Dinsdag 04/10/2022

AchtergrondOnderwijs

Estland heeft de slimste pubers van Europa, want onderwijs is er ‘een religie’

Programmeerles op het Gustav Adolfi Gümnaasium in Tallinn. Estland heeft zichzelf op de kaart gezet als digitale samenleving:  ‘e-Estonia’. Beeld Stefano De Luigi / VII / Redux / Belgaimage
Programmeerles op het Gustav Adolfi Gümnaasium in Tallinn. Estland heeft zichzelf op de kaart gezet als digitale samenleving: ‘e-Estonia’.Beeld Stefano De Luigi / VII / Redux / Belgaimage

Ruim dertig jaar na het afschudden van het Sovjet-juk staat Estland aan de top van het Europese onderwijs. De voornaamste reden? Vertrouwen in de school en in de docent. Maar het systeem dreigt slachtoffer van zijn eigen succes te worden.

Nick de Jager

Paavo Viilup is leraar geworden omdat hij zijn eigen schooltijd verschrikkelijk vond. Docenten die voortdurend gelijk wilden hebben, nooit groepsopdrachten, het eerstvolgende proefwerk als enige stip op de horizon. Estland was destijds al jaren een soevereine staat, maar het onderwijs was nog altijd op Sovjet-leest geschoeid. Nu 26 jaar later telt de bebaarde docent Engels en ICT zijn zegeningen. In internationale rapporten stapelen de complimenten voor het Estse onderwijs zich op. Volgens de uitslagen van de gerenommeerde Pisa-toetsen, die in 79 landen worden afgenomen, bezit het land de slimste 15-jarige pubers van Europa. In alle categorieën (lezen, wiskunde en wetenschap) scoort geen land op het Europese continent beter.

Hoe kon de kleine, voormalige Sovjet-staat in drie decennia transformeren tot een van de modernste onderwijslanden van Europa?

Op de middelbare school waar Viilup werkt, het Viimsi Gümnaasium nabij de hoofdstad Tallinn, hebben de laatstejaarsstudenten geen idee. “Maar mijn ouders zijn wel verbaasd over wat ik allemaal al weet en kan”, zegt een meisje op de eerste rij van de klas. Ze droomt over een vervolgstudie in Parijs.

De ontwikkeling van het Estse onderwijs is een verhaal van “visie en lef”, zegt Villup in een vergaderruimte van de middelbare school.

En op basisschool Raatuse Kool in Tartu, de op een na grootste stad van Estland, zeggen ze het zo: het fundament van goed onderwijs is liefde voor onderwijs. Estland geeft 6,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uit aan onderwijs, het EU-gemiddelde is 5 procent. “We hebben geen Audi of Philips hier, dus we moeten investeren in onze hersenen”, zegt bestuurslid Rene Leiner. Natuurkundeleraar Lauri Kõlamets: “De meerderheid van onze bevolking is atheïstisch. Onderwijs is onze religie.”

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie

Het maakt docent van oudsher tot een beroep met veel aanzien in Estland, personen aan wie zelfstandigheid en vrijheid kunnen worden toevertrouwd. Tegen die achtergrond voelde het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 voor het Estse onderwijs als een bevrijding. Geen strikte lesplanningen en leermethoden meer, niet langer dienden scholen de geopolitieke doelen van Moskou (techneuten opleiden). Docenten, schoolleiders en politici konden onderwijs geven zoals zij dat wilden en hadden een blanco papier om al hun opgespaarde ideeën op uit te tekenen.

Via onder meer geschiedenis-, muziek- en toneelles kwam de vijftig jaar lang onderdrukte Estse cultuur in het nieuwe curriculum weer tot leven. Ook keken de Esten het nodige af van het vermaarde schoolsysteem van grote broer Finland, zoals gratis toegang tot de universiteit en de organisatie van het basisonderwijs. Kinderen leren lezen en schrijven op de crèche, de basisschool duurt in Estland van 7- tot 16-jarige leeftijd. Daarna kiezen ze tussen een academische carrière (middelbare school en de universiteit) of een vakschool.

Lees ook

Onderwijsexpert Dirk Van Damme: ‘Nu zien we dat het fundament van het kwaliteitsprobleem in het basisonderwijs zit’

▶ Podcast ‘Duidelijk’: Vroeger naar huis, want er is geen leerkracht beschikbaar: ‘De impact op het niveau van onze leerlingen is overduidelijk’

Zo’n langere basisschool moet sociale ongelijkheid tegengaan. De resultaten van de Pisa-toetsen tonen aan dat het werkt. Geen EU-land heeft procentueel zo weinig ‘onderpresterende’ leerlingen als Estland.

