Dinsdag 05/07/2022

Gerard Mortier begint aan ronde twee van zijn RuhrTriennale

'In Vlaanderen heerst nog altijd een parvenumentaliteit'

Bochum

Van onze medewerker

Erik Raspoet

Zopas is in Bochum jaargang twee van de prestigieuze RuhrTriennale van start gegaan. Nu de pionierstijd voorbij is, breekt voor intendant Gerard Mortier het moment van de waarheid aan. "Als we één procent van de voetbalsupporters bereiken, ben ik al tevreden", zei hij vorig jaar, met echter weinig resultaat. Vraag is dan ook of hij er dit jaar in zal slagen om de Roer-bewoners warm te maken voor een eigentijds en gewaagd programma.

Gerard Mortier (59), die vanaf 2004 directeur wordt van de Opéra de Paris, werd door de regering van Noordrijn Westfalen aangetrokken om de gloednieuwe RuhrTriennale te lanceren. Geen geringe taak: het driejaarlijkse festival torst een prijskaartje van 41 miljoen euro. Voor dat bedrag worden verspreid over het hele Roer-gebied zo'n 160 voorstellingen opgevoerd. Opera en theater, klassieke muziek en jazz, installatiekunst en video, alle genres komen aan bod, vaak in de vorm van nieuwe creaties waarin verschillende disciplines vrolijk worden gemengd.

Het tweede seizoen van het festival begon vorige week met de première van Phèdre van Racine in een regie van Patrice Chéreau. Vooral de locatie trok de aandacht. Phèdre werd opgevoerd in de Jahrhunderthalle van Bochum, een immense loods waar gasturbines vroeger de stroom voor de nabije hoogovens leverden. De meeste voorstellingen worden opgevoerd in verlaten hoogovens, mijninstallaties en andere fabrieken, die met veel respect voor het verleden aan hun nieuwe functie werden aangepast. De triënnale moet dan ook het imago van de Roer als vervallen industriegebied veranderen en steden als Duisburg, Bochum, Essen en Dortmund als cultuurbestemmingen op de Europese kaart plaatsen. Een interim tussen Salzburg en Parijs?

"Dit is de zwaarste opdracht die ik ooit heb aanvaard", zegt Mortier. "Niet dat ik blindweg heb toegehapt, ik had al een verleden in het Roer-gebied. In het begin van de jaren zeventig heb ik bij de Opfer am Rhein in Düsseldorf en Duisburg gewerkt. Toen was er nog veel meer zware industrie. Toch heb ik niet geaarzeld toen ik na Salzburg kon kiezen uit de Biënnale van Venetië en de RuhrTriennale. Het nieuwe trok mij geweldig aan. Hier moet je niet opboksen tegen vastgeroeste tradities, ik mag helemaal van nul beginnen.

"Bovendien word ik gefascineerd door oude industriegebouwen. Hier kun je stukken opvoeren die nergens anders mogelijk zijn. Neem nu Wolf van Alain Platel, dat hier in Duisburg wordt opgevoerd. Hoe dat decor daar in een hoekje van die immense Kraftzentrale is ingeplant, het lijkt wel een machine die ze bij de sluiting vergeten af te breken hebben."

Immens is een woord dat in dit kader wel vaker valt. Het Landschaftspark Duisburg Nord is een voormalige staalfabriek waarvan diverse onderdelen tijdens de RuhrTriennale worden gebruikt. Vooral de Krafzentrale, met haar lengte van 170 meter, oogt spectaculair.

"Tijdens de jaarlijkse siervissententoonstelling loopt die hal helemaal vol", vertelt Mortier. "Ik heb dat eens gezien. Duizenden en duizenden bezoekers die met aquariums sjouwen. Toen dacht ik: dat is nu de echte uitdaging. Hoe kan ik deze mensen terugwinnen voor de opera?

"Het Roer-gebied is geen regio als een ander. Hier draaide alles rond staal en steenkool; cultuur is nooit een prioriteit geweest. Weet je dat keizer Wilhelm II op het einde van de 19de eeuw een decreet uitvaardigde om de Roer-arbeiders te verbieden naar het toneel te gaan? Het establishment was beducht voor de subversieve invloed van het theater. De intellectuele en culturele traditie is beperkt, vergeet niet dat de eerste universiteit van de Roer pas na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht.

