Zondag 25/09/2022

Filmhuis van 'Lord of the Rings' is klaar voor de sloop

De trieste ondergang van New Line Cinema, 'het huis dat Freddy Krueger bouwde'

Van 'Nightmare on Elm Street' tot 'Lord of the Rings': aan blockbustersuccessen geen gebrek op het palmares van New Line Cinema. En toch ligt de veertigjarige geschiedenis van de studio nu in duigen na een reeks flops aan de box office. Het kan verkeren, ook in Hollywood.

Door Andrew Gumbel

Vraag is uiteraard hoe zo'n grote studio zo snel kan verdwijnen. Een verhaal van overmoed, ijdelheid en vooral iets te veel gokken, zo blijkt. Een ondergang met genoeg dramatisch potentieel voor een Hollywoodfilm.

Bob Shaye zou wel eens een van de laatste Hollywoodbazen van de oude stempel kunnen zijn, het soort mannen die in de filmwereld verzeild geraakten uit liefde voor de film in al hun imperfectie en glorie, en niet omdat ze het als een opstapje zagen naar glamour en winst. Maar bovenal zal hij de geschiedenis ingaan als de man die zot genoeg was een gokje van 200 miljoen dollar te wagen en die in één keer het licht op groen zette voor alle drie de delen van Lord of the Rings. Achteraf bekeken een flits van genialiteit, maar tegelijk een indicatie van het gevaarlijke goktrekje dat uiteindelijk zijn lot zou bezegelen.

In Hollywood blijft niets voor altijd duren natuurlijk, maar het verhaal van New Lines dramatische rise and fall is een van die kronieken van dwaasheid, inspiratie, geluk, overmoed en occasionele genialiteit die zich alleen maar in een business zo waanzinnig als de filmwereld kunnen afspelen.

Amper vier jaar geleden kaapte The Return of the King, het laatste deel van de Lord of the Rings-saga, elf Oscars weg, het grootste succes in Hollywood sinds Titanic. Vier jaar later zijn de ramen van New Line zogoed als dichtgespijkerd en wacht de studio op de sloophamer. In februari kondigde Warner Brothers aan dat het New Line opslorpte en Shaye en Michael Lynne, de man die het bedrijf mee oprichtte, op de keien smeet. Afgelopen week begon de afbraak toen aangekondigd werd dat 450 van de 600 werknemers van New Line tegen juni op straat zouden staan. Slechts veertig of vijftig personeelsleden werden nieuwe functies aangeboden binnen het Time Warnerimperium.

Al is het nog niet helemaal voorbij. New Line heeft nog altijd de rechten op één gegarandeerd kassucces - als er zoiets bestaat in de filmwereld tenminste - The Hobbit. Het ziet ernaar uit dat Tolkiens verhaal minstens een en misschien twee films zal opleveren. Peter Jackson, regisseur van de Lord of the Rings-trilogie, zal de productie superviseren, als hij al niet zelf in de regiestoel kruipt.

Wat wel dood en voorbij is daarentegen, is de geest van onafhankelijkheid en rebellie van Shaye, of hij nu lowbudgethorrorfilms als The Evil Dead of Nightmare on Elm Street aan het draaien was, of de winsten daarvan bij elkaar spaarde en in moedige, baanbrekende arthousefilms stak als Robert Altmans Short Cuts of Paul Thomas Andersons Boogie Nights.

Een deel van die geest ging verloren naarmate Hollywood meer en meer een onderneming werd en de films weggekaapt werden door megabedrijven, vooral geïnteresseerd in een marketingproduct dat ze door hun multidistributiekanalen, van betaaltelevisie tot Happy Meals bij McDonald's, konden pompen. Maar de oude spirit ging evenzeer verloren omdat Shaye en zijn naaste medewerkers te rijk en gesetteld werden, en door een reeks van slechte beslissingen en nodeloze ruzies.

Het begin van het einde was de zomer van 2005, toen Shaye een bijna fatale infectie opliep en zes weken in coma lag. Zijn bedrijf zat - nog maar eens - in een cruciale periode. De plannen om The Hobbit in de startblokken te zetten liepen vertraging op na een smerig financieel dispuut tussen New Line en Jackson, dat uiteindelijk tot een rechtszaak leidde. Shaye had ook ruzie met Brett Ratner, regisseur van de lucratieve Rush Hour-franchise, omtrent de winstdeling van het derde deel van de serie.

Overmoedig door het succes van de Harry Potter-films (grootgemaakt door 'papa' Warner Brothers) was New Line gestart met de eerste verfilming van Philip Pullmans His Dark Materials-trilogie. Het bedrijf speelde nog met andere blockbusterideeën, waaronder een megabudgetthriller over een prehistorische haai, die het bedrijf miljoenen kostte aan ontwikkeling. New Line had ondertussen goed gescoord met een aantal komedies met een bescheiden budget, waaronder het Will Ferrellvehikel Elf en de sekskomedie Wedding Crashers, maar er was duidelijk druk om opnieuw met een blockbustersucces af te komen.

