Zaterdag 13/08/2022

Grootste tentoonstelling ooit over grondlegger evolutietheorie in National History Museum in Londen

De (r)evolutie van Darwin

In de aanloop naar het Darwinjaar 2009, waarin de 200ste geboortedag van de beroemde wetenschapper én de 150ste verjaardag van zijn revolutionaire werk Over het ontstaan van soorten worden gevierd, is in het National History Museum in Londen de grootste Darwintentoonstelling ooit te zien. Eigenlijk zou die voor iedereen verplichte kost moeten zijn. Ook voor creationisten, want die krijgen er stevig van langs. door Han Ceelen

T oen Charles Darwin op 27 december 1831 aan zijn beroemde reis met de Beagle begon, was hij een onbeholpen jonge onderzoeker van 22 jaar wiens ervaring voornamelijk bestond uit het bestuderen van kevers. Maar de man die vijf jaar later na talloze omzwervingen over het zuidelijk halfrond weer aanmeerde in Engeland, was een zelfverzekerd wetenschapper naar wiens bevindingen in de Britse academische wereld reikhalzend werd uitgekeken.

Darwin (1809-1882) had tijdens zijn reis zoveel veldwerk gedaan dat hij inmiddels volledig vertrouwde op zijn eigen capaciteiten, en had het thuisfront regelmatig op de hoogte gehouden van zijn spectaculaire ontdekkingen. In brieven aan zijn familie en aan zijn mentor, Cambridgeprofessor J.S. Henslow, beschreef hij de talloze dieren en planten die hij had ontdekt, en de fossielen van uitgestorven diersoorten die hij had aangetroffen. Ook stuurde hij kisten vol botten, schedels en ander materiaal naar Engeland. Uiteindelijk zou Darwin zijn hele leven blijven teruggrijpen op de inzichten die hij tijdens zijn reis opdeed, en zouden deze de basis vormen voor zijn meesterwerk On the Origin of Species.

Het is dan ook met de Beagle-periode dat de Darwintentoonstelling in het Londense National History Museum (volgens de makers de grootste ooit) begint. En hoe. Nadat de bezoeker zich in de majestueuze centrale hal een weg heeft gebaand door hordes geüniformeerde schoolkinderen, wordt hij meteen bij het betreden van de exporuimte vergast op een adembenemend beeld. In een glazen vitrine liggen op een pluchen paars kussen twee bleke spotvogels, die in 1835 door Darwin werden gevangen op de Galápagoseilanden. Ze lijken op elkaar, maar als je goed kijkt zie je allerlei subtiele verschillen. Deze vielen Darwin ook op, en het was op basis van deze observatie (en niet zoals vaak wordt gedacht door de beroemdere Galápagos-vinken) dat hij zich ging afvragen of soorten wellicht konden veranderen. Wat we hier zien, is met andere woorden niets minder dan het begin van de evolutietheorie.

Met deze binnenkomer is ook de toon gezet voor de eerste zalen van de tentoonstelling. Want ook alle andere levende en dode dieren uit de Beagle-tijd worden direct gelinkt aan de evolutieleer. Zo kun je als toeschouwers de verbanden leggen die Darwin zelf pas na zijn thuiskomst in Londen zag. En zo ga je ook de bijna onontkoombare logica zien van de theorie die "meer dan wat ook in de geschiedenis van de natuurwetenschappen onze intellectuele wereld heeft veranderd" (dixit Stephen Jay Gould).

Voorbeelden? Neem Charlie de groene leguaan, die in zijn terrarium aan een blaadje sla zit te knabbelen. Hij is afkomstig van het vasteland van Zuid-Amerika, en verschilt een heel klein beetje van de soort die Darwin op de Galápagoseilanden aantrof. Zou het hier om twee verschillende soorten gaan - zo vragen de samenstellers van de expo retorisch - of om een en dezelfde soort die is gemigreerd en zich heeft aangepast aan zijn nieuwe omgeving? En hoe zou het zitten met de vale hagedissen die Darwin op de zwarstenen Galápagoseilanden tegenkwam? Vormen zij een aparte soort of zijn ze gemuteerde familie van groene evenknieën elders? En het skelet van de reuzenarmadillo dat Darwin vond in Zuid-Amerika? Betreft het hier de resten van een dier dat niets te maken had met de huidige armadillo, of zijn de twee ontsproten aan dezelfde voorouder? Wie ziet hoe overtuigend het bewijs voor Darwins theorie zich aaneenrijgt, heeft de neiging om te roepen: mensen, komt dit allemaal zien!

