Donderdag 06/10/2022

'Glamour bestaat niet in de muziek'

Van haar debuut 'Seasons of My Soul' verkocht Rumer ruim een miljoen exemplaren. Op opvolger 'Boys Don't Cry' covert ze uitsluitend obscure songs uit de jaren zeventig.

Een druilerige ochtend in Londen. Gisteren heeft Rumer (33) voor het eerst de nummers uit haar nieuwe plaat live gespeeld tijdens een intiem concert, en vandaag ontmoeten we elkaar in het hartje van Regent's Park. Rumer - eigenlijk heet ze Sarah Joyce - was al dertig toen ze eind 2010 doorbrak met Seasons of My Soul, een plaat waarop ze de gestyleerde middle of the road-muziek zoals The Carpenters die in de jaren zeventig opnamen plots hip maakte bij een jong publiek.

Voor de opvolger is ze in het repertoire van grote songschrijvers uit de jaren zeventig gedoken, al opteerde Rumer zelden of nooit voor bekende nummers. Het bleek een concept dat, ook bij haar eigen platenfirma, aanvankelijk nogal wat vragen opriep. "Er werden wel een paar wenkbrauwen gefronst, ja", lacht de zangeres wanneer we even later aan het ontbijt zitten. "Ik geef toe dat het geen voor de hand liggende keuze was, maar er speelde ook nog een andere overweging mee. Ik wist dat ik niet in staat zou zijn om snel-snel materiaal voor een tweede plaat te schrijven. Om te beginnen had ik zes maanden nodig om te bekomen van alles wat me overkomen was. De ene dag was ik nog dienster, en een jaar later had ik plots een internationale carrière. Het zal nog wel even duren voor ik een nieuwe plaat met eigen materiaal klaar heb."

Waarom wilde je zo graag een plaat opnemen met uitsluitend nummers van mannelijke songschrijvers?

"Het idee kwam bovendrijven toen ik voor een ander project 'Long Long Day' coverde, een obscure Paul Simon-song. We konden dat nummer zodanig naar onze hand zetten, dat we op die manier een hele plaat wilden opnemen. Het eerste wat ik deed was een tijdsvak afbakenen, zodat het geheel zowel qua sound, feel en mood consistent zou klinken. De keuze voor de jaren zeventig lag voor de hand: wat mij betreft werd toen de mooiste muziek gemaakt. En dat ik uitsluitend voor mannen heb geopteerd, heeft te maken met het feit dat ik een uitdaging wilde. Bij elk van hen heb ik hun volledige discografie uitgepluisd. Het voelde alsof ik op schattenjacht ging."

Heb je door deze nummers op te nemen ook iets geleerd over de

mannelijke psyche?

"Ja, natuurlijk. 'A Man Needs a Maid' van Neil Young is een goed voorbeeld: dat boort récht naar de essentie. Er zit onzekerheid in, en het onvermogen om zelf te geven. Maar toch heeft hij de liefde van een vrouw nodig. Dat is heel herkenbaar. Ik ben een vrouw in een industrie die voor het overgrote deel door mannen wordt gedomineerd, en als reizende muzikante kom ik daardoor eigenlijk voortdurend in een vijandige omgeving terecht. Toeren alleen al is iets tegennatuurlijks. Als vrouw voel je instinctief de behoefte om je te settelen, om een nest te bouwen. Succesvolle mannen die vaak van huis weg zijn, hebben meestal een vrouw die hen steunt. Als ik na een tournee thuiskom, wordt de deur haast versperd door ongeopende post. En de koelkast is leeg, dus er is niet eens wat te eten. Ik moet in mijn eentje dus zowel de man als de vrouw zijn."

Ben je tijdens de opnamen op teksten gestoten die een vrouw nooit had

kunnen schrijven?

"(denkt na) In 'Marie' zingt Randy Newman: 'I don't listen to a word you say / when you're in trouble, I just turn away.' Dat zou een vrouw nooit doen. Omdat het niet in onze aard ligt. Nog een voorbeeld uit 'My Cricket' van Leon Russell: 'Your picture reminds me I wanted to be free / so I hurt you, I drove you away.' Het idee dat je iemand moet kunnen kwetsen om je vrij te voelen, vind ik... niet te bevatten.

"Maar voor je denkt dat ik niet hoog oploop met mannen: ik heb ook 'Home Thoughts from Abroad' van Clifford T. Ward gecoverd, een nummer met een tekst waar zowat alle emoties in vervat zitten. 'Ik mis je. Waarom schrijf je me niet? Heb je iemand anders?' In die paar zinnen komt het allemaal aan bod: verlangen, onzekerheid, en frustratie. Mannen voelen evenveel als vrouwen, maar doorgaans houden ze hun emoties voor zichzelf."

Stephen Bishop, die je ook covert, stelt dat hij de beste songs schrijft wanneer zijn hart net gebroken is. Herkenbaar?

"Mja. Kijk: ik ben er me van bewust dat het er voor de meeste mensen niet toe doet wie al die songs geschreven heeft. Die houden gewoon van mooie muziek, en dat is prima. Maar daarnaast zijn er ook nog muzieknerds als jij en ik, die willen laten zien dat er buiten X-Factor, The Voice en de Top 40 nog artiesten bestaan die het verdienen om gehoord te worden. Ik besef zeer goed dat het merendeel van mijn publiek tamelijk conservatief is. Laat ons zeggen dat een derde van mijn fans echte muziekkenners zijn, en de rest komt kijken omdat ik hen aan The Carpenters doe denken. Maar ik ben ervan overtuigd dat die Boys Don't Cry ook mooi zullen vinden. Voor mij bestond de uitdaging erin om de nummers van al die geweldige songwriters de mainstream binnen te smokkelen zonder het publiek van me te vervreemden. Eigenlijk beschouw ik mezelf als een Trojaans paard. Ik dring eerst poeslief bij je binnen, maar nadien laat ik mijn leger los. (lacht)"

Je lijkt me tamelijk nuchter om te

gaan met het succes.

