Zondag 26/06/2022

Geen beelden, geen hulp

Peking start gigantische reddingsoperatie voor aardbeving , junta tracht cycloonramp weg te moffelen

De manier waarop de junta in Birma de hulpoperatie tegenwerkt, doet de vraag rijzen of de cycloonramp in dat land niet aan het uitlopen is op een door de mens veroorzaakte catastrofe. Hulpverleners én journalisten krijgen af te rekenen met allerlei restricties. Het contrast met de openheid waarmee het eveneens autoritaire China zijn aardbevingsramp aanpakt, kan niet groter zijn. door Koen Vidal

De doortocht van de cycloon Nargis over de Birmese Irrawaddydelta zorgde volgens recente schattingen van het Rode Kruis voor 128.000 doden en 2,5 miljoen daklozen. Britse functionarissen reppen zelfs over meer dan 200.000 doden. Hoewel er momenteel nog maar weinig beeldmateriaal over de ramp is, is de situatie ter plekke afschuwelijk. BBC-reporter Natalia Antelava, een van de weinige buitenlands journalisten die het rampgebied kon bereiken, had het gisteren over "oevers waar overal gezwollen lijken liggen" en "de stank van rottend vlees die allesoverheersend is".

Verwacht wordt dat de situatie van de slachtoffers nog zal verslechteren. Er is een groot gebrek aan drinkbaar water, het moessonseizoen staat voor de deur en de rijstoogst ging verloren. De enige manier om te vermijden dat bij zo'n megaramp nog meer doden vallen door diarree, malaria en denguekoorts, is een massale reddingsoperatie waarbij professionele hulpverleners onbeperkte toegang krijgen tot de getroffen gebieden. Maar twee weken na de ramp lijkt die reddingsoperatie slechts moeizaam uit de startblokken te geraken. En dat heeft vooral te maken met tegenkantingen van de Birmese machthebbers: visa-aanvragen van hulporganisaties worden met vertraging goedgekeurd of geweigerd en internationale medewerkers krijgen geen toegang tot de meest getroffen gebieden.

Ook eurocommissaris voor Ontwikkelingssamenwerking Louis Michel, die deze week enkel een kraaknet vluchtelingkamp nabij de commerciële hoofdstad Rangoon te zien kreeg, mocht niet naar het deltagebied reizen. Pogingen van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon om de Birmese leiders telefonisch te overtuigen om meer hulpverleners binnen te laten, hadden geen enkel succes. De juntaleden weigerden doodgewoon de telefoon op te nemen.

Wel lieten ze laconiek weten dat ze de ramp zonder internationale hulp kunnen oplossen. "Met 60 miljoen inwoners, een regering en een privésector zijn we perfect in staat om de crisis te bedwingen."

Eerste minister Thein Sein deed er gisteren nog een schepje bovenop. "We hebben de fase van de noodhulp al afgerond. We gaan nu over naar de fase van de wederopbouw." Volgens meerdere bronnen zou de militaire regering momenteel vooral grote inspanningen doen om Rangoon op te kuisen. Maar van grootschalige overheidsoperaties in het deltagebied zou geen sprake zijn. Surin Pitsuwan, de Thaise secretaris-generaal van de Unie van Zuid-Aziatische landen (Asean), reageerde deze week bijna moedeloos op de Birmese weerstand. "We proberen een oplossing te zoeken voor de werkelijk zeer zware tegenkantingen en een mentaliteit die Birma al zeer, zeer lang domineert."

Ondertussen liepen ook de afgelopen dagen verontrustende berichten binnen over noodhulp die door het Birmese leger in ontvangst wordt genomen en tergend traag of helemaal niet in de getroffen gebieden geraakt. Brad Adams, Aziëdirecteur van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, waarschuwt dat humanitaire organisaties hun hulpgoederen niet aan het leger kunnen toevertrouwen. "De goederen zomaar op de luchthaven van Rangoon droppen en ze aan het corrupte en slecht uitgeruste leger overhandigen, zal de bevolking niet helpen. Een aantal leveringen werd al achterover geslagen. Zonder onafhankelijke waarnemers is er geen garantie dat de hulp de meest noodlijdenden zal bereiken."

