Dinsdag 05/07/2022

Governors Island, waar de Big Apple is geboren

In 1624 zette de Nederlands West-Indische Compagnie hier de allereerste groep Europese immigranten aan wal. Sinds 1755 was het militair domein, tot het Amerikaanse leger er in 1997 het licht uitdeed

NEW YORK HERONTDEKT ZIJN roots

Een van de minst bekende en intrigerendste van de eilanden die samen New York City vormen, is Governors Island. Het is een plaats om van te dromen: groen, autovrij, met fantastische zichten op de baai en de skyline, met massa's leegstaande woningen waar je zo kunt intrekken, en dat op slechts zeven minuten varen van downtown Manhattan. Twee eeuwen lang was het eiland militair en dus verboden domein maar sinds begin juli is dat veranderd. De kustwacht is verhuisd en Governors Island werd eigendom van de stad. Het gewone volk mag nu eindelijk ook eens gaan rondneuzen op het eiland, dat volgens sommigen New Yorks nieuwste topattractie zal worden.

door Jacqueline Goossens

Governors Island is de plaats waar New York is geboren. In 1624 zette de Nederlands West-Indische Compagnie er de allereerste groep Europese immigranten aan wal. Het waren hugenoten, protestanten uit wat nu Wallonië is, die eerder voor de Spaanse inquisitie naar Holland waren gevlucht. Het eiland was strategisch gelegen. In 1755 sloegen de Britten, die toen de plak zwaaiden in New York, er hun eerste militair kamp op. Sindsdien bleef het militair domein, tot het Amerikaanse leger er in 1997 het licht uitdeed. Op 31 januari 2003 'verkocht' president Bush Governors Island voor 1 dollar aan burgemeester Bloomberg. Dat was precies evenveel als wat de federale overheid er in 1800 voor had betaald aan New York. Een deel van de gebouwen is geklasseerd. De stad heeft nog geen welomlijnde plannen voor het onwaarschijnlijke stuk vastgoed. Woonprojecten, fabrieken en casino's zijn alvast uit den boze volgens het verkoopcontract. Onlangs, op een perfecte juliochtend, gingen we een kijkje nemen op New Yorks nieuwste aanwinst.

Je zou verwachten dat je voor een veerpont betaalt op de plaats waar het vertrekt maar als je naar Governors Island wilt, is dat niet het geval. Bij Gipec (Governors Island Preservation and Education Corporation), de organisatie die het eiland beheert, doet men wat vaag over de redenen. De nog aan de gang zijnde restauratiewerken aan de opvallend mooie 19de-eeuwse gietijzeren ferryterminal is er een van. Een andere is dat de stad moet besparen en dus moet consolideren. Heel onlogisch dus beginnen we onze tocht naar het eiland in South Street Seaport, op een kleine kilometer noordwaarts van het veer. We gaan in de rij staan voor de kiosk, waar ook toegangskaartjes worden verkocht voor het South Street Seaport Museum. Het is niet onaangenaam wachten. De zon schijnt. Naast ons liggen een oude elegante Chinese jonk en een antiek zeilschip te dobberen. Wat verder zijn mannen in rubberpakken de straat aan het schoonspuiten waar vannacht de vismarkt werd gehouden. De meeuwen protesteren. De lucht ruikt naar de zee en, wat wil je, dooie vis.

Zodra we onze kaartjes hebben gekocht, wandelen we in een lekkere bries een kwartiertje langs het water naar het dok. Het is zonnehoedjes en -crème geblazen voor bleekhuiden. Het net geschrobde witte veer vertrekt prompt om 10 uur. Er is een veertigtal belangstellenden opgedaagd. Op het eiland worden we opgewacht door jonge park rangers in groene uniformen en scoutsachtige deukhoeden. De langste van de twee dames legt de regels uit. "De wandeling zal anderhalf uur duren. We vragen dat u samen blijft. Dat moet van de verzekering. Er zijn 225 gebouwen op het eiland. Sommige daarvan zijn in slechte staat. We willen niet dat u verloren loopt of zich bezeert." Een vol kwartier later, na de nodige aanmaningen om eerst de toiletten te gebruiken en drinken te kopen voor onderweg, mag onze expeditie eindelijk beginnen. "Het eiland beslaat 70 hectare", zegt de park ranger, "wij gaan de 9 hectare zien die geklasseerd zijn." Het is prettig wandelen onder de hoge bomen in de verfrissende zeebries. Het eiland was oorspronkelijk dicht begroeid met notenbomen, eiken en kastanjelaars. De indianen die hier een kamp opsloegen om te vissen, noemden het eiland Pagganck. Later kreeg het van de Hollanders de naam Noten Eylandt. In 1637 liet Wouter Van Twiller, de gouverneur van Nieuw-Nederland, er zich een kast van een villa bouwen. Meer dan een eeuw lang speelden de Hollanders en Engelsen voetbal met het idyllische eiland. In 1702 maakte de Engelse gouverneur Edward Hyde, ook bekend als Lord Cornbury, er zijn privé-speeltuin van. De gouverneur hield ervan om zich in vrouwenkleren uit te dossen en wilde fuiven te geven (er hangt een staatsieportret van hem in volle dragqueentenue in de New-York Historical Society). Het was naar hem dat de plaats Governors Island werd genoemd. In 1710 kreeg het eiland een heel andere functie: 10.000 kersverse Duitse immigranten, waaronder velen besmet met tyfus, werden er in quarantaine geplaatst. Tweehonderdvijftig van hen liggen op het eiland begraven. In 1732 wou de Britse gouverneur er zijn jachtdomein van maken. Het plan mislukte toen de fazanten die hij er los had gelaten, wegvlogen naar Long Island. In 1755 (New York was toen al snel aan het groeien) installeerden de eerste (toen Britse) militairen zich op het eiland. De militaire bezetting zou twee eeuwen duren.

