Woensdag 06/07/2022

Enkeltje naar Mars

Bemande ruimtemissies naar Mars zijn op dit moment alleen economisch haalbaar als de eerste generaties astronauten nooit meer terugkeren. Een radicaal idee dat steeds meer gehoor krijgt. Aan kandidaten is er alvast geen gebrek.

Een buitenexpeditie in het ruimtepak, een buggyrit: het zijn de enige mogelijkheden om nog iets van een buitenlucht te zien. De geografie die ze kennen op aarde, met zijn blauwe hemel, water en groene vegetatie, zien ze de rest van hun leven alleen nog in films. Dit is thuis nu: de dorre woestenij van Mars, afhankelijk van de positie van de twee planeten in hun baan om de zon, zo'n 56 tot 400 miljoen kilometer van de aarde verwijderd. Als we snel op de rode planeet willen raken, zeggen meer en meer wetenschappers en ruimtevaartdeskundigen, moet er één groot offer worden gebracht: de eerste generaties astronauten die naar ginder trekken, komen gewoon nooit meer terug. Het is een idee dat al een tiental jaar op tafel wordt gegooid door vooruitstrevende wetenschappers, maar pas recentelijk ook wordt omarmd door ruimtevaartorganisaties als NASA.

Al sinds de maanlandingen in de late jaren zestig en de vroege jaren zeventig zien ruimtevaartorganisaties Mars als een logische volgende stap. Puur technologisch gezien zijn we er klaar voor, maar er is altijd één belangrijk struikelblok geweest: de terugreis, die de kostprijs van zo'n onderneming in de richting van 80 miljard euro stuwt. De prijs kan worden gereduceerd tot een kwart wanneer die terugreis wordt uitgeschakeld. Het cijferwerk slaat vooral op het transporteren van brandstof: eigenlijk zou er een tweede raket moeten worden nagestuurd, uitsluitend gevuld met brandstoftanks, om het originele tuig opnieuw te laten opstijgen vanop Mars.

"Naar Mars vliegen is eigenlijk minder kostelijk en complex dan naar de maan", zegt professor Gerard 't Hooft, theoretisch fysicus aan de universiteit van Utrecht. "In tegenstelling tot Mars heeft onze natuurlijke satelliet geen atmosfeer, waardoor de Apollomissies zware remraketten moesten meenemen om geen crashlanding te maken op het maanoppervlak. Mars heeft dus wel een atmosfeer, die ook kan worden gebruikt om af te remmen tijdens een landing. Alleen de terugkeer zou zoveel meer investering en onderzoek vragen. Op dit moment, met de technologie indachtig die we vandaag hebben, kan ik zelfs verder gaan: dat is nauwelijks mogelijk."

Geen lolletje

De eerste keer dat het idee van een enkele reis naar Mars uitvoerig werd geëxploreerd door wetenschappers, was in 2010. Het plan dat fysici Paul Davies en Dirk Schulze-Makuch toen opperden was om twee landingstuigen naar Mars te sturen, elk met twee astronauten erin, en vanop de plaats waar die zouden landen een eerste nederzetting neer te planten. De vier zouden een eerste lading voorraad en technologie bij de hand hebben die op het oppervlak van Mars was achtergelaten door een eerdere onbemande missie. Om de twee jaar, wanneer Mars het dichtst bij onze planeet is, zouden er nieuwe voorraden kunnen worden geleverd, en op relatief korte termijn moeten er ook meer en meer kolonisten volgen. Zo wordt er stilaan een steeds grotere, en op termijn zelfbedruipende, nederzetting gebouwd.

"Het leven van die eerste kolonisten zou heel oncomfortabel zijn", zei Davies eind vorig jaar tijdens een bijeenkomst van de Mars Society, een non-profitorganisatie die zo snel mogelijk werk wil maken van de kolonisering van de rode planeet. "Bovendien zou hun leven drastisch worden verkort door de straling en de ontberingen. Maar het is geen zelfmoordmissie: ze gaan naar Mars om er te léven. Ze worden de wegbereiders voor een permanente menselijke aanwezigheid op Mars, onze eerste kolonisten."

Het plan krijgt nu al heel wat avonturiers warm. Davies oppert dat zijn mailbox bulkt van de spontane aanbiedingen om op die eerste missies te zitten. En er is zelfs al een privaat initiatief dat de droom van een enkele koloniseringsreis naar Mars in werkelijkheid wil omzetten. Het in Nederland gevestigde bedrijf Mars One wil tegen 2023 al een eerste nederzetting op Mars optrekken. Het bedrijf schaarde een keure aan ondernemingen uit de ruimtevaartsector rond zich, die allemaal samenwerken aan een permanente basis die gedeeltelijk kan worden gevormd uit de twee ruimtetuigen die op Mars zullen landen, en gedeeltelijk met een soort opblaasbare koepel. De fondsen voor het project wil het bedrijf ophalen door de verkoop van de televisierechten: de astronauten moeten à la Big Brother constant worden gevolgd, en die beelden worden volgens het businessplan van het bedrijf naar de aarde doorgestuurd om hier te worden uitgezonden op televisie.

Professor 't Hooft ondersteunt dat project, maar is erg sceptisch over het tijdskader dat het bedrijf zichzelf oplegt: elf jaar is erg kort. "Het zou me erg verbazen als ze het tegen die tijd klaargespeeld kunnen krijgen", zegt 't Hooft. "Allerhande calamiteiten zullen ongetwijfeld voor vertragingen zorgen. Maar het is een mooie streeftijd, die realistisch is als je de snelheid van ontwikkeling van de huidige ruimtevaarttechnologie in het achterhoofd houdt." Davies blijft veel voorzichtiger wat de timing van de eerste reis betreft: hij denkt aan een termijn van twintig jaar om het eerste materieel (voertuigen, robots) te sturen, om enkele jaren daarna pas de eerste mensen te zien landen.