Human Rights Watch bevestigt het verhaal dat militairen een lading energierijke biscuits in beslag hebben genomen en vervangen door voedselpakketten van slechte kwaliteit. Adams wijst er ook op dat de door Amerikaanse vliegtuigen aangevlogen hulpgoederen uitgeladen worden door leden van de Union Solidarity Association, een door de junta gecontroleerde beweging die in september 2007 nog verantwoordelijk was voor het geweld tegen protesterende boeddhistische monniken.

Persagentschap Reuters meldde dan weer dat in de getroffen stad Bogalay hulpmateriaal wordt opgestapeld zonder dat het aan de getroffen bevolking wordt geleverd. In diezelfde stad zouden militairen tentzeilen voor 5 dollar per stuk hebben verkocht.

Daarnaast zijn er nog de hallucinante getuigenissen van slachtoffers die in de opvangkampen van de regering belanden en daar gedwongen arbeid moeten verrichten. "De mensen moeten daar op bouwwerven werken en krijgen daarvoor 1 dollar per dag", vertelde Ko Hla Min, een inwoner van Bogalay. "Met dat geld kunnen ze trouwens niets doen want in de kampen wordt voorlopig geen voedsel geleverd."

Volgens een woordvoerster van het VN-bureau voor humanitaire zaken Ocha worden er sinds donderdagavond iets sneller visa verleend aan buitenlandse hulpverleners. "In totaal werden aan VN-organisaties, ngo's en de EU 85 visa uitgevaardigd. Er arriveerden een dertigtal hulpvluchten waarmee we 270.000 slachtoffers konden bereiken." Ruw geschat betekent dit dat er momenteel een op de tien slachtoffers hulp ontvangt.

Hoewel onderzoekster Inge Brees van de Universiteit Gent de situatie in Birma al jaren van nabij volgt, had ze niet verwacht dat de militaire junta zo stug op de ramp zou reageren. "Ik ben ronduit verbijsterd dat ze zelfs in het geval van een grote ramp zo moeilijk blijven doen. Ook het feit dat de leiders elk contact weigeren met iemand als Ban Ki-moon, tart alle verbeelding."

De militaire junta lijkt er zelfs niet aan te denken om door middel van efficiënte hulpoperaties de hearts and minds van de bevolking te winnen, zegt Brees: "Dat de junta zware inspanningen zou doen om de bevolking te helpen, is een illusie gebleken. Er is weinig of niets veranderd: dit blijft een staat die 3 procent van haar middelen aan onderwijs en gezondheid besteed en maar liefst 40 procent aan een leger dat vooral tegen de eigen burgers wordt ingezet."

De manier waarop de junta de hulpoperaties bemoeilijkt en buitenlandse pottenkijkers weert, heeft nog een ander negatief effect. In westerse donorlanden, ook in België, reageert de bevolking voorlopig erg terughoudend op geldinzamelacties voor de reddingsoperatie.

Yves Willemot, algemeen directeur van Unicef België, trok deze week aan de alarmbel. Zijn boodschap: het klopt dat de Birmese overheid de hulpoperatie bemoeilijkt, maar humanitaire organisaties als Unicef zijn al jarenlang actief in Birma en kunnen daardoor momenteel al wél hulp verlenen. "Wij lanceerden vorige week een oproep en zamelden sindsdien een schamele 18.000 euro in bij particulieren. Gezien de enorme schaal van de ramp is dat echt peanuts. Het probleem is dat mensen in België nu al dagenlang te horen krijgen dat de toegang tot Birma quasi onmogelijk is. Dat verhaal stemt niet overeen met de realiteit. Unicef heeft 130 medewerkers in Birma, 17 internationale medewerkers en 10 kantoren over heel het land. Al die ploegen zijn momenteel op de getroffen gebieden georiënteerd.

