Woensdag 28/09/2022

Maand vd Fotografie

"Fotografie heeft geen vertaling nodig"

null Beeld Stephan Vanfleteren
Beeld Stephan Vanfleteren

Lang wachten en goed kijken: Sebastião Salgado leerde het als kind, dagenlang wandelend door het Braziliaanse Amazonewoud. "Zo werd ik fotograaf, lang voor ik voor het eerst een fototoestel in mijn handen had", zegt Salgado. Zwerend bij zwart-wit werd zijn werk later iconisch. "Er is altijd nood aan nostalgie."

Rik Van Puymbroeck

Hij heeft borstelige wenkbrauwen (die hij bij het praten met z'n vingers kamt) en wie Le Sel de la Terre zag, weet waar die vandaan komen: ooit had de nu kale Sebastião Salgado een weelderige haardos. Volle baard ook, het waren de jaren 70. In die film, die zijn zoon Juliano Ribeiro Salgado met Wim Wenders over hem maakte, zie je die man. Je ziet hem op oude en nieuwe beelden in Brazilië. Je ziet de eerste foto die hij met een Pentax van zijn vrouw Lélia maakte. Je ziet Salgado in Parijs.

Daar zijn we nu en je moet, bij dit oude huis aan het Canal Saint-Martin, op de bovenste bel goed kijken om 'Amazonas Images' te zien. Binnen hangt de grote ijsberg uit Genesis, zijn laatste boek en project. Stephan Vanfleteren zegt: "Goh. Hij stond er wel hé." Met het accent van het respect.

Ritmisch gerangschikt in deze ruimte vol kasten staan de mappen met daarin contactafdrukken van zijn foto's. Erop staat heel eenvoudig in dezelfde letters telkens die naam. Salgado. Salgado. Salgado. De mens werd merk.

"Soms zeggen mensen me: Sebastião, je bent een artiest", zegt hij. "Maar neen. Ik ben geen artiest. Ik ben een fotograaf. Misschien zijn mijn beelden over twintig jaar kunstobjecten die iets vertellen over de periode waar ik bij was. Andere generaties zullen ernaar kijken. Maar vandaag is het mijn taal. Mijn voorrecht om veertig jaar te mogen kijken en te navigeren op de hoogste golf van de geschiedenis."

Zijn Frans is van de allermooiste soort. Hij zingt het bijna, de weemoedige klank van zijn Portugees klinkt erdoor, en soms hoor je 'Hio' terwijl hij 'Rio' wilde zeggen. Door zijn taal en woorden reis je mee naar het land waar hij in 1944 werd geboren en dat hij, met Lélia, in de zomer van 1969 verliet. Dat had politieke redenen, ze waren geëngageerd in de linkse beweging, na de militaire coup van 1964. 23 en 20 waren Sebastião en Lélia en ze stapten op een boot die naar Frankrijk zou varen. Pas tien jaar later zouden ze Brazilië een eerste keer terugzien.

null Beeld Stephan Vanfleteren
Beeld Stephan Vanfleteren

Drie keer huilen

"Toen ik terugkeerde naar Latijns-Amerika keek ik ervan op hoe de wereld veranderd was. Dat zit ook in de film van Juliano en Wim en dat realiseren de mensen zich die hem zien."

De vraag was waarom mensen, in een zaaltje in het zuiden van Frankrijk, spontaan applaudisseerden tot het licht weer aanging na de aftiteling van Le Sel de la Terre. Salgado zat niet in die zaal. Ook de makers niet. Maar, net zoals toen hij half november in Belgische première ging in Bozar, werden mensen geraakt. "Toen Juliano en Wim me vroegen voor die film, dacht ik: 'Hoe gaan ze in dat in godsnaam in beeld brengen?' Ik zag niks dat op een film zou lijken. Ook toen ze aan het draaien waren, zag ik het niet."

"In september, bij de opening van het festival van Rio, zag ik hem voor het eerst klaar. En ik was verrast. Het was een ontdekking. 'Merde, die mecs hebben mijn leven gecapteerd.' De foto's zijn de rode draad, maar het is de filosofie van een leven. Een houding, hoe een leven geleid kan worden. Ik heb hem drie keer gezien nu en drie keer heb ik gehuild. Ik zie er zoveel vrienden terug. Het leven van mijn zoon en hoe zwaar het was om een gehandicapt kind te hebben. Al mijn reizen. Dat komt heel gecondenseerd samen en misschien raakt dat ook andere mensen. Omdat het leven van iedereen is."

