Woensdag 18/05/2022

Groot duel der kleine kampioenen

Er werd onnoemelijk hard gereden in dit 'ritje van niets'. Niet alleen Christophe Brandt gaf op. Er kwamen er nog drie buiten tijd aan

Sylvain Chavanel pakt dan toch zijn etappe na korte, maar ontzettend harde rit

Precies 53 kilometers beslissen zaterdag over een Tour van 3559,5 kilometer lang. De vermoedelijke winnaar heet Carlos Sastre of Cadel Evans. De zekere verliezer is de Ronde van Frankrijk. Er waren schitterende sportieve duels, er is spanning tot de laatste dag. Maar de Pyreneeën tellen niet mee, wegens doping, de fraaie Schlecks zijn besmeurd, en de winnaar is geen kampioen. Een boeiende ronde, dat wel, maar zeker een 'overgangsronde'. Een Tour als een etappe, hopelijk, in de transitie naar een niet langer naar doping stinkende sport.

Montluçon is een stoffige, deprimerende industriestad in de eindeloze 'buik' van Frankrijk: te ver van Parijs of Lyon om iets van die stedelijke allure te laten afstralen, te ver van de Azurenkust voor de zon, de zee en het warme gevoel van bien-être. Montluçon, de hoofdstad van de streek waar de inwoners nog altijd menen dat een toilet er uitziet als een douche met een groot gat, zonder roostertje. Montluçon, op een steenworp van Vichy: hoofdstad van de streek van de collaboratie met de banaliteit, de depressiviteit. De dag dat de Tour de France er arriveerde, was alles klef en stoffig. De dag dat je ongemakkelijk wordt van de reuk van je eigen zweet - en van al die honderden mensen rond je - is de dag dat de Tour de France te lang begint te duren.

Uitgerekend in dit Montluçon zat Christophe Brandt op een vangrail aan de rand van een weg. Tijdens de laatste vlakke rit voor Parijs had hij moeten opgeven. Brandt was ooit een beloftevol klimmertje, maar na een zwaar ongeval waarbij hij één nier verloor, is hij nu vooral een gewaardeerde helper. Zij het dat hij de laatste dagen niet meer aan helpen toekwam. Wat niet wilde gebeuren in de Film d'Etappe (het officieuze wedstrijdoverzicht), lukte hem in elk Bulletin Médicale dat de laatste dagen in de Tour verspreid werd: de naam 'Christophe Brandt' kwam erin voor. De laatste dagen met zware problemen met de ademhaling.

En dus was het al heel vlug in de rit voorbij. Roanne-Montluçon, het leek een wandeletappe. Zelfs voor journalisten en andere lui die de Tour de France uit professie, uit bezetenheid of wegens een combinatie van beiden volgen, was dit een overbodige rit, een die eigenlijk niet thuishoort in de Tour, die nooit zal meetellen als ooit een digest van de geschiedenis van de Ronde van Frankrijk wordt opgesteld. Misschien daarom dat ditmaal Sylvain Chavanel wél won.

Maar dat was de eerste blik. Die van de tv-kijker. Die van de liefhebber die epiek wil, spektakel, massasprints die of met atletische overmacht, of slechts met de fotofinish beslist worden.

Terwijl er ontzettend hard gekoerst werd. De vlag was nog niet gevallen of gepatenteerde geweldenaars als Alessandro Ballan, Stefan Schumacher, Pierrick Fedrigo en Egoi Martinez wilden ontsnappen. Ze losten elkaar af, joegen steeds grimmiger de voorsprong na, de luttele minuten die zouden duidelijk maken dat het peloton hen tenminste voor een tijd liet gaan, en zij hun jacht konden milderen tot een vlucht.

Ze kregen tijd noch ruimte. QuickStep, Liquigas en Caisse d'Epargne lieten niet begaan. En zo haspelde het peloton in een rotvaart de twee hellingen af, de Croix-du-Sud en de Côte de la Croix Rouge. Daar begon de eenzame kruisweg van Christophe Brandt. Tegen een tempo dat soms de zestig kilometer per uur oversteeg, kon hij niet volgen, zelfs niet aanklampen. Hij wilde wel, maar kon niet meer. De achterstand liep op, tot meer dan twintig minuten bij de eerste bevoorrading. Lottosportdirecteur Herman Frison besliste de marteling niet onnodig te rekken: "We wisten dat de tijdsgrens rond de 25 minuten zou liggen. Christophe was in het beste geval op meer dan 40 minuten binnengekomen. Als het niet meer kan, kan het niet meer. Daar is niets oneervols of schaamtelijks aan."