"Natuurlijk is het de uitdaging om nog meer te kunnen doen en nog meer hulpverleners naar Birma te vliegen. Maar nu al zijn we volop bezig met de reddingsoperatie. Daarom lijkt het me aangewezen om het politieke verhaal over Birma even aan de kant te schuiven en ons te concentreren op de humanitaire ramp. Anders lopen we het risico dat tienduizenden kinderen ziek zullen worden, niet meer met hun familie herenigd raken, maandenlang niet meer naar school kunnen of zullen sterven."

Luc Humblé, coördinator internationale noodhulp van het Rode Kruis Vlaanderen, sluit zich aan bij Willemots noodkreet: "We kunnen ons momenteel niet al te veel bezighouden met de motivaties van het Birmese regime. De internationale gemeenschap heeft al jaren de tijd gehad om over Birma een politieke discussie te voeren. Het is nu niet het moment voor een politiek debat. Nu komt het erop aan om mensenlevens te redden en het leed te verzachten."

Humblé benadrukt dat ook het Internationale Rode Kruis al jaren ter plaatse is en samenwerkt het Birmese Rode Kruis. "Het klopt dat we moeilijkheden hebben om bepaalde gebieden binnen te raken. Maar in de gebieden waar we aanwezig zijn, kunnen we aan het werk. Het komt erop aan om via onderhandelingen beetje bij beetje ook toegang te krijgen tot de andere gebieden."

Humblé wijst erop dat de inzamelacties te lijden hebben onder het feit dat er tot nog toe amper televisiebeelden uit de getroffen gebieden komen. "Een ramp zonder beelden is geen nieuws. Uit ervaring weten we dat het erg moeilijk is om mensen bij een ramp te betrekken als er weinig of geen beelden zijn."

Een enigszins afwijkend geluid was er gisteren te horen bij Artsen Zonder Grenzen. Communicatiedirecteur Peter Casaer zegt dat de politieke problemen in Birma een essentieel struikelblok blijven voor een geslaagde hulpoperatie. "In een land als Birma zijn politiek en het welslagen van een humanitaire operatie onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wij vinden dat de media moeten berichten over de tegenkantingen door de Birmese overheid. Aan de mensen die aan Artsen Zonder Grenzen geld geven, willen we heel duidelijk maken dat er wel degelijk problemen zijn met de Birmese junta en de hulpoperatie."

Stephan Goetghebuer, operationeel directeur bij Artsen Zonder Grenzen: "We zijn al een hele tijd operationeel in Birma en hebben momenteel 1.000 lokale medewerkers en 40 internationale medewerkers op het terrein. Maar door de belemmeringen van de overheid kunnen we momenteel niet op volle kracht werken. Zeker voor internationale staf is het bijna onmogelijk om naar de ergst getroffen gebieden te reizen. Wat wij willen is een onmiddellijke en ongehinderde uitbreiding van de hulpoperatie, die veel te traag op gang komt en veel te ontoereikend is. De tegenkantingen waarmee we in Birma te maken krijgen, zijn werkelijk ongezien en met niets te vergelijken. Vergeet ook niet dat de tijd aan het wegtikken is. Er is eigenlijk geen tijd om over de toegang tot de meest getroffen gebieden te onderhandelen. Als we niet snel bewegingsvrijheid krijgen, komen er ongelofelijk veel mensenlevens in gevaar."

Fotospecial China, Reporter >32

Stephan Goetghebuer,

Artsen Zonder Grenzen:

De tegenkantingen waarmee we in Birma te maken krijgen, zijn werkelijk ongezien. En intussen tikt de tijd. Ongelofelijk veel levens zijn in gevaar

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234