Eens hersteld, had Shaye zijn tijd in een van die problemen kunnen steken of in de opvolging van het lijstje van nieuwe titels van zijn chef productie, Toby Emmerich. Maar zijn gedachten zaten elders. Emmerich, die in Hollywood begonnen was als scenarist, had een kinderboek, The Last Mimzy, geadapteerd, en Shaye besloot dat hij het wel eens wou proberen in de regiestoel.

Project IJdelheid, zo leek het wel. De hele affaire deed denken aan David O. Selznicks zelfgeschreven The Paradine Case in de jaren veertig - al was Selznick nog helder genoeg om Ben Hecht aan te werven als herschrijver en Alfred Hitchcock als regisseur. New Line legde, nochtans niet hun gewoonte, geen limiet op het budget. Toen duidelijk werd dat het project niet gemakkelijk te verkopen was, spendeerde de studio miljoenen dollars aan marketing om de trots van de makers niet te krenken op het openingsweekend. Zonder succes: de film werd een regelrechte ramp en verdween zonder een spoor na te laten.

Nieuwe rampen volgden, niet het minst bij de release van de eerste Pullmanverfilming, The Golden Compass, wat de kers op de taart had moeten zijn voor de veertigste verjaardag van New Line in de filmwereld. The Golden Compass leek zo'n gegarandeerde hit dat New Line er meer dan 200 miljoen dollar aan spendeerde, meer dan ze aan de drie Lord of the Rings-films hadden uitgegeven, en meer dan eerder welk ander project tot dan had kunnen losweken.

Tijdens een verjaardagsfeestje van New Line op het New York Film Festival afgelopen september schreed Nicole Kidman, ster van The Golden Compass, over de rode loper van het Lincoln Center terwijl een gospelkoor uitbarstte in een nummer van een andere New Lineblockbuster die de verwachtingen niet kon vervullen, de verfilming van de musical Hairspray. Wie wilde, had toen al de voortekens van de dreigende blunder kunnen opmerken, zoals de afwezigheid van Jackson of iemand anders van de cast van de Rings op de viering. Maar toen The Golden Compass een paar maanden later in de Amerikaanse bioscopen uitkwam, begon de nachtmerrie pas echt.

De Katholieke Liga klaagde dat de film vijandig was tegenover religie. Fans van het boek jammerden ondertussen dat de antireligieuze toon net te fel was afgezwakt. Het eindresultaat was een armzalige prestatie aan de box office voor een film van deze omvang: een schamele 70 miljoen dollar. New Line had misschien nog gered kunnen worden door de ticketverkoop buiten de VS, waar de film het niet onaardig deed, ware het niet dat alle buitenlandse rechten op voorhand al verkocht waren, deels om de monsterlijke productiekosten te compenseren.

Ook de rest van New Line was ondertussen de pedalen kwijt, en was dat eigenlijk al sinds het vertrek van hun getalenteerde chef productie Mike DeLuca, die in 2003 naar DreamWorks was verhuisd. Emmerich, die het van DeLuca overnam, kon het respect van zijn voorganger nooit afdwingen en had niet hetzelfde talent voor komedie (DeLuca lag onder meer aan de basis van Austin Powers), noch voor New Lines traditie van lowbudgethorror. Het Samuel L. Jacksonvehikel Snakes on a Plan, dat groen licht had gekregen van Emmerich, was een flop, net zoals de Jack Blackmusicalkomedie Tenacious D. In de nasleep van het Compass-fiasco kwam daar nog eens een basketbalfilm van Will Ferrell bij, onder de titel Semi-Pro, die een stille dood stierf.

Een teken aan de wand, en dat zag ook Shaye. Hij wist dat zijn contract, nu in handen van de opperheren van Time Warner, vernieuwd of geannuleerd zou worden in 2008. Hij wist ook dat hij niet veel kaarten meer had om uit te spelen. En dus stond hem één ding te doen: zijn dispuut met Peter Jackson snel bijleggen, hetgeen hij vorige december dan ook deed voor een bedrag dat geen van beide partijen wou meegeven, en de mogelijkheid creëren dat de Hobbit-film ergens in de komende drie jaar zou uitkomen.

Het volstond niet. Wanneer hij in het verleden met zijn hoofd tegen de muur was gelopen, was Shaye er altijd in geslaagd op de een of andere manier opnieuw geluk af te dwingen. In het midden van de jaren negentig, toen het bedrijf meer dan 100 miljoen verloor in één kwartaal door mislukkingen als The Long Kiss Goodnight, Last Man Standing en The Island of Dr. Moreau, waren het Mike Myers en Austin Powers die te hulp schoten (in de eerste plaats dankzij de videoverkoop, en niet zozeer de box office). En in 2001 kwam de première van Lord of the Rings net op tijd om de herinnering aan Warren Beatty's flop Town and Country en Adam Sandlers Little Nicky - niet meteen namen die nog een belletje doen rinkelen - te doen vergeten.

