Zaterdag 28/05/2022

InterviewMary Ellen O’Toole

FBI-profiler: ‘De manier waarop Steve Bakelmans zich van het bewijsmateriaal heeft ontdaan, is veelzeggend’

null Beeld RV
Beeld RV

Op het assisenproces tegen serieverkrachter Steve Bakelmans hoopt de familie van Julie Van Espen eindelijk een antwoord op al haar vragen te krijgen. Wie is de dakloze man die het meisje heeft verkracht en vermoord? Waarom heeft hij zich aan Julie vergrepen? En is hij, na twee eerdere veroordelingen voor verkrachting, wel te behandelen? FBI-profiler Mary Ellen O’Toole: ‘Dat wordt heel moeilijk. Bij seksuele roofdieren moet je eigenlijk ingrijpen als ze nog kind zijn, maar op zo’n leeftijd stel je zelden de juiste diagnose.’

Ayfer Erkul

Mary Ellen O’Toole heeft psychopaten verhoord zoals Gary Ridgway, de Green River Killer, of seksuele sadisten zoals David Parker Ray, die genoot van het folteren van vrouwen met zagen, zwepen en kettingen en van tientallen moorden wordt verdacht. De afgelopen veertig jaar heeft O’Toole alle denkbare vormen van geweldmisdaden onderzocht. Ze was bijna dertig jaar gedragsdeskundige of profiler binnen de FBI, de federale politie en inlichtingendienst in de VS, en sinds tien jaar is ze directeur van het departement Forensische Wetenschappen aan de George Mason University in Fairfax, Virginia.

We stuurden O’Toole vóór het interview enkele artikels op over Julie Van Espen, het meisje dat op 4 mei 2019 door de dakloze Steve Bakelmans van haar fiets is getrokken, verkracht en vermoord. Na zijn arrestatie bleek dat de man een gevuld strafblad had: diefstallen, drugsdelicten en twee veroordelingen voor verkrachting. De eerste keer in 2004, toen hij zich had vergrepen aan een vrouw van 58, en de tweede keer in 2017, toen een ex-vriendin het slachtoffer was. Eén detail viel O’Toole onmiddellijk op in de zaak-Van Espen: “De manier waarop de man zich van het bewijsmateriaal heeft ontdaan, is heel bijzonder en veelzeggend.”

Nadat Steve Bakelmans het meisje had vermoord, niet ver van de Theunisbrug aan het Antwerpse Sportpaleis, verborg hij haar lichaam en gooide hij haar bebloede kleren enkele tientallen meters verder weg. Het fietsmandje dumpte hij op het oefenterrein van de Antwerp Giants, waar hij ook haar handtas en identiteitspapieren in een vuilnisbak wierp. Daar hangen duidelijk zichtbaar enkele veiligheidscamera’s. Daarna keerde Bakelmans terug naar de plaats delict en gooide hij het lichaam van Julie Van Espen in het Albertkanaal.

Mary Ellen O’Toole: “Iemand die de moeite neemt om het bewijsmateriaal te doen verdwijnen, is heel helder van geest, en gaat ook georganiseerd en strategisch te werk. Zeker als hij de bewijzen op verschillende plaatsen dumpt. Het lijkt ook alsof hij het niet erg vond dat er camera’s hangen. Sommige misdadigers nemen graag risico’s op plaatsen waar veel mensen komen. Hij lijkt me zo iemand: het lijkt hem niet te kunnen schelen dat mensen hem zouden kunnen opmerken.”

Wat zegt de keuze van het slachtoffer over de misdadiger? Eerder had hij een 58-jarige vrouw verkracht die hij niet kende, en later een ex-vriendin, telkens in hun eigen huis. Julie Van Espen kruiste toevallig zijn pad. Het zijn drie verschillende types vrouwen.

