Vrijdag 12/08/2022

Gekooidverlangen

'Indien Baes woede, wraakzucht en subversie schildert, ademt het werk van Graverol lichte superieure spot. Dat heeft veel te maken met het verschil in hun techniek. Baes schildert hoekig, rauw en primitief. Graverol esthetiseert meer'

Kristien Hemmerechts

Vandaag opent in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen de tentoonstelling Gekooid verlangen. Er wordt werk getoond van Jane Graverol en Rachel Baes, twee kunstenaressen die in de marge werkten van de surrealistische beweging in België. Schrijfster Kristien Hemmerechts houdt de inleiding, wij drukken ze af. 'De wereld wil niet de 'echte' vrouw, maar de babe; de odalisk; de femme fatale; de godin. Zij moet drager zijn van mannelijk verlangen. Maar wat met haar verlangen? Haar lust? Haar kut? Deze vrouwen zijn niet te stelpen.'

Ik heb vrouwen gelezen lang voor ik ze bekeken heb. Dat heeft ongetwijfeld alles met mijn vak te maken. Of met de aard van het beestje. Ik ben een vrouw van het woord. Stop mij een fototoestel in de handen, en de kans is groot dat ik opschriften, straatnaamborden of reclameslogans fotografeer. Had ik vrouwen niet gelezen, dan zou ik hier hoogstwaarschijnlijk nu niet staan. Hun stem heeft de mijne bevrijd, ik begon op papier te praten. In mijn stem galmt de echo van vele andere schrijfsters.

Georgia O'Keeffe was de eerste vrouw naar wie ik keek. In de jaren tachtig kwam een beetje feministe haar onvermijdelijk tegen. Het duurde even voor ik aan iemand durfde te vragen of ik zag wat ik dacht te zien. Kon het dat achter - of voor - de bloemen die ze schilderde een genitale obsessie schuilging? Natuurlijk, dat zag een kind. Maar waarom werd je een feministisch icoon met het schilderen van kutten? Die stonden in de mannenblaadjes en daar was het feminisme toch tegen? Was er dan een verschil tussen een kut van een man - ik bedoel geschilderd of gefotografeerd door een man - en een kut van een vrouw? Deze en andere vragen bedrukten mij maar ik durfde ze niet hardop te stellen. Het kon niet anders of ik had de les niet goed begrepen.

Nummer twee was al even onvermijdelijk: Frida Kahlo. Frida met de forse, volle wenkbrauwen, Frida met de naïeve, letterlijke voorstellingen. Je kunt je man niet uit je hoofd zetten, dus schilder je in een zelfportret die man op je voorhoofd. Je man gedraagt zich als een kind, dus schilder je hem als een baby die gulzig aan je borsten drinkt. Maar altijd, zo lijkt het wel, schilder je jezelf. Ook dat begreep ik niet. De feministische theorie had me geleerd dat mannelijke kunstenaars hun vrouwelijke model binnen de lijst van het schilderij gevangen hadden gezet. Het traditionele vrouwelijke naakt was een witte vlek waarop een mannelijke fantasie kon worden geprojecteerd. De vrouw - het model - was roerloos, passief, willoos. Zij moest uit die lijst worden bevrijd. Het programma was even helder als eenvoudig. Vrouwen moesten zelf het al dan niet fallische penseel ter hand nemen. In een logische volgende stap zouden mannen de plaats van het model innemen. Maar dat gebeurde dus blijkbaar niet. Vrouwen werden schilder én hun eigen model. Waarom? Voor wie zich met dat soort vragen onledig houdt, zijn O'Keeffe en Kahlo, en ook Jane Graverol en Rachel Baes interessanter dan bijvoorbeeld een Judy Chicago. Zij werkt vanuit een feministisch bewustzijn. Kijk bijvoorbeeld naar haar bekende The Dinner Party, waarmee ze een hommage aan creatieve vrouwen brengt en dat aan O'Keeffe schatplichtig is. Ook dat werk is ondubbelzinnig genitaal en werd ooit omschreven als 'cunts on plates'. Nochtans lijken mij dit totaal andere kutten dan die van O'Keeffe. Laat ik het zo formuleren: het zijn geen 'spontane' kutten, en dus is misschien een zekere dosis achterdocht geboden. Wat was er eerst: de theorie of de praktijk? Bij Chicago zou ik zeggen: de theorie; bij O'Keeffe, Kahlo en ook Graverol en Baes: de praktijk, althans: de feministische praktijk. Hun werk heeft de theorie gevoed. De theorie is mede op basis van hun werk ontstaan. Zij hebben ze met verf uitgevonden. Kahlo en Baes hebben dat op een haast autistische, ongeschoolde manier gedaan, zoals kinderen met plasticine of wascostiften knoeien. Ze moesten en zouden. Wat je ziet is niet het product van een theorie, een ideologie of een modeverschijnsel. Het komt uit hun lijf, hun kut, hun kop, hun bloed. En dus lijken hun schilderijen rechtstreeks toegang te verlenen tot hun onderbewustzijn, hun psyche, hun ziel.

