Woensdag 06/07/2022

Het bankroet van het bankroet

Er is ooit een tijd geweest dat een persoonlijk faillissement een weinig voorkomende en beschamende gebeurtenis was. Nu niet meer. Ondanks de economische hausse maken we momenteel ook een hausse van het aantal faillissementen door. In 1998 ging een recordaantal van 1,4 miljoen Amerikanen bankroet, bijna drie keer meer dan in 1998. Het Congres overweegt een nieuwe wetgeving in te voeren om die trend om te buigen, maar het staat niet vast dat die wetgeving er ook echt zal komen, noch dat ze ook echt zal werken.

Het is niet moeilijk te begrijpen hoe zo'n groot aantal faillissementen te rijmen valt met zoveel welvaart. Als samenleving hebben we het almaar makkelijker gemaakt om leningen aan te gaan. De kredietkaart, ooit uitsluitend voor de meest welstellenden weggelegd, is een bijna universeel attribuut geworden. In 1995 had bijna twee derde van alle gezinnen er een. Tegelijk hebben we het ook makkelijker gemaakt om bankroet te gaan: het voorspelbare gevolg versterkt zichzelf: naarmate meer mensen bankroet gaan, wordt het bankroet ook sociaal aanvaardbaarder.

Veel mensen zien een faillissement als een makkelijke manier om hun financiële toestand te verbeteren of, meer algemeen dan, als een legitiem onderdeel van het maatschappelijke beleid. Er zijn advocaten die agressief reclame maken voor bijstand bij een faillissement; doorgaans wordt daar een vooraf te betalen som van 550 tot 800 dollar (20.000 tot 30.000 frank) aangerekend. Op die manier is het faillissement een informeel welzijnsprogramma voor de lagere middenklasse aan het worden. Vooral vrouwenorganisaties verzetten zich tegen de inspanningen van het Congres om de wetgeving terzake te verstrengen, omdat 40 procent van de mensen die het faillissement aanvragen, alleenstaande vrouwen zijn.

Het debat wordt vaak voorgesteld als een krachtmeting tussen hebberige schuldeisers enerzijds en hulpeloze kindertjes anderzijds, hoewel de wetgeving op de meeste schuldenaren geen invloed zou hebben. Volgens verschillende studies zou maar tussen 3 en 15 procent van de mensen die bankroet gaan, meer moeten betalen aan hun schuldeisers. Het probleem met een al te lakse faillissementswetgeving is dat ze mensen ertoe aanzet om zich te zwaar in de schulden te steken, wat zowel hun eigen belangen schaadt als die van de samenleving. Oninbare schulden verkleinen de winst van de kredietverleners, maar worden ook afgewenteld op andere mensen die geld lenen, in de vorm van hogere rentevoeten of minder leningen.

De meeste mensen die het bankroet aanvragen, doen dat onder hoofdstuk 7 van de faillissementswet. Die wet vereist dat ze aantonen dat hun inkomen niet volstaat om hun schulden terug te betalen. In theorie moeten ze dan hun bezittingen verkopen om hun schuldeisers te vergoeden. In de praktijk is dat een lachertje. Voor bepaalde bezittingen wordt een uitzondering gemaakt (de hoeveelheid varieert van staat tot staat) en dat omvat vaak alles wat de persoon in kwestie bezit. Met 'geen activa' worden veel van hun schulden geannuleerd. Algemeen gesproken moeten schuldenaren wel hun hypotheek afbetalen, anders kan de schuldeiser het huis aanslaan. Hetzelfde geldt voor autoleningen. De wet schrijft voor dat ook de meeste belastingen, studentenleningen en alimentatie betaald moeten worden, maar veel andere ongedekte schulden - het debet op kredietkaarten, onbetaalde winkelfacturen, ziekenhuisrekeningen - geschrapt kunnen worden.

Aanvragen voor een faillissement worden gewoonlijk snel behandeld in bijna symbolische rechtszittingen. De procedure is zo eenvoudig dat het een wonder mag heten dