Donderdag 06/10/2022

'Geschiedenis is fantasie'

'Het vreemde is dat ik meer weet over haar jaargenoot Freud dan over mijn overgrootmoeder zelf. Vandaar dat ik die twee elkaar ook laat ontmoeten, wat niet waarschijnlijk is''Je ziet meteen dat in een handschrift verschil in opleiding, afkomst, kansen en perspectieven verborgen zit, al zegt het niets over intelligentie'

Gesprek met romancière Nelleke Noordervliet

Van 9 tot en met 19 maart is het in Nederland Boekenweek. Thema van dit jaar is 'Spiegel van de lage landen, boeken over onze geschiedenis'. Een van de auteurs die in hun werk steeds weer uitkomen bij het verleden, is Nelleke Noordervliet (60). 'Ik probeer met dit boek de geschiedenis aan te vullen met een geschiedenis die helaas zo marginaal blijft, die van de vrouw.' Door Fleur Speet

Nelleke

Noordervliet

Altijd roomboter

Augustus, Amsterdam, 200 p., 16 euro.

Met haar debuut Tine of de dalen waar het leven woont (1987) diepte Nelleke Noordervliet het verhaal van de vrouw van Multatuli uit, in Het oog van de engel liet ze haar licht schijnen over de vooravond van de Franse Revolutie, in Pelican Bay meandert de geschiedenis van een Caribisch eiland door het heden en in het net verschenen Altijd roomboter onderzoekt de auteur ten slotte haar eigen verleden, via haar overgrootmoeder Engelbertha Wiggelaar. Net terug van een twee maanden durende wereldreis met haar echtgenoot door Zuid-Amerika, Nieuw-Zeeland, Australië, Maleisië, India en Egypte - de nog te corrigeren zetproeven van Altijd roomboter downloadde ze in een internetcafé in Costa Rica - vertelt ze in Amsterdam over de verschillende facetten van geschiedenis en het maken ervan, de grenzen waarop ze stuitte. "Geschiedenis intrigeert me. Het lijkt misschien een onder het stof bedolven reeks politieke gebeurtenissen waar niemand meer een teken van leven in kan ontdekken, maar voor mij is het een geweldige mogelijkheid om mijn eigen leven en heden uit te breiden. Ik heb dan ook maar weinig nodig om mensen uit het verleden voor mijn geestesoog te toveren. Als ik op een plek sta die historisch beladen is, komen er als ik wil vanzelf verhalen bij me op. Het is de bekende sensatie van Huizinga, dat je door een bepaalde geur, een handschrift of een klein object plotseling verplaatst wordt naar het verleden en de mensen die daarmee verbonden zijn."

Eind vorig jaar publiceerde Noordervliet een selectie uit de brieven van de Indische familie Kerckhoven, Brieven van de thee, het schaduwverhaal van Heren van de thee van Hella S. Haasse. "Die brieven bestuderen was ontzettend verslavend, het prikkelde mijn fantasie. Ik zou graag de geschiedenis van de kinderen van de thee verder vertellen, maar dat is titanenwerk doordat de relevante brieven nog niet geselecteerd zijn uit het archief. De familie moet daarvoor toestemming geven, terwijl het archief immens groot is. Waarom het me zo prikkelde? Alleen al bij het zien van de handschriften merk je dat deze mensen gewend waren aan schrijven. De lijnen zijn vloeiend, de handschriften zijn keurig, je ziet dat zij degenen waren die de dienst uitmaakten. Wat een contrast met het handschrift van mijn overgrootmoeder! Van haar had ik enkel een paar krabbels op aktes. Toen ik die bekeek, zag ik het beverige handschrift van iemand die op een plechtig moment een plechtig stuk moet ondertekenen en niet gewend is aan schrijven. Ik zag haar voor me in haar trouwjurk op het stadhuis, in een omgeving waar ze nooit komt, waarschijnlijk met een uitgestreken gezicht omdat ze stijf stond van de zenuwen. Ook dan ontspint zich een verhaal, maar je ziet wel meteen dat in een handschrift verschil in opleiding, afkomst, kansen en perspectieven verborgen zit, al zegt het niets over intelligentie."

Hoog en laag maken ook een groot verschil in de archieven, zo merkte Noordervliet, want van mensen die iets teweegbrengen is meer documentatie beschikbaar. Altijd roomboter is nauwelijks gebaseerd op feiten van haar overgrootmoeder, ze moest het doen met 'circumstantial evidence'. Regelmatig staat dan ook in het boek te lezen dat het zo gegaan kan zijn. "Van onbetekenende mensen vind je weinig in archieven, zelfs ansichtkaarten - als ze al zijn verstuurd - zijn verdwenen. Ik kon er nog twee boven water krijgen, alleen zijn die niet door mijn overgrootmoeder geschreven, maar door een van haar zoons. Het vreemde is dat ik meer weet over haar jaargenoot Freud dan over haarzelf. Vandaar dat ik die twee elkaar ook laat ontmoeten, wat niet waarschijnlijk is. Ik heb mijn fantasie aangesproken en historische studies. Ik wist dat ze dienstbode was en godzijdank hebben een heleboel mensen het dienstbodewezen in de negentiende eeuw bestudeerd. Via die omtrekkende beweging kon ik invullen wat dat voor haar moet hebben betekend."