"Pas op, muziek leeft hier wel. Pop van Herbert Grünemeyer, Helmut Lotti of musical, dat is zo uitverkocht. De mensen van de Roer zijn sentimenteel, ze houden van het zeemzoete. Als ze al iets van opera kennen, dan is het La Bohème of La Traviata. En dan kom ik aanzetten met een eigentijdse Mozart, in een minimalistisch decor waarin evenveel gedanst en geacteerd als gezongen wordt."

Mortier zou Mortier niet zijn als hij niet en passant enkele heilige huisjes onderuit zou schoppen. Het begon al bij de aftrap van het eerste seizoen, in september vorig jaar. In Fall der Götter, de allereerste voorstelling van de triënnale, werd het nazi-verleden van staalgigant Krupp uit de doeken gedaan. Als provocatie kon het wel tellen, want de Krupps golden in deze streek generaties lang als de goden op de berg Olympos.

"Tijdens de zoektocht naar sponsors heb ik alle grootindustriëlen persoonlijk bezocht", zegt Mortier. "De Krupps, de Thyssens, Hochtief... Overal werd ik afgeserveerd. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de aard van het festival en de locaties. Dat interesseert de bourgeoisie niet, die komt alleen als ze kan pronken, zoals in Salzburg. Ik merk dat ook aan de reacties in België. Je kent toch de Veranda, die Vlaamse lobbyclub in Brussel (Mortier bedoelt de Warande, ERa)? In Salzburg stonden ze er ieder jaar, het waren mijn trouwste fans. Maar de RuhrTriennale? Nee, daar halen ze hun neus voor op. Zo zie je dat ook in Vlaanderen nog altijd een parvenumentaliteit heerst. Ach, het is een oud zeer, er is te weinig interesse voor echt vernieuwende cultuur."

"Wie er wel komt? Universitairen, jonge ondernemers, zeg maar de nieuwe culturele elite. Ik doe er nochtans alles aan om de drempel te verlagen. Voor de opening van de Jahrhunderthalle in Bochum heb ik een circus ingehuurd. Alleen al deze maand heb ik zelf twintig voordrachten gegeven, vooral in scholen, omdat ik hoop langs die weg de ouders te bereiken. Ook de prijzen worden bewust laag gehouden, al blijven sommigen roepen dat het te duur en elitair is.

"Het staat nog niet vast of dit zal lukken", zegt Mortier. "Veel hangt af van de kaartenverkoop. Dit seizoen loopt het vlot, maar vorig jaar viel de belangstelling wat tegen. Dat was dan ook de pionierstijd, de hele organisatie moest op poten worden gezet. Spelen op industriële plekken is trouwens niet evident. Kun je geloven dat ik vorig jaar vijfduizend kilometer kabel heb laten leggen? Ik heb ook leergeld betaald. Iedere locatie heeft haar eigen potentieel, dat begin ik pas nu te snappen. Essen, Bochum en Dortmund hebben een rijke podiumtraditie, daar kun je op bouwen. Maar in kleine steden zoals Bottrop of Gladbeck is er niks, dat zijn culturele woestijnen. Nu besef ik dat Peter Sellars met zijn Herakles niet in een vakschool in Bottrop thuis hoorde. We hebben geprobeerd de leerlingen bij het project te betrekken, ze mochten na de school zelfs de repetities bijwonen. Dacht je dat er ook maar één leerling nableef? Niet één, maar ik vind dat niet erg. Ik ben een product van de jezuïeten. Die hebben mij altijd ingepeperd dat je niet naar de massa moet kijken. Probeer eerst een kleine voorhoede te overtuigen, de rest zal wel vanzelf volgen."

Voor programma en kaarten van de RuhrTriennale seizoen 2003 kan men in het Engels of Duits terecht op 0049-700/20.02.34.56 of op www.ruhrtriennale.de

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234