Donderdag 11/08/2022

Expo u In het Naamse Ropsmuseum vloeit het absint weer

Wezenloos voor zich uit starende mannen en vrouwen, eenzaam aan een tafeltje of gevat in drukke caf�-interieurs. Het fatale glas is de as waar alles om draait

De vloek van de groene fee

Geen aperitief schopte het zo ver in de kunstgeschiedenis als het beruchte absint, het glaasje troost van burger en bohémien. Het werd ooit verboden, maar keerde terug in een hippe loungeversie. Vandaag waart de groene fee door de zalen van het Naamse Ropsmuseum.

Was het de kleur - dat tegennatuurlijke groen, geen gras of kroos maar de bittere belofte van gif - die onze fascinatie voor absint in de hand heeft gewerkt? Het ritueel van schenken en verdunnen? De woorden die we gebruiken om erover te spreken ? De alsemplant heet voluit Artemisia Absinthium. Het kon de naam van een sensuele vrouw zijn, met een epitheton als een staart vol venijn.

De distillatie lijkt wel een experiment in het laboratorium van een alchemist, tussen dampende, borrelende kolven en embryo's in bokalen met formol. Bedenk ook welke ingrediënten de schilders gebruikten om hun groene verf te bereiden: vitriool, koperoxide, arsenicum, ammoniak, azijnzuur. Er is wat aan de hand met drankjes die er uit zien als vergif en melkachtig wit kleuren als je ze aanlengt met suiker en koud water. Arabesken van opaal kringelen dan in het glas omhoog, als wolkjes parfum op een affiche in art nouveau. Dat laatste is geen toeval. Een hele generatie kunstenaars droeg het aperitief op handen en verlustigde zich in de opwindende of kwalijke gevolgen van de groene fee, de feeks die haar slachtoffers betoverde en ook wel als Notre Dame de l'Oubli door het leven ging. Wie te veel absint slurpte, was absent, weg van de wereld.

Een literaire legende was geboren, het zoveelste cliché dat in één adem met bohème en decadentie uitgesproken werd. Denk aan de dichter Verlaine en je ziet een grijsaard met glazige ogen achter zijn tafeltje in de kroeg. Voor hem staat de zoveelste louche, de met water aangelengde wolk absint. Het aperitief om vijf uur in de namiddag was 'het groene uur' op de boulevards.

In For Whom the Bell Tolls roemde Hemingway het goedje als " opaak, bitter, verdovend, opwarmend... vloeibare alchemie". Het zal wel, maar de designerdrug van de artiesten was een sociale gesel geworden. Het brouwsel dat sinds Hippokrates werd gebruikt als medicijn tegen zowat alle kwalen was in het begin van de negentiende eeuw door Pernod gecommercialiseerd, tot 125.000 liter per dag in 1896. Van de cabarets in Montmartre stootte het door naar de arbeiderswijken, voor vijf centiemen per glas. Het schadelijke ingrediënt thujon veroorzaakte hallucinaties en woedeaanvallen. De Liga tegen het Alcoholisme richtte dan ook al zijn pijlen op het absint. Het lijkt er op dat het aperitief uit de geile, goddeloze grootstad een gemakkelijke zondebok was. Een gezond volk dronk toch wijn ? In 1907 opende de linkse krant Le Matin met de kop "Tous pour le vin contre l'absinthe!". Met steun van de wijnlobby haalde de Liga zijn slag thuis. Absint werd in België verboden in 1905, in Frankrijk in 1915. Pernod schakelde prompt over op pastis. Vandaag mag absint weer, maar met de schadelijke ingrediënten is ook de smaak verdwenen. Wat er op de markt komt, is een lege doos.

Dat Marie-Claude Delahaye, conservator van het Musée de l'Absinthe in Auvers-sur-Oise, deze tentoonstelling uitgerekend in het Félicien-Ropsmuseum mocht opzetten verbaast niemand die de reputatie van de tekenaar kent. Rops frequenteerde de Parijse ateliers en de volksbals waar stevig werd gedronken. Op enkele van zijn mooiste etsen heeft hij laveloze, uitgeteerde vrouwen afgebeeld. Rops was lang niet de enige en de uitstekende expositie bestaat dan ook haast uitsluitend uit schilderijen en tekeningen die artiesten aan de groene fee hebben gewijd.

De iconen van de absintrage in de beeldende kunst, doeken van Degas, Manet en Van Gogh of Picasso kwamen niet naar Namen. Wat madame Delahaye er heeft opgehangen is de reis echter meer dan waard. Talloze wezenloos voor zich uit starende mannen en opvallend veel vrouwen werden over de zalen verspreid, eenzaam aan een tafeltje of gevat in drukke café-interieurs. Het fatale glas is de as waar alles om draait. Een enkele keer geven het plezier en de befaamde convivialité die de opulente affiches van absintfabrikanten beloven de toon aan. De tekenaar Opisso-Sala zet kroegtijgers als Henri de Toulouse-Lautrec en Oscar Wilde neer als personages in een stripverhaal. Daumier is grimmiger. Zijn litho's zijn pareltjes van observatievermogen. Maar de groene draad door de expositie wordt afgewikkeld door taferelen van waanzin en verval. Op een doek van Philippe Zacharie uit 1909 heeft een arbeider zonet vrouw en kind om het leven gebracht. Hij richt het pistool op de toeschouwer en houdt met de andere hand een fles absint omhoog. Het schilderij was een opdracht van de Liga tegen het Alcoholisme. Kees van Dongen heeft de roes van een dronken vrouw gevat in grillige lijnen. Karikaturist Hansi laat een skelet het glas bijvullen van een man die Schopenhauer leest. Op La Muse verte van Albert Maignan (1895) brengt een groene deerne het hoofd van een schrijver op hol tussen de lege flessen op de vloer van zijn zolderkamer. De man is gek geworden en staat op het punt zijn manuscripten in de kachel te gooien.

Het beste wat er in Namen te zien is, werd door landgenoten geschilderd. Naast Rops en Rik Wouters' delicate tekening van een vrouw die van haar glas nipt, kreeg de Absintdrinkster (1907) van Léon Spilliaert, een hallucinerende gestalte met opengesperde ogen, terecht een centrale plaats. Misschien is Evenepoels schilderijtje L'Absinthe au café (1897) wel het ideale sluitstuk voor deze helse parade. Het wervelende, bewust onafgewerkte tafereel speelt zich af in een overvol café waar de koorts van het moderne leven woedt - een asiel van klatergoud, een pechstrook voor al wie optrekt met groene en andere coryfeeën.

Eric Min

Tot 21 augustus in het Musée provincial Félicien Rops, Namen.

081/22.01.10 of www.ciger.be/rops

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234