"Ik ben wel even de weg kwijt geweest, onlangs. Maar als me dit als twintiger overkomen was, dan zou ik hier nu vast niet gezeten hebben. Het is heel gevaarlijk om deze arena in te stappen zonder te beseffen dat je het tegen de duivel opneemt. Ik wist het wél, maar dan nog. Ik heb angstaanvallen gehad, ben paranoïde geweest, heb me soms arrogant en agressief gedragen... Het is een voortdurende strijd om in balans te blijven."

Verliest de muziekbusiness zijn

mysterie eens je er zelf in meedraait?

"Uiteraard. Desillusie is de eerste halte die je op je weg tegenkomt. Glamour bestaat niet. En het geld valt ook tegen. Zéker in het huidige klimaat. Van Seasons of My Soul is inmiddels een miljoen exemplaren verkocht, maar tot nog toe heb ik er geen cent aan verdiend."

Excuseer?

"In de deal die ik getekend heb staat bepaald dat ik zelf alle reclamecampagnes moet betalen die voor mijn plaat worden opgezet, en daar is al het geld aan opgegaan. Ik haal mijn inkomsten dus uitsluitend uit de optredens. Gevolg: ik ben nog lang geen miljonair. De hotels, de vliegtuigen, de make-up, de stylistes... allemaal zijn het middelen die je in staat stellen om je werk zo goed mogelijk te doen. Niet meer, niet minder. En geloof het of niet: een grote hotelkamer helpt daarbij. Gewoon uit praktische overwegingen. Zo heb ik plaats om al mijn spullen te zetten, en blijft er nog genoeg ruimte over om journalisten te ontvangen als er interviews gepland staan. Toeren is een heel andere manier van reizen dan op vakantie gaan. Kortom: de glamour is puur praktisch. Je moét make-up dragen, je nagels laten doen en erop letten dat je iets leuks aan hebt. Langs de buitenkant ziet dit vak er ontzettend luxueus uit, maar in werkelijkheid zijn al die dingen veeleer noodzaak."

Okay, maar wat trekt je dan aan in dit bestaan?

"Het feit dat ik mensen kan ontmoeten waar ik anders nooit bij zou zijn geraakt. Ik heb met songschrijvers als Burt Bacharach en Jimmy Webb mogen samenwerken. Dat zijn levende legendes. En aan een aantal van de mensen van wie ik op de nieuwe plaat een nummer heb opgenomen, zal ik in de loop van de volgende maanden ook echt worden voorgesteld. Een onbetaalbare ervaring. Dankzij mijn platenfirma heb ik in New York een concert van Aretha Franklin kunnen zien, iemand die ik zodanig bewonder dat ik er eerder al een song over schreef. "Bovendien: ik heb de luxe dat ik mijn platen ook op vinyl mag uitbrengen, in van die prachtige grote hoezen. Dat is het belangrijkste, eigenlijk. Ik krijg de kans om kunst te maken die er nog zal zijn lang nadat ik gestorven ben."

De meeste van de songwriters wiens nummers je hebt opgenomen leven nog. Al reacties gehad?

"Jimmy Webb en Richie Havens zijn heel gelukkig, en de weduwe van Townes Van Zandt bleek ook heel erg opgetogen. Daryl Hall vond mijn versie van 'Sara Smile' zo mooi dat hij me heeft uitgenodigd om samen met hem op te treden. Maar het mooiste compliment kwam van Richard Carpenter, die me een lange mail heeft gestuurd om te zeggen hoezeer hij mijn muziek waardeerde. Beetje raar om dat van iemand te horen waar ik zelf altijd zo naar op heb gekeken. Muzikanten zijn als vrienden wanneer je hun platen oplegt. Ze zorgen ervoor dat je je niet meer alleen voelt. Als je Hejira, The Hissing Of Summer Lawns of Blue oplegt, dan heb je de indruk dat Joni Mitchell je hoogstpersoonlijk gezelschap houdt. Ik hoop dat je dat gevoel ook krijgt wanneer je naar mijn muziek luistert."

Laatste vraag: je leeft nog steeds in de buurt waar je woonde voor je doorbrak. Dus je komt vast nog wel eens voorbij de plekken waar je vroeger gewerkt hebt. Hoe kijk je terug op die periode?

"Ik heb echt zowat alles gedaan. IPods en schoenen verkocht. Dienster geweest, ook. En vorige week stapte ik de buurtwinkel binnen waar ik zelf nog achter de kassa heb gezeten. Ik had wat fruit gekocht, en toen ik ging afrekenen kwam alles weer terug. Ik kan me nog perfect herinneren hoe het was om aan de andere kant van de kassa te staan, en ik ben ontzettend blij dat die periode achter de rug is. Ik heb mijn leergeld betaald. Niemand zal me ooit kunnen verwijten dat ik niet weet wat het is om hard te werken en af te zien. Het zijn jaren waar ik veel van geleerd heb. Maar nu wil ik vooruit. Zingen. Optreden. En vooral: gelukkig zijn."

Boys Don't Cry is uit bij Atlantic. Rumer treedt vanavond op in openluchttheater Rivierenhof in Deurne. www.openluchttheater.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234