Woensdag 06/07/2022

Half dromend de drempel over

- Een foutmelding in de hersenstam, waarna het brein in een spagaat schiet tussen dromen en waken. Meer is er niet nodig om nader tot God te komen, stelt neuroloog Kevin Nelson in zijn boek De goddelijke hersenstam. 'Alles wijst erop dat ook dieren het licht kunnen zien.'

NEUROLOGIE

Door MAARTEN KEULEMANS

Het begon allemaal zo'n dertig jaar geleden, met een bezoek van de duivel. Joe Hernandez, een hartpatiënt, lag op de intensive care toen de duivel aan zijn ziekbed verscheen. Om zijn ziel op te eisen. Gelukkig verscheen net op tijd ook Jezus Christus ten tonele, die de duivel verjoeg. Hernandez was gered, het was een wonder, vertelde hij zijn dokter.

Het was een relaas dat bepalend was voor de weg die de dokter, een jonge neuroloog genaamd Kevin Nelson, zou inslaan. 'Ik werd enorm door Joe's verhaal getroffen', vertelt Nelson, nu hoogleraar neurologie aan de universiteit van Kentucky. 'Ik vroeg mij af: wat doet het brein tijdens zo'n ervaring?'

U ontdekte dat bijna-doodervaringen helemaal niet beginnen in ons rimpelige, hogere brein, de cortex, maar in de veel primitievere uitloper onder aan het brein, de hersenstam.

"Ja, dat is nogal tegenintuïtief, vind je niet? Dat zo'n sublieme ervaring niet uit de cortex komt. Uiteindelijk speelt de cortex wel een rol, maar het startschot, de aansturing van de ervaring, komt uit een dieper, primitiever gebied."

Legt u eens uit?

"Het brein kent drie toestanden van bewustzijn: wakker, niet-droomslaap en droom- ofwel REM-bewustzijn. In de hersenstam zit de schakelaar die de overgangen tussen die drie bewustzijnstoestanden coördineert. Meestal gaat dat perfect, maar bij sommige mensen staat de schakelaar zo afgesteld dat de bewustzijnstoestanden nu en dan in elkaar overlopen. Die mensen kunnen dan bijvoorbeeld meemaken dat ze 's ochtends als verlamd liggen terwijl ze zich wakker voelen (slaapverlamming, red.), of ze krijgen droombeelden tijdens de overgang tussen REM-slaap en waken.

"Na mijn ervaring met Joe heb ik me verdiept in de literatuur over bijna-doodervaringen. In een van de gevallen ging het om iemand die zich volkomen wakker voelde, maar zich volslagen verlamd voelde. Op dat moment realiseerde ik me: wacht eens, dat is iets dat we kennen, dat is slaapverlamming. Zo kwam ik uit bij de hersenstam."

En bij een medische crisis kan die schakelaar ontregeld raken?

"De hersenstam geeft dan het startschot. Ten eerste is er de verlamming. Je ziet eruit alsof je dood bent, terwijl je dat niet bent. Daarna komt de ervaring tot uitdrukking in de cortex, via een golf signalen vanuit de hersenstam. De hersenstam drijft dan de cortex aan. De hersenstam stimuleert bijvoorbeeld het visuele systeem, waardoor we licht en lichtverschijnselen zien. De hersenstam schakelt ook het temporopariëtele gebied uit, een hersengebied hoog boven de oren, waardoor de sensatie van uittreding uit het lichaam ontstaat. Dus de cortex is het eindstation, maar het begin zit in de hersenstam."

Wat is eigenlijk precies een bijna-doodervaring?

"Een werkbare definitie is die van psychiater Bruce Greyson van de universiteit van Virginia. Die omvat een aantal criteria: je voelt je gescheiden van het lichaam, ziet een licht, ervaart een diep gevoel van vrede, komt in contact met een mystiek wezen, of ontmoet overledenen. Wie de ervaring krijgt, kan een of meer van die elementen ervaren, in verschillende combinaties."

De ervaring overkomt ook mensen die helemaal niet doodgaan.

"Dat is inderdaad fascinerend, en wordt vaak over het hoofd gezien. In de jaren negentig bestudeerde Justine Owens, eveneens van de universiteit van Viriginia, de medische dossiers van 58 mensen die een bijna-doodervaring hadden gehad. Daaruit bleek dat ruim de helft tijdens de ervaring niet in levensgevaar was geweest. Toch waren hun ervaringen - uit het lichaam treden, overleden verwanten tegenkomen, het verleden herbeleven - bijna identiek aan de ervaringen van mensen die echt bijna dood waren. In een nog ongepubliceerde studie gaan we in op een andere waarneming: dat flauwvallen de meest voorkomende oorzaak is van bijna-doodervaring."

U heeft scherpe kritiek op artsen als cardioloog Pim van Lommel, die denken dat de ervaring bovennatuurlijk is van aard en te maken heeft met de overgang naar het hiernamaals.

"Ja. Er zijn meerdere dingen waarmee ik moeite heb. Van Lommel definieert 'dood' als: het krijgen van een hartstilstand. Geen neuroloog zou dat doen. Het hart kan 10 seconden stilstaan terwijl het brein nog prima blijft werken. Ook daarna kan het brein, bij een sterk verminderde bloedtoevoer, nog langdurig functioneren. Van Lommel gaf dus de verkeerde indruk: dat de mensen die hij had bestudeerd waren teruggekeerd uit de dood. Dat was absoluut niet het geval; ze waren springlevend! Ik vind dat misleidend."