O’Toole: “De locatie en de keuze van de slachtoffers zeggen veel over de impulsiviteit van een dader. Sommige seriemisdadigers opereren op verschillende locaties en kiezen verschillende slachtoffers uit: jong, oud, man, vrouw, wit of van kleur. Dat zijn de daders die eerst een boterham aanvaarden van een vrouw en daarna denken: hé, die kan ik verkrachten (zoals Bakelmans bij zijn eerste slachtoffer, red). Of ze komen iemand tegen aan een bushalte en denken: waarom niet? Ze staan niet stil bij de gevolgen van hun daden op lange termijn. Anderen zijn helemaal niet impulsief. Gary Ridgway, bijvoorbeeld, is veroordeeld voor de moord op 49 vrouwen, maar hij heeft 71 moorden bekend. Zijn slachtoffers waren bijna altijd kwetsbare vrouwen – prostituees en weggelopen meisjes. Hij lokte ze mee naar zijn huis, zijn truck of een afgelegen plaats. Daar wurgde hij hen en hij dumpte hun lichaam in een verlaten gebied, zodat het niet snel ontdekt zou worden. Hij ging jarenlang op die manier te werk.”

Hoe belangrijk is het om dat patroon van impulsiviteit te doorgronden?

O’Toole : “Heel belangrijk. Zo kun je de zaak misschien linken aan andere, onopgeloste feiten waarbij de dader impulsief gedrag vertoonde.”

'Sommige mensen staan ’s ochtends op met het voornemen om op iemand te jagen en die te verkrachten.' Beeld The Washington Post via Getty Im
'Sommige mensen staan ’s ochtends op met het voornemen om op iemand te jagen en die te verkrachten.'Beeld The Washington Post via Getty Im

U denkt dat Steve Bakelmans meer dan drie slachtoffers heeft gemaakt?

O’Toole: “Dat lijkt me aannemelijk. Voor zover bekend heeft hij zijn eerste verkrachting gepleegd op zijn 23ste. Dat is al een gevorderde leeftijd om voor het eerst een seksuele misdaad te plegen. Maar lang niet alle vrouwen dienen een klacht in.”

Waarom vindt u 23 jaar te oud voor een eerste seksuele misdrijf?

O’Toole: “We weten dat daders van seksuele misdaden al op erg jonge leeftijd problematisch gedrag vertonen. Dat hoeven daarom geen verkrachtingen te zijn. Gary Ridgway had op zijn 16de een kleine jongen neergestoken. Die 6-jarige kwam gewoon voorbijgewandeld en Ridgway kende hem niet, maar liep op hem af en stak hem met een mes. Gelukkig kon het kind vluchten, maar op dat moment had Ridgway een grens overschreden. Tot dan zat het geweld enkel in zijn hoofd. Dat moment moet je zien te vinden bij seksuele misdadigers, en daarop kun je voortbouwen. Sommige vormen van seksueel afwijkend gedrag kunnen zich al manifesteren vanaf de leeftijd van 5 jaar en als er niet wordt ingegrepen, ontaarden die tijdens hun tienerjaren in seksuele agressie.”

Over welk afwijkend gedrag hebt u het dan?

O’Toole: “Er zijn veel gradaties in seksueel afwijkend gedrag. De mildere vormen, zoals voyeurisme, hoeven niet noodzakelijk een probleem te zijn. Maar bij de gewelddadigste varianten raken mensen seksueel opgewonden door bijvoorbeeld anderen te folteren.

“Er wordt nog over gediscussieerd of dat gedrag aangeleerd dan wel aangeboren is. Ik denk dat het een combinatie van beide is. Dat gedrag ontwikkelt zich op jonge leeftijd, vaak na een trauma, bijvoorbeeld als het kind lange tijd seksueel is misbruikt of als het getuige was van ernstig seksueel misbruik binnen de familie. De eerste vijf jaar zijn erg belangrijk in het leven van een kind. Dan leert het hoe het anderen moet behandelen. Ouders en andere familieleden zijn rolmodellen, maar als die niet deugen, dan leren kinderen niet wat empathie of normaal seksueel gedrag is.”

Steve Bakelmans zegt dat hij is misbruikt door zijn stiefgrootvader, die intussen overleden is.

