Zondag 03/07/2022

Geen toegang tot Facebook? Gebuisd

MEDIAWIJSHEID. Onbeschofte commentaren op Twitter of Facebook zorgen er in de nasleep van de Stevaertzaak voor dat sommigen de sociale media verlaten. Volwassenen meestal, die niet zijn opgegroeid met internet. Maar kunnen jongeren dat ook?

Na een week waarin sommigen zich op de sociale media van hun meest meedogenloze kant hebben laten zien, namen mensen als schrijver Jeroen Olyslaeghers of Brecht Decaestecker (chef digitaal bij De Morgen) als gevolg daarvan bewust afstand van Facebook of Twitter. Het is te lelijk geworden, schreven ze, te platvloers.

Kan iemand die geboren is voor 1990 zich nog afsluiten van sociale media (al is het maar voor even), dan is dat voor jongeren die ermee zijn opgegroeid wellicht een pak moeilijker. Zelfs als ze er niet meer door kunnen studeren, zoals een directrice van een middelbare school eind vorige week vertelde. Leerlingbegeleiders hadden hun handen vol gehad met scholieren die zich door ruzies en discussies op Facebook, Twitter of WhatsApp nauwelijks konden concentreren op hun paasexamens, zei ze.

Schermen in de slaapkamer

Klinkt zorgwekkend. Maar laten we toch niet overdrijven, zeggen experts. Uiteraard maken jongeren ruzie op de sociale media. Al was het maar omdat je online meer intieme dingen durft bloot te geven dan in real life, en je net daardoor ook gemakkelijker onder druk kunt worden gezet. Tegelijkertijd zijn sociale media voor jongeren heel belangrijk voor de identiteitsvorming.

Bovendien moeten oudere generaties zich niet te veel illusies maken. Je kunt je profiel wel van zo'n sociaalnetwerksite verwijderen, de kans is groot dat je uiteindelijk toch teruggaat. "Het is zoals het vervelende familiefeestje dat nooit helemaal zal verdwijnen", zegt Pedro De Bruyckere, pedagoog en onderzoeker aan de Gentse Arteveldehogeschool. "Facebook is voor velen dé manier geworden om contact te houden met vroegere studiegenoten of verre familieleden met wie je anders nooit meer in contact komt. Er is dus veel minder verschil dan we denken tussen jongeren en generaties die niet van kinds af zijn opgegroeid met sociale media."

De combinatie studeren en sociale media is zeker niet eenduidig negatief, vult De Bruyckere aan. "Onderzoek toont aan dat je punten kunnen dalen als je geen toegang hebt tot sociale media, omdat je die platformen kunt gebruiken om te overleggen over de leerstof. Maar als je tijdens het studeren constant wordt gestoord, dan dalen die punten natuurlijk wél. Daarom is het belangrijk dat jongeren weten hoe ze met die media moeten omgaan."

Mediawijsheid is het toverwoord dat in die context vaak wordt gebruikt. Jongeren moeten weten met wie ze bevriend zijn. Ze moeten weten welke privégegevens voor iedereen toegankelijk zijn. Ze moeten leren om soms ook bewust offline te gaan. Klinkt goed, maar hoe breng je dat in praktijk?

"Laat leerlingen bijvoorbeeld overlegmomenten afspreken", tipt De Bruyckere. "Laat hen in klasverband afspreken om tussen 16 uur en 16.45 uur een radiostilte aan te houden, om dan een kwartiertje de tijd te nemen om te overleggen." De voorwaarde om zoiets te doen slagen is uiteraard dat iedereen zich aan die afspraak houdt, maar zo leren jongeren meteen ook om verantwoordelijkheid te nemen voor de andere, geeft De Bruyckere aan. "Waar het dus op neerkomt, is afspraken maken. Ik ben bijvoorbeeld heel streng voor mijn eigen kinderen als het om nachtrust gaat. Geen schermen in de slaapkamer is bij ons de regel."

Maar mediawijsheid moet ook over de positieve aspecten van sociale media gaan, zegt De Bruyckere. Omdat scholen het meest geconfronteerd worden met negatieve zaken als cyberpesten of grooming (het online benaderen van kinderen door pedofielen, SMU), worden die soms uit het oog verloren. "Hoe kunnen sociale media mij de informatie bezorgen die ik nodig heb? Welke voordelen bieden online netwerken? Ook dat zijn aspecten die gelukkig steeds meer aan bod komen, maar dat moet nog meer zijn."

Kleuters met tablets

Er ligt inderdaad een grote taak bij opvoeders, beaamt Davy Nijs, e-orthopedagoog bij UC Leuven-Limburg. Leerkrachten dus, maar vooral ook ouders. "Dat begint al vroeg. In plaats van je kleuter zomaar een tablet te geven, kun je samen met hem spelletjes doen op die tablet. Zoiets helpt dat noodzakelijke mediabewustzijn te creëren."

Maar meer nog moeten ouders zelf een voorbeeld stellen en een rolmodel zijn, zegt Nijs. "Als we willen dat onze kinderen wijs met media omgaan, moeten we ook onszelf leren reguleren op sociale media." Daar lijkt op zijn zachtst gezegd nog wel wat werk aan de winkel. Toch verwacht Nijs dat de aankomende generaties steeds beter leren omgaan met social media.

Socioloog Ben Caudron is daar niet helemaal van overtuigd. "We leven in een samenleving waarin ontzettend wordt gepolariseerd. Als je voortdurend wordt geconfronteerd met een discours waarin alles de schuld is van de andere, dan is het niet onlogisch dat mensen zich asociaal gedragen op Twitter of Facebook."

We kunnen ons dus wel zorgen maken over ruziënde en scheldende jongeren op WhatsApp, maar volwassenen hebben daar een groot aandeel in, zegt Caudron. "We hangen graag het beeld op van de tomeloze jongere tegenover de intelligente volwassene, maar dat beeld is helaas compleet fout. Als volwassenen niet nadenken over hoe ze zich gedragen op sociale media, dan kun je niet verwachten dat kinderen dat wel doen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234