Zaterdag 13/08/2022

ReportageFoorkramers

Foorkramers op de Sinksenfoor: ‘Ik vrees dat steden ons steeds meer naar de rand zullen duwen’

René Bufkens met zijn kinderen in de achtbaan op de Sinksenfoor. Beeld Tim Dirven
René Bufkens met zijn kinderen in de achtbaan op de Sinksenfoor.Beeld Tim Dirven

Veel foorkramers die in Antwerpen zijn neergestreken voor de Sinksenfoor, hebben een bloedband: van de 880 kermisgezinnen in België stamt de meerderheid uit een twintigtal families. ‘Als je met een jongen thuiskomt, kennen je ouders altijd de schoonfamilie al.’

Eline Bergmans

‘Als een wildvreemde een schietkraam koopt, zullen veel foorkramers sceptisch zijn’

René Bufkens (39), eigenaar van vijf reuzenraderen, de rollercoaster, Wild Mouse en de boomstammetjes.

Als de Sinksenfoor ieder jaar groter en spectaculairder wordt, is dat zeker ook de verdienste van René Bufkens. Hij stamt uit een kleinere kermisfamilie - zijn grootouders hadden de botsauto’s, zijn ouders de Wild Mouse en de Decadance - maar hij is vandaag wel een van de grootste ondernemers op de foor.

Bufkens bezit vijf reuzenraderen, samen met zijn Nederlandse neef Toni Denies. “Het rad aan het Brusselse Justitiepaleis en dat aan het Steen in Antwerpen zijn van mij. Verder heb ik het Budapest Eye in Boedapest en het 70 meter grote rad in de Jardin des Tuileries in Parijs. Plus een reizend rad dat vaak in Middelkerke staat.”

Voor zijn eerste rad, het Roue de Paris dat jarenlang op Place de la Concorde stond, telde hij zeven jaar geleden 3,5 miljoen euro neer. “De andere waren duurder”, zegt Bufkens. “Zo’n 5 à 6 miljoen euro per rad, een investering die je er in tien jaar uit kunt halen.”

Maar dan moet het rad wel draaien. De coronaperiode was voor de familie Bufkens een serieuze domper. “Ik ben extra leningen moeten aangaan. Gelukkig mochten de reuzenraderen wel blijven staan. Die dingen breek je niet zomaar af, vandaar dat ik er liever niet mee rondreis op de kermis.”

Het reuzenrad op de Sinksenfoor - “een kleintje”, aldus Bufkens - is niet van hem. Maar hij bezit wel de rollercoaster, de boomstammetjes en de Wild Mouse, drie spectaculaire attracties die de kermis haar pretparkgevoel geven. Hoeveel groter kan de kermis nog worden? “Het kan altijd groter en sneller, maar zelf ben ik vandaag tevreden met wat ik heb.”

Bvba Bufkens heeft dertig personeelsleden in dienst, inclusief een persoonlijke secretaresse. “Het is niet makkelijk om reizend je zaken op orde te houden”, zegt hij.

Zelfs is René Bufkens opgegroeid in een woonwagen. Twee jaar geleden kocht hij een huis in Dilbeek, voor het eerst een woning zonder wielen. “Ik deed het voor de kinderen. Zij zaten op internaat, maar dat werd complex vanwege de voetbaltrainingen waar ze twee keer per week heen moesten. Aanvankelijk vond ik het maar niets, dat huis en die stilte. Maar tijdens corona was het wel fijn om een tuin te hebben. Zo konden we tenminste barbecueën.”

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Vlak voor de coronapandemie uitbrak, kreeg Bufkens ernstige gezondheidsproblemen. “Toen we het rad in Parijs aan het opbouwen waren, heb ik een hartaanval gekregen. Ze hebben me binnenstebuiten gekeerd, en ik blijk dezelfde hartaandoening te hebben als mijn grootvader die op zijn 42ste is gestorven.”

De foorkramer kreeg een inwendige defibrillator die zijn hartritme op peil houdt, en het advies om wat rust in te bouwen. “Alleen hou ik niet van rust. Ik heb liefst veel volk rond mij heen. En ik slaap het best als er wat achtergrondmuziek is. Hard werk, hard feesten. Dat is het motto van een foorkramer.”

