Donderdag 29/09/2022

Herexamen biologie

Ons leven én wereldbeeld verandert vooral door wetenschappelijke en technische vernieuwingen, en niet door grootse gedachtespinsels of geestrijke betogen

Veel scholieren en studenten dachten de voorbije warme dagen natuurlijk dat alleen zij puffend en snikkend van de bitterlol over wetenschappelijke boeken gebogen zaten, terwijl de rest van de mensheid op de luie kont op een terrasje zat te niksen. Is het ze een troost dat ik ondertussen een boek over biologie las? Leven uit het lab (Prometheus), een verzameling columns over moleculaire genetica en meer wetenschappelijkheden van de Nederlandse hoogleraar en DNA-specialist Ronald Plasterk.

Gezakt was ik voor biologie op de middelbare school, ondertussen meer dan twintig jaar geleden. Eenmaal het niveau van de koe, het konijn en de amoebe voorbij kon de wetenschap me niet langer boeien. Van de labo-klas herinner ik me voornamelijk nog de geur van rotte eieren, het klassieke geintje voor beginners van de anders weinig inventieve leraar.

Volgens verontruste pedagogen was ik destijds een typische alfa, zonder aanleg voor bèta-wetenschappen. Een catalogisering die me nu een beetje simpel en gemakzuchtig lijkt, maar die blijkbaar, zo hoor ik al eens, nog steeds te pas en te onpas wordt gebruikt. Wat mezelf betreft: pas later, en dan nog door de literatuur, ontdekte ik hoe fascinerend wetenschap is. Soms, tijdens het malen over welzijn en geluk, verzuchtte ik al eens: was ik maar wetenschapper geworden. Bijvoorbeeld toen tot me doordrong dat de samenleving gestuurd wordt door wetenschap en techniek, veeleer dan door filosofie of - godbetert - ideologie of romankunst. Ons leven én wereldbeeld verandert vooral door wetenschappelijke en technische vernieuwingen, en niet door grootse gedachtespinsels of geestrijke betogen.

Dat is ook de stelling van Ronald Plasterk, die daarbij - en zo komen we weer bij de les - wel opmerkt dat het des te vreemder is dat bètawetenschappers zo'n bescheiden rol spelen in maatschappelijke discussies. Big Biology heet het eerste deel van Leven uit het lab, waarin Plasterk het heeft over zijn onderzoekswerk, eenvoudig samengevat: "Hoe bepalen onze genen wat en wie we zijn?" In de inleiding stelde hij al dat door de ontcijfering van de menselijke DNA-code de huidige eeuw het tijdperk van de biologie wordt. Hij gaat vervolgens in op enkele misvattingen over DNA-onderzoek en klonen, en natuurlijk ook op de maatschappelijke vragen over de genetische revolutie. Als betrokken wetenschapper is hij er vrij gerust in: een democratische samenleving zal "gewetensvol kunnen besluiten waar de nieuwe grenzen liggen". Later herhaalt hij in diverse toonaarden: "Ik maak me over de consequenties van de nieuwe genetica absoluut geen zorgen. Niet omdat ik ze bagatelliseer, maar omdat ik de samenleving goed in staat acht ermee om te gaan."

Gefascinerend werd ik als hij het concreet over zijn onderzoek heeft, met platwormen of met de nog dichter bij de mens staande zebravis: "Dat is een gewerveld dier zoals wij, met hersens en ogen die veel lijken op de onze, en je kunt ze in een hoog tempo kweken. De zebravis is dus bezig in laboratoria over de hele wereld de fruitvlieg onder de gewervelden te worden."

Voor een leek is ook de beschrijving van het wetenschappelijk wereldje boeiend. Op badinerende toon schrijft hij, onder meer, over de dwang tot publiceren: "Er zijn daardoor twee soorten wetenschappelijke tijdschriften ontstaan: die om in te lezen, en die om in te schrijven. Die laatste bestaan vooral om ruimte te bieden aan publicaties die niets belangrijks aan het vakgebied toevoegen maar toch in druk moeten verschijnen omdat de auteurs op hun publicatielijst beoordeeld worden", en over de zogenaamde 'impact-factor', het gemiddeld aantal keer dat artikelen elders worden aangehaald.