Hij is 70. De eerste mail voor dit gesprek vertrok begin september. De eerste dag die kon, zitten we hier. Het is half november. Na Genesis, zijn boek uit 2013 waar hij tien jaar aan werkte (en tijdens die tien jaar acht maanden per jaar op pad was om de nog ongerepte wereld te fotograferen), herbegon hij. "Maar eigenlijk klopt dat niet. Twee jaar voor ik in 2004 aan Genesis begon, was ik al bezig met een project rond koffie. Ik kom uit een land van koffie. Mijn vader komt uit de belangrijkste koffieregio van Brazilië en met een paar ezels vervoerde hij koffie tot aan een stadje waar een treinstation was. Vandaar vertrok zijn koffie. We spreken van de jaren 30: met zijn ezels was hij telkens twaalf dagen onderweg. Ezels omdat je met paarden niet door het woud kon."

"Later werd ik econoom en ging ik werken bij de International Coffee Organization. En in 2002, toen ik al fotograaf was, vroeg Illy me een project rond koffie te doen. Twaalf dagen geleden ben ik teruggekeerd uit Brazilië en donderdag vertrek ik naar Sulawesi en Sumatra. In mei volgend jaar doen we dan een expo in een koffiepaviljoen op een voedingsbeurs in Milaan. Lélia gaat een boek ontwerpen."

Op een tafel in de gewelfde kelders van dit gebouw staan witte doosjes. Daarop 'Café - Brasil'. 'Café - Colombie'. 'Café - Guetemala'. 'Café - Chine'. De voorbije 2 maanden was Salgado druk in de weer met een koffieproject. Maar er is nog iets. Diep in de binnenlanden van Brazilië trekt Salgado al een tijd rond op zoek naar de povos indígenas: de oudste stammen van zijn geboorteland. "Je kan alleen werk doen waar je je mee kan identificeren. Ik geloof niet in militant activisme als drijfveer voor fotografie. Dat kun je nooit volhouden. Je hart moet erin."

null Beeld Sebastião Salgado
Beeld Sebastião Salgado

Schoonbroertijdperk

Hij sluit even de ogen. "De grootmoeder van Lélia was een Indiaanse."

En dan: "Toen de Portugezen rond 1500 naar Brazilië kwamen, waren dat alleen mannen. Pas vijftig jaar later kwamen de eerste vrouwen. Duizenden mannen kwamen met modernere middelen en kregen enorme hoeveelheden grond. Ze werden door de stammen verwelkomd en kregen elk soms tot vier vrouwen. Iedereen werd schoonbroer van iedereen. Die periode wordt het Cunhadismo genoemd. Het schoonbroertijdperk. Op die manier ontstond er een enorme mix van volken. Men zegt soms dat er in Brazilië geen racisme bestaat, maar dat klopt niet. Natuurlijk bestaat het. Alleen is het daar toch anders want bijna niémand heeft bloed dat aan één bepaald ras kan toegewezen worden. De slaven die ze later uit Afrika haalden, verdeelden ze over het hele land om te vermijden dat ze met iemand hun eigen taal zouden spreken. Ze werden verplicht in Brazilië één taal te leren: het Tupi-Guarani, de taal van de povos indígenas. Maar die groep is nadien, toen ook nog Duitsers en Italianen en Polen en Japanners kwamen, nooit meer erkend. Brazilianen die naar hun roots zoeken, gaan naar die landen kijken. Niet meer naar de povos indígenas."

Dat doet Salgado wel nu. Diep in de wouden fotografeerde hij tot nu een zestal stammen. In 2015 volgen er nog twee en over een jaar of drie moet dat een nieuw boek worden. Maar ook een nieuwe soort expositie, die Lélia samen met het Fundação Nacional do Índio (FUNAI) en het Ministerie voor Binnenlandse Zaken ontwikkelt. "Er komen kits met daarin een vijftigtal foto's, die op duizenden exemplaren verspreid zullen worden in Brazilië. In kerken, vakbondsgebouwen, culturele centra, kleine musea, scholen. 13 procent van het Braziliaanse grondgebied behoort nog toe aan de povos indígenas, in een land dat 8,5 miljoen vierkante kilometer bestrijkt. Het is dus vijftien keer zo groot als Frankrijk, dat is enorm. We willen hun cultuur naar hen zelf brengen. Het op die manier bewaren én het Amazonewoud redden."

