Dinsdag 19/10/2021

erfgoeddag: bart Caron maakt stand van zaken op van Vlaanderens geheugen

'Zoals het erfgoed oud is, verandert het beleid traag'

De renaissance van het Vlaamse erfgoed

Decennialang onder stof bedolven herleven sinds een jaar of vijf de erfgoedinstellingen in Vlaanderen en Brussel. Morgen viert de sector feest, tijdens de vijfde Erfgoeddag bij 460 musea, archieven, bewaarbibliotheken, heemkundige kringen en documentatiecentra. Vorig jaar kwamen daar 180.000 bezoekers op af, dit jaar hoopt men minstens even goed te doen. De Morgen zocht bij Bart Caron, als voormalig kabinetschef van Bert Anciaux de geestelijke vader van het erfgoeddecreet, naar de redenen voor die prille maar kwetsbare erfgoedrenaissance.

Brussel

Eigen berichtgeving

Ward Daenen

Juli 1999. Bart De Baere, Bruno Verbergt en Bart Caron schrijven een memorandum, gericht aan de nieuwe cultuurminister. De drie heren - ze werken dan respectievelijk in het Gentse S.M.A.K., bij Antwerpen Open en bij Brugge 2002 - sturen Bert Anciaux geen obligaat lijstje verzuchtingen, maar geven een nieuwe marsrichting voor een hele sector aan. Bart Caron blikt terug: "We vonden dat de sector voor een groot maar onderbenut potentieel stond. Veel erfgoedinstellingen hadden in de eerste plaats aandacht voor hun depot, in plaats van voor het publiek. We wilden dat het nauwelijks bekende erfgoed uit de kelder zou worden gehaald om het tentoon te stellen en er een actualiserend verhaal rond te vertellen. In plaats van een mortuarium te zijn, moest het depot een inspiratiebron voor expo's worden. Door erfgoed zichtbaar te maken, kon het publiek er interesse voor krijgen, en doordat erfgoed via die interesse betekenis krijgt, kun je het maatschappelijke draagvlak voor erfgoedwerkingen vergroten. Dankzij die aandacht verantwoord je de aandacht voor behoud en beheer."

Het memorandum moet indruk hebben gemaakt, want twee maanden later, in september 1999, werkten zowel Caron als De Baere op Anciauxs kabinet. Niet dat ze van nul moesten beginnen. Anciaux had van zijn voorganger Luc Martens het museumdecreet (1996) en het decreet op de volkscultuur (1998) geërfd maar zette met kabinetschef Caron en -medewerker De Baere nieuwe stappen. In 2002 werd het archiefdecreet gestemd. Naast de kleurarchieven (Kadoc, Amsab, Liberaal archief en ADVN) kregen vijf (intussen acht) culturele thema-archieven subsidies - zo bijvoorbeeld Muzikaal Erfgoed en ArchitectuurArchief. In 2003 kwam er een topstukkendecreet, na de pijnlijke verkoop en verhuizing van enkele Beuckelaers uit het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Het decreet moest een verdere leegloop van toperfgoed voorkomen. Sluitstuk vormde het vorig jaar goedgekeurde erfgoeddecreet. Met dat koepeldecreet wil de Vlaamse overheid de duurzame zorg voor en ontsluiting van het erfgoed stimuleren. Het doet dat voornamelijk via zogenaamde erfgoedconvenants of samenwerkingsovereenkomsten tussen de Vlaamse Gemeenschap en steden voor een integraal beleid op lokaal vlak. Er kwamen convenants met Antwerpen, Gent en Brugge maar ook met kleinere steden als Tongeren, Leuven en Kortrijk.

Worden er al vruchten geplukt, nu het wetgevende werk voltooid is? Bart Caron, inmiddels Vlaams volksvertegenwoordiger voor Spirit, ziet in de eerste plaats een museumlandschap op verschillende snelheden ontstaan. "Bij de grote musea zet de vernieuwing zich door. Ik denk aan het Museum voor Schone Kunsten in Gent, dat grondig gerenoveerd wordt, de stedelijke musea in Brugge, die onder leiding van Manfred Sellink een nieuwe dynamiek hebben, en het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA), dat de voorbije jaren een opvallende inhaaloperatie is gestart. Ze koppelen hedendaagse presentatie aan zorg voor behoud en beheer. Brugge, Gent en Antwerpen werken trouwens complementair in de Vlaamse kunstcollectie. Vanaf juni presenteren ze in Bozar de expo Van Ensor tot Bosch, maar die samenwerking is niet soepel verlopen. Grote huizen, grote ego's..."

Daarnaast zijn er musea als het Ieperse In Flanders Fields. "Het is inhoudelijk sterk én aantrekkelijk vormgegeven. Een derde groep blijft evenwel achter. Meestal gaat het om kleine gemeentelijke musea, gewijd aan een specifiek thema of een beroemd geworden dorpsgenoot."

Caron, een West-Vlaming, geeft als voorbeeld Harelbeke, dat een museum Peter Benoit heeft, een pijp- en tabaksmuseum, een vinkenmuseum en een archeologisch museum. "Geen enkel van die stedelijke musea heeft op zichzelf voldoende betekenis om een museum aan te wijden. Daardoor zijn ze minstens aangewezen op samenwerking. Die kun je lokaal invullen (via een voor de hand liggende samenwerking tussen de Harelbeekse musea, WD) maar je moet het ook thematisch durven te bekijken. Van het pijp- en tabaksmuseum mag je bijvoorbeeld verwachten dat het met andere ambachtelijke musea samenwerkt."

