Zaterdag 08/10/2022

Genève, het Lourdes van de diplomatie

De Syrische crisis oplossen vraagt een mirakel

Is Genève het mirakeloord van de internationale diplomatie? Reeds voor 24 november, toen in de 'hoofdstad van de vrede' een voorlopig akkoord werd aangekondigd over het Iraanse atoomprogramma, waren er onmiskenbaar tekenen van een onverwachte dooi tussen de Verenigde Staten en Rusland. Plots was sprake van Genève 2, een conferentie over Syrië die een vervolg moest geven op die van 2012. Dat was vermetel want de immer verdeelde Syrische oppositie was het slechts over één punt eens: Assad moest weg voor er kon worden gepraat. Van de vraag met wie dan wél moest worden onderhandeld lag niemand zichtbaar wakker.

De oppositie was nog op één ander punt verenigd. Obama had in 2011, bij het begin van het conflict, ietwat roekeloos verkondigd dat er voor Assad in het toekomstige Syrië geen plaats was. Iets dergelijks had hij ook gezegd over Kadhafi maar er bleken meer dan woorden nodig om de Gids te onttronen. Het Libische voorbeeld indachtig bleef de Syrische oppositie rekenen op een interventie. Daar werd af en toe mee gedreigd, al voelde de Amerikaanse president er bitter weinig voor. Onder druk begon hij te praten over rode lijnen die hem tot actie zouden dwingen als ze werden overschreden.

Syrisch gifgas

Toen, op 21 augustus vorig jaar, scheen met het geruchtmakende gifgasincident in Damascus het kantelpunt bereikt. Heel even stond een westerse interventie als een paal boven water. Vandaag is minder dan ooit duidelijk wie voor dat incident verantwoordelijk was en de zekerheid dat dit alleen het werk kon zijn van het leger heeft plaatsgemaakt voor grote twijfel. Moskou redde Obama nadat zijn wapenbroeder Cameron voor zijn krijgsplan nul op het rekest kreeg van het parlement en iedereen naar hem keek en naar zijn raketten. Van Hollande, die ook te wapen had geroepen, verwachtte niemand iets.

Op suggestie van de Russen werd het Syrische chemisch arsenaal, dat alleen volgens Damascus niet bestond, plots gedeclareerd met de belofte het binnen de kortste keren te ontmantelen. Dat gebeurde zonder veel problemen. Er was een bladzijde omgeslagen. Niet langer confrontatie maar diplomatie. Aangezien het Kremlin en het Witte Huis, met Europa en de Arabische Liga verenigd in de Actiegroep voor Syrië, het eind juni 2012 al eens waren over een politiek proces waarbij de Syriërs zelf 'onafhankelijk en democratisch' zouden beslissen over hun toekomst, leek de tijd rijp om daar verder werk van te maken.

De laatste struikelsteen, de aanwezigheid van Iran op de vervolgconferentie, was niet onoverkomelijk. Immers, ook met Teheran was een prille lente ingetreden en als om dat te benadrukken trad het nucleair voorakkoord in werking net voor Genève 2 moest beginnen.

De kibbelende opposanten in ballingschap, verenigd in de Syrische Nationale Coalitie, sinds de zomer onder leiding van Ahmad Jarba, een pion van de Saoedi's, werden stevig onder druk gezet en beloofden met tegenzin om naar Genève te komen. Met hun hulp en die van de twee grootmachten, de regering in Damascus en drie dozijn andere landen, moest het politiek overgangsproces op de rails worden gehesen. Assad strooide enig zout in de wonde door aan te kondigen dat hij kandidaat zou zijn voor de presidentsverkiezingen en dus niet aan opstappen dacht.

Verdeeldheid maakt macht

Vorige zondag volgde dan Ban Ki-moons invitatie voor Genève aan Iran. Daar was maandenlang over gebakkeleid hoewel het klaar is als een klontje dat een akkoord niet mogelijk is zonder Iran, dat in Syrië zijn Arabisch bruggenhoofd ziet. De oppositie, die al wat had moeten slikken, stelde een ultimatum: ofwel werd de invitatie ingetrokken of het feest zou zonder hen plaatsvinden. Washington reageerde verrast op het initiatief van Ban Ki-moon, al verstuurde die zijn uitnodiging vermoedelijk niet in een bevlieging. Ook de Saoedi's, actiever en assertiever dan ooit, voelden er weinig voor om met de gehate Perzen aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Ze haalden hun slag thuis.