"Hoe is je naam ook weer? Hik, je kan je niet voorstellen welk plezier ik heb bij die stammen. Het zijn mensen die in alle rust leven. Helemaal geen krijgers. Wij zijn agressief, staan elkaar naar het leven, vechten voor een stuk grond. Zij niet. Op de schaal van hun waarden staat geweld op de allerlaagste sport. Ik ken een stam aan de Rio Xingu die zelfs geen vlees eet van warmbloedige dieren, net omdát ze niet agressief willen worden."

null Beeld Sebastião Salgado
Beeld Sebastião Salgado

Econoom met Pentax

Deze anekdote lees je in élk verhaal over Salgado, maar ze is te speciaal om niet nog eens te schrijven. Hij was dus econoom. Zijn vrouw zou in Parijs architecte worden. Om gebouwen te kunnen fotograferen, kocht ze in 1970 een Pentax Spotmatic II met een 50 mm-lens van Takumar. In De ma terre à la Terre, een boek van de Franse journaliste Isabelle Francq over Sebastião Salgado, zegt hij: "We kenden allebei niks van fotografie, maar we vonden het meteen fantastisch."

In de film zie je de eerste foto die hij maakte. Lélia staat erop. En dan ging het snel. Zijn curriculum zegt dat hij zich in 1973 helemaal op de fotografie stort. "Ik heb alles geprobeerd: naakt, sport, portretten. Maar op een dag, zonder goed te weten waarom of hoe, werd ik een sociaal geëngageerd fotograaf."

Dat kwam, zegt Salgado in dat boekje, misschien wel door wie hij was. Zelf vluchteling en in Parijs omringd door gelijkgestemde mensen. Die fotografeert hij. Les sans-papiers. In Frankrijk, dan in Europa, later in Afrika. In 1975 sluit hij bij fotoagentschap Gamma aan waar Raymond Depardon een collega is. In 1979 sluit Salgado bij Magnum aan. Daar ziet hij Depardon terug. En natuurlijk Henri Cartier-Bresson. Bekend is ook het verhaal dat Salgado, ergens in 1994, de zaken probeert te forceren bij Magnum. Hij stelt voor om het agentschap in divisies op te delen, maar stuit op verzet. Als hij de vergadering (en dus Magnum) wil verlaten, gaat Cartier-Bresson voor de deur staan. Salgado kan niet buiten en gaat terug zitten. Maar het is uitstel: hij verlaat Magnum en richt Amazonas Images op. Mijn stam "Mon tribu" noemt hij dat even later.

Hij wijst rond. Lélia, al vijftig jaar zijn vrouw, is er. Françoise Piffard, de mevrouw die dit interview regelde. "Ze werkt al 35 jaar met ons." Marcia, een andere dame die straks vraagt of we een koffie willen. "Meer dan dertig jaar. Net als de dame die bij ons thuis werkt. Dat is een groep. Een familie. Dat is samen. Mijn stam. Dankzij die mensen kan ik vertrekken. Ook toen Rodrigo kwam, wist ik dat die stam er was. Als ik alleen was geweest, dan had ik moeten stoppen. Nu niet. Al is de mooiste taxirit van elke reis, wel die in de taxi die me van de luchthaven van Parijs naar huis brengt."

Rodrigo is 35 en werd geboren met het Syndroom van Down. In Frankrijk spreken ze van trisomie-21, naar het chromosoom 21 dat verantwoordelijk is voor de handicap. "Toen Rodrigo werd geboren, leerde ik een andere wereld kennen. Voordien wandelde ik door de straten en als ik iemand met een handicap passeerde, dan zag ik die niet. Van zodra je je zoon naar een centrum voor gehandicapten moet brengen, kom je in een andere logica terecht. Je ontdekt dat onze eigen zogenaamde enige logica, de cartesiaanse logica, niet uniek is. Er zijn andere gedragingen en andere manieren van plezier en die brengen je een rijkdom die je niet kan inschatten. Het leven is nooit meer hetzelfde."

