Donderdag 29/09/2022

ReportageGhana

Ghana ruikt zijn kans met gas: ‘Het is simpel. Europa heeft gas nodig. West-Afrika heeft enorme voorraden’

De Atuabo-gasfabriek in ‘Gas City’ in het westen van Ghana.  Beeld AFP
De Atuabo-gasfabriek in ‘Gas City’ in het westen van Ghana.Beeld AFP

Nu Europa nieuwe gasleveranciers zoekt om los te komen van Rusland, ziet de ontluikende industrie in Ghana het potentieel: ‘West-Afrika heeft enorme gasvoorraden én het ligt dichtbij.’ Maar zal het echt weten te profiteren? Datzelfde Europa wil immers ook van fossiele energie af.

Saskia Houttuin

Op de dag dat de gasfakkel voor het eerst werd ontstoken, wist Frank Kuukyee zeker dat hij de juiste keuze had gemaakt. Jubelkreten overstemden het gebulder van de grote vlam, in de kantine was het ’s avonds feest. Kuukyee, die zich als gouddelver liet omscholen tot ingenieur in energietechniek, glimlacht bij de herinnering: “Ik wilde deel uitmaken van het succesverhaal.”

Dat verhaal begon in 2007, toen voor de kust van westelijk Ghana grote hoeveelheden ruwe olie werden ontdekt. Daarbij kwam een extra lading brandstof cadeau: aardgas, genoeg om commercieel te exploiteren. En dus verrees enkele jaren later, tussen de kokospalmen en bananenbomen, Ghana’s eerste aardgasraffinaderij. Sindsdien staat de fabriek aan de lagune ook wel bekend als Gas City – een nationaal symbool voor de opkomende gasindustrie.

En dit is nog maar het begin, zeggen Ghanese industriebonzen. Want terwijl Europa probeert haar afhankelijkheid van Russisch gas af te bouwen, dreigt Rusland op zijn beurt de kraan al eerder dicht te draaien. Het gevolg: een wereldwijde jacht op alternatieve gasbronnen, waarbij Europa ook kijkt naar het Afrikaanse continent.

Onbenut potentieel

De offshorevoorraden vormen er nog een onbenut potentieel, constateert ook het Noorse onderzoekscentrum Rystad Energy. Dat beraamt dat de Afrikaanse gasproductie zal groeien van 260- naar 335 miljard kubieke meter in 2030. Een conservatieve voorspelling, zegt het centrum, die hoger kan uitvallen naarmate investeringen in gasprojecten toenemen.

Tegelijkertijd rijst de vraag: wie profiteert er uiteindelijk van deze race om het gas?

“We zijn hier nog maar een aantal jaar bezig, maar we zien nu al de voordelen”, zegt Kuukyee, die is gepromoveerd tot assistent-manager. Een rondleiding langs bontgekleurde buisnetwerken en zoemende turbines moet duidelijk maken waarom: het ruwe aardgas, via een kilometerslange pijplijn vanuit de Atlantische Oceaan aangevoerd, wordt hier omgezet in onder andere laagcalorisch gas voor elektriciteitscentrales en vloeibaar autogas, dat ook vaak dient als kookgas.

“Dat wij nu in onze eigen energie voorzien, draagt bij aan economische groei”, zegt Ben Asante, directeur van staatsgasbedrijf Ghana Gas. Het Ghanese bruto binnenlands product verdubbelde in de afgelopen tien jaar naar omgerekend 77 miljard euro. “Eerder importeerden we gas uit Nigeria, wat ons veel geld kostte. Nu gebruiken we voor onze energiecentrales vooral ons eigen gas.”

Lange tijd kampte Ghana met hardnekkige stroomuitval. Sinds het uitbouwen van thermische krachtcentrales, die draaien op aardgas, is de elektravoorziening met sprongen vooruitgegaan, zegt Asante. Waar in 2007, het jaar van de grote gasvondst, nog geen 57 procent van de bevolking toegang had tot elektriciteit, is dat nu 85 procent – een uitschieter in de regio.

Zijn kantoor kijkt uit over de hoofdstad Accra, op de grond liggen tientallen ingelijste oorkonden en portretten. “Geen ruimte meer aan de muur”, verontschuldigt hij zich. Een sjerp over een stoelleuning verraadt dat Asante eens is uitgeroepen tot energiepersoonlijkheid van het jaar. De raffinaderij en lokale distributie vallen onder zijn verantwoordelijkheid. En hij wil meer.