Er valt hier veel te leren. Graverol zie je dikwijls haar best doen om bij de surrealistische school te horen, maar het werk van Baes - net zoals dat van Kahlo - lijkt ongecensureerd door de eventuele mening van anderen. Ook zichzelf hebben ze met verf uitgevonden, zichzelf en hun schilderkunst. Van de officiële kunstkritiek lagen ze niet wakker. Althans, dat beeld ik me in. Dat van die kutten kende ik niet uit de literatuur, maar met die zelfobsessie was ik wel vertrouwd. Ooit - alweer erg lang geleden - begon een schrijfster op een feministisch congres haar betoog met de mededeling 'I say I'. De zaal barstte in wild gejuich los; bij mij stichtte de mededeling verwarring: was die 'I' niet een fallische constructie die samen met het hele patriarchale denken aan scherven moest worden geslagen? Was 'I' niet de vijand, de gevangenis, het keurslijf, het linguïstische equivalent van de lijst rond een schilderij? Of had ik de les andermaal slecht begrepen? Het feminisme, zo begon ik te vermoeden, was een huis met vele woningen. Iedereen kon het laten betekenen wat in haar kraam paste.

In dat huis kwam ik dikwijls de mythische Cassandra tegen, de vrouw die de waarheid zegt maar niet wordt geloofd. Cassandra is de sleutel, dacht ik. Wie kunstenaressen wil begrijpen, moet bij haar beginnen. Want kijk naar het werk van Rachel Baes en kijk naar dat van Jane Graverol: de beelden die zij ons voorschotelen, zijn dikwijls onaangenaam. Wil ik wel kijken naar een geraamte in een cape waarvan me nota bene wordt verteld dat het de Venus van Botticelli voorstelt? Of naar een meisje dat op twee houten benen voortstrompelt? Naar een gehavende kinderwagen op een trap die naar nergens leidt? Naar meisjes die elkaar een vrouwenhoofd toewerpen? Moet het allemaal zo heftig en extreem?

'I say I.' Dit is mijn waarheid. Ik zal ze zeggen, of je luistert of niet. Wat is die waarheid die de wereld niet wil horen? Waarom moet ze met zoveel onverbiddelijkheid worden meegedeeld? Waarom staat zoveel op het spel? Misschien moeten we eerst een ander beeld uit de literatuur en de schilderkunst van zolder halen: de vrouw aan haar kaptafel, de vrouw die haar spiegelbeeld bewondert. Dikwijls staat op de achtergrond de man klaar die haar zo meteen zal beminnen. Wat hij in de spiegel ziet, bevalt hem wel. Daar heeft die vrouw ook haar uiterste best voor gedaan. Kosten noch moeite zijn gespaard. Zo heeft ze bijvoorbeeld - en dat had die Frida Kahlo ook maar eens moeten doen - haar wenkbrauwen geëpileerd. Meestal heeft ze haar borsten omhooggeduwd en als twee rijpe appeltjes voor zijn handen klaargelegd. Soms hangen haar haren los over haar schouders, soms zijn ze met een fraaie speld opgestoken zodat de man die er kan uittrekken. En dan buigt hij zich over haar en kust haar in de hals. Dat heet erotiek. Die vrouwen zeggen niet 'I'. Ze zeggen 'you': jouw fantasie, jouw verlangen, jouw lust. Vrouwen die zich zijn verlangen eigen hebben gemaakt. Die als de dood zijn om in de spiegel iets te ontdekken wat hem niet zal behagen. 'Spiegeltje spiegeltje aan de wand.' Aan die angsten worden fortuinen verdiend. En dan is er de vrouw die de spiegel stukslaat en met een scherf in haar wang snijdt. Of in haar hals, haar pols. De vrouw die zegt: ik bloed, ik heb pijn. De prijs die ik betaal is te hoog. Zie Frida Kahlo, die in verschillende zelfportretten het bloed uit zich laat sijpelen of gutsen. Zie Rachel Baes, die de benen van haar meisjes amputeert of hun hoofd afhakt. Zie Jane Graverol, die in haar schilderijen bloedende, verwelkte rozen achteloos neerlegt. De vrouw die roept: dit is wat ik voel.