O’Toole: “Lang niet alle slachtoffers van pedofilie worden later verkrachters, dat wil ik toch benadrukken. Maar in sommige gevallen gebeurt het wel, dan raken seks en geweld op jonge leeftijd verstrengeld in het hoofd van het slachtoffer. Nog gevaarlijker wordt het als dat gebeurt bij een gewetenloze psychopaat. Dan verdwijnen alle schuldbesef en empathie voor de slachtoffers. Gary Ridgway is zo’n psychopaat. Hij had een obsessie voor prostituees, hen vermoorden wond hem op. Hij was berekend en koelbloedig: hij is decennialang kunnen doorgaan.”

Hoe herkent u een psychopaat?

O’Toole: “Dat is vaak moeilijk. Er bestaan testen om te achterhalen of iemand een psychopaat is. Psychopathische trekken zijn aangeboren, je treft ze aan bij één procent van de bevolking. In het algemeen zijn het mensen die geen empathie hebben, heel kil en ongevoelig zijn, en volledig op zichzelf gericht leven. Ze zijn gewetenloos, maar komen vaak heel charmant over, en zijn erg manipulatief. Ze zullen niet aarzelen om hun charmes te gebruiken om te krijgen wat ze willen. Sommigen worden CEO of politicus, maken carrière en sterven op hoge leeftijd zonder dat ze een misdaad hebben begaan. Anderen gaan verkrachten en moorden, en het psychopathische karakter herken je aan hun werkwijze: berekend, zonder veel emotie. Er gaat geen passie mee gepaard, ze verkrachten vrouwen niet uit jaloezie of haat. Ze zijn louter objecten voor hen.”

De familie van Julie Van Espen noemt Steve Bakelmans een psychopaat. De psychiater die hem heeft onderzocht na zijn tweede verkrachting oordeelde dat hij een antisociaal karakter heeft, narcistisch is en geen empathie kent.

O’Toole: “Psychopathie is een heel ernstige vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP). Mensen met ASP vertonen impulsief en vaak ook crimineel gedrag. Ze zijn roekeloos, manipulatief, op zichzelf gefocust en trekken zich niets aan van normen en waarden.”

Steve Bakelmans heeft al jaren in de cel gezeten voor twee eerdere verkrachtingen. Heeft een gevangenisstraf wel zin bij seksueel delinquenten?

O’Toole: “Iemand met een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft die voor de rest van zijn leven. Daar bestaat geen magische pil tegen. Wanneer het over seksuele misdaden gaat, weet ik uit ervaring dat het zo goed als onmogelijk is om de daders nog te veranderen. Je zou hen moeten behandelen als ze nog kind zijn, maar slechts heel zelden wordt op die leeftijd al de juiste diagnose gesteld. Misschien kun je een tiener of een jongvolwassene nog behandelen, als die zijn eerste agressieve daden heeft gepleegd. Maar volwassenen van wie de hersenen volgroeid zijn? Dat wordt moeilijk. Ik weet niet hoe je hun drang om zware misdaden te plegen zou kunnen stoppen, behalve door hen in een instelling op te sluiten en een behandeling laten ondergaan.

“Ik ken Steve Bakelmans niet. Misschien zijn er in zijn geval wel verzachtende omstandigheden.”

Is dronkenschap een verzachtende omstandigheid? Hij zegt dat hij dronken was, en onder invloed van drugs, toen hij zijn misdrijven pleegde.

O’Toole: “Ik heb al zo vaak daders horen zeggen dat ze onder invloed van drugs of alcohol waren. Het is mogelijk dat hij zichzelf daardoor niet in de hand had, maar evengoed had het hem er ook van kunnen weerhouden om te verkrachten. Wie drinkt, wordt niet alleen losser in zijn gedrag, maar raakt ook versuft. Dan kijk je als onderzoeker beter naar de plaats delict en de handelswijze: wat heeft de dader met het bewijsmateriaal gedaan? Als die dronken of gedrogeerd was en zichzelf niet meer in de hand had, zou die niet denken: ik moet snel die fiets wegmoffelen, dat mandje wat verder weggooien en me daarna van dat lijk ontdoen.