Wandelen door Governors Island is een snelcursus in twee eeuwen Amerikaanse architectuur. Een van de hoogste punten op het eiland is Fort Jay. De grondvesten dateren van de jaren 1780. Het zicht vanuit het fort op de baai, het drukke bootverkeer en New York is spectaculair. Het fort innemen was haast onmogelijk. Om tot aan de steile muren met de schietgaten te geraken, moesten belegeraars, net zoals wij nu, eerst een uitgestrekte grasvlakte en dan een slotgracht oversteken. Wij wandelen binnen over de ophaalbrug. Het binnenplein en de zijstraatjes van het fort zijn geplaveid met kasseien. Je waant je in een middeleeuws kasteel. We raken even het massieve kanon aan dat dateert van de Burgeroorlog (jaren 1860). "Je kunt er een kanonbal mee op Central Park afvuren", zegt de park ranger. Fort Jay is het oudste gebouw op het eiland. Een tweede fort, Castle Williams, een ronde kanjer met 2 meter dikke muren werd tussen 1807 en 1811 gebouwd. Het is een plek van bloed en tranen. Tijdens de burgeroorlog werden hier duizenden krijgsgevangenen in de wreedste omstandigheden opgesloten. Velen kwamen om. Het griezelige aan de plek is dat je je zonder moeite kunt voorstellen dat het in een handomdraai weer een gevangenis zou kunnen worden gemaakt. Het verbaast me niet als de ranger verteld dat hier in de laatste decennia menig Halloween-feest plaatsgreep. Fort Jay en Fort Williams zijn deel van een serie van zes forten in de baai van New York. Die beschermden de stad zo goed dat de machtige Engelse vloot haar tijdens de oorlog van 1812 niet dierf aanvallen. We wandelen door het hart van Governors Island. Het doet aan een dorpje in New England denken. Rond de 'village green' (het dorpsplein met gras, bomen en bloemen) staan uitnodigende verlaten villa's. De oudste is het bakstenen Governors House (1708). Het op een na oudste (1843) is Admiral's Quarters. Het is een kast met 27 kamers en 9 badkamers. Het is gebouwd in federale stijl, met typische kolommen aan de voorkant die twee verdiepingen hoog reiken. Het ziet eruit als een mini-Witte Huis, met kanonnen in de voortuin die uit Cuba werden weggesleept in 1898. Honderd jaar later, in 1998, hielden Reagan en Gorbatsjov hier een topontmoeting die een doorbraak betekende in de ontspanning tussen Oost en West. We passeren woningen in originele Georgiaanse en Victoriaanse stijl. Op de vastgoedmarkt zouden ze miljoenen dollars waard zijn. We wandelen door een dreef naar Building 400. Het gebouw werd in 1930 neergepoot door McKim, Mead&White, toen een van New Yorks toparchitectenbureaus. Het was toen het uitgestrektste militaire gebouw ter wereld, compleet met gym en zwembad. Wat te doen met de geklasseerde kolos is een van de vele dure uitdagingen waar de stad nu voor staat.

Tot enkele jaren geleden woonden er 7.000 mensen op Governors Island. Al wat nu nog rest is een onderhoudsploeg van 75. Op het eerste gezicht lijkt het absurd dat de stad geen raad weet met haar duizenden daklozen terwijl hier al sinds 1997 een leeg stadje met alles erop en eraan ligt. Letterlijk alles is er: een hospitaal, drie kerken, een supermarkt, twee scholen, een bibliotheek, een bioscoop, tennisvelden, een golfterrein, een openluchtzwembad, een droogkuis, een kegelbaan, een Super 8-motel en zelfs een Burger King, de enige in heel Amerika waar ooit alcohol verkocht mocht worden. In de verte, aan de oost- en westkant van het eiland, zien we rijen flatgebouwen. Ook die staan leeg.

Het onderhoud van het verlaten eiland kost de belastingbetaler jaarlijks 10 miljoen dollar. Het eiland moderniseren voor zinnig gebruik zal nog veel meer kosten. Toeristen aantrekken die geld achterlaten is een van de prioriteiten, zegt de stad. Ze denkt ook aan een hotel, een congrescentrum, een universiteitscampus en culturele instellingen. Waar het kapitaal moet vandaan komen voor de nodige werken is nog niet duidelijk. Op het einde van de jaren 1600 stelde dragqueengouverneur Hyde voor om Governors Island te onderhouden door extra heffingen te innen van slaveneigenaars, vrijgezellen boven de 25 en dragers van pruiken en parelringen. Het valt nog af te wachten of burgemeester Bloomberg met een even creatief plan voor de dag komt.

Praktisch

U kunt Governors Island op twee manieren bezoeken: l nog tot 3 september zijn er van dinsdag tot vrijdag begeleide wandelingen om 10 en 13 uur. De toegang is gratis. De overzet kost 5 pence per persoon, 3 pence voor kinderen jonger dan 12. Biljetten zijn enkel te krijgen aan de kiosk van South Street Seaport aan Pier 16, vanaf 8.30 uur. Vandaar is het een kwartier rechtdoor wandelen naar waar het veer vertrekt. De rondleiding duurt anderhalf uur. l tot 25 september worden er in dezelfde kiosk dagelijks dagpasjes verkocht die enkel op zaterdag toegang geven tot de anderhalve kilometer lange eilandesplanade. Het veer vertrekt elk uur op het uur van 10 tot 15 uur. De laatste boot naar Manhattan keert terug om 18.30 uur. Een picknick meenemen is aan te raden. Eten en drinken komen voorlopig enkel uit de automaat. l herfst- en winterbezoekuren staan nog niet vast. Check de website www.govisland.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234