Hoe belangrijk ook, netwerken lost niet alles op. Volgens de volksvertegenwoordiger moeten er keuzes gemaakt worden "omdat kleinschaligheid een ondergrens heeft. Ik trek die bij het Raveelmuseum in Machelen-aan-de-Leie. Mooie architectuur, waardevolle collectie, maar je moet je afvragen of de kunstenaar wel vaart bij een persoonlijk museum of één zaal in een groot museum. Ik denk dat laatste, want daar plaats je de kunstenaar in een kunsthistorische context."

Caron weet maar al te goed dat het erfgoeddecreet professionalisering stimuleert en dus onvermijdelijk schaalvergroting in de hand werkt. Toch vindt hij niet dat collecties per se moeten verhuizen. "Wel moeten ze herdacht worden, op basis van inhoudelijke keuzes. Terugkomend op Peter Benoit: men kan in Harelbeke beter een muziekarchief bewaren in plaats van krampachtig een museum open te houden. Door dat te doen, breng je reliëf aan in het erfgoedlandschap van Zuidwest-Vlaanderen. Voorlopig blijven we kruideniers. Er zijn in Vlaanderen vierhonderd musea, waarvan er slechts een vijftigtal als dusdanig erkend is. Dat moet steden en gemeenten toch doen nadenken."

Bij grotere musea zet de vernieuwing zich over het algemeen door, bij kleinere niet. Dat heeft wellicht ook met de bevoegde overheid te maken: het erfgoeddecreet geldt op Vlaams niveau, niet op lokaal. "Het kost tijd om die visie te laten doorsijpelen tot in het lokale beleid. Zoals het erfgoed oud is, verandert het beleid traag." Voorts wil Caron een misverstand uit de wereld helpen. "Musea moeten aandacht hebben voor het publiek. Ze organiseren dus ook evenementen. Die mogen evenwel nooit een excuus zijn om de vaste collectie te verwaarlozen. Een museum is een en-enverhaal, en anders liever helemaal geen verhaal."

De verschillende snelheden van de museumwereld ziet Caron in andere deelsectoren. "De gekleurde archieven zijn min of meer op niveau. Met de thematische archieven gaat het ook nog redelijk, maar de openbare archieven verkeren in slechte toestand. De Vlaamse overheid heeft geen eigen archiefdienst, veel gemeenten evenmin. Hun archieven worden bijgehouden door het Algemeen Rijksarchief, een federale wetenschappelijke instelling. Volkscultuur heeft onder impuls van Marc Jacobs een opmerkelijke inhaalbeweging gemaakt, het topstukkenbeleid daarentegen blijft een uitdaging. Het fonds waarmee de overheid topstukken hier moet houden, blijft karig gespekt. En de kostprijs is hoog." Voor een evaluatie van de erfgoedconvenants vindt hij het te vroeg.

Waarin moet het erfgoedverhaal passen? Niet meer in een conservatief, evenmin in een eng-nationalistisch kader. Niet toevallig is 'patrimonium' verdrongen door 'erfgoed'. 'Patrimonium' verbond goederen aan (het prestige van) een natie, terwijl men 'erfgoed' met een publiek wil verbinden. "Vandaag speelt identiteitsvorming nog wel een rol, maar ze past nu in een context culturele diversiteit. Vanuit dat perspectief zijn heel wat musea nog bijzonder Vlaams. Voor emigratie via de Red Star Line is er aandacht, wanneer zullen we die opbrengen voor immigratie?" De aandacht voor erfgoed en geschiedenis steekt op het eerste gezicht af tegen een tijd die gekenmerkt wordt door hightech. "Tegelijk maakt technologie die aandacht mee mogelijk. Ik denk aan digitalisering en internet, waardoor erfgoed toegankelijk wordt." Die technische vooruitgang zet zich ook door in de erfgoedzorg. Erfgoeddag focust trouwens op de gevaren voor het erfgoed en de nieuwe, kostbare middelen waarmee het beschermd wordt tegen calamiteiten en behoed voor vergetelheid.

Tot daar de bespiegelingen. De decreten hebben nieuwe verwachtingen geschapen, die met extra subsidies ingelost moeten worden. Aanvankelijk kwamen die er ook. Bert Anciaux, sinds de nieuwe legislatuur opnieuw cultuurminister, keek in februari van dit jaar terug op vijftien jaar erfgoedbeleid. "Het totale budget voor het museumlandschap in Vlaanderen bedroeg in 1990 amper 525.000 euro. Nu worden met 21 miljoen euro niet alleen musea betoelaagd, maar ook archiefinstellingen en de sector volkscultuur ondersteund, erfgoedconvenants gesloten en erfgoedprojecten gesubsidieerd." Nu de decreten in werking zijn getreden, wil de sector steeds meer. Wegens gedwongen besparingen bij de Vlaamse Gemeenschap is Anciaux vorig jaar op de rem gaan staan. De subidiegroei is gestopt. Pas vanaf 2006 "zien de budgettaire perspectieven er gunstiger uit. Ik maak me sterk dat de budgetten voor de uitvoering van het cultureelerfgoedbeleid in de komende jaren zullen stijgen". Maar de minister herhaalde de woorden van zijn ex-kabinetschef: "Ook binnen dat groeiscenario zullen keuzes gemaakt moeten worden."

Erfgoeddag, 17/4 op 460 plekken in Vlaanderen en Brussel. Programma: www.erfgoeddag.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234