“Je kunt ook proberen na te gaan of iemand jacht maakte op zijn slachtoffers, dus roofdiergedrag vertoonde. Je hebt mensen die ’s ochtends opstaan en zich voornemen op iemand anders te jagen en die te verkrachten.”

Hoe kunt u dat te weten komen?

O’Toole: “Door te onderzoeken hoe de dader zijn slachtoffer heeft benaderd. Is de moord in koelen bloede gepleegd? Heeft de dader zich eerst op een strategische plaats verstopt? Heeft hij zijn slachtoffer gevolgd om in een donkere steeg te kunnen toeslaan? Tijdens gesprekken met serieverkrachters en seriemoordenaars valt telkens op hoezeer die mannen genieten van het vooruitzicht van de misdaad. Zoals jij en ik ons verheugen op een dagje shoppen en ons al afvragen wat we zouden kopen, plannen zij hun volgende daad. Als je dat roofdiergedrag opmerkt, kun je er zeker van zijn dat de dader niet stomdronken of stoned was: zo’n roofdiertype kan alleen succesvol toeslaan als het helder nadenkt en strategisch handelt.”

Kan een verkrachter uit zichzelf stoppen met verkrachten?

O’Toole: “Neen. Nu ja...”

U aarzelt?

O’Toole: “Het is moeilijk om een algemeen antwoord op die vraag te geven. Het zou kunnen dat een dader één keer iemand verkracht en het daarbij laat. Maar wanneer het slachtoffer een volslagen onbekende was voor de dader, blijft het niet bij één misdrijf. Dan heeft hij bewust een prooi gezocht. Dat is eigen aan roofdieren: die stoppen niet nadat ze één prooi hebben verschalkt.”

‘Ik heb advies gegeven aan de makers van de Netflix-serie ‘Mindhunter’. Die is erg herkenbaar: de seriemoordenaar Edmund Kemper ziet er in het echt bijna identiek uit.’ (Foto: uit de Netflixserie ‘Mindhunter’.) Beeld Merrick Morton/Netflix
‘Ik heb advies gegeven aan de makers van de Netflix-serie ‘Mindhunter’. Die is erg herkenbaar: de seriemoordenaar Edmund Kemper ziet er in het echt bijna identiek uit.’ (Foto: uit de Netflixserie ‘Mindhunter’.)Beeld Merrick Morton/Netflix

DATINGADVIES

Hoe bent u bij de FBI terechtgekomen?

O’Toole: “Ik was al heel jong geboeid door seriemoordenaars en gruwelijke misdaden. Ik wilde weten waarom mensen zulke dingen deden. Dat zit wel in de familie. Mijn moeder was stenograaf bij J. Edgar Hoover, de eerste baas van de FBI. En mijn vader was FBI-agent. Toen ik jong was, mochten vrouwen er geen agent worden. Pas na de dood van Hoover in 1972 werd dat mogelijk. Enkele jaren later heb ik mijn kans gewaagd en ben ik aangenomen.”

U werkte vanaf eind jaren 70 bij de Behavioral Analysis Unit, de FBI-eenheid die in de Netflix-serie Mindhunter wordt geportretteerd.

O’Toole: “Ik heb zelfs advies gegeven aan de makers. De serie is erg herkenbaar. De seriemoordenaar Edmund Kemper ziet er in het echt bijna hetzelfde uit: een enorme vent van meer dan 2 meter groot, die zo’n 200 kilogram weegt. Hij heeft zes studenten, zijn moeder, een vriend en zijn grootouders vermoord. Hij was ook een necrofiele verkrachter. Maar toen ik met hem ging praten, zei hij: ‘Mary Ellen, kun jij me datingadvies geven?’ (lacht)

Wat fascineert u zo aan seriemoordenaars?

O’Toole: “Alles. Het doet iets met je als je met iemand praat die voor 49 moorden is veroordeeld, zoals Gary Ridgway. Zeker toen hij de moorden één voor één begon te beschrijven. Hoe hij ze had gepleegd, en waarom. Soms werd hij boos. Vooral als ik bleef doorvragen of hij het niet erg vond voor zijn slachtoffers.