Droef was het wel. Kleine Christophe op de vangrail, al gedoucht en in short en T-shirt als de andere renners aankomen. Robbie McEwen zit naast hem, spreekt hem wat moed in, troost misschien. Wim Vansevenant ook, een mannelijke aai over zijn bol. Leif Hoste: even een arm om de schouder. Journalisten dralen wat, een beetje menselijke schroom om: 'En Christophe?' te vragen. Brandt krijgt tranen in de ogen, loopt snikkend weg. Zijn vriendin blijft zitten - vooral niet kraken, vooral blijven glimlachen - wat amper doenbaar is met die krop in de keel.

Dat uitgerekend in een godvergeten uithoek van Frankrijk de illusies van Christophe Brandt sneuvelen. Het was zo mooi geweest, want de kans is groot dat hij zijn plaats had in de ploeg van de Tourwinnaar - al hangt dat van de tijdrit van Cadel Evans af.

Misschien, en mogelijk voor de enige keer in zijn leven, zou Christophe Brandt zondag bij de eerste renners de Champs Elysées mogen opdraven, en kippenvel krijgen van het applaus en het gemeende gejuich. Want dat is de eer van de ploeg van de Tourwinnaar: als een garde présidentielle de nieuwe gele trui van de Tour de France aan de hoofdstad van Frankrijk presenteren, en hem richting Arc de Triomphe escorteren.

"We hopen dat Christophe niet naar België afreist, maar meegaat naar Parijs. Dat hij bij de ploeg blijft. Dat hij mee kan feesten", zegt Frison. Al staat het sproetige gezicht van Brandt niet op feesten afgesteld. Maar vervolgens toch even kunnen vertellen over zijn afzien - het moeizame ademen, het pijnlijke fietsen, al zoveel ritten - het begrip en medeleven kunnen ervaren, het luchtte al wat op. Ach, dat grote verdriet van een kleine renner.

Hoe hard er wel gereden werd in dat ritje van niets, hoe verzwakt en dus hulpeloos na drie weken Tour renners kunnen zijn die in Brest nog scherp afgetrainde atleten waren, bewijst de rituitslag. Niet alleen Christophe Brandt gaf op. Er kwamen er nog drie buiten tijd aan: Juan-Antonio Flecha, bij Rabobank de enige steun en toeverlaat van de groene trui, zijn landgenoot Oscar Freire. Fabian Wegmann, een week voor de Tour zichzelf nog tot Duits kampioen gekroond. En Romain Feillu, in Nantes nog één dag de gele trui gedragen, in Nîmes derde in de massasprint. Nu met hun drieën pas binnen op 28:13, en dus uitgesloten.

In deze 'wandeletappe', deze naam- en geschiedenisloze overgangsrit, die toch maar netjes aan een gemiddelde van 45,728 kilometer per uur werd afgejakkerd, kwamen er niet minder dan 24 renners met kleien tot zeer grote achterstand binnen.

TUSSENKOP

Het peloton zit op zijn tandvlees. Marc Coucke zag het zelfs bij zijn zo gekoesterde Cadel Evans: "Normaal gezien verbetert Cadel tijdens een ronde. Dit keer begint hij last te krijgen van kleine mankementjes. Het moet geen week meer duren."

Natuurlijk niet. Het zal nog meer voorkomen: rondes met bijzonder kleine tijdsverschillen. Ritten waarin nog hoogst zelden een grootse raid over ettelijke cols te bewonderen zal zijn. Rondes waarin sommige ploegen collectief dominant zijn.

Zeker niet in een Tour de France waarvan verwacht wordt dat hij 'gezond' verloopt - en dat is tegenwoordig synoniem van 'dopingvrij'. Dopingvrij was deze Tour alleszins niet. Mogelijk was het al beter dan bij vorige edities. Mogelijk niet. Het enige dat zeker is, is dat er meer, fanatieker, hardnekkiger en vooral efficiënter gecontroleerd werd. Een voorbeeld. Donderdag, aan het einde van de rit naar Saint-Etienne, hangen volgende namen van te controleren renners uit aan de caravan waarin de antidopingcontrole plaatsvindt. Behalve de 'eerste drie in de rituitslag' - die namen kennen de controleurs ook niet - worden gesommeerd: de nummers 7 (Jaroslav Popovitsj), 83 (Alexander Botsjarov), 65 (Roman Kreuziger), 85 (Dmitriy Fonfonov) en 78 (Sylvester Szmyd), plus ook wel 187 (Amaël Moinard) en 99 (Jürgen Van De Walle).

Zou het misschien kunnen dat de Franse dopingcontroleurs een bewuste check-up deden bij het grote contingent Oost-Europeanen? Zou het kunnen dat de controleurs iets ter ore is gekomen bij in die contreien erg populaire doch in Frankrijk hoogst verboden middelen? Ziet dit er niet uit als een gerichte zoekactie binnen een specifiek deel van het peloton? Of hoe anders de selectie verklaren?