Kind met een nieuw stuk speelgoed

Niet alleen ter lering trouwens, maar ook ter vermaak. Want behalve aan al dan niet fossiele dieren wordt in het eerste deel van de expo ook op een frisse manier aandacht besteed aan de jonge Darwin.

Die een volstrekte tegenpool blijkt te zijn geweest van de eerbiedwaardige oude figuur die we kennen van de foto's. Zo was hij bij de eerste stop van de Beagle op de Kaapverdische eilanden buiten zichzelf van vreugde door de tropische bloemen en planten die hij tegenkwam. 'Een kind met een nieuw stuk speelgoed kon niet gelukkiger zijn geweest,' becommentarieerde kapitein Fitzroy van de Beagle. Ook reed de jeugdige Darwin paardje op reuzenschildpadden, en joeg hij met lokale Zuid-Amerikaanse gaucho's op ministruisvogels. Nadien at hij een van de beesten eerst bijna helemaal op voordat hij besefte dat het een waardevolle soort betrof.

De tentoonstelling gaat dan verder met een wat bedaagdere periode uit Darwins leven. De twintig jaar namelijk tussen zijn terugkeer in Engeland en de publicatie van On the Origin of Species. Deze wijdde hij grotendeels aan het uitwerken van zijn bevindingen, en de publicatie van verschillende boeken. Darwins eerste boek Journal of Researches zou een van de beroemdste reisboeken ooit worden. Vervolgens liet hij drie delen verschijnen over de geologie van de reis, en toen redigeerde en begeleidde hij ook nog de Zoology of the Voyage of the Beagle, een reeks monografieën in negentien delen door gespecialiseerde taxonomen waarin de tijdens de reis verzamelde fossiele en levende zoogdieren, vissen, vogels en reptielen werden beschreven. Daarbovenop publiceerde hij tot 1845 ook nog meer dan vijfentwintig wetenschappelijke artikelen. En dit allemaal ondanks zijn slechte gezondheid.

Ook was Darwin in deze periode druk met zijn familieleven, dat uitgebreid wordt geïllustreerd met foto's en persoonlijke bezittingen. In januari 1839 was hij getrouwd met zijn nicht Emma Wedgwood, met wie hij uiteindelijk tien kinderen zou krijgen. Twee ervan stierven jong, een derde - zijn geliefde dochter Anna - in 1851 op tienjarige leeftijd. Op dat moment had het gezin Londen al verlaten om op het rustige buitenverblijf Down House te gaan wonen, iets wat geen financieel geen enkel probleem was gezien de fortuinen van beide families. Emma schermde haar man zoveel mogelijk af van wereldlijke beslommeringen, zodat hij rustig kon werken in zijn typisch Britse werkkamer, die op de tentoonstelling is nagebouwd. Een van zijn vaste routines was een dagelijks middagwandelingetje langs de Sandwalk, een paadje waarlangs hij zelf wat bijzondere bomen had geplant.

Maar toch liet de gedachte aan zijn soortentheorie Darwin niet los. Tussen zijn andere werkzaamheden door experimenteerde hij er thuis lustig op los om meer bewijs voor zijn stelling te verzamelen. Zo is op de expo een verzameling duiven te zien die hij zelf fokte om te zien hoe het veredelen van gedomesticeerde dieren werkte. Ook bestookte Darwin zijn familie, vrienden en correspondenten over de hele wereld met verzoeken om feiten en monsters. Zelfs zijn eigen kroost moedigde hij al op jonge leeftijd aan om botanische en etymologische waarnemingen te doen.

Met lichte vrees

Ook zijn gedachten ontwikkelde Darwin trouwens niet op zijn eentje. Wie het beeld voor ogen had van een eenzaam genie dat uit het niets de evolutieleer uitdokterde, mag daar gerust een streep doorhalen. Darwin had zoals iedereen zijn voorgangers en inspiratiebronnen. Zijn eigen grootvader Erasmus Darwin had al een boek geschreven over evolutie, en ook stak Darwin veel op van het boek Principles of Geology van zijn vriend Charles Lyell. Maar de meeste indruk maakte Thomas Malthus' Essay on the Principle of Population, dat hij in 1838 onder ogen kreeg. Malthus' boek ging over het feit dat de menselijke populatie weldra de beschikbare hoeveelheid voedsel zou kunnen overtreffen, en tijdens het lezen kreeg Darwin een ingeving: in de concurrentiestrijd om voedsel zal elke variatie die ook maar het geringste voordeel biedt, meetellen in de strijd om te overleven. Vanaf dat moment werd zijn onderzoek gestuurd door deze hypothese, die hij natuurlijke selectie noemde. Met lichte vrees, dat wel, want eigenlijk kon hij zich nauwelijks voorstellen dat er in de vredige Engelse natuur zo'n strijd op leven en dood woedde.