Tijdens de Sinksenfoor verblijft Bufkens met zijn gezin weer in zijn woonwagen. “Het blijft mijn favoriete plek”, zegt hij terwijl hij ons voorgaat in zijn wagen. Ook daar ziet Bufkens de dingen groots: uitgevouwen zijn er twee slaapkamers en 100 vierkante meter woonoppervlakte. De wagen is uitgerust als luxeappartement : met vloerverwarming, een kookeiland en een homecinema. “Een foorkramer heeft niet veel vrije tijd. Ik wil het ook op mijn werk comfortabel hebben.”

Als de foor ‘s avonds sluit, zit Bufkens het liefst in de woonwagen bij zijn familie of bij vrienden op de foor. “Ik ben opgegroeid met Geoffrey en Jean-Francois, die een lunapark en een bar hebben op de foor. Onze kinderen zijn elkaars beste vrienden. In de winter gaan onze families samen op vakantie. We zijn dan zeker met dertig. Dan gaan we lekker ontspannen in de Dominicaanse Republiek.”

Zijn buitenstaanders welkom in de besloten kermisgemeenschap? “Dat is moeilijk”, vindt René Bufkens. “Als een wildvreemde een schietkraam koopt, zullen veel foorkramers sceptisch zijn. Die schietkraam is voor onze kinderen. Ik zeg niet dat het onmogelijk is om je als buitenstaander te integreren op de kermis, maar iemand van buitenaf die hier zijn wil komt opleggen? Dat gaat zomaar niet.”

 Océane Delforge en Jefke Cavé in hun smoutebollenkraam. Beeld Tim Dirven
Océane Delforge en Jefke Cavé in hun smoutebollenkraam.Beeld Tim Dirven

‘Tijdens de coronacrisis konden we gelukkig takeaway smoutebollen verkopen’

Océane Delforge en Jefke Cavé (allebei 22) baten een van de acht smoutebollenkramen uit van de familie Delforge.

Op hun twaalfde waren ze al eens een koppeltje. Op hun vijftiende begon hun relatie pas echt en in februari dit jaar stapten Jefke Cavé en Océane Delforge in het huwelijksbootje. Zo werden twee smoutebollenfamilies één: de ouders van Jefke baten een smoutebollenkraam uit en Océane is een telg van de bekende kermisfamilie Delforge, die al vijf generaties smoutebollen verkoopt.

“Ik ben de jongste van negen kleinkinderen”, vertelt Océane die de Sinksenfoor als één groot familiefeest beschouwt. “Acht van de negen neven en nichten staan hier met een smoutebollenkraam.”

Heeft ze nooit iets anders willen doen? “Als je hier opgroeit, wil je hier blijven”, zegt Océane. “Mijn zus is naar de hotelschool geweest, en ik heb zelf een patisserieopleiding gevolgd. We hadden alle vrijheid om een ander beroep te kiezen, maar uiteindelijk werden het toch smoutebollen en staan we hier allemaal samen. Voor mij is dat het mooiste dat er is.”

Haar echtgenoot beaamt: “Als kind was het voor mij vanzelfsprekend dat ik foorkramer zou worden. Liefst smoutebollen, al zou ik op een dag graag uitbreiden met een schietkraam.”

Zijn ouders hadden ooit ook een schietkraam. “Dat is naar mijn zus Jessica gegaan, maar zij overleed vier jaar geleden. Ze was 34, maar al jaren nierpatiënt. Ze zou een transplantatie krijgen, maar die operatie heeft ze niet overleefd. Het kraam werd toen verkocht.”

Meer dan duizend rouwende forrains kwamen naar de begrafenis van Jessica Cavé. Het verdriet droegen de foorkramers samen, daarna werd er weer kermis gevierd. “The show must go on”, zegt Jefke. “De oktoberfoor in Luik was toen nog in volle gang. Maar het was een heel moeilijke tijd.”