Dat het geluk nu op is voor Shaye wil niet zeggen dat hij de geschiedenis niet zal ingaan als een van de pioniers van het hedendaagse Hollywood. De meeste filmgeschiedenissen wijzen naar Miramax en de gebroeders Weinstein als dé verpersoonlijking van onafhankelijk filmen in de jaren tachtig en negentig, niet het minst door hun streetwise werklust en talent om tussen lucratieve commerciële films en prestigieus Oscarmateriaal te laveren. Maar de Weinsteins zouden dat niet gekund hebben als Shaye en Lynne niet al eerder de weg hadden getoond. Eerst als rolmodel, later als onvermijdelijke rivalen.

Toen hij 41 jaar geleden New Line Cinema mee oprichtte, was Shaye een hippie in de ban van de Franse nouvelle vague, die ervan droomde Jean-Luc Godard naar het Amerikaanse publiek te brengen, en misschien wel belangrijker, Godards rusteloze, nieuwsgierige, taboebrekende geest in de Amerikaanse cinema te introduceren. Hij en Lynne werkten aanvankelijk in een appartement op de vijfde verdieping boven een bar in New Yorks Greenwich Village, vanwaaruit ze Reefer Madness, een exploitationklassieker uit de jaren dertig, op universiteitscampussen promootten en Godards documentaire over de Rolling Stones, Sympathy for the Devil, verspreidden.

In 1971 nam Shaye een groot risico door een obscure undergroundregisseur uit Baltimore, John Waters, een hoop geld toe te smijten voor een project over de smerigste mensen op aarde, met onder meer een beroemde scène waarin Waters' vriend Divine, een travestiet, hondendrollen at. De film, Pink Flamingos, kon op een karrenvracht aandacht rekenen en lanceerde de carrières van beide mannen.

Daarna volgde een decennium van lowbudgethorror: eerst The Texas Chain Saw Massacre, dan Night of the Living Dead en vervolgens de duizelingwekkend succesvolle Nightmare on Elm Street-serie. Tot op de dag van vandaag wordt New Line wel eens "het huis dat Freddy Krueger bouwde" genoemd.

In de vroege jaren negentig was New Line - en de arty uitloper Fine Line - een plaats in Hollywood waar alles kon gebeuren. Shaye maakte van Johnny Depp een ster en van My Own Private Idaho een hit. Hij blies nieuw leven in de carrière van Robert Altman met The Player en Short Cuts (al ontstond er een vete tussen de twee mannen over de tijdsduur van die laatste film) en hij lanceerde Paul Thomas Anderson.

De gebroeders Weinstein waren in die tijd hun eigen magie aan het fabriceren met Sex, Lies and Videotape, My Left Foot en The Grifters. En, in navolging van Shaye (en in een poging hen het vuur aan de schenen te leggen) lanceerde Bob Weinstein Dimension Films, dat focuste op lowbudgethorror met onder meer de Scream- en Scary Movie-reeks.

Waarna Shaye hem lik op stuk gaf. Hij trok in 1993 met New Line naar de beurs en verkocht zijn bedrijf het daaropvolgende jaar aan Ted Turner voor meer dan 500 miljoen dollar. De Weinsteins verkochten Miramax aan Disney in dezelfde periode voor 'maar' 70 miljoen - een bron van wrok van hun kant. Shaye rijfde opnieuw geld binnen toen Turner het bedrijf in 1996 verkocht aan Time Warner. Wat het lot van zijn bedrijf ook zou zijn, zijn toekomst was verzekerd.

Was het dat wat hem minder alert maakte? Of was hij te heerszuchtig? Niet meteen: toen hij The Lord of the Rings wegkaapte, nam hij het uit handen van Miramax tegen voorwaarden die hem verplichtten de Weinsteins een deel van de winst te geven. Het was de grootste gok van zijn leven en die loonde de moeite. Maar zoals bij zovele gokkers bleef Shaye voort spelen, en vroeg of laat moest zijn reeks ten einde komen.

© The Independent

Bewerkt door Geert Zagers

Bob Shaye gaat de geschiedenis in als de man die zot genoeg was een gokje van 200 miljoen dollar te wagen en die in één keer het licht op groen zette voor de drie delen van 'Lord of the Rings'. Geniaal maar gevaarlijkAmper vier jaar geleden kaapte 'The Return of the King' elf Oscars weg. Nu zijn de ramen van New Line zogoed als dichtgespijkerd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234