Veel van zijn gedachten over dit soort onderwerpen noteerde Darwin in kleine aantekeningenboekjes, die samen met zijn originele handgeschreven brieven tot de hoogtepunten van de tentoonstelling in Londen behoren. Vooral de vier boekjes die hij maakte over de evolutieleer, roepen al net zo'n gevoel van historische sensatie op als de eerder genoemde spotvogels. Absolute uitschieter is de pagina waarop Darwin een evolutieboom heeft getekend. 'I think' staat erboven, en dat plaatje zegt het eigenlijk allemaal.

Naarmate we het punt in de tentoonstelling naderen waarop On the Origin of Species word behandeld, wordt uiteraard ook de vraag gesteld: waarom wachtte Darwin twintig jaar alvorens zijn gedachten wereldkundig te maken? Op die vraag geven de makers niet echt een eenduidig antwoord: hij zou eerst meer gegevens hebben willen verzamelen; hij was bang om te worden uitgelachen; hij wilde zijn diepgelovige vrouw niet kwetsen.

Hoe het ook zij, in 1858 moest Darwin wel publiceren, want in juni van dat jaar keeg hij een brief van collegawetenschapper Alfred Russel Wallace. Bijgevoegd was een manuscript waarin Wallace zijn eigen onafhankelijke ontdekking van natuurlijke selectie beschreef. Om Darwins inspanningen van twintig jaar te redden, stelden zijn vrienden Charles Lyell en J. D. Hooker voor om het manuscript van Wallace uit te geven samen met enkele passages uit Darwins oudere notities over het onderwerp. Het gezamenlijke artikel werd op 1 juli 1858 voorgedragen aan de Linnean Society. Een paar weken later begon Darwin aan een ingekorte versie van het uitgebreide manuscript dat hij in gedachten had, en het resultaat was On the Origin of Species - dat insloeg als een bom.

Pats, boem! Missie volbracht! Einde verhaal en door naar buiten, denk je dan als bezoeker onwillekeurig. Maar zo is het natuurlijk niet, want het verhaal gaat verder. In de Origin stond bijvoorbeeld bijna geen letter over de mens. Daar durfde Darwin pas een dikke tien jaar later over te beginnen in The Descent of Man, waarmee de expo vervolgt. Tegen die tijd waren de meeste van Darwins tegenstanders echter al van de schrik bekomen en maakte zijn stelling dat we van de apen afstammen veel minder indruk.

Des te opmerkelijker natuurlijk dat een kleine honderdvijftig jaar later de religieuze oppositie tegen Darwin opnieuw terrein wint. En dat zit ook de samenstellers van de tentoonstelling duidelijk niet lekker. In de laatste ruimtes haalt een aantal prominente Amerikaanse wetenschappers middels videoboodschappen hard uit naar de aanhangers van het creationisme en intelligent design. De evolutietheorie is niet zomaar een theorietje, luidt de boodschap, maar een solide wetenschappelijke stelling die wordt ondersteund door een overvloed aan bewijs. Wat het creationisme daar tegenover stelt, zegt een bioloog, is geen serieus alternatief, maar pseudowetenschap.

Darwin, tot 19 april in het National History Museum, Cromwell Road, Londen (metro South Kensington). Open dagelijks van 10 tot 18 uur, behalve 24-26 december. Entree 9 euro. Eurostar rijdt verschillende keren per dag tussen Brussel-Zuid en station St. Pancras International in Londen.

n In een van zijn notaboekjes tekende Darwin een evolutieboom. 'I think' staat erboven, en dat plaatje zegt het eigenlijk allemaal.

n Aan de hand van de dieren en fossielen die in Londen worden getoond, ziet de toeschouwer de verbanden die Darwin zelf pas na zijn thuiskomst zag.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234