Die eerste kolonisten zouden in ieder geval niet helemaal geïsoleerd zijn van hun leven op aarde. Ze zouden videoboodschappen, e-mails en andere bestanden naar het thuisfront kunnen sturen, en over het internet kunnen surfen via een server die met hen meereist. Alleen zou die communicatie nooit in real time gebeuren: afhankelijk van de afstand tussen de twee werelden duurt het sturen van een boodschap van Mars naar de aarde tussen 3 en 22 minuten.

Maar het merendeel van hun dag zullen de eerste Marsbewoners zich uiteraard van een uitvoerige dagtaak moeten kwijten: technici bouwen verder aan de basis, wetenschappers onderzoeken het oppervlak, of doen planten groeien onder koepels, zodat de basis stilaan zelfbedruipend wordt. Op iets langere termijn, denkt Davies, kunnen er hier op aarde zelfs opbrengsten worden gewonnen uit de onderneming. "Wetenschappelijke ontdekkingen die op de planeet worden gedaan, kunnen hier verder worden opgevolgd en kunnen leiden tot patenten. De tv-rechten kunnen worden verkocht. Er kunnen landeigendommen te koop worden gesteld, zeker in de onmiddellijke omgeving van de basis."

Alleen de financiering die nù moet worden gedaan en de politieke wil om een langetermijnplan op te zetten zijn een probleem, stelt Davies: welke ruimtevaardige natie het plan ook aanvat, het moet worden gedragen gedurende verschillende politieke cycli. Het slaagt namelijk alleen als er na de eerste missie nog meerdere volgen, die allemaal op de vorige bouwen. En als het een privaat initiatief wordt, kan een faillissement van het bedrijf betekenen dat de eerste kolonisten voor niets vast komen te zitten op de planeet. "Dit lukt alleen als er samenwerking komt tussen ruimtevaartorganisaties en eventuele privébedrijven", zegt Davies. "Maar ze durven niet meer. Het Amerikaanse Apolloprogramma in de jaren zestig was een exponent van de wapenwedloop tussen Amerika en Rusland: dat deed de dollars erin rollen. De afgelopen decennia zijn we niet meer verder de ruimte in geweest dan de afstand tussen Washington D.C. en New York."

The Right Stuff

Ook de eventuele Marspioniers zelf moeten uit het juiste hout gesneden zijn. Ze moeten beschikken over The Right Stuff, zoals Tom Wolfe het in 1979 in zijn boek over de ruimtevaartpioniers beschreef: een beetje held, een beetje gek, een beetje macho. Davies wil nog verder gaan: hij vergelijkt een eventuele eerste groep Marskolonisten met de ontdekkingsreizigers uit de vijftiende en zestiende eeuw, die eveneens ontberingen moesten doorstaan, geen enkel vooruitzicht op een terugkeer naar huis hadden, maar volgens Davies niet leefden in dit "tijdperk van timiditeit."

Over één element zijn echter zowel Davies als 't Hooft erg duidelijk: het is onethisch om al te jonge mensen te sturen. "De reis en het verblijf kunnen hun levensverwachting aanzienlijk verkorten", zegt 't Hooft. "Welke leeftijd ze dan wel moeten hebben is voer voor een ernstig debat, maar op dit moment zou ik zeggen: stuur zeker voor de allereerste missies mensen die nog een levensverwachting van twintig jaar hebben. Op zo'n leeftijd is het bespreekbaarder om de verkorting van hun leven af te wegen tegen de geschiedenis die ze schrijven."

Ondertussen liepen en lopen er hier op aarde allerlei experimenten om de gevaren van een reis naar Mars, en een verblijf op de planeet, zo goed mogelijk te leren kennen. In Rusland werden in 2010 en 2011 bijvoorbeeld enkele Europese, Russische en Chinese astronauten voor 520 dagen - de tijd van de heen- én terugreis - opgesloten in een gesimuleerd ruimtetuig om de gevolgen van langdurige isolatie te onderzoeken. In de woestijn van het Mexicaanse Chihuahua, die even onherbergzaam is als het oppervlak van de rode planeet, wordt momenteel onderzocht hoe er toch kleine ecosystemen kunnen ontstaan. En in verscheidene onderzoekscentra, waaronder het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol, worden de gevolgen van langdurige blootstelling aan ruimtestraling bestudeerd. Ook op Mars, waar de atmosfeer in tegenstelling tot de onze te dun is om volledige bescherming te bieden tegen kosmische straling, zullen de kolonisten daar levenslang aan blootgesteld blijven. "Maar we kennen die hoeveelheid straling, en weten ook meer en meer over de gevolgen ervan", zegt 't Hooft. "Er de rest van je leven in rondlopen is niet levensbedreigender dan een pakje sigaretten per dag roken."

En een uiteindelijke terugkeer? Die hangt voor een stuk af van wat de eerste kolonisten ontdekken op en onder het oppervlak van de planeet. Davies denkt dat het tot tweehonderd jaar kan duren voordat er heen en weer kan worden gevlogen, onder meer afhankelijk van welke nieuwe propulsiesystemen we tegen die tijd ontdekken. 't Hooft is iets optimistischer. "Een terugkeer wordt min of meer mogelijk vanaf het moment dat we hebben geleerd om brandstof aan te maken op Mars zelf. We weten alleen dat we daar nú de kennis en de technologie niet voor hebben. Alles hangt af van welke stoffen en gassen we op Mars zouden vinden, en hoe snel we daar iets mee kunnen doen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234