Dat is het sleutelwoord: ciblé. Toegespitst. Alles wat de Fransen deden was hoogst on-willekeurig, welbewust. Zoeken naar renners waar men om één of andere reden een argument had om hen speciaal te screenen.

Het is die wetenschap die een domper zet op het einde van de Tour de France. Want blijkbaar hadden de Franse dopingcontroleurs een goede reden om de entourage van de Schlecks te doorzoeken. Of een Schleck.

Maar omdat de dopingconroleurs natuurlijk wel gek zouden zijn om in hun kaarten te kijken, kunnen journalisten alleen maar vaststellen. Dat de Zwitserse reus Fabian Cancellara, een CSC-ploegmaat van Fränk en Andy Schleck, en van gele trui Carlos Sastre, alleen tijdens deze Tour meer dan tien keer werd gecontroleerd.

En dan komen de geruchten los, de verhalen. Die halen natuurlijk de krant niet. Maar die worden wel verder verteld, becommentarieerd, en journalisten wisselen puzzelstukjes uit. Want geen van ver tot nabij betrokkene, of hij kon de voorbije jaren telkens opnieuw vaststellen: 'Geen rook zonder vuur'. Elke keer dat er rook was, bleek er later een vuurtje te smeulen. Veel verhalen bleken helaas waar. Iedereen weet nu dat het peloton met een dopingprobleem worstelt, nog altijd. Dat de nieuwe generatie er nog niet vrij van is.

******

Het nefaste daarvan dat elke mooie prestatie per definitie verdacht is. Ook in deze Tour de France. In de Franse krant Libération schreef de academicus Antoine Vayer (een man met een aangebrande reputatie: hij was trainer van Festina, WP) een interessante analyse over de rit naar Alpe d'Huez. Eergisteren beklom winnaar Carlos Sastre die col in 39:30, na een rit van tweehonderd kilometer over de de Galibier en de Croix-de-Fer. In 2004 was er op diezelfde alp een individuele klimtijdrit, en Carlos Sastre legde toen (tóén, in het laatste jaar voor Operacion Puerto en de grote zuivering van de bloeddoping) exact dezelfde afstand af in een tragere tijd: 39'57". Carlos Sastre had tijdens die individuele tijdrit niet zitten slapen: hij werd knap tiende, op twee minuten van een ongenaakbare Armstrong. Hoe verklaren wij dat, vraagt die professor zich af?

Wij weten het ook niet. We kunnen geen antwoord geven, behalve dat sport geen wiskunde is - dat antwoord is altijd juist, maar volstaat vaak niet. En het is niet omdat cijfers intrigeren, dat Sastre per definitie een intrigant is.

*********

Maar stilaan gelooft men zijn eigen ogen niet meer. Als de Saunier Duvalklimmers spelenderwijs Hautacam bestormden, had iedereen in de smiezen dat dit mooi was. Als Andy Schleck met de handjes los op het stuur de indruk geeft dat hij Alpe d'Huez op én afrijdt terwijl de concurrentie zich hijgend naar boven zwoegt, vinden we dat sympathiek.

Nochtans geldt ook hier de boutade van Marije Randwijk van De Volkskrant: "Als in het wielrennen een prestatie te mooi is om waar te zijn, is ze meestal ook te mooi om waar te zijn." Vandaar de vele dopinggevallen, ook van grote namen.

Maar Andy Schleck heeft wel nog geen rit gewonnen, bezet zelfs geen toptienplaats in de rangschikking. Zijn broer Fränk Schleck evenmin en hij draagt ook niet meer de gele trui.

Zonder de grondige fouillering van de wagen van vader Johnny Schleck eergisteren hadden de namen van de Schlecks een ereplaats gekregen in deze Tour. Hoe dan ook waren zij de jongens waar zo lang zo veel om draaide. Mooie, moderne opvolgers van de voorhistorische broers Pélissier. Dat waren jongens voor hun tijd: mannen met snorren, onverschrokken, brutaal, en immens populair. Die populariteit is ook het voornaamste kenmerk van de Schlecks. Zeker Andy lijkt wel getypecast om de witte trui te dragen, het tricot van de jeugd, de hoop in een beter, mooier, properder en witter wielrennen.

Nu lijkt de witte trui op de kledij van de witte mars: het is wel een roep naar vernieuwing, maar je weet niet welke inzichten of manier dat wit nu juist bedekt of verbergt.

En dat vreet aan de Tour. Bij medewerkers van ASO, de firma die de Tour de France organiseert, hoort men trouwens dat de onrust zich verspreidt. Er haakten nog geen grote sponsors af. Maar als de eerste 'naam' zou vallen, vreest men een domino-effect.

Bij de ploegen is het trouwens al zo. Van de twintig teams die in de Tour startten, is de toekomst van minstens vier hoogst onzeker: Crédit Agricole, Barloworld, Gerolsteiner en nu ook Saunier Duval, vanaf nu Scott, weten niet of ze na dit seizoen nog bestaan.