Die schreeuw is in alle eerlijkheid een beetje pathetisch. 'Stel je niet zo aan', hoor ik een man brommen. Of misschien zelfs: 'Doe niet zo hysterisch. Poeder je neus, of moet iedereen zien dat je hebt gehuild? En trek iets leuks aan. Je loopt erbij als een slons. Denk je heus dat mannen het zoveel makkelijker hebben?'

Maar ik begrijp ook haar. De wereld beweert haar te verheerlijken, maar plaatst niet haar maar een pop op een voetstuk. De wereld wil niet de 'echte' vrouw, maar de babe; de odalisk; de femme fatale; de godin. Zij moet drager zijn van mannelijk verlangen. Maar wat met haar verlangen? Haar lust? Haar kut? Deze vrouwen zijn niet te stelpen. En ze doen alles wat niet mag. Ze roepen: ik, ik, ik. Ze heffen en plein public hun rok op. Foei!

In het 'echte' leven waren Jane Graverol en Rachel Baes elegante dames. Op de vele foto's die van hen zijn bewaard, zien we mondaine vrouwen die grote zorg aan hun uiterlijk besteedden. Dat is niet zonder ironie. Uit de dagboeken van Rachel Baes weten we dat mode zelfs een van haar grote passies was. Ze had een fenomenaal geheugen voor de jurken, schoenen, hoeden en juwelen die ze ooit op feestjes of recepties had gedragen. In haar dagboek prijkt menig schetsje van een geliefde jurk. Die voorliefde voor expliciet vrouwelijke kledij ontspoort in haar schilderijen. Kijk bijvoorbeeld naar haar vele Marie-Antoinettes. Ze zet hun een groteske bril op de neus en ondermijnt zo hun adellijke uitstraling. Het gezicht van een schitterend uitgedoste aristocratische dame vervangt ze door een vis. Extreem conformisme aan de vrouwelijke code legt de waanzin ervan bloot. De leegte, het potsierlijke. Het is louter maskerade. Kostuums voor travestieten.

René Magritte heeft Rachel Baes geschilderd. Rachel Baes heeft zichzelf geschilderd. Maar vooral heeft ze jonge meisjes geschilderd die in claustrofobische ruimtes tussen de lijnen van een plankenvloer gevangen zitten, of stokstijf voor de lege stoel van een leraar staan. Soms is een meisje ter plekke omgevallen. Neergebliksemd door het patriarchale gezag. Of verlamd. Nochtans zijn deze meisjes geen onschuldige lammeren. Dikwijls ontpoppen ze zich als boosaardige wraakgodinnen die zweren bij de magische kracht van kaarten en toverspreuken. Met sadistisch genoegen trekken ze elkaar aan de haren. Of ze vluchten weg door een openstaande deur. Je ziet nog net een arm of een been of wapperend haar. Pak me dan als je kan. Misschien vallen ze in een bodemloze put, misschien komen ze in een doolhof terecht, misschien worden ze door de nacht opgeslorpt. Of wie weet ontsnappen ze effectief. Vinden ze de weg naar de vrijheid. Dat lijkt me in alle eerlijkheid twijfelachtig. Maar altijd dragen ze nadrukkelijk nuffige meisjesjurken, uitbundig versierd met strikjes en ruche en kant. Op een van haar sterkste doeken schildert Baes zo'n jurk zonder meisje. Het hangt aan een wasdraad en vult de beklemmende ruimte van een kamer. Wat is zo'n jurkje? Een doem? Een bron van kracht? Een noodlot? En wat betekent het om erin door het leven te gaan?

