Zaterdag 01/10/2022

Expo u Deweer Art Gallery viert 25ste verjaardag

Jan Hoet: 'Ik respecteer Marc Deweer vooral omdat hij gepassioneerd bezig is en niet speculatief denkt. Hij gelooft in de kunstenaar, zelfs als die minder goed verkoopt'

Een 'tapijtenboer' met een passie voor kunst

Een kwarteeuw geleden organiseerden tapijtfabrikant Mark Deweer en zijn echtgenote Marleen Deprez op de zolderkamer van hun huis in - of all places - Otegem hun eerste kunsttentoonstelling. Anno 2004 is Deweer Art Gallery een van de meest toonaangevende private centra voor hedendaagse kunst in binnen- én buitenland. Een en ander werd afgelopen weekend feestelijk gevierd met de inhuldiging van de jubileumtentoonstelling Eclips op de Transfosite in Zwevegem. Ook van de partij: Panamarenko en zijn platinablonde gade Eveline.

Zwevegem

Van onze verslaggeefster

Nica Broucke

'Neen, ik ben niet met mijn hemelsblauwe cabrio-Cadillac gekomen", zegt Panamarenko, die er in zijn kaki legerjasje zeer patent uitziet. "We hadden geen zin om nat te worden." Vrouw Eveline Hoorens - hooggehakt, in assorterend zwart uniformjurkje - wijkt geen moment van de zijde van haar geridderde kunstenaar. "Kijk, hij heeft zelfs zijn paars lintje opgespeld", lacht ze. Panamarenko's 'luchtvliegboot', de Scotch Gambit (1998), is een van de pronkstukken van Eclips, de indrukwekkende groepstentoonstelling die Deweer naar aanleiding van de vijfentwintigste verjaardag van de galerie op de site van de voormalige Eectrabel-elektriciteitscentrale in Zwevegem opzet en waarvoor naast nieuw werk vooral stukken uit de - aanzienlijke - reserve werden bovengehaald van kunstenaars als Tony Cragg, Jan Fabre, Nedko Solakov, Johan Tahon, Hans Vandekerckhove, Koen Van Mechelen, Thomas Lange en andere (internationaal) klinkende namen. De West-Vlaamse galerist verwierf Panamarenko's zwevend watertuig, dat voor kort nog in de Floraliahal van het S.M.A.K. stond, enige tijd geleden en gaf het, tot voldoening van zijn schepper, een nieuwe, (openlucht-)haven op de site. Panamarenko: "In het begin stond de Gambit zeer goed in het S.M.A.K. omdat men er wandelpaden en ballustrades rond had geplaatst. Maar die verdwenen na verloop van tijd. Het tuig werd ook nooit schoongemaakt, we hebben de zakken met duivenstront gehouden als bewijs (lacht). Hier staat hij schoon, vooral als hij blinkt in de zon."

Wat hij vindt over het 25-jarige bestaan van galerie Deweer, vraag ik nog snel terwijl de stem van de voormalige directeur van het S.M.A.K., Jan Hoet, door de micro schalt. "Wel, hij doet nog altijd zijn best hé. Hij houdt het goed vol en hij doet het gelijk nog beter dan ik dacht in het begin."

"Ik hoorde voor het eerst van Marc Deweer toen hij zo'n vijfentwintig jaar geleden een tiental werken van Panamarenko kocht", gaat Jan Hoet in zijn speech verder. "Dat was toen absoluut niet vanzelfsprekend, want heel veel mensen waren tegen Panamarenko. Panamarenko knikt: "Toen Hoet in 1975 mijn Delta-vliegtuig aankocht, spraken de gazetten er schande van: 'Hadden ze met dat geld maar een tekening van Rubens gekocht!', schreven ze." Inmiddels is Deweer de belangrijkste galerie van Panamarenko geworden, ten nadele van Ronny Van de Velde, die met 'De Luchtschipbouw' in Borgerhout nochtans een prachtig paleis voor de meester had ingericht. "Ik blijf tentoonstellen in het paleis", zegt Panamarenko. "In november toon ik er mijn nieuwe Prova, van het Italiaanse woord voor 'experiment'. - Eveline: "De Hanky Panky Prova" - Het is een auto die met stoomturbines wordt aangedreven, een zeer speciaal model, en de mensen zullen hem kunnen uitproberen." Het beste werk dat hij ooit heeft gerealiseerd", beweert Eveline. "De mensen die zeggen dat ik geen goede dingen meer maak sinds ik getrouwd ben, zullen nogal opkijken", besluit Panamarenko.

Intussen komt een man aarzelend met een catalogus van Deweer aanzetten. Wil de kunstenaar alstublieft zijn handtekening plaatsen? Gezwind zet de generaal zijn signatuur in het boek. "Ik vind dat niet erg, behalve als ze me ineens een stapel affiches willen laten tekenen. Mijn galeristen vinden het een stuk minder, want die handtekening duikt later op in het circuit, naar het schijnt is ze 125 euro waard." Eveline (vertederd): "Hij durft geen neen zeggen."

"Daar waar kunst is, is het centrum van de wereld. Dus ook Otegem", speecht Hoet inmiddels verder. Otegem is inderdaad niet de meest klinkende naam in de internationale kunstwereld, waar steden als Parijs, Londen en New York de plak zwaaien. Toch is de galerie in het onooglijke gehucht bij Kortrijk erin geslaagd een belangrijke speler te worden op de kunstmarkt.

