Woensdag 26/01/2022

Grandeur, drank & dode schrijvers

In de roaring twenties maakten schrijvers F. Scott Fitzgerald en Ernest Hemingway het bont in twee peperdure Franse hotels: Belles Rives in Juan-les-Pins en het Ritz aan de Parijse Place Vendôme. Alles ruikt er nog naar die tijd van decadentie.

Aan het einde van de jaren twintig in de vorige eeuw zaten de Amerikaanse auteurs Ernest Hemingway en F. Scott Fitzgerald in de bar van hun geliefde hotel Ritz in Parijs. Ze hadden, zoals steeds, een glaasje op. Een Engelsman met de flair van een lord komt pretentieus aangewandeld, vergezeld van een prachtige jonge vrouw. Fitzgerald hapt naar adem bij zo veel schoonheid. Hij laat meteen een boeket orchideeën brengen naar het tafeltje van de schone met op het kaartje de tekst: kom bij mij, deze nacht. De dame stuurt het boeket terug, zonder een blik te werpen op het geschrift. Daarop begint Fitzgerald opzichtelijk het ene bloemblaadje na het andere van het orchideeënboeket op te eten. Nog dezelfde nacht laat hij Hemingway per briefje weten: "Le coup de l'orchidée a marché."

De roaring twenties: magie van decadentie. Kringloop van seks, drank en grandeur. De generatie van de Jazz Age, ook de lost generation genoemd. In een tijdsbeeld van extreme balorigheid en scandalitis, de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog en nog voor de beurscrash van de jaren dertig.

Geheel losgeslagen expats.

Aandoenlijk is ook de volgende anekdote uit die tijd. In de Dingo Bar aan de Rue Delambre neemt Fitzgerald zijn al even geoliede drinkebroer Hemingway in vertrouwen. Scott vraagt Ernest of hij de omvang van zijn geslachtsdeel wil inspecteren, omdat zijn vrouw Zelda geklaagd had dat het te klein was om tot aanvaardbare prestaties te kunnen komen. Zelda was toen al halvelings krankzinnig. Scott en Ernest verplaatsen zich ter inspectie naar het urinoir. Volgens Hemingway was er niets mis met de lengte van Scotts penis. Hij geeft zijn vriend de raad het zelf nog eens te gaan checken in het park, bij de beelden. Of door in het Louvre de schilderijen af te schuimen op penisjacht.

Scott was gerustgesteld.

Zowel Fitzgerald als Hemingway hadden Frankrijk geadopteerd als tweede thuisland. Ze resideerden afwisselend in het toen al peperdure hotel Ritz aan de Place Vendôme in Parijs en in het huidige Hotel Belles Rives, toen nog Villa Saint-Louis, in Juan-les-Pins. Vooral aan de Franse Riviera maakten Scott en Zelda Fitzgerald het heel erg bont met hun drinkgelagen. Op een dag gingen ze op bezoek bij vrienden. Luttele uren later begonnen de twee de Venetiaanse wijnglazen een voor een over de tuinmuur te keilen. Bij het abrupte afscheid lieten ze nog gauw een vuilnisbak op de patio neerploffen.

Zelda had de onhebbelijke gewoonte om altijd de lift vast te binden op hun etage van het hotel, zodat ze nooit hoefde te wachten. Tientallen keren is het echtpaar het ene na het andere hotel uit gezwierd.

Puberleut.

De voortschrijdende krankzinnigheid van Zelda, zijn alcoholisme en depressies leverden Scott Fitzgerald wel een meesterwerk op: Tender is The Night. Daarin beschrijft hij het decadente, haast ongrijpbare leven aan de Côte d'Azur in de jaren twintig. Inclusief het roemloze einde in de psychiatrie van zijn aanbeden vrouw Zelda. Ook The Great Gatsby voltooide hij in Juan.

850 euro per nacht

Villa Saint-Louis stond in de wijde omtrek bekend als een oord van verderf. Waar de schrijvers Fitzgerald en Hemingway, Rudolph Valentino en Picasso van orgie naar orgie leefden. In 1929 werd de 'Villa' uitgebouwd tot Hotel Belles Rives. Het eerste hotel aan de Riviera, pieds dans l'eau. Het is er duur slapen voor de beau monde van vandaag: in het hoogseizoen 850 euro per nacht. Maar aan toeristen geen gebrek. Het hotel met 43 kamers zit mudvol. Franse joden uit Parijs, Russische oligarchen, een Amerikaans stel, Duitsers ook, en de onvergetelijke Betty van 81.

