Zondag 14/08/2022

Geluk is met de jongeren

De nieuwe verhalenbundel van George Saunders sluit aan bij het werk van Thomas Pynchon, Don DeLillo en Dave Eggers: de experimentelere auteurs die Amerika de maat nemen.

George Saunders (1958), tot voor kort een writer's writer, zoals Maria Stahlie in Nederland, laat zich niet gek maken door de tredmolen van boekenhypes. Hij begon na een carrière in de olie en diverse armetierige baantjes op zijn 38ste met schrijven en werd na zijn debuut in 1996 direct omarmd door David Foster Wallace, Jonathan Franzen en Zadie Smith.

Het werk van Wallace vertoont ook wel gelijkenissen met dat van Saunders: ze experimenteren allebei met ideetjes, wat bij Saunders resulteert in een Amerika dat in de nabije toekomst niets anders is dan een themapretpark in slonzige staat, vol met graaiers. Er zijn ook sporen in Saunders verhalen te vinden van Kurt Vonnegut. Beider werk confronteert de lezer zo eerlijk met vervreemding dat die normaal wordt, meestal door satire.

In Tien december beginnen vrijwel alle verhalen in medias res. Daardoor moet je eerst nadenken met wat voor hoofdpersoon je te maken hebt: een klein meisje of een volwassen vrouw? Een gedetineerde of een held uit Star Wars? Een liefhebbende echtgenote of een slonzige moeder die haar kroost verwaarloost? Dat confronteert de lezer direct met zijn verwachtingen en vooroordelen. Vervolgens ontstaat er voor de personages een moreel dilemma. Ga je mee in 'keeping up with the Jones' zodat je dochter vol trots haar verjaardagsfeestje kan vieren voor haar rijke vriendinnen, of betaal je netjes je schulden af? Zet je het huurhuis van je moeder in brand omdat zij eruit gezet wordt, of keer je je van je familie af wanneer je getraumatiseerd uit de Irakoorlog terugkeert?

Saunders zoekt de grenzen op van het kwaad, van de glijdende moraal bij personages die weliswaar proberen blijmoedig in het leven te staan ('Moet leven beteren!'), maar doorgaans toch treurig zijn. Daarbij schiet Saunders meestal door naar de toekomst met een tikje surrealisme. Zijn verhalen wringen omdat zijn personages verstrikt zitten in sociale codes en beleefdheden. Ze passen niet helemaal in de kapitalistische Amerikaanse samenleving.

Geregeld draait het daarbij om klassenverschillen. De rijken die met dedain de middenklasse te woord staan; de grote wens van iedereen om meer, meer, meer te hebben. Of toch minstens hetzelfde, ook al is het zo absurd als een tuinversiering van levende immigranten die met wapperende haren aan een lijntje bungelen. Waarom doen we zo gek met z'n allen? Misschien wel omdat het laagje beschaving helemaal niet zo beschaafd is.

Saunders begint en eindigt met pubers, zodat de bundel als een cirkel sluit. Het zijn de kinderen die de goede keuzes maken, niet de volwassenen. Doordat hun blik nog niet troebel is door wat hoort en hun instinct nog werkt, zijn ze vrijer in hun handelen. Of misschien komen ze eerder met de schrik vrij. Geluk is met de dommen wordt weleens gezegd. Of dus met kinderen. Je minder aantrekken van wat hoort en op je eigen kompas varen, dat lijkt Saunders' advies.

Occupy in de literatuur

Dat advies verwoordt hij confronterend en verontrustend. De verhalen blijven stuk voor stuk hangen, mede omdat ze plotgericht zijn en er steeds iets verrassends in gebeurt. Maar het gevaar aan proza dat de moraal aan de kaak stelt, is dat je jezelf erg makkelijk kunt feliciteren als je de denkbeelden van een personage onderstreept. De veelgehoorde verzuchting van lezers luidt dan ook dat eindelijk iemand de uitwassen van het kapitalisme bekritiseert. Saunders is een soort Occupy in de literatuur. Met als risico dat de bundel zelf moralistisch wordt, terwijl hij juist de moraal wil openbreken.

Hoewel Saunders een goed stilist is die steeds nieuwe tonen vindt en nauwgezet taal observeert, en hoewel hij dus ook beslist tot nadenken aanzet, blijft hij toch een beetje op een afstand. De bundel staat vol bloedmooie verhalen, die bovendien belangwekkend zijn, maar de emoties zijn doorgaans zo relativerend en hilarisch beschreven, dat de tragiek die eronder zit met moeite doordringt. Misschien heeft Saunders het absurdisme helemaal niet nodig. Zijn inzichten en techniek zijn ijzersterk. Als hij het nog net wat kleiner houdt, zou zijn proza best eens als een buikstoot kunnen aankomen; als literatuur om buikpijn van te krijgen zo goed.

George Saunders, Tien december, Podium, 278 p., 19,50 euro.

Vertaling: Harm Damsma & Niek Miedema.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234