En toen moest corona nog komen. Voor veel foorkramers was het een gitzwarte periode, maar de Delforges hadden geluk. “Mijn familie heeft een loods in Waasmunster waar we in de winter onze wagens stallen”, zegt Océane.” Die loods ligt langs een grote baan zodat wij takeaway smoutebollen konden verkopen. Dat was een groot succes, waardoor we financieel geen al te zware kater overhielden aan de coronaperiode. Integendeel: we hebben nieuwe opportuniteiten ontdekt.”

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Takeaway smoutebollen zullen er in Waasmunster in de toekomst nog vaker worden verkocht. “Het enige nadeel is dat we dan op dezelfde plaats moeten blijven”, zegt Océane. “Gelukkig konden we na ons huwelijk het smoutebollenkraam van mijn ouders overnemen. Ze zijn in februari met pensioen gegaan, maar komen wel vaak helpen. Papa kan de kermis niet missen, en de Sinksenfoor al helemaal niet.”

Sinds hun huwelijk wonen Jefke en Océane in hun eigen woonwagen. “Dat is zalig, maar ik woonde ook graag bij mijn ouders”, zegt Océane. “Uiteindelijk zijn wij allemaal één grote familie. Dat is heel bijzonder, zeker als je een vriendje krijgt . Als je met een jongen naar huis komt, dan kennen je ouders altijd heel de schoonfamilie al. Ik hoefde Jefke niet meer te introduceren.”

Maar wat als kermiskoppels uit elkaar gaan? “Dat is lastig, maar daar moet je door”, zegt Jefke.

“Ik ben ervan overtuigd dat wij samenblijven”, zegt zijn vrouw. “Maar mocht er toch iets misgaan, dan blijft dit kraam van mij. Het is van mijn familie. Wat we hebben opgebouwd, zullen we uiteraard wel verdelen.”

Jean-Francois Vlasselaerts met zijn vader Camille (l) en zijn twee neven (r). Beeld Tim Dirven
Jean-Francois Vlasselaerts met zijn vader Camille (l) en zijn twee neven (r).Beeld Tim Dirven

‘We moeten investeren in grond waar de komende generaties kunnen blijven werken’

Camille Vlasselaerts (58) baat een cocktailbar en een kinderdoolhof uit, zoon Jean-Francois (38) heeft een grillhouse en een biertent

Twintig van de honderdvijftig eetkramen en attracties op de Sinksenfoor zijn in handen van de familie Vlasselaerts, een van de grootste kermisfamilies van het land. Begin vorige eeuw startten de grootouders van Camille (58) hun frituur Américain. “Mijn bompa kenden de truken van de foor. Er was niets Amerikaans aan de frituur, maar het werd wel een succes omdat mensen dachten dat ze er echte Amerikaanse hamburgers konden eten.”

“Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de frituur gebombardeerd”, vervolgt Camille. “Mijn grootouders hebben toen een café geopend aan de Rue Picard in Brussel, maar dat bleef niet duren. Na de bevrijding keerden ze terug naar de kermis met een loterijkraam.”

In de jaren dertig namen zijn ouders die over en werd het familiebedrijf uitgebreid met een ballonnenkraam, een ringenspel en een draaibord met levende goudvisjes. “Er is heel veel veranderd”, zegt Camille. “Voor een stuk is kermis nostalgie, maar we moeten ook steeds op zoek naar nieuwe manieren om de bezoekers te plezieren.”

Levende dieren zijn er niet meer. Attracties gaan sneller en hoger dan ooit, en het drank- en eetaanbod is grondig veranderd. Ooit kon je alleen frietjes, smoutebollen en lacquemants eten op de foor. Vandaag zijn er ook cocktails en tapa’s. “Dat is gekomen door de mojito”, weet Camille. “Toen dat drankje populair werd, wilden mensen ook op de kermis cocktails drinken. Zo ben ik in de jaren negentig met de Seabar gestart.”