Het curriculum moet ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ aanleren: vreemde talen, ondernemerschap, tech. Na flinke investeringen in de internetinfrastructuur hadden alle scholen in het land in 2002 een werkende computer. Dat legde de basis voor de digitale samenleving die ‘e-Estonia’ (zoals het land zichzelf graag verkoopt) nu is. Rond de hoofdstad Tallinn wemelt het van de ICT-start-ups. Weinig landen in Europa maakten tijdens de pandemie zo soepel de overgang naar thuiswerken en afstandsonderwijs als Estland, is de indruk in het land zelf.

Programmeerles op het Gustav Adolfi Gümnaasium in Tallinn. Estland heeft zichzelf op de kaart gezet als digitale samenleving:  ‘e-Estonia’. Beeld Stefano De Luigi / VII / Redux / Belgaimage
Programmeerles op het Gustav Adolfi Gümnaasium in Tallinn. Estland heeft zichzelf op de kaart gezet als digitale samenleving: ‘e-Estonia’.Beeld Stefano De Luigi / VII / Redux / Belgaimage

School en docent hebben autonomie

Op basisschool Raatuse Kool huppelen de kinderen door de gangen en tijdens de pauze spelen ze op een van de drie sportvelden. Het is een schril contrast met eind vorig jaar. Na een kleine corona-uitbraak besloot het bestuur destijds de hele school te sluiten. “Dat deed ons minder pijn dan bijvoorbeeld winkeleigenaren die hun bedrijf moesten sluiten”, zegt bestuurslid Leiner. Maar de beslissing was wel ingrijpend, hoewel de onderwijskwaliteit nauwelijks in gevaar kwam, omdat iedereen goed gewend was aan leren via de computer.

Raatuse Kool nam de beslissing op eigen houtje, want in Estland bestond tijdens de coronacrisis geen protocol voor schoolsluitingen. Dat heeft te maken met een belangrijke koerswijziging uit de jaren negentig: de autonomie voor school en docent werd toen vastgelegd. De overheid heeft slechts negen inspecteurs in dienst om onderwijsinstellingen te controleren. Als een school onder het landelijk gemiddelde zakt, krijgt het bestuur geen strikte instructies opgelegd, maar ontvangt het in veel gevallen financiële hulp die zonder streng toezicht kan worden besteed. “De autoriteiten zijn partners, geen controleurs”, zegt Leiner.

“Scholen hebben het recht om eerst zelf hun problemen op te lossen”, zegt Gunda Tire, die voor de overheid de Pisa-toetsen coördineert. Haar dochter zit op een onderwijsinstelling die een paar jaar geleden slechte resultaten boekte met wiskunde. De school stopte vervolgens alle slecht scorende kinderen in een aparte groep, zodat zij meer aandacht kregen en de rest niet ophielden. Een jaar later was de achterstand verholpen. “Een docent moet zijn les aanpassen op basis van de kinderen aan wie hij lesgeeft. Dat kan hij alleen als hij autonomie heeft”, gelooft Tire.

Pluriform aanbod

Omdat het Estse onderwijssysteem op vertrouwen draait, is het aanbod van scholen zeer pluriform. Bij progressieve scholen als Raatuse Kool en het Viimsi Gümnaasium zijn begrippen als proefwerken en cijfers bijna scheldwoorden (Leiner: “De kinderen vergeten in de dagen erna toch wat ze leren”). Daartegenover kent het land ook een grote conservatievere stroming, met onderwijsinstellingen die wel geloven in toetsing en klassieke lesmethoden. De laatstejaarsstudenten op het Viimsi Gümnaasium hebben zin om volgend jaar op de universiteit leerlingen van de conservatievere scholen tegen te komen. “Van elkaar kun je leren”, zegt een ander meisje op de eerste rij.

De vrijheid is een belangrijke reden voor het overschot aan docenten dat de Esten hebben, zoals de Europese Commissie in een recent rapport concludeert. Bij basisschool Raatuse Kool zijn ruim 60 mensen – 48 docenten en aanvullend personeel – verantwoordelijk voor het onderwijs van 550 leerlingen. Klassen van minder dan 20 leerlingen zijn eerder regel dan uitzondering, scholieren met speciale behoeften krijgen nog kleinschaliger onderwijs. Door de kleine klassen kan meer individuele aandacht aan leerlingen worden gegeven.