Saunier Duval heeft zich onmiddellijk gedistantieerd van haar eigen team (cosponsor Scott neemt tot het einde van het seizoen over), maar ook daar is het kwaad geschied. Saunier Duval is een producent van verwarmingsketels. Maar het publiek zal die naam zeker nog een paar jaar spontaan associëren met doping, bedrog, kuiperij en knoeierij. Daar sta je dan als sponsor, met je investering van zoveel miljoen euro, teneinde 'naambekendheid' te genereren. Naambekendheid hébben ze gekregen, dat wel.

Nu ja, tenoren

Naambekendheid, dat geldt ook voor Carlos Sastre en Cadel Evans. Op het duel tussen die twee tenoren draait het duel zaterdag in de tijdrit naar Saint-Amand-Montrond. Nu ja, tenoren. Het grote publiek kent hem amper. Driekwart Tour liet Carlos Sastre hoogstens een vaag spoor van aanwezigheid na. De gele trui is geen vedette. Geen nieuwe Indurain. Zelfs geen Alberto Contador.

Maar Contador is er niet. Nu zitten Sastre en Evans in poleposition. Bij de renners staan de zenuwen gespannen. Bij een deel van de entourage ook. Een ander deel reageert filosofisch, haast fatalistisch. Herman Frison had een kort antwoord op de vraag wat hij zaterdag in de volgwagen zou doen. "Volgen. Achter Cadel rijden. Meer is er toch niet meer te doen."

Bij Bjarne Riis is dat al de hele tijd zo. Zijn collectief heeft gedaan wat het moest. Goed, misschien werden er een paar fouten gemaakt. Er zal nog jaar en dag gepraat worden of CSC op Alpe d'Huez niet Andy Schleck mee had moeten sturen met Carlos Sastre, om de kloof met Cadel Evans tot talloze minuten uit te diepen.

Maar had Andy Schleck zijn broer Fränk actief uit de gele trui moeten rijden. Lag dat niet te moeilijk, te pijnlijk?

De twee Schlecks probeerden trouwens bij herhaling (tot driemaal toe) om weg te rijden van Evans. Dat lukte niet, omdat Evans zich in Fränks wiel had vastgebeten. Niet in Sastres.

En de Schlecks probeerden wel om samen weg te rijden, eventueel om tot bij Sastre te geraken. (Misschien had die dan moeten wachten, zeggen amateur-strategen. Hadden ze met drie de kloof kunnen uitdiepen. Ja, dat zou dan pas Gewiss-tris, en Saunier Duval-bis geleken hebben.) Maar ze konden Evans niet lossen, en bleven toen maar in zijn wiel.

Omgekeerd zei ook Silence-Lottosportbestuurder Roberto Damiani in L'Equipe dat hij nog nooit meegemaakt had dat een ploeg een gele trui zo achteloos verkwanselde als CSC deed met Fränk Schleck. Dat is een kritiek die eigenlijk een bekentenis is. Damiani erkent dat hij Evans opdracht had gegeven om Schleck en alleen Schleck te viseren. Pas toen het te laat was, werden zij zich bewust van het potentiële gevaar van Carlos Sastre. Dat dit inderdaad zo verlopen is, bewijst het relaas van ploegmanager Marc Sergeant. Die zei dat hij "met een sms" de ploegleiders had geattenteerd op de voorsprong van Sastre, en of Evans niet heel snel de zaak recht kon trekken.

Recht trekken ging niet meer. Hij verhinderde wel dat het nog krommer, schever en dus linker werd.

Zo kreeg Sastre het geel: omdat de Schlecks niet weggeraakten, omdat Evans niet naar hem omkeek, en wellicht zonder dat hij zich zelf goed bewust was van zijn voorsprong, zijn positie. Anders had hij met zijn armzwaaien geen kostbare seconden verloren aan de aankomst. Of had de CSC-wagen hem onvoldoende ingelicht.

Fouten, foutjes, ze bepaalden deze Tour. Zoals de immer aanwezige Alejandro Valverde. Die liet in één rit één gat van een paar honderd meter. Helaas was dat op de top van de Tourmalet, en begon CSC toen zijn dolle vlucht. Een dodelijk foutje.

Vandaar ook de zinloosheid van nog een voorbeschouwing, nog een voorspelling, nog een extra visie op de tijdrit van zaterdag. Het wordt een eerlijke, eenzame strijd. Tegen het parcours, de tijd, hun tegenstrever. Tegen zichzelf. Sastre of Evans: wie zichzelf het meest overtreft, wint. En omdat het toch kleine kampioenen zijn, is daarvoor veel plaats.Andy lijkt wel getypecast om de witte trui te dragen, het tricot van de jeugd, de hoop in een beter, mooier, properder en witter wielrennen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234