Maandag 26/09/2022

Evangelisten van de natuur

Het maandblad National Geographic Magazine kwam afgelopen week met een Nederlandstalige editie op de markt, die mogelijk nog aangevuld zal worden met Nederlandse of Belgische reportages. Over een blad vol fotografische schoonheid dat 'juist over heel ernstige dingen' gaat.

Welke fotograaf wil achtervolgd worden door een grote witte haai? Van een berg worden gegooid door een gorilla, nijlpaarden van zich afslaan met een roeispaan, urenlang in zijn eigen urine liggen om vlinders aan te trekken en onderwijl worden bestormd door wespen? Krokodillen tegenkomen, maden en killer bees? Beroofd worden, of beschoten? De fotografen van National Geographic Magazine willen dat. Ze staan er zelfs voor in de rij. Althans, voor het magazine, het maandblad over natuur, cultuur en geografie. Eventuele ellende nemen ze voor lief: alles voor het mooiste plaatje in het mooiste blaadje.

Konden Vlaanderen en Nederland tot nu toe alleen in het Engels lezen welke wonderen de fotografen hadden gezien, vanaf nu kan dat in een Nederlandstalige editie. Een Nederlandse redactie vertaalt de Amerikaanse artikelen, voegt eigen stukken toe en wil in de toekomst Nederlanders of Vlamingen op expeditie sturen. Het blad beschikt daarvoor over een budget van miljoenen.

Het is de vijftiende vertaalde versie van het Amerikaanse glossy magazine. Eerder begon het blad onder meer een versie in het Japans, Pools, Duits en Frans. Die introducties verliepen succesvol. Over een jaar wil National Geographic in Nederland 100.000 abonnees. Nu zijn het er 42.000. Het aantal buitenlandse abonnees is inmiddels gestegen tot twee miljoen. Of het Nederlandstalige hoger opgeleide publiek, dat goed Engels spreekt, behoefte heeft aan een versie in de eigen taal, blijft voorlopig de vraag.

Het is niet zo vreemd dat National Geographic zich op de rest van de wereld richt, want het aantal belangstellenden in de Verenigde Staten daalt: van 9 naar 8 miljoen abonnees in de afgelopen jaren. Niettemin voert het blad zelf een ander argument aan voor het opzetten van buitenlandse versies: 'vergroting en verspreiding van geografische kennis'. Dat was ook het motto waarmee 33 vooraanstaande heren, onder wie de uitvinder van de telefoon, Alexander Graham Bell, de National Geographic Society en het blad in 1888 in Amerika oprichtten.

De leiders van de National Geographic Society waren en zijn de evangelisten van de natuur, verspreiders van de blije boodschap dat natuur en cultuur mooi zijn. Onderwijzen willen ze. De wereld beter maken. Per jaar doneert de Society 6 miljoen dollar (270 miljoen frank, 6,69 miljoen euro) aan de wetenschap. Bovendien zijn de bladmakers erg zeker van zichzelf: "We hebben de beste fotografen en de beste schrijvers ter wereld", aldus Bernard Ohanian, managing editor van de internationale edities.

"Onze fotografen gaan niet zomaar even het bos in om een foto te maken. Nee, ze blijven maanden weg, en soms krijgen ze een halfjaar. Om een goede foto te kunnen maken, moet je de tijd nemen, opgaan in een gebied. We hebben fotografen gehad die wekenlang op een zelfgebouwd platform hoog boven de grond zaten om een bepaalde vogel te fotograferen. Al die tijd kwamen ze niet naar beneden. Het eten namen ze mee of takelden ze omhoog", aldus Ohanian.

