelf steevast bijloopt als een clown op zondag) is verrukt. De Parijse concept-store Colette exposeert hun kleding, de Nederlandse televisie wijdt er een programma aan, het Groninger museum biedt hen een contract aan van vijf jaar, met het engagement van elke collectie enkele stukken te kopen voor zijn vaste collectie. Bij de Artimo Foundation verschijnt een boek Viktor & Rolf 1993-1999, dat eerst in Parijs, en kort daarop in New York wordt voorgesteld.

Maar al die tijd blijven Viktor en Rolf aan de zijlijn van de mode opereren. Hun vierde show is weer even spectaculair, met slechts één mannequin, Maggie Rizer, die onbeweeglijk onder een baldakijn staat en door Viktor en Rolf met steeds meer lagen wordt behangen. Op het einde staat ze als een Russische baboesjka ingepakt, haar hoofdje bijna geheel opgeslokt door de laatste, zwaar geborduurde mantel. "Wij hadden gevreesd dat we die keer een stap te ver waren gegaan", zeggen de twee vandaag. "Dat men het té artistiek zou hebben gevonden. Maar de reacties waren beter dan ooit. En de mensen begrepen ook wat we hadden willen zeggen."

Wie inmiddels wel had gemerkt dat de twee jongemannen meer konden dan gebakken lucht verkopen, waren de talent-scouts van de Japanse textielgroep Onward Kashiyama. Vorig jaar stelden ze Viktor & Rolf voor om bij hen een prêt-à-porter collectie te maken. Dat is inmiddels gebeurd, de verkoop aan de winkels is achter de rug en nu zit ik met het tweetal in een typisch Amsterdams café. Zelf zien ze er helemaal niet spectaculair uit. Gewone jongens, onopvallend, zonder kapsones. We drinken glazen thee. Over hun eerste 'draagbare' collectie zouden we het hebben, confectie dus, bestemd voor een breed publiek. Ze moet wereldwijd aanslaan, maar toch herkenbaar blijven als 'Viktor & Rolf'. "Onward Kashiyama bezit in Italië de firma Gibo, waar de kleding wordt gemaakt van onder meer Jean-Paul Gaultier en Paul Smith. Een fabrikant met een goede reputatie, dus hebben we niet lang moeten nadenken. Het was ook het juiste moment", zegt Viktor Horsting."We moesten een stap zetten." Het was de formule die ze wensten: "Van ons wordt alleen het ontwerpen verwacht, Kashiyama doet de rest, produceren en distribueren." Ja, hun leven is wel veranderd, geven ze lachend toe, "plots veel drukker geworden. Maar die druk bakent ook beter je werkterrein af. Het is toch wel prettig om in een structuur te werken."

De eerste collectie werd in maart in Parijs aan pers en aankopers voorgesteld. En ze viel meteen in de smaak. Alle winkels waar ambitieuze ontwerpers willen hangen, zoals Barneys New York, Colette Parijs en Joseph in Londen, kochten aan. "Voor ons was het belangrijk", zegt Rolf, "om duidelijk iets anders te doen dan de haute couture die men van ons kende. Het mocht er geen afgeleide van worden. We zijn ons dus gaan afvragen: wat is de essentie van couture en wat is prêt-à-porter? Het eerste gaat over het unieke, dat ene stuk, héél bijzonder, voor één vrouw. Prêt-à-porter is global, is massa, is een wereldtaal. Daarom hebben we teruggegrepen naar het meest stereotiepe van dat globale, de Amerikaanse sportswear. We zijn vertrokken van prototypische kledingstukken als de blue jeans, het polotruitje, het herenpak, het streepjeshemd met witte boord en manchetten, en die stukken zijn we ons gaan toeëigenen. Dat hebben we gedaan door ze geheel of gedeeltelijk in te pakken in dunne, zwarte stof, zodat je een ander silhouet krijgt. En we gebruikten één gedessineerde stof, gebaseerd op de Amerikaanse vlag, een metafoor voor het globalisme."