Het valt op dat veel onderzoekers van bijna-doodervaringen cardioloog zijn.

"Ik denk dat het komt doordat cardiologen vaker met dit soort patiënten in aanraking komen. En mensen die een bijna-doodervaring hebben gehad, vertellen dat vaak aan hun arts. Het zijn zeer krachtige ervaringen, dus als arts raak je er al snel door overweldigd."

Geef ze eens ongelijk. We hebben het hier toch over patiënten die, terwijl ze voor dood liggen, van buiten hun lichaam de operatiekamer overzien?

"Dat lijkt inderdaad verbazingwekkend, maar laat me ook een waarschuwing geven. Deze patiënten beschrijven vaak ook zaken die niet kloppen, zoals klokken met een verkeerde tijd of kleding die ze niet dragen. Dat alleen al duidt erop dat we zo'n ervaring naderhand construeren.

"Als je op de operatietafel ligt en je hart valt stil, gaan je oogleden doorgaans open en ben je wel degelijk in staat dingen waar te nemen. Maar in een crisissituatie letten medici daar vaak niet op. De ogen, maar ook andere zintuigen, nemen veel meer op dan de artsen beseffen. De patiënt lijkt in coma, maar is dat niet echt."

Wat niet wegneemt dat het toch opmerkelijk is dat deze mensen zweren uit hun lichaam te zijn getreden.

"Wat er gebeurt, is dat het bewustzijn zijn oriëntatie kwijtraakt ten opzichte van het lichaam, van aanraking, zwaartekracht en beweging. In 2002 beschreef de Zwitser Olaf Blanke in Nature hoe je, door een elektrisch stroompje toe te dienen aan de temporopariëtale verbinding, iemand uit zijn lichaam kunt wippen. Met de nauwkeurigheid en de voorspelbaarheid van een schakelaar die je opzet. We weten allang dat het ligt aan het brein."

Dus het brein raakt de kluts kwijt...

"Vervolgens construeert je brein de ervaring, door dat bizarre gevoel te interpreteren: ik zit niet meer in mijn lichaam. Of: ik voel een aanwezigheid bij mijn lichaam. Veel mensen die de ervaring hebben gehad, beschrijven een diepe euforie. Een diep gevoel van mystieke of religieuze verbondenheid met het universum.

"Er zijn sterke aanwijzingen dat het uit het limbisch systeem komt (een groep hersengebieden die onder meer emoties en beloningen regelen, red.). Het REM-systeem is zeer sterk verbonden met het limbisch systeem. Maar hoe dat precies gebeurt, weten we nog niet."

Is zo'n bijna-doodervaring dus zoiets als wakend dromen?

"Ik aarzel om het zo te noemen. Ik zie het meer als een hybride bewustzijnsvorm. Een grensgebied. De ervaring heeft elementen van wakend bewustzijn en elementen van droombewustzijn. Het droombewustzijn zorgt er bijvoorbeeld voor dat het visuele systeem geactiveerd raakt en we ons lichamelijke gevoel uitschakelen, zodat je je lichaam niet echt meer voelt. Bijna-doodervaringen gebruiken dus sommige breinmechanismen die we ook gebruiken als we dromen."

Wie dromen en waken vermengt is gevoeliger, ontdekte u. Wie wel eens slaapverlamming heeft of droombeelden ziet als hij wakker is, krijgt in een crisis vaker bijna-doodervaringen.

"Ik vind dat zeer sterk bewijs. We hebben het gepubliceerd in Neurology, een conservatief, zeer hoog aangeschreven, gerespecteerd vakblad."

Ik kan me voorstellen dat u nogal wat tegenwerpingen van andere neurologen hebt gekregen.

"Eigenlijk niet. Als ik op congressen over ons onderzoek spreek, zegt niemand dat het uit de lucht is gegrepen. De meesten zeggen: dit sluit perfect aan op wat we weten over de werking van het brein."

Een rare consequentie is dat ook dieren bijna-doodervaringen moeten hebben. Dieren hebben immers ook een hersenstam en droomslaap.

"Inderdaad. Alles wijst erop dat ook dieren buitenlichamelijke ervaringen kunnen hebben, het licht zien, herinneringen hebben aan het verleden. Maar wat zullen ze ervan denken? De interpretatie van dit soort gebeurtenissen vereist een denkende linkerhersenhelft. Ik denk dat mensen de enigen zijn die hieraan een interpretatie geven in een spirituele context."

Denkt u dat de ervaringen de inhoud van religies hebben beïnvloed?

"O, absoluut. Ik denk dat er geen twijfel is dat voor veel religieuze denkbeelden de bijna-doodervaring het beginpunt is. Vandaar misschien dat zaken als lichtwezens, tunnels en een vredig hiernamaals zo universeel zijn."

Hoe legt u dat uit aan iemand die religieus is: dat hun godsbeeld is gebaseerd op een hersenillusie?

"Ik geloof dat het brein allesoverheersend en instrumenteel is bij deze ervaringen; dat veel van deze ervaringen besloten liggen in ons brein. Aan de andere kant: mijn zoektocht is er een naar het hoe, niet naar het waarom. Die twee vragen houd ik zo goed mogelijk gescheiden. Er zijn grenzen aan de wetenschap."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234