Geschiedenis is volgens de schrijfster bijna altijd fantasie. De feiten die wij toelaten tot onze canon zijn een interpretatie, een zienswijze. Iedereen kan uit het verleden halen wat van zijn gading is en de geschiedenis kan daar niet tegen protesteren. "De gekste interpretaties en combinaties blijven onweersproken, het verleden is nu eenmaal niet eenduidig. Zo werd op mijn katholieke school een andere Spaanse opstand bijgebracht dan op een protestantse school, de accenten werden anders gelegd en uitgewerkt. We hebben allemaal de opstand leren kennen, maar kregen onze eigen versie voorgeschoteld. Zo is ook Altijd roomboter mijn hoogst eigen interpretatie en dus een subjectieve historische waarheid."

Het boek is zowel fictie als essayistiek als biografie als geschiedschrijving. Noordervliet vindt dat genres mengen in de literatuur kan, zolang de lezer maar duidelijk weet wat er gebeurt en de auteur zich beweegt binnen de regels van de plausibiliteit. "Als ik een historische figuur zelf bedenk en in een historisch decor plaats, zoals in Het oog van de engel, kan ik aan die figuur alles toeschrijven wat ik wil zolang het past binnen de mentaliteit van die periode. Bij Tine lag dat al anders, daar kon ik slechts een paar witte plekken opvullen. Hoewel ik ook toen gespitst was op de waarschijnlijkheid van mijn verzinsels, vormde dat geen probleem omdat er al zoveel over haar bekend was. Ik liet in dat boek veel onbevangener mijn fantasie gaan dan nu in Altijd roomboter. Mijn overgrootmoeder was één grote witte plek, genoeg ruimte voor de fantasie zou je denken. Maar juist nu botste ik tegen de grenzen van de fictionalisering. Fabuleren over het verleden is weliswaar een leuk spelletje, maar je kunt dat spel niet serieus maken door achteraf te zeggen: zo was haar leven. Daarom kon ik haar niet altijd uitleveren aan de klauwen van de romanschrijver. Het voelde bijna als verraad aan haar nagedachtenis en reële leven om een aperte onwaarheid over haar te vertellen, ondanks dat niemand me op mijn vingers zou kunnen tikken. Misschien is dat juist wel het punt: wat ik fantaseer gaat gelden."

Altijd roomboter is het meest 'autobiografische' boek dat Noordervliet heeft geschreven. Hoewel er tranen vloeien bij wat ze schrijft over haar moeder ("Nu ik de weg naar haar ben gevolgd vanaf haar naamgenote en grootmoeder [...] en nu ik mijn omaatje naar wie ik ben vernoemd ertussen zie, bijna verpletterd onder het geweld van de anderen, en al die andere vrouwen in de familie, en ik hun lot overweeg in mijn gedachten, nu lopen de tranen langs mijn wangen"), houdt de auteur toch op waar het te dichtbij komt. "Ik ga niet verder in op de dood van mijn moeder en mijn emoties. Het is een boek over mijn overgrootmoeder, ver weg en toch dichtbij. Melancholisch ben ik er ook niet van geworden, ik heb juist vaak moeten lachen. Ruzies, sentimentaliteit, kleine tragedies, het is allemaal hoogst tragikomisch. Mijn oudste oom bijvoorbeeld was kort na de oorlog clown, conferencier, zanger en erkend womanizer. Hij is uiteindelijk nog eens als understudy voor Sjef van Oekel opgetreden en werd als bejaard kerstkind door Wim T. Schippers in een kribbe gelegd."

Naast een portret van hoe haar overgrootmoeder geleefd kan hebben, geeft het boek ook de tijdgeest weer. Het vertelt de geschiedenis van een paar generaties vrouwen vanaf het moment dat vrouwenkwesties rond 1860 zijn gaan spelen. "Vrouwen en arbeiders, daar gaat het over. En ook over wonderbaarlijke ontdekkingen in de gynaecologie. Zo werd pas in 1930 geconcludeerd dat vrouwen als ze menstrueren juist niet vruchtbaar zijn, terwijl de kerk geheelonthouding predikte als de vrouw haar maandstonden had. Engelbertha kreeg zo twaalf kinderen. De baarmoeder en vruchtbaarheid waren aan het eind van de negentiende eeuw nog grote mysteries. Door de wetenschap werden ook de mysteries rond vrouwen aangepakt."