Solidariteit leerde hij van Rodrigo's wereld. Nieuwe dimensies. Begrip en verdraagzaamheid. "Rodrigo heeft nooit in een instelling gezeten. Alleen overdag, maar 's avonds is hij zijn hele leven al thuis bij ons. Op zijn verjaardag organiseren we telkens een enorm feest, vaak voor tachtig mensen. (met twee wijsvingers zet hij haakjes:) 'Normale' mensen. In het begin is dat voor velen wennen. Men is het niet gewoon dat iemand altijd met open mond loopt, zevert en je plots een tik geeft. Maar al snel ontdekken ze het bijzondere. Rodrigo kan niet lezen of schrijven, maar hij speelt op een sublieme manier piano. En hij schildert met een kleurbegrip dat ik niet heb. Dat bedoel ik met die dimensies."

Toen de Amerikaanse fotograaf Robert Frank onlangs negentig werd, werd hij nog eens geciteerd. Frank verloor ooit een dochter. "Sindsdien kéék ik niet meer, ik voélde", zei Frank. Salgado knikt: "Hik, zonder Rodrigo in mijn leven was mijn werk helemaal anders geweest. Zijn invloed en zijn deelname aan mijn oeuvre is onmiskenbaar. Als ik, zelfs ver van mijn zoon, in een vluchtelingenkamp terechtkom, kom ik met andere emotionele gereedschappen aan."

null Beeld Sebastião Salgado
Beeld Sebastião Salgado

Een recente taal

Krachtig werk heeft hij. Op groot scherm, in Le Sel de la Terre lijken zijn beelden uit 1986 van mijnwerkers in Serra Pelada nog voorhistorischer dan in zijn boek La main de l'homme. De doden die hij zag in Afrika zijn ontelbaar. Stephan Vanfleteren zag Salgado in 1994 in Rwanda. De brandende olieraffinaderijen in de nasleep van de Golfoorlog zie je. Vluchtelingen uit ex-Joegoslavië in exodus. De honger van Ethiopië.

Als je wat geduld hebt, is hij dus beschikbaar voor interviews. Hebben die foto's nog woorden nodig? Volstaat de taal van de fotografie dan niet? "Het is geen kwestie van wel of niet praten", zegt hij. "De fotografie is een recente taal. Hoe lang bestaat ze? 150 jaar? En ik denk niet dat ze nog een lang leven heeft. Er worden nog altijd beelden gemaakt, maar de camera is er niet meer voor nodig. Het gebeurt met een iPad of een smartphone en dat verandert alles. Maar wat de taal van de fotografie zo bijzonder maakt, is dat ze als enige, samen met muziek, geen vertaling nodig heeft. Mijn foto kan op dezelfde manier gezien worden in Frankrijk als in Japan. Als je weent als je zo'n foto ziet, dan ween je met me mee."

"In de film zie je op een bepaald moment een beeld waarvan je denkt dat het een foto is. Maar dan beweegt het en Juliano en Wim filmden me op de plek waar ik heb leren kijken. Mijn vader nam me er mee naartoe. Het was onze grond, we maakten er lange wandelingen met het vee naar het slachthuis en urenlang zaten we er samen stil. We zagen het licht passeren en we keken, keken, keken. Alle soorten van licht zagen we passeren en daar heb ik leren kijken. En leren wachten. Dat is fotografie: wachten en kijken. Dat zit allemaal in mijn beelden, net als de linkse beweging waar ik uit stam. Het is een gezichtsveld, een concept, een ethiek en een esthetiek. Als ik een foto maak, is dat mijn interpretatie."