Anders dan Rachel Baes heeft Jane Graverol Magritte wel geschilderd. Het is een groepsportret van alle Belgische surrealisten geworden die zij met een ironisch oog observeert. Indien Baes woede, wraakzucht en subversie schildert, ademt het werk van Graverol lichte superieure spot. Dat heeft veel te maken met het verschil in hun techniek. Baes schildert hoekig, rauw en primitief. Graverol esthetiseert meer. Haar schilderijen zijn bij momenten 'mooi', vrijblijvend zelfs, wat je van die van Baes niet kunt beweren. Graverols gekooide engel en ook haar gekooide mond zijn harmonisch, vredig haast. Je hoeft bij de vreselijke implicaties niet stil te staan. Alleen haar eerder vermelde radicale visie op Botticelli's Geboorte van Venus vertelt ongezouten de waarheid. Het doek doet me denken aan een tekstje van mezelf. Laat ik hier dus onbeschaamd 'I' zeggen en mezelf citeren: 'Een vrouw staat op een morgen op en ziet dat, hoewel ze leeft, het vlees aan haar botten aan het ontbinden is. Haar huid is vaal met donkere vlekken, haar levenssappen gisten, ze verrot. Als ze haar mond opent om te gillen blijkt haar tong verstijfd. Tandvlees trekt naar boven, ogen staan bol; haar man merkt geen verschil. Het is zaterdag en ze hebben de tijd. Hij berijdt haar zoals altijd.' Bijna altijd wanneer ik dit voorlees, schieten de mensen in de lach. Dat is ook de bedoeling. Misschien maakt Jane Graverol ook zo'n grapje. Ze weet ook wel dat ze overdrijft. De dingen aandikt. En tegelijkertijd de waarheid zegt. Wat jij verheerlijkt, is emotioneel en seksueel dood. Je hebt het doodgemaakt om het in alle rust te kunnen verheerlijken. Eigenlijk ben je een necrofiel.

Domme mensen die denken dat ze vrouwelijk verlangen kunnen kooien. Graverol kan er maar om glimlachen. Want het is ook een grap. Zie de glimlachende mond die ze letterlijk achter tralies laat zweven. Een oude, wijze glimlach. Even ongrijpbaar als die van Da Vinci's Mona Lisa. Je zult me nooit kennen, nooit doorgronden, hoe hard je ook probeert. De superioriteit van degene die zwijgt, die weet. Ik weet niet hoe belangrijk het is dat bij de bespreking van Graverol tot tweemaal toe de naam van een man valt: eerst Magritte en nu Da Vinci. Haar werk is in ieder geval volgzamer dan dat van Baes. Misschien is het zelfs dienstbaar aan het grote surrealistische gedachtegoed. Graverol wilde erbij horen en paste zich dus aan. Stelde zich ten dienste van. Misschien liet ze zich met een zekere gewilligheid kooien. Het leven in een kooi heeft immers zijn voordelen. Waar kom je terecht als je uitbreekt? In een groot zwart gat? Graverols schilderijen zwijgen; die van Baes gaan tekeer. Plegen verzet. Het is aan de bezoeker van deze tentoonstelling om te achterhalen wat het welsprekendst is: de stilte of de schreeuw.

'Gekooid verlangen. Jane Graverol, Rachel Baes en het surrealisme', Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold De Waelplaats, Antwerpen. Tot 23 juni. Alle dagen geopend van 10 tot 17 uur. Maandag gesloten.

Kristien Hemmerechts leest vandaag om 11 uur in het museum haar inleidende tekst.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234