Zes leerlingen in de klas

“Neem je tijd, neem je tijd”, stelt docent Engels Mailiis Meitsar dan ook een van haar leerlingen gerust. Haar klas met 15-jarige leerlingen bestaat deze dinsdag uit zes leerlingen, normaal zijn ze met tien. Aan het eind van de les hebben bijna alle scholieren een presentatie over brandveiligheid gegeven — misschien wel de beste manier om spreekvaardigheid te oefenen. Eén leerling vindt het moeilijk en stormt met toestemming van de docent emotioneel het lokaal uit. Meitsar maakt zich geen zorgen. “Ik weet dat ze haar presentatie goed heeft voorbereid.”

Veel individuele aandacht voor leerlingen helpt om het aantal onderpresterende leerlingen laag te houden, zien ze op de basisschool. Schoolpsycholoog Urve Talvik vertelt over diverse leerlingen die de laatste jaren als probleemkind bij haar begonnen, maar zich gaandeweg steeds meer thuis voelden in het schoolsysteem. Door simpelweg veel tijd in hen te investeren en goed met ouders te communiceren, aldus Talvik. “Je moet kinderen nooit onderschatten. Je moet in ze geloven, geloven en geloven.”

Kentering op komst

Maar juist dat docentenoverschot, het fundament onder het Estse onderwijssucces, staat onder druk. De helft van alle Estse leraren is ouder dan 50, bijna een vijfde ouder dan 60. Hun opvolgers staan allesbehalve in rijen klaar. Op het platteland is het soms al onmogelijk om nieuwe onderwijzers te vinden en vooral mannen hebben weinig interesse om docent te worden.

De tekorten dreigen vooral op specifieke terreinen, zoals wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Ook de 27-jarige wetenschapsdocent Lauri Kõlamets ziet zichzelf niet heel zijn leven bij basisschool Raatuse Kool werken. Liever doorstuderen voor een PhD en publiceren in gerenommeerde Engelstalige vakbladen.

Estlands ontwikkeling in de laatste decennia creëert een lastig vraagstuk. Dertig jaar na de onafhankelijkheid in 1991 heeft geen van de voormalige Sovjet-staten een hoger bbp per inwoner dan Estland en is Tallinn een van de aantrekkelijkste steden in Europa om een bedrijf te beginnen. Deels omdat het onderwijs leerlingen daarvoor opleidt, heeft het land de 21ste-eeuwse economie die het dertig jaar geleden wilde. Maar, verzucht Viilup: “Wie wil er nu nog leraar worden, als je ook bij een start-up kunt werken? Dat is een serieuze vraag. Wat heeft een school nog te bieden?”

De Estse overheid verhoogt al een paar jaar het salaris voor docenten. Dit jaar stijgt het gemiddelde naar 1.586 euro bruto, iets boven het doorsnee-inkomen voor alle beroepen in het land. “We investeren ruim 6 procent van het bbp in het onderwijs, waarmee we in de top drie van Europa staan. Maar op hetzelfde moment behoren onze salarissen voor leraren tot de laagste van de Europese Unie”, zei onderwijsminister Liina Kersna vorig jaar. “Dat laat duidelijk zien dat we te weinig geld aan onze hooggewaardeerde docenten hebben besteed.”

Nieuwe generatie docenten

Toch gaat het volgens hoogleraar onderwijs Äli Leijen (universiteit van Tartu) om meer dan geld. Zij vindt dat er gewerkt moet worden aan de carrièreperspectieven van docenten. “Ook in bijvoorbeeld Finland willen jongeren niet hun hele leven meer leraar zijn. Het systeem is misschien niet langer houdbaar. Op de universiteit heb je hoogleraren, universitair hoofddocenten, leraren, onderzoekers. Misschien is het tijd om zo’n systeem, met doorgroeimogelijkheden, ook op basisscholen en middelbare scholen in te voeren.”

Paavo Viilup werd docent omdat hij nieuwe generaties Esten een betere opleiding gunde dan zichzelf. Nu is die betere opleiding daar, maar enthousiasmeert het docentenvak nog maar een deel van de jeugd. Het onderwijs dreigt het slachtoffer van de eigen vooruitgang te worden. Alleen een nieuwe portie “visie en lef” kan dat veranderen, zegt Villup. “Als alles in de samenleving verandert, kan het onderwijs niet hetzelfde blijven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234