Donderdag 06/10/2022

Glorie vergaan

2 augustus 1962, Pennsylvania Station aan Seventh Avenue in New York. Op het voetpad voor de ingang staan vijftig mensen bijeengetroept, vast van plan om nergens heen te gaan. Ze zijn aan het betogen. 'Don't Demolish it. Polish it', staat er op een van hun borden te lezen. De pendelaars lopen hen straal voorbij. "Het was een van de vreemdste en moedigste protesten die de stad ooit heeft gezien", schreef The New York Times de volgende dag.

'Voorzienig' en 'baanbrekend' zouden twee andere juiste adjectieven zijn geweest. Maar dat konden de reporter noch de betogers toen al weten. De betoging was het initiatief van zes jonge architecten die zichzelf de 'Action Group for Better Architecture in New York' noemden. Ze behoorden tot de weinige New Yorkers die geshockeerd waren over de geplande afbraak van een van de grootste Beaux Arts- treinstations ter wereld. Spoedig kregen ze de steun van schrijvers zoals Norman Mailer en architecten zoals Philip Johnson en I.M. Pei. Het haalde allemaal niets uit. Het treinstation was verouderd en moedwillig verwaarloosd door de eigenaars. De auto was koning geworden. Het modernisme trok als een pletwals door de steden. Het oude New York, het oude Brussel: het moest er allemaal aan. Op 28 oktober 1963 werden de eerste gaten geslagen in de gevel van Penn Station. De aannemer verklaarde die dag: "Als iemand dit gebouw echt als kunst beschouwde, dan zou hij geld hebben gevonden om het te kopen." Het zou hem drie jaar kosten om het prachtig monster klein te krijgen.

Foto's kunnen diep beroeren. Er hoeven geen mensen op te staan. Ik sta in de fotogalerij van het Museum of the City of New York, waar vandaag een tentoonstelling is geopend over het niet langer bestaande Pennsylvania station. Mijn hart breekt een beetje. De monumentale, marmeren, halfnaakte engel, met treurig neergeslagen ogen onder zijn sluier, vastgemaakt met ketens op een vrachtwagen, een verbeten kijkende arend aan zijn zij: ze zien eruit als ter dood veroordeelden die naar hun terechtstelling worden gebracht. Eenenvijftig jaar lang hadden ze een prominente plaats op de gevel van Penn Station. Op de foto staan ze klaar om weggesleept te worden naar een moeras in New Jersey waar ze zullen worden verbrijzeld en gedumpt, net als de rest van het granieten en marmeren station.

Penn Station was een meesterwerk van grootheidswaanzin. De eigenaar, Pennsylvania Railroad, was de grootste, rijkste en drukst bereisde spoorweg van Amerika. Het jaar was 1902. De architect kreeg de opdracht om een station in Manhattan te bouwen dat het eiland rechtstreeks met het binnenland van Amerika zou verbinden. Dankzij de invoering van de elektriciteit was dit mogelijk geworden. Daarvóór dienden reizigers uit te stappen in New Jersey en een veer te nemen over de Hudson- rivier. Zelfs al zouden er tunnels zijn geweest, dan nog zou het technisch onmogelijk zijn geweest om de vieze wolken spugende stoomtreinen veilig zo'n lange ondergrondse afstand te laten afleggen.

Pennsylvania Station was dus een mijlpaal. Voor het ambitieuze project moesten 12 hectaren gebouwen tegen de vlakte, een derde meer dan voor het World Trade Center. Na negen jaar was het gebouw klaar. De hoofdingang was afgelijnd met dertig Dorische kolommen die geïnspireerd waren op de colonnade van het Sint Pietersplein. De dubbele inrijpoort was een ode aan de Brandenburger Tor in Berlijn. De wachtzaal was een twintig procent opgeblazen kopie van het Tepidarium van de Romeinse baden van Caracalla. Van daaruit stapte de reiziger de 'main concourse' binnen, een immense ruimte overdekt met een koepel van glas en staal die 33 meter hoog reikte en geïnspireerd was op de prachtige Europese treinstations van toen. Aaron Rose, de fotograaf, heeft ze allemaal teder vastgelegd vlak voor en tijdens de afbraak. Hij woonde in de buurt van het station. Hij was toen vijfentwintig. Hij was zo bedroefd over de sloop dat hij het niet over zijn hart kreeg om zijn film te ontwikkelen. Hij stopte ze letterlijk in de koelkast tot een vriend hem twee jaar geleden aanporde om ze af te drukken. Op de plaats van Pennsylvania Station staat nu het oerlelijke Madison Square Garden. Een trein neem je er onder de grond. Ontelbare tranen zijn er intussen geplengd over het verlies van het station. Sommigen zijn zelfs in het moeras gaan zoeken naar de resten, maar wat men vond was te kapot. De armzalige vijftig New Yorkers die op die hete augustusdag in 1962 protesteerden, mogen dan wel hun strijd verloren hebben, maar toch hadden ze vele stadsgenoten wakker geschud. In 1965 richtte New York, onder directe impuls van hun protest, de Historische Klasseringscommissie op. Het was de allereerste in het land. Er zou nog veel geknoeid worden met het erfgoed van New York, maar nooit meer zo flagrant als toen met Penn Station.

Jacqueline Goossens

'The last days of Penn Station, photographs by Aaron Rose', tot 6 oktober 2002 in het Museum of the City of New York, 1220 Fifth Avenue, www.mcny.org

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234