“Ik heb maandenlang intens contact met hem gehad. Ik zat in het team dat hem na zijn arrestatie de moorden moest doen bekennen, en hij moest ook aanwijzen waar hij de lichamen had gedumpt.”

Op videobeelden van die verhoren zit u vlak naast hem.

O’Toole: “Dat was een tactiek. Zo kon ik af en toe zijn elleboog aanraken en zeggen: ‘Gary, hoe voelde het? Vertel het mij maar.’ Hij ging snel tot bekentenissen over. Hij praatte ook heel graag. Hij had een telefoon in zijn cel en mocht mij altijd bellen als hij zich nog een detail herinnerde waarmee we een slachtoffer konden identificeren. Dat deed hij om de haverklap. Toen ik thuis een etentje had, rinkelde mijn gsm: het was Ridgway, en ik begon in bedekte termen met hem te praten. Eén van de tafelgasten vroeg geïrriteerd: ‘Met wie praat je eigenlijk?’ – ‘Met de Green River Killer’, siste ik terug. Ze werd bleek, liet het stuk kaas uit haar handen vallen, trok haar man mee en stapte naar buiten. Ik heb hen nooit meer gezien. Dan besef je wel dat je met andere dingen bezig bent dan de rest van de wereld.”

Hielp het bij de ondervragingen dat u een vrouw was?

O’Toole: “Soms wel. Veel van die mannen hebben vrouwen verschrikkelijke dingen aangedaan, maar het viel me op dat ze allemaal graag met vrouwen praten. Ik denk dat ze makkelijker loskwamen bij mij dan bij mijn mannelijke collega’s. Ik ben ook niet zo groot, ik heb een zachte stem en kom niet intimiderend of bedreigend over. Ik luisterde vriendelijk zonder hen te veroordelen, en zonder boos te worden of hen boos te maken.”

Terwijl ze u vertelden hoe ze een vrouw in stukken hadden gesneden of het lijk hadden verkracht?

O’Toole: “Dat maakt deel uit van onze opleiding. Het heeft geen zin om een seriemoordenaar boos te maken, want dan klapt hij dicht. Maar wij wilden net zoveel mogelijk leren over wat er in hun hoofd omging.

“Ze vertellen ook heel graag over hun moorden en verkrachtingen. Veel gewone misdadigers hebben spijt over wat ze gedaan hebben. Maar seriemoordenaars niet, die hadden er veel plezier in. Sommigen hebben ook gevoel voor humor. Niet als ze over hun folterpraktijken praten, natuurlijk. Maar ze zijn op hun manier charmant, zelfs mannen als Edmund Kemper, van wie je weet dat hij seks met lijken heeft gehad. Ze schepten op tegen mij en vergeleken zich graag met andere geweldenaars.”

Vroegen ze u ook uit, zoals Hannibal Lecter deed bij Clarice Starling in de film The Silence of the Lambs?

O’Toole (lacht): “Helemaal niet! Dat was een heel goede film, maar niet echt waarheidsgetrouw. De seriemoordenaars die ik heb gesproken, waren niet in mij geïnteresseerd. Met een psychopaat kun je ook geen relatie opbouwen. Voor hen betekende ik niets, ze stelden mij nooit vragen. Ze waren alleen bezig met hun eigen misdaden.”

‘Gary Ridgway had een obsessie voor prostituees, en hen vermoorden wond hem op. Hij was berekend en koelbloedig: hij is decennialang kunnen doorgaan.’ Beeld Getty Images
‘Gary Ridgway had een obsessie voor prostituees, en hen vermoorden wond hem op. Hij was berekend en koelbloedig: hij is decennialang kunnen doorgaan.’Beeld Getty Images

BOMBRIEVEN

U was ook betrokken bij het onderzoek naar de Unabomber en de Zodiac Killer.