Bij het binnenkomen in de lobby kun je de foto's van Scott en Zelda Fitzgerald niet ontwijken. Zwart-wit, uiteraard. Ze vallen op tegen de zacht verlichte muurfresco's en de Venetiaanse vloeren. Het hotel heeft een schoener op de golven als logo. Dat motief komt overal terug. Alles art deco. Het sterrenrestaurant La Passagère licht op met arabesken van bladgoud. Nog mooier is het terras, afgezoomd met olijfbomen, witte en blauwe lantarens en bougainvilles.

De kamer voelt aan als een schoenendoos. Prachtige decoratie, prachtig terras, maar om mijn laptop kwijt te kunnen moest ik een tafeltje bijvragen. Het uitzicht daarentegen is overweldigend. Onbeschrijfelijke vergezichten. Nergens is de zonsondergang mooier dan op het terras van Belles Rives.

Het ponton in oud beton is de place to be. Om 10 uur in de ochtend strekken gebruinde lichamen zich uit op aangename ligbedden. Alsof Scott en Zelda nog leefden, knallen een uur later de eerste champagnekurken. En dat gaat zo door tot in de vooravond, als de dames naar de kamer verdwijnen voor hun avondopmaak. Een paar uur later staan ze als levendige schilderijen weer te aperitieven aan de bar. Onder het zachte geluid van Miles Davis en Ben Webster. Want het jaarlijkse jazzfestival van Juans-les-Pins is all over the world een begrip voor jazzliefhebbers. Natuurlijk hangt er ook een foto van Ray Charles in Belles Rives.

De 81-jarige Betty van joodse origine uit Amsterdam komt al meer dan zestig jaar in Juan. Zij heeft Auschwitz overleefd, is weduwe en zit twee maanden lang als eerste op het ponton van Belles Rives. Om het overleven te vieren, zegt ze zelf. Toen haar man nog leefde, zat ze in de textiel. Later heeft ze haar weelderige levensavond op de beurs verzilverd, met behulp van een bevriende bankier.

Iedereen kent Betty. Ze spreekt vlot vier talen, inclusief Frans - het laatste is weinig Nederlanders gegeven. Betty heeft er geen moeite mee om haar borsten bloot te leggen in de zon. "Wie uit Auschwitz komt, kent geen gêne meer." En dus zegt ze ook blijmoedig dat ze nog steeds zin in seks heeft. Ze hoopt ooit nog eens dolverliefd te worden. Betty leeft volledig in de vrijgevochten geest van Scott en Zelda, zij het met minder drank.

Het kostte mij moeite om van haar afscheid te nemen - een vrolijker mens was ik lange tijd niet meer tegengekomen.

Hemelse oase

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werd Belles Rives het 'Hotel des Belges' genoemd. In die tijd gingen mannen en vrouwen uit betere kringen gegarandeerd op huwelijksreis naar Juan-les-Pins. Saint-Tropez bestond niet in de verbeelding van jonge geliefden. Juan en Antibes waren de trekpleisters van de Côte d'Azur. Vandaag is Juan-les-Pins verrommeld tot een soort Blankenberge. Het casino is verloederd, al wordt dat goedgemaakt door een schitterende sigarenwinkel. Eigenlijk verwacht je het niet in deze broeierige oubliëtte, een hemelse oase als Belles Rives.

De herinnering aan Scott en Zelda Fitzgerald wordt nog steeds gekoesterd in brochures, maar zegt de manager van het hotel: "Niemand weet nog wie Scott Fitzgerald is. De Russen die hier met velen komen al helemaal niet. En ook de Amerikanen weten niets van zijn leven. Of ze schamen zich voor de man die ooit op een driewieler midden in de nacht over de Champs Elysées reed. En nog meer voor zijn vrouw die bij een brand in een psychiatrische instelling is omgekomen na een ongekend liederlijk leven."

Scott en Zelda waren het eerste Amerikaanse glamourkoppel. Ze schreven geschiedenis door hun vechthuwelijk en door hun rebelse en baldadige escapades. Zij waren de iconen van de Jazz Age. Scott schreef over Zelda: "Ze danst als vuur." Maar buiten het dansen waren ze vooral verenigd door een diep gevoel voor fatalisme dat aan hun levensstijl ten grondslag lag. The Beautiful and Damned, zo noemde Scott zijn roman uit 1922 over een decadent echtpaar waar hij en Zelda model voor stonden. Hun drang naar zelfvernietiging was onweerstaanbaar. In 1930 schreef Scott Fitzgerald: "Ik was de entertainer op een boottrip die zo leuk was dat ik mijn jacht tot zinken moest brengen om mijn gasten naar huis te sturen." Of het een gelukkig huwelijk was? Drank en de psychische problemen dreven het echtpaar uit elkaar. Hij stierf op zijn vierenveertigste, gesloopt door de drank. Zelda kwam een paar jaar later om.