Plasterk is dan wel een specialist - zoals blijkt uit allerlei details, zonder dat hij daarom pedant wordt - hij schrijft opvallend helder en puntig. Tegelijkertijd ook heel pertinent, zelfs polemisch. Daarin verschilt hij van zijn vakgenoot Piet Borst, van wie in 1999 De vioolspelende koe en andere muizenissen (Bert Bakker) verscheen. (Altijd interessant om naast het verplichte leerboek nog een extra bron te raadplegen.)

Borst, directeur van het Nederlands Kankerinstituut (waarbij ook Plasterk betrokken was), bundelde daarin essays uit NRC Handelsblad, over ongeveer dezelfde items én met dezelfde meningen als Plasterk. Behalve over de functie van zwerf- of junk-DNA hebben ze het allebei over, onder meer, de hen ergerende discussie met bio-ethici en verwerpen ze resoluut de alternatieve geneeskunde, terwijl ze soms zelfs dezelfde vergelijking gebruiken: homeopathie is, in de woorden van Borst, "even onzinnig als de platte aardetheorie". Plasterk fulmineert in meerdere stukken tegen "de kermisklanten en kwakzalvers".

Het verschil zit in de toon: Borst is de meer bedaagde professor, Plasterk de jongere, vlottere en temperamentvollere bolleboos. Na de beschrijving van een discussie waarbij ethische filosofen poneerden dat genetici door "publicatiedwang, de patentenstrijd en internationale wedijver" gedwongen werden hun onderzoek geheim te houden, schiet hij uit: "Gedverdemme, wat een klef zootje oubakken treurnis, wat een slecht opgediende ex-communistische samenzweringstheorietjes. Wat een ongelooflijke onzin."

Wat mag er en wie bepaalt dat? Ethici en filosofen, zo schrijft hij, lijken de vacante rol van de priesters hebben ingenomen. Hij maakt zich vrolijk over het Tante Betje-gehalte van de Nederlandse ethici die zomaar "meninkjes" spuien en anders dan bijvoorbeeld de filosoof Daniel Dennet geen blijk geven van ernstige kennis van het vakgebied: "dit soort filosofen wil, getooid met academisch gezag, de vooruitgang in het medisch onderzoek een halt toeroepen met flinterdunne argumenten."

Tussendoor maakt hij - zoals een goede leraar - allerlei uitweidingen. Bijvoorbeeld over de "arrogante" Jim Watson (samen met Francis Crick in 1953 de ontdekker van de DNA-structuur) maar ook over meer persoonlijke voorkeuren, zoals (het zingen van) Bachs Matthäus Passion, of over de overbodigheid van een godsgeloof: "Ik kan me eigenlijk moeilijk voorstellen dat je atheïst zou zijn vóór Darwin. Je wilt toch een verklaring voor de wereld waar we in leven? Als je destijds niet in God geloofde had je geen verstand. (...) Maar nu weten we hoe de wereld geworden is wat ze is: door toeval, en door natuurlijke selectie."

Behalve over, pakweg, het welzijn van wormen gaat het ook over literatuur: over Voskuil en Maarten 't Hart bijvoorbeeld, en natuurlijk over Harry Mulisch: "Ik kan me voorstellen dat een grote voorliefde voor het oeuvre van Harry Mulisch een verhoogde kans op hersenkanker oplevert", schreef hij, overigens wel als een voorbeeld van hoe wetenschappelijk onderzoek niét moet.

Graag had ik zo'n betweterige maar gepassioneerde wetenschapper als leraar biologie gehad. Kan ik nog aanspraak maken op een herexamen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234