O’Toole: “Ted Kaczynski, zoals de Unabomber heette, was een hyperintelligente anarchist, die zich kantte tegen de industrialisering. Hij woonde in een hutje in een bos, en begon in 1978 met zijn bombrievencampagne tegen universiteiten en vliegmaatschappijen. In 1995 stond ik samen met een collega op de redactie van The Washington Post. Kaczynski had een manifest naar alle kranten gestuurd en geëist dat dat gepubliceerd zou worden. Geen enkele krant was bereid dat te doen. Wij probeerden de hoofdredacteur van The Washington Post te overtuigen het toch te publiceren, want mogelijk gebruikte de dader in dat document uitdrukkingen die hem konden verraden. En inderdaad, zo is hij uiteindelijk geïdentificeerd.”

De Zodiac Killer is nooit gevat.

O’Toole: “Die zaak heeft jaren aangesleept, en dat is heel frustrerend. De Zodiac Killer heeft tussen eind 1968 en eind 1969 in totaal 37 mensen vermoord, en hij is plots gestopt. Zijn slachtoffers waren vooral jonge koppels in de regio rond San Francisco. Hij heeft een aantal cryptische brieven aan regionale kranten geschreven en dreigde met nog meer moorden als die niet werden gepubliceerd. Ik werd in de jaren 90 bij het onderzoek betrokken, toen er plots een nieuwe brief opdook. Maar de dader is nooit gevonden. Ik vermoed dat hij intussen gestorven is.”

Na uw carrière bij de FBI hebt u een boek voor slachtoffers van zware misdaden geschreven, Dangerous Instincts. De rode draad: we mogen niet zomaar iedereen vertrouwen.

O’Toole: “Dat heb ik geschreven omdat ik keer op keer heb gemerkt hoe makkelijk mensen zich lieten misleiden. Hoe ze zomaar een onbekende binnenlieten in hun huis. Ook de loodgieter die ze niet hadden gebeld. Of hoe ze naïef meegingen met iemand die zich uitgaf voor een politieagent. Veel mensen geloven dat ze een soort inwendige barometer hebben die hun vertelt of iemand potentieel gevaarlijk is. Maar dat is onzin. We gaan op de verkeerde kenmerken af. Hoe intelligent en nuchter we ook zijn, we denken al snel dat iemand met een mooie job en een deftig pak geen slechte mens kan zijn. En dat onze buurman, die iedere week het gras afrijdt en zijn huis onderhoudt, geen kwaad in de zin kan hebben.”

Nu klinkt u erg paranoïde.

O’Toole: “Ik heb veel kritiek gekregen. Mensen vroegen me of ze dan niemand meer mochten vertrouwen. Maar ik wilde hen gewoon waarschuwen: nodig de eerste de beste die je online ontmoet niet bij je thuis uit, zonder zijn achtergrond te kennen.

“Gary Ridgway zag er heel zachtaardig uit, en vooraan in zijn truck lagen speelgoedautootjes van zijn zoontje. Dat stelde de vrouwen gerust: een vader die er niet bedreigend uitzag, kon toch niet gevaarlijk zijn? Enkele minuten later wurgde hij hen. Ook in een bar laat je te snel alle voorzichtigheid varen, maar juist daar is het risico groter.”

Er is bij ons een golf van getuigenissen van jonge vrouwen die aangerand werden nadat ze in een bar waren verdoofd.

O’Toole: “Je moet er waakzaam zijn. De politie bellen hoeft niet meteen, maar neem je drankje mee als je naar het toilet gaat. Dat klinkt niet leuk, maar alleen als je voorzichtig bent, kun je onheil proberen te voorkomen.”

Bent u ooit bang geweest voor de serie-moordenaars en de serie-verkrachters die u hebt verhoord?

O’Toole: “In mijn job ben ik maar één keer bang geweest: toen ik de dag na 9/11 het vliegtuig moest nemen. Ik moest naar een proces aan de andere kant van het land, en ik moest mezelf moed inspreken om in het vliegtuig te stappen. Maar voor het overige word ik altijd beschermd door een team agenten, die buiten aan de deur de wacht houden. In vergelijking met politieagenten die iedere dag auto’s doen stoppen en mensen aanhouden zonder te weten hoe gevaarlijk die zijn, was mijn job heel veilig.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234