Vlak voor corona had hij net een nieuwe wagen gekocht. “Ik zat tot mijn nek in de kredieten, en alle inkomsten vielen weg. We hebben toen geïnvesteerd in een mobiel kinderdoolhof uit Italië, dat we ook kunnen verhuren als er nog eens een lockdown aankomt. Maar voorlopig reizen we ermee rond. Als het werkt, willen we investeren in een grotere.”

Wat verderop in dezelfde gang staat zijn zoon Jean-Francois die Bavaria Village uitbaat, een grillhouse en biertent waar je in de schaduw van het reuzenrad niet alleen pils kunt krijgen, maar ook speciale bieren. “Een café op de kermis. Het blijft het beste van twee werelden”, zegt Jean-Francois. “Ook voor mijn kinderen is dit fantastisch.Je moet dat zo zien: eigenlijk wonen wij in Disneyland. Kermiskinderen moeten in geen enkele attractie betalen en kunnen altijd gratis frietjes eten. Welk kind wil dat nu niet?”

Tot hun zes jaar gingen zijn zoons naar het kermisschooltje dat meereist met de foorkramers. Nu gaan ze naar de normaalschool. “Maar buiten de schooluren en in de vakanties zijn wij als gezin altijd samen”, zegt Jean-Francois. “Ik klop lange uren, maar als je familie in de buurt is, voelt dat niet zo. Het grootste nadeel aan de kermis is de onzekerheid. Corona was heel lastig. Een foorkramer is niet gemaakt om te wachten in zijn woonwagen. Bovendien hadden we totaal geen idee hoelang dat wachten zou duren.”

Hoe schat hij deze editie in? Is er bezorgdheid dat bezoekers minder geld zullen uitgeven? “Het is altijd afwachten, maar ik heb de indruk dat er veel goesting is om een feestje te bouwen.”

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Tijdens de laatste editie in 2019 trok de Sinksenfoor 700.000 bezoekers. Toch neemt het protest tegen de grote kermissen in Antwerpen en Brussel ieder jaar toe. Na een jarenlange strijd van buurtbewoners op het Antwerpse Zuid moest de Sinksenfoor er in 2013 vertrekken. Maar ook op de nieuwe locatie in Borgerhout klagen buren over lawaai en overlast.

“Ik begrijp dat wel”, zegt Jean-Francois. “Het wordt ieder jaar ook een groter spektakel. Ik vrees dat we er rekening mee moeten houden dat steden ons steeds meer naar de rand zullen duwen. Spoor Oost is een prachtlocatie omdat we zichtbaar zijn vanop de Ring. Met al die files is dat prachtige reclame. Maar ik ben bang dat het protest alleen zal toenemen. Daarom moeten we als foorkramers proberen te investeren in grond rond de grote steden waar de komende generaties kunnen blijven werken.”

In hoeverre is er concurrentie tussen al die familiebedrijven? “Uiteraard is het leuk als er meer volk bij jouw attractie staat, maar we zijn eerder collega’s dan concurrenten”, zegt Jean-Francois. “Veel bezoekers op de foor is voor iedereen goed. De foor is echt een totaalpakket. De basketbalring achteraan is even belangrijk als de rollercoaster aan de ingang. Iedereen heeft zijn vaste plaats. Anders klopt het niet. Ik weet dat mijn terras op deze plek zal blijven staan tot het moment dat ik ermee ophoud.”

Dat is voor de 38-jarige foorkramer nog niet aan de orde. Tien jaar geleden kocht Jean-Francois het huis van zijn grootouders in Ruisbroek, maar tot op de dag van vandaag heeft hij er nog geen nacht geslapen. “Ik beschouw het als een investering, zelf heb ik niet zo’n drang om in een huis te wonen. Voorlopig blijven mijn grootouders in het huis. In de winter staat onze woonwagen wel op het terrein, en slapen wij daar om het kermisgevoel te bewaren.”

Vader Camille denkt al wel aan stoppen. “Het is een zware stiel”, zegt hij. “Als we een overnemer vinden, houden we ermee op. Het mooiste zou zijn als een van de kermiskinderen onze doolhof wil verderzetten. Elke koper is welkom, maar onze eigen kinderen kennen de stiel toch het beste.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234