In De ma terre à la terre zegt hij het zo: "La seule vérité, c'est que la photo est ma vie. (...) Ma photo n'est pas du tout objective." Instituto Terra Die liefde voor het land, zijn land, zorgde er overigens voor dat hij in de jaren 90 de gronden van zijn vader opkocht. "Un coin" van 92.000 vierkante kilometer, in de Rio Doce-vallei, zo goed als volledig ontbost. Twintig jaar later hebben de Salgado's meer dan 2 miljoen bomen geplant en is het woud teruggekomen. Ze herstelden de natuur in het Instituto Terra. "Bomen zijn de essentie van het leven", zegt hij. "Kijk hier rond. Deze tafel, de vloer, de plafonds. Op het einde danken we zelfs onze doodskist aan bomen. In 'boom' zitten de enige letters die de essentie van het leven samenvatten. In de film zie je een dode krekel op een boom zitten. Die heeft tot haar dood gezongen, tot ze explodeerde. En de boom werd haar graf. Dat is toch kolossaal. Miljoenen mensen danken er een huis aan. Vogels ook. Het fruit. Maar wat doen we? We passeren en kijken er amper naar."

Het is een rij met bomen uit Brie, door Henri Cartier-Bresson gefotografeerd, die thuis aan zijn muur hangt. Net als een reeks foto's van de Turkse zwart-wit meester Ara Güler. Maar van wie heeft hij zijn oog? En welke foto opende Salgado's wereld? "Tien dagen geleden was ik in Brazilië voor de opening van mijn Genesis-tentoonsteling in Curitiba. In hetzelfde Museu Oscar Niemeyer liep er een expo met foto's uit O Cruzeiro, ooit een Braziliaans magazine dat je met Life kon vergelijken. Daar zag ik voor het eerst de foto terug die me als kind van acht jaar geraakt had. Nu zag ik ook de naam van de fotograaf. Het was de Franse fotograaf Jean Manzon die in Brazilië bij een stam aan de Rio Xingu was geweest en op die foto staat een Indiaan bij een Beechcraft-vliegtuigje. Die foto sprak me aan omdat hij symbool stond voor de wereld, de schoonheid van beweging, de technologie en de culturele shock van een man die leefde zoals 10.000 jaar eerder en bewonderend naar een modern vliegtuig keek."

Over dat oog: "Mijn vader had nooit in zijn leven één foto gemaakt, tot hij 85 werd. Toen kreeg hij van Lélia een kleine Canon-camera cadeau. Hij was superenthousiast en bleef maar foto's maken. Op een dag kwam hij mij opzoeken en zei: "Sebastião, jij bent misschien een fotograaf, maar je hebt het van mij geërfd. (lacht) Misschien had hij wel gelijk en geldt het ook voor mij. Ik heb leren kijken en was al fotograaf lang voor ik voor het eerst een toestel in mijn handen had."

We gaan een foto maken buiten, waar Stephan een doek heeft opgezet. Een kwartier krijgt hij. Sebastião Salgado met zijn eigen pet, maar de jas is die van Vanfleteren. Ze geraken in gesprek. Over toestellen en lenzen. Salgado vraagt of de fotograaf hem twee gesigneerde afdrukken wil bezorgen. Beneden toont hij trots de resultaten van negatiefafdrukken. Daar schenkt hij koffie, van bonen die hij zelf maalt in een negentiende-eeuws molentje dat aan de muur hangt. Dutra is het merk, de bonen gaan de koelkast in.

Samen met een Amerikaanse kameraad mijmert Salgado over Robin Williams, een vriend van hem, die dit jaar gestorven is. Williams investeerde mee in het Instituto Terra. En over verdriet en eenzaamheid en hoe hij daarmee omgaat, zei hij tien minuten eerder dit: "Ik reis met al mijn cd's op een iPad. Vaak Braziliaanse muziek: we zijn erin geboren. Maar als je je leven opent, zoals ik, overal in de wereld, dan wordt alle muziek jouw muziek. Maar nog meer dan met muziek, is een fotograaf iemand die met zijn herinnering leeft. Als ik 10.000 kilometer van huis ben, alleen afgezet in de Brooks Range in Alaska, dan krijg ik het recht op eenzaamheid. Om 24 uur te kunnen kijken, want het wordt niet donker. Elk detail in me opnemend en te kijken wat vijfhonderd jaar wind met bomen en bergen hebben gedaan. Dat zijn ook de momenten waar je aan al die andere momenten denkt. Er is altijd nood aan nostalgie en aan een gedachte. Dat is het mooie aan eenzaamheid."

null Beeld Stephan Vanfleteren
Beeld Stephan Vanfleteren
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234