Europa kijkt ook naar Afrika

Nu Ghana goeddeels zelfvoorzienend is, en Europa zenuwachtig vreest voor energietekorten, ruikt de directeur een buitenkans. “Het is simpel”, zegt Asante. “Europa heeft gas nodig. En als Russisch gas wegvalt, zijn er niet veel alternatieven. West-Afrika heeft enorme gasvoorraden én het ligt dicht bij Europa.”

Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn en opent de notulen van een recente vergadering met collega’s uit de regio: kaartjes van West-Afrika vol stippellijnen naar het noorden van het continent. Oude plannen om pijplijnen aan te leggen vanuit Nigeria, langs de West-Afrikaanse kust en dwars door de Sahara, zijn weer afgestoft.

Andersom kijkt Europa ook naar Afrika. In het in mei gepresenteerde actieplan REPowerEU, waarin de Europese Commissie uiteenzet hoe zij de afhankelijkheid van Russisch gas wil afbouwen, staat West-Afrika omschreven als “potentieel voor export”.

Buiten Brussel om gaat een aantal Europese landen al voor zichzelf op jacht. Het Italiaanse bedrijf Eni sloot sinds het uitbreken van de oorlog al deals met Angola en Congo-Brazzaville. Olaf Scholz, de Duitse bondskanselier, flirt openlijk met Senegal; eind volgend jaar wordt daar in samenwerking met Mauritanië een offshoreterminal voor lng– diepgekoeld vloeibaar aardgas – geopend.

De Duitse bondskanselier Olaf Schulz met de president van Senegal, Macky Sall. Beeld ANP / EPA
De Duitse bondskanselier Olaf Schulz met de president van Senegal, Macky Sall.Beeld ANP / EPA

‘Een boel potentiële investeerders’

Vergeleken met reuzen zoals Nigeria en Algerije is Ghana nog een relatief kleine speler op het continent. De voorraden zijn klein, infrastructuur om te kunnen exporteren is er nog niet. Voor een deel is het land nog afhankelijk van gasleveranties uit Nigeria. Toch gaat ook in Accra de telefoon, zegt Ben Asante. Zijn getinte brilglazen kunnen zijn enthousiaste blik niet verhullen. “Een boel potentiële investeerders hebben al hun interesse geuit, over het zoeken naar nieuwe gasvelden en over het aanleggen van infrastructuur naar Europa.”

Of hij denkt dat dit een tijdelijke opleving is, een uitspatting in de paniek van het moment? Asante schudt zijn hoofd. “Ook al zou de oorlog met Rusland vandaag eindigen, ik denk niet dat de scepsis verdwijnt als het gaat om een betrouwbare aanvoer van Russisch gas. Dus ze zullen blijven zoeken naar alternatieve bronnen. En West-Afrika staat klaar om dat tekort op te vangen.”

Niet iedereen deelt zijn optimisme. In het vorige maand verschenen Africa Energy Outlook-rapport waarschuwt het Internationaal Energieagentschap voor de beperkte houdbaarheid die het momentum van de oorlog met zich meebrengt. “Gasprojecten met een lange aanlooptijd lopen het risico hun initiële kosten niet terug te verdienen, wanneer de wereld erin slaagt de vraag naar gas terug te brengen, zoals is overeengestemd met het bereiken van netto-nul-uitstoot”, staat in het rapport.

Enkele tientallen kilometers verderop, in de havenstad Tema, beschouwt Edmund Agyeman-Duah de oorlog juist als een ‘gamechanger’. Daar, tussen de ladingen zeecontainers en vissersschepen, doemt Afrika’s eerste lng-importterminal op – de aanlegsteiger gereed voor de eerste lading.

Vooroverleunend op een bureaustoel, de randen van zijn baardje scherp geschoren, zet de directeur de plannen van het jonge bedrijf uiteen. De lng-terminal is gebouwd om vloeibaar aardgas te importeren, zodat het in Ghana en omringende landen eventuele gastekorten kan aanvullen. Een hub in de regio, is de gedachte. “Eind dit jaar verwachten we een vracht van Shell”, zegt Agyeman-Duah, een Britse tongval lichtjes hoorbaar.

Dat is als alles meezit. Want wat dit jaar een vliegende start had moeten zijn, is verworden tot een oefening in geduld. De beperkte voorraad lng die in omloop is, gaat nu vooral naar de rijkere landen, ziet Agyeman-Duah: “Europese landen gaan deze slag winnen; voor leveranciers zijn zij meer kredietwaardig dan wij hier in Afrika. Op de langere termijn, als deze crisis voorbij is, zijn wij aan de beurt: hier groeit de bevolking, hier is de industrialisatie in opkomst.”