"Ja, hoe komt zoiets", zegt de 58-jarige 'stichter' Marc Deweer. "Het is een passie. Ik heb zelf zo'n drie jaar geschilderd, maar ik had al snel door dat ik slecht was. Ik heb me altijd vragen gesteld over dingen die me onbekend waren en ik had het gevoel dat kunst me die antwoorden kon geven. Ik ben begonnen als verzamelaar toen ik zo'n jaar of 24 was. Ik had toen al het tapijtenbedrijf van mijn vader overgenomen. Vader is begonnen als wever van dekzeilen voor vrachtwagens. De kunstenaars die toen goed lagen in België, Octaaf Landuyt en zo, gaven me geen voldoening. Ik was erg onder de indruk van de Amerikaanse popart, maar dat was toen al onbetaalbaar. Dus ben ik me gaan toeleggen op Britse popart. Begin jaren tachtig heb ik drie tentoonstellingen met David Hockney gemaakt op mijn zolderkamer in Otegem.

"En beetje bij beetje is dat gegroeid, toen we burelen voor het bedrijf moesten bouwen heb ik een aparte etage voorbehouden voor de galerie. Later heb ik Jo Coucke (thans artistiek directeur van Deweer Art Gallery, NB) aangezocht om voor ons te komen werken. Neen, ik heb er nooit aan gedacht om naar Brussel of Antwerpen te trekken. Voor collega's-galeristen blijf ik echter 'die tapijtenboer van de Vlaanders'. Tja, ik ben nu eenmaal commercieel ingesteld, maar ik ben ook geboeid door de kunst. Ik sta met het ene been in de realiteit en met het andere been zweef ik. Mijn twee zoons hebben elk een been van mij, zij zullen beetje bij beetje de galerie overnemen."

De speeches zijn achter de rug, de flessen schuimwijn knallen. Met Jan Hoet, die drie weken geleden werd geopereerd ("Ik heb vijf uren onder narcose gelegen. De dag nadien ben ik met mijn chirurg op restaurant gegaan!"), neem ik plaats aan een aluminium sculptuur. "Van wie is dát? Van Tony Cragg? Wel het is zeker niet zijn beste werk!" Het is duidelijk: Belgiës beroemdste kunstpaus heeft nog niets van zijn legendarische gedrevenheid verloren. "Ik respecteer Marc Deweer vooral omdat hij gepassioneerd bezig is", antwoordt hij desgevraagd, "zich niet met netwerken bezighoudt en niet speculatief denkt. Hij gelooft in de kunstenaar, zelfs als die minder goed verkoopt." Een mening die ook gedeeld wordt door Jan Fabre, van wie hier onder meer het sensationele Umbraculum, een installatie van sculpturen in - menselijk - bot te zien is en die tussen tentoonstellingen in Lyon en Lissabon door naar Zwevegem is afgezakt: "Ik ben hier uit loyauteit", zegt hij. "Mark heeft werk van me gekocht toen ik 18, 19 jaar was. Dankzij hem kon ik de huur betalen. Ik heb hem altijd al gewaardeerd voor zijn neus. Neem nu Ilya Kabakov, dat is een totaal oncommercieel kunstenaar en toch heeft Mark hem onder zijn hoede genomen."

"Wat hem ook typeert, en dat heeft Jo Coucke ook", vult Hoet aan, "is dat hij niet in hokjes of richtingen, maar heterokliet omgaat met kunst: hij verenigt zowel het werk van een Sergey Bratkov als dat van Aernout Mik." Het is moeilijk om een gesprek met de directeur van Marta-Herford gaande te houden, want Hoet wordt constant aangeklampt. "Gij kent me niet meer hé", komt een man met Kempische tongval tussen. "Het is 57 jaar geleden dat we elkaar hebben gezien. Ik ben Jan De Koning." "Wacht ne keer, dat zegt me iets. Nondedju, ja, zat gij ook niet op het college van Turnhout?" Er moet iets in het drinkwater van het pensionaat gezeten hebben, want ook De Koning ontwikkelde, als verzamelaar, een passie voor hedendaagse kunst. "Zoude gij dit eens willen tekenen?", vraagt een (andere) zestiger die een foto van Hoet met bokshandschoenen voorhoudt. "Ik ben bakker in Oerselgem, nu drie weken met pensioen. In mijn bakkerij hingen litho's van Raveel, naar wie ik brieven over kunst heb geschreven. Toen Raveel in 1985 mijn bakkerij bezocht en ik hem vroeg wat hij van mijn correspondentie vond, zei hij: 'Eric, iemand die met kunst bezig is is altijd goed bezig.' Ik wilde de kunst naar de mensen brengen: brood en kunst haha!" En ja hoor, ook bakker Rapoye koopt Panamarenko: "Het is al dertig jaar dat ik met kunst bezig ben. Ik koop verschillende dingen, ook Jan Van Riet en zo. Ik ben zot van kunst!" Indrukwekkend, dat vindt ook Hoet. "Hebt gij een kaartje?", vraagt hij. Wie zei ook alweer dat (hedendaagse) kunst enkel een klein, elitair, clubje kan boeien?

Eclips/25 jaar Deweer Art Gallery loopt tot 21 november in Transfo, Paul Ferrardstraat 15-21 in Zwevegem. Info (Deweer): 056/64.48.93. www.artside.be/deweer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234