Verdeeldheid maakt macht, is het Syrische devies. Het worden trage, moeizame onderhandelingen zonder enige garantie op resultaat, voorspellen diplomaten. Het wordt al een hele krachttoer om een agenda en een gemeenschappelijk doel af te spreken en zelfs als dat lukt, is de grote vraag of wat in Genève wordt afgesproken enig effect zal hebben op het terrein.

Damascus kan er op bogen dat het zijn belofte om chemisch te ontwapenen nakomt. Het is echter twijfelachtig of pakweg een afspraak over een bestand zal worden nageleefd door Al Qaida, dat het voortouw heeft genomen van de opstand in de gedaante van het al-Nusra-front en ISIS (de Islamitische Staat in Irak en Syrië). Al Qaida zit niet aan de onderhandelingstafel, Iran en Hezbollah evenmin. Er is geen tijdschema afgesproken voor de onderhandelingen, noch een datum vastgelegd voor het aantreden van een overgangskabinet, en er is, aldus een westers diplomaat, geen plan B.

Er is alleen de wanhopige wens om een einde te maken aan een schandalig conflict dat de onmacht etaleert van de wereldgemeenschap, die wordt gegijzeld door sektarische extremisten uit het soennitische en sjiitische kamp. Zij voeren hun wreedaardige oorlog voor rekening van derden op de kap van de Syrische bevolking. Om die reden was de aanwezigheid van Iran in Genève onontbeerlijk. Enkel Teheran heeft greep op Hezbollah en zijn eigen Qods-brigade die ervaren stoottroepen leveren aan Assad, zoals enkel Saoedi-Arabië vat heeft op de soennitische islamisten. Er is geen akkoord mogelijk zonder die twee regionale machten. Dat beseft Lakhdar Brahimi, de gezant van Ban Ki-moon, beter dan wie ook.

De afwezigheid van Teheran is een vergissing maar geen catastrofe, zegt de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov en officieel toont Iran zich niet verstoord door de intrekking van de invitatie, maar Genève 2 wordt een wagen op drie wielen. Of op twee, want niemand durft een cent inzetten op de invloed van de Syrische oppositiecoalitie in het geteisterde land. Moeten er beveiligde corridors komen om hulp te verlenen wanneer die binnen de kortste keren in handen kunnen vallen van de islamistische speerpunt van de opstand die vooral de grensgebieden viseert? Assad - en met hem de Russen - ziet het conflict als een oorlog tegen de terreurinternationale.

Meer wapens dan voedsel

Naarmate de confrontatie duurde en verziekte, is ook in het Westen het besef gerijpt van een ernstige dreiging. 'Vrijheidsstrijders' heten intussen 'Syriëstrijders' en worden bij hun terugkeer aangehouden. De oproepen tot wapenleveringen zijn verstomd. Er is in Syrië intussen veel minder gebrek aan wapens dan aan voedsel. Het Vrij Syrisch Leger, westerse hoop en toeverlaat, blijkt een fata morgana waaruit het Islamitisch Front oprijst, een nieuwe, machtige coalitie met veel Saoedisch geld die Genève bij voorbaat afwijst en de republiek wil vervangen door een soennitische islamistische staat.

Bijna drie jaar lang werd het publiek er als bij een voetbalwedstrijd toe aangespoord om een kant te kiezen in een conflict waar het steeds minder van begreep. De ontnuchterende werkelijkheid is dat in Syrië moordzuchtige partijen tegenover elkaar staan. Geen ervan is in staat om het pleit definitief in zijn voordeel te beslechten. In de 'bevrijde' gebieden wordt onderdrukking vervangen door terreur. In de andere heersen angst, honger, uitzichtloosheid, dood en vernieling. Een epidemische crisis die ook de buurlanden besmet. Syrië zal verder wegzinken. De voorbije drie jaar is de droom van het afgeworpen juk en de bevrijde, verdraagzame en rechtvaardige staat steeds verder weggedreven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234