‘Aan beide kanten slagen maken’

In de tussentijd hoopt hij dat Ghana dankzij de wedloop om gas aan de vooravond staat van een hernieuwde, inniger relatie tussen Europa en Afrika. “De trend die wij verwachten, is dat er aan beide kanten slagen worden gemaakt: zowel in de Europese infrastructuur om lng te ontvangen en te verwerken als in het zoeken naar nieuwe gasvelden hier in Ghana.”

Maar het opsporen en aanboren van nieuwe olie- en gasvelden staat haaks op de ambities die eind vorig jaar nog in Glasgow werden uitgesproken: een streep door investeringen in fossiele brandstoffen. Op de achtergrond zetten vorig jaar ook Europese bestuurders de Wereldbank onder druk om de klimaatstrategie aan te scherpen en investeringen in gas uit te faseren. “Het pad was duidelijk”, zegt Agyeman-Duah. “De wereld bewoog richting hernieuwbare energie. Maar deze geopolitieke ontwikkeling heeft ertoe geleid dat we alles moeten heroverwegen.”

Een aantal Afrikaanse leiders was al niet blij met de ‘neokoloniale’ druk om te vergroenen, zeker nu Europa van zijn eigen milieudoelen terugkrabbelt om een energiecrisis af te wenden. ‘Hypocriet’, zei de Nigeriaanse president Buhari in een recent interview met persagentschap Bloomberg, waarin hij ook het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie oproept tot investeringen in de 4.000 kilometer lange pijplijn die hij door de Sahara wil aanleggen.

In Gas City heeft duurzaamheidsmanager Ernestina Mansa Kamassah er een ander woord voor: ‘oneerlijk’. Klembord onder de arm, een witte helm op haar lange braids – haar dagelijkse ronde over de aardgasraffinaderij zit er bijna op. “Het Westen heeft zich kunnen ontwikkelen op fossiele brandstoffen. Wat wij uitstoten is onbeduidend. En nu willen ze dat wij haasje-over doen…dat kan niet. We moeten ons nu juist richten op gas.”

‘We hebben nu eenmaal energie nodig voor onze industrie’

Dat is misschien een voorspelbare reactie voor iemand uit de industrie, maar zelfs de Ghanese milieuactivist Chibeze Ezekiel, in 2020 winnaar van de prestigieuze Goldman Environmental-prijs, noemt het een dilemma. “Het liefst wil ik natuurlijk dat we meteen de sprong maken naar hernieuwbare energie. In de praktijk is dat nog erg lastig.”

Gas is, meent hij, “een noodzakelijk kwaad”. Zeker zolang groene alternatieven, zoals zonneparken en biomassacentrales, in Ghana nog maar op kleine schaal bijdragen aan energievoorziening. “We hebben nu eenmaal energie nodig voor onze industrie. Energie voor de armen en kwetsbaren onder ons. Wat moeten we anders, terug naar het bos om hout te kappen?”

Wie voor Ghanezen het belang van gas wil begrijpen, hoeft volgens Ezekiel alleen maar een kijkje te nemen bij Ephraim Gas, een tankstation zoals zovelen. In de rij staan restauranthouders, jonge moeders en een horde loopjongens – gascilinders in de hand, een enkeling balancerend op het hoofd.

Maar waar West-Afrikaanse overheden investeerders met open armen zeggen te ontvangen, vreest Ezekiel wat een mogelijke Europese draai kan betekenen voor de in Glasgow afgesproken klimaatambities. “Klimaatverandering gaat niet verdwijnen. Mensen gaan nog altijd dood, verliezen hun woningen. We hebben tornado’s, overstromingen, hittegolven – dat houdt allemaal niet op.”

Intussen blijven ook hier de brandstofprijzen stijgen. In de straten van Accra heeft dit deze maand al tot grootschalige demonstraties geleid. Of buitenlandse investeringen kunnen helpen? “Ik denk dat we deze kans maar moeten omarmen, al is het maar tijdelijk”, zegt Ezekiel. “Maar Europa moet niet vergeten om te blijven investeren in hernieuwbare energie. Uiteindelijk is dat een betere investering dan de fossiele industrie. Wat is dat gas over vijf, tien jaar nog waard?”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234