Ze presenteerden hun kleding op de gitzwarte mannequin Alek Wek, en een Nederlandse countryzangeres begeleidde zichzelf op de gitaar voor klassiekers als 'Bye bye Miss American Pie' en 'Country Roads, take me home'.

De belijning van hun prêt-à-porter is elegant en chic, en slechts enkele opgeblazen volumes aan kragen of schouders verwijzen vaagjes naar hun kenmerkend silhouet van de haute couture, dat altijd imposant en ruim is. Een spijkerbroek die half met zwart katoen is ingepakt, krijgt er een Far West-karakter door, een jurk in hevige Amerikaanse-vlagstof wordt getemperd door een lichtjes doorzichtige zwarte hoes.

Een tweede manier waarop de ontwerpers zich de kleding 'toeëigenen', is met een rood rubberen zegel, waarin de letters V&R staan. "We plaatsen het op de plekken waar men de logo's verwacht: het krokodilletjes op een polotruitje, het label op de kontzak van een jeans."

Ze zien er tevreden uit met het resultaat, alleen is het nog even wennen aan het nieuwe ritme van hun leven. Hun haute couture willen ze niet laten schieten: "We hebben enkel één seizoen overgeslagen om ons geheel op de nieuwe collectie te kunnen concentreren." Hun professoraat aan de Universität fur Angewandte Kunst in Wenen hebben ze laten schieten. Niet uit tijdgebrek, maar omwille van de extreem-rechtse partij van Jörg Haider die er mee aan de macht kwam. "Het is jammer voor de studenten - én voor ons - maar dit konden we volstrekt niet in overeenstemming brengen met onze overtuiging. Dit is een baan in dienst van de overheid, dat kon dus niet."

Ze worden gevraagd voor allerhande evenementen, in het najaar hebben ze een grote tentoonstelling in Groningen samen met fotografen/stilisten Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin. In juli werden ze, samen met elf andere Grote Beloften van de mode, even naar New York overgevlogen voor een fotosessie met Steven Meisel en een privé-dineetje bij Anna Wintour, de hoofdredactrice van de Amerikaanse Vogue, die een ontwerper met een vingerknip kan maken of breken. Of ze nu beroemd zijn? Worden ze herkend op straat? "Neen hoor", lachen ze wat verbaasd. "Alleen in modemilieus weet men hoe wij eruit zien. Zeker niet hier in Amsterdam. Dit is heus geen wereldstad. Wij wonen hier graag. Hier zijn vraagt geen energie. Hier is niks." Maar ze reppen zich nu wel terug naar hun piepkleine atelier, want het werk wacht. Voor Viktor & Rolf is het volgende seizoen al volop bezig.

Agnes Goyvaerts

In België wordt de kleding van Viktor en Rolf verkocht in de nieuwe zaak 'àlamode' in de Nationalestraat in Antwerpen.

1988-1992:

Kunstacademie Arnhem, Nederland

April 1993:

Salon de jeunes stylistes, Hyères, Frankrijk: eerste prijs en persprijs

Maart 1994:

gezamenlijke show met Nederlandse ontwerpers in Parijs, Le Cri Néerlandais

Oktober 1994:

groepstentoonstelling Winter of Love, PS ONE museum, New York

November 1995:

Galerie Anaix, Genève, groepstentoonstelling

1995-1996:

tutorship voor de Academie van Arnhem

Januari 1997:

Fun Fair 1, Andreas Binder Galerie, Munchen

Januari 1998:

eerste haute coutureshow in Parijs

1998:

kostuums voor het Scapino-ballet, Nederland

1998-99:

uniformen voor de suppoosten van het Centraal Museum Utrecht

Mei 1999:

tentoonstelling en boekvoorstelling in Visionaire Gallery New York

1999-2001:

een inmiddels afgebroken professoraat in Wenen

Maart 2000:

voorstelling prêt-à-porter collectie

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234