Het blad raakte bekend om zijn prachtige fotoreportages, het belangrijkste element, maar bij al die schoonheid ging het soms toch mis. In het begin van de vorige eeuw gaf de toenmalige hoofdredacteur Gilbert Grosvenor zijn schrijvers zelfs de vuistregel mee om alleen maar 'aardige' stukken te schrijven. Zo publiceerde National Geographic in 1937 een opgewekt stuk over Berlijn, maar verzuimde de nazi's, Adolf Hitler en de jodenvervolgingen te noemen. In de jaren zestig noemde het blad de apartheid in Zuid-Afrika een noodzakelijk verschijnsel en zweeg het tot 1977 over rassenscheiding en de Ku Klux Klan.

Na een frisse wind in de jaren tachtig, met reportages over aids in Afrika en cocaïneroutes in de VS, is de blik nu weer meer op natuur en wetenschap gericht. Het eerste Nederlandstalige nummer bevat een mooie reportage over vliegende kikkers en gekko's op Borneo, en stelt niet zozeer de vervuiling van oceanen aan de kaak, maar vertelt vanuit wetenschappelijk oogpunt, en met mooie plaatjes, hoe oceanen in elkaar zitten.

"In National Geographic stellen we juist heel ernstige dingen aan de orde", zegt Marie-José Jamin, hoofdredacteur van de Nederlandse versie. "Maar we roepen niet voortdurend: o, o, wat is het erg. Want dat weten we nu zo langzamerhand wel. We hebben allang gelezen dat de oceanen vervuild zijn. Niets is simpeler dan alleen maar kritiek te hebben. Vooral Nederlandse journalisten willen altijd vertellen of iets goed of fout is. Wij zoeken juist naar oplossingen. Het cynisme verdwijnt langzaam."

Belangrijk voor de Society is de waarheidsvinding. Maar liefst 23 researchers zijn in dienst van 'Nat Geo' om alles te controleren. Eén man is vier tot zes weken bezig om feiten en uitspraken te checken en te dubbelchecken. Hij belt elke geïnterviewde om te vragen of de uitspraken kloppen. Zo niet, dan worden ze onherroepelijk geschrapt. Soms doet hij de reis van de journalist over.

Na de controlefase (als alles af is, als uit 20.000 foto's er tien tot twintig geselecteerd zijn, het verhaal geschreven en de lay-out gedaan is, kortom: als iedereen denkt dat er niets meer tussen kan komen) is het tijd voor de beruchte Wall Walk in het hoofdkwartier te Washington. Honderdduizenden dollars zijn er dan al gespendeerd, maar nog kan het fout gaan.

Tijdens de Wall Walk moet de fotograaf met de billen bloot. Voor zo'n 25 man plus hoofdredacteur William Allen, met opgerolde hemdsmouwen, moet hij de pagina's verdedigen die achter hem op de muur hangen. Waarom die ene foto zo donker is, en de ander juist met die speciale camera is genomen. Is het niet goed, dan verdwijnt het werk in de prullenbak. Maar dat gebeurt zelden, zegt Ohanian. Meestal worden slecht lopende projecten in een eerder stadium afgekapt. "Fotografen sturen continu hun rolletjes op, zodat ze bijgestuurd kunnen worden."

De ijzeren wil om een betrouwbare Nat Geo te maken, is volgens de Nederlandse hoofdredacteur Jamin merkbaar in de teksten. "Die staan vol met woorden als 'mogelijk', 'soms' en 'zou kunnen'. Als er een statement in staat, is het duidelijk dat het de mening van de schrijver zelf is. De verhalen zijn bijna allemaal in de ikvorm geschreven. Het zijn persoonlijke impressies. In de Nederlandstalige journalistiek is dat niet gebruikelijk. Journalisten wekken de schijn van objectiviteit door zichzelf buiten het stuk te laten, terwijl ze vaak heel stellige dingen beweren."

In de vertaling laat Jamin die ikvorm staan. Wel moet 10 procent van de tekst worden geschrapt, omdat het Nederlands meer ruimte vergt dan het Engels. Maar vergeleken met het Pools valt het mee. "Zij moeten 20 tot 25 procent weghalen."

© de Volkskrant

'We hebben de beste fotografen en de beste schrijvers ter wereld'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234