Het boek biedt zicht op de trage gang van de emancipatie. De grote emancipatiestrijd van rond de eeuwwisseling kreeg pas na de Tweede Wereldoorlog zijn beslag in de jaren zestig, waar de schrijfster het product van is. "Hoewel mijn moeder goed kon leren, mocht ze niet verder studeren. En dat terwijl een goede opleiding het begin van de emancipatie is. Nu hebben mannen en vrouwen eindelijk gelijke kansen. Wat dat betreft probeer ik met dit boek ook de geschiedenis aan te vullen met een geschiedenis die helaas zo marginaal blijft, die van de vrouw. Op een of andere manier kom ik daarop altijd weer terug. Ik vrees omdat het nodig is."

Geen wonder dat het de schrijfster geweldig ergert als vrouwen in een land ongelijkwaardig zijn. Ook de VN-commissie voor de Status van Vrouwen boog zich vorige week over deze problematiek. Noordervliet voelde zich als vrouw buitengewoon ongemakkelijk in door mannen gedomineerde landen als India en Egypte. "Vrouwen moeten gelijke kansen hebben, gelijkwaardig zijn. Als we vrouwen kunnen bevrijden in andere maatschappijen, schieten we een heel eind op. Maar ook hier zijn we nog lang niet klaar. Voor literaire prijzen worden weliswaar ook weleens vrouwen genomineerd, maar mannen winnen negen op tien keer, je kunt het simpel natellen. En dat het nog steeds opmerkelijk wordt gevonden als een man in de krant een essay schrijft waarin hij betoogt dat het slecht gesteld is met de vrouwenemancipatie, dat het tijd wordt dat woorden als feminisme en emancipatie uit de taboesfeer verdwijnen, zegt ook genoeg. Maar zo'n stuk van een man juich ik ten zeerste toe, ik hoop ook dat mannen het lezen. Emancipatie en de strijd om gelijkheid moeten uit het vrouwenreservaat getrokken worden."

Ook in de geschiedschrijving gaat dat op. Noordervliet vindt het goed dat vrouwen begonnen zijn met het schrijven van dat 'andere' deel van de geschiedenis, maar haar ideaal is dat die geschiedenis van vrouwen verweven raakt met de grote officiële geschiedenis. Daarbij realiseert ze zich terdege dat de geschiedschrijver op een groot probleem stuit: "De canon is een geschiedenis van de macht en de macht was altijd in handen van mannen. Wat ga je dan doen? De geschiedenis herschrijven zoals die niet geweest is? Neem de literatuurgeschiedenis. Stel dat je Met en zonder lauwerkrans, een geweldig groot boekwerk met vergeten vrouwelijke auteurs van 1550 tot 1850, in de nieuwe Knuvelder schuift - dus geen aparte hoofdstukjes over de meisjes of de dametjes - dan zit je met een vertekening van jewelste. Want we weten allemaal dat het aantal schrijfsters dat bijvoorbeeld in de negentiende eeuw 'mee mocht doen', op één hand te tellen is. Truitje Bosboom-Toussaint ja, veel verder komen we niet. Als je een daad van historische rechtvaardigheid pleegt door toch al die vergeten schrijfsters in de canon te schuiven, dan geef je de visie van de negentiende eeuw zelf niet weer. Daar wrikt het."

"Afplakken", stelt Noordervliet na enig nadenken voor. "Ik zou met een schone lei willen beginnen. Als je niet weet wie het boek schreef, als je onbevangen begint met lezen doordat je de namen hebt afgeplakt, kun je bepalen wat mooi, goed, of een typisch product van die tijd is. Op die manier kun je, als je voldoende lef hebt, een nieuwe literatuurgeschiedenis schrijven. Maar misschien kijk je dan alsnog met een blik die al door de canon gevormd is, waardoor je juist de boeken met de in de literatuur geprezen mannelijke eigenschappen waardeert. Moeilijk. Tegelijk kun je ook denken: de canon ontstaat in de tijd zelf, je kunt er niet achteraf iets aan opleggen. Zo is 'een canon van het Nederlands verleden' die de professoren Piet de Rooij en Jan Bank in de krant publiceerden, een moedige en geweldige samenvatting. Want aan die tamelijk neutrale boom kan iedereen vervolgens zijn eigen kerstballen hangen. En de rol van vrouwen in de geschiedenis? Laten er eens biografieën van minister Marga Klompe komen, niet omdat ze een vrouw was, maar een goed minister. Het enige wat we kunnen doen is voor deze tijd de canon vermengen. En dat is al moeilijk genoeg!"

Fleur Speet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234