In de aanloop naar haar huwelijk met Scott schreef Zelda: "Niet rouwig zijn over prachtige herinneringen die verloren gaan." Het thema van hopeloze vergeefsheid vind je steeds weer terug in Fitzgeralds romans Tender is the Night, The Great Gatsby en The Love of the Last Tycoon.

In hun laatste jaren verloor het echtpaar zich in verschrikkelijke ruzies. Emotioneel en intellectueel was Zelda gewaagd aan haar man, maar uiteindelijk bleef ze een personage. Of zoals iemand schreef: "Mr Fitzgerald is a novelist, and Mrs Fitzgerald is a novelty."

Sommigen zeggen dat Scott Fitzgerald zijn vrouw Zelda op een vampiristische manier vereeuwigde. Maar dan nog: als stilist was hij een van de grootste Amerikaanse auteurs uit de literatuurgeschiedenis. Groter dan Ernest Hemingway. Die hij aanvankelijk bewonderde, maar meer om zijn mannelijkheid dan om zijn schrijfstijl. Ook die relatie is uiteindelijk slecht afgelopen. Toen Scott Fitzgerald begraven werd, bleef Hemingway lekker op Cuba zitten.

Leven als bohemiens

Wat de twee schrijvers gemeen hadden was hun liefde voor hotel Ritz in Parijs. Vooral Hemingway was er niet weg te slaan. Fitzgerald, die geldproblemen had, liet zich er graag uitnodigen. Het was de tijd dat veel Amerikaanse kunstenaars naar Parijs kwamen om er de verschrikkingen van de oorlog te verwerken. En ook omdat ze daar het leven van de bohemien konden leven dat het conservatieve thuisfront niet toeliet. De Hemingway Bar van het Ritz was wereldberoemd. Toen hij nog in het Ritz resideerde was de auteur berucht voor de vrachten likeuren die hij in zijn kamer had opgeslagen. En waar Scott Fitzgerald gretig gebruik van maakte. Whisky, bloody mary, cognac aux truffes, champagne uiteraard: de heren dronken alles.

Hemingway kon beter tegen drank dan Fitzgerald, ofschoon hij op 61-jarige leeftijd, ook uitgewoond door de alcohol en aanverwante depressies, zich twee schoten door het hoofd joeg. Omdat hij zijn extravagante leven niet langer met zijn boeken kon financieren begon Fitzgerald voor kranten en tijdschriften te schrijven. De filmscenario's die hij naar Hollywood opstuurde werden meteen weggelachen. Toch is Hemingway altijd jaloers gebleven op het grote talent van Scott. Ze dronken hun literaire gespletenheid samen af.

In de jaren dertig, toen Fitzgerald helemaal aan de grond zat en het essay The Crack-Up had geschreven over zijn eigen emotionele failliet, werd de minachting Hemingway te groot. Hij kon absoluut niet tegen dat soort persoonlijke ontboezemingen. In een brief aan een Amerikaanse collega schreef hij: "Als Scott aan het front zou zijn geweest, zou hij zijn terechtgesteld voor lafhartigheid."

Het Ritz is, vanaf de eerste dag dat het bestond in 1898, altijd een inspiratiebron voor schrijvers en kunstenaars geweest. Van Hemingway en Fitzgerald tot Oscar Wilde, Graham Greene, Sartre en Truman Capote. Marcel Proust noemde het zelfs zijn spirituele domicilie. In 1922 op zijn sterfbed vroeg hij zijn chauffeur Odilon nog een biertje van het Ritz te gaan halen.

Voor ik de draaideur neem, voel ik iets van drempelvrees. Het beroemdste hotel ter wereld ga je niet zomaar binnen. Je voelt dat je een bastion van oud geld gaat betreden. De ultieme norm van eeuwenoude chic. Ik sta daar een maand voor het hotel zal gesloten worden voor een drastische renovatie. Aan het personeel is het niet te zien. De portiers met buishoed en in rok begeleiden je soeverein glimlachend naar de ingang. Aan de receptie weerklinkt de zingzang van extreme wellevendheid. Een mevrouw vraagt of ze me even mag rondleiden. Het is alsof ik onder een baldakijn loop.

Iets laat me niet los. Ineens besef ik dat ik door de draaideur ben gelopen die Lady Di ook heeft genomen op die warme zomernacht in augustus 1997, de nacht van haar fatale auto-ongeluk. Een draaideur naar de dood dus. Het relativeert wel een beetje de onwereldse grandeur waarin ik terecht ben gekomen. Ongevraagd biedt mijn begeleidster mij haar excuses aan. Ze zegt dat ze mij graag de suite had laten zien waar Coco Chanel jarenlang verbleef, maar dat kan nu even niet.

Toen ik een kamer voor één nacht reserveerde vroeg iemand van de reserveringen of ik liever op een andere naam wilde boeken. Kwestie van privacy. Nooit eerder meegemaakt. Meestal ben je bij hotelreserveringen al het nummer van je creditkaart kwijt nog voor je je naam goed en wel hebt uitgesproken. Zo niet in het Ritz dus.

Eigenlijk is het de huidige eigenaar Mohammed Al-Fayed geweest die het Ritz heeft omgetoverd tot een hemel op aarde. De erven van Cezar Ritz hadden niet het talent van de oprichter van het hotel geërfd. Toen de Egyptische zakenman Al-Fayed het in 1979 overnam, keek hij tegen een investering van 250 miljoen dollar aan. Hij bracht de traditionele stijl van het hotel, Louis XV en XVI, die Ritz had laten namaken van voorbeelden uit het Louvre weer in de oude glorie. De kamers werden uitgerust met een eigen sauna en moderne communicatiefaciliteiten.

Het Ritzgevoel à rato van 900 euro voor een nachtje slapen: ik ken het nu. Mede in het besef dat luxe ook kan helen.

In de kamer zink je weg in tapijten zodat je denkt: waarom nog dat bed? De decoratie is overweldigend. Alles in brass. Sleutels in waaiervorm. Het is zo lekker ouderwets dat ik mij niet eens opwind bij het eindeloze zoeken naar een stopcontact. De badkamer schittert in zwart-wit marmer met chromen kranen en spiegels.

Er is een zwembad in de stijl van een Romeins badhuis, naast een indrukwekkend beauty- en schoonheidscentrum. Er is, ja! Over het Ritz kun je niet in de verleden tijd schrijven. Dat is pure blasfemie. Ik zal dit grand hotel met me meedragen zoals ik het die ene avond en nacht heb gezien in onsterfelijke glorie. In onwezenlijke sereniteit ook. Op de gangen hoor je niets, terwijl er wel 450 man in de weer zijn voor 187 kamers. Ook de veiligheidsagenten in de lobby zie je niet, terwijl ze er wel zijn.

De menukaart in de bar-bistro is onverwacht democratisch. Mohammed Al-Fayed is er ook. Hij groet met een hoofs knikje. Het is een gezellige ruimte die uitgeeft op een binnenkoer. Sommige bezoekers hebben enige aanleg tot exotiek. Hoeden als vliegende schotels. De aanwezige Chinezen zijn vanzelf exotisch. Vooral hoe ze eten: je hoort ze van ver slokken.

Zola achterna

Hemingway wou Emile Zola achterna. De Franse schrijver die naam had gemaakt door in mijnschachten af te dalen en in arbeiderskroegen te gaan zitten. Het kon hem niet smerig genoeg zijn, als het maar een roman opleverde. Hemingway deed het door deel te nemen aan de oorlog. Met The Sun Also Rises en A Farewell to Arms gaf hij uiting aan zijn weerzin voor oorlog. Maar ook weer niet geheel ondubbelzinnig. Hij, de antioorlogscorrespondent, wilde wat graag aan de vijandelijkheden deelnemen. Van zijn kamer in het Ritz werd gezegd dat ze het midden hield tussen een arsenaal en een champagnebar. Hij pochte graag dat hij hoogstpersoonlijk de Duitse bezetter uit hotel Ritz had verdreven. Lyrisch van taal was hij niet, lyrisch van leven wel. Geen groter genot dan naar Pamplona gaan voor een stierengevecht.

Hemingway was te competitief ingesteld om een groot schrijver als Scott Fitzgerald naast zich te dulden. Terwijl de laatste hem wel bij een uitgever had aangeprezen als revolutionair van de Amerikaanse literatuur. De rivaliteit had bij Hemingway soms boosaardige trekjes. Daar was Fitzgerald niet eens meer toe in staat. Scott verloor zich in zijn fascinatie voor de elite. Ook daarom heeft hij het decadente leven aan de Côte d'Azur zo treffend verliteratuurd.

De roaring twenties: met flarden zie je ze als een cirkelzaag terug in het hedendaagse tijdsbeeld. De ontreddering van een tussentijd. Maar ze zijn met weinigen die het zo elegant en beeldrijk kunnen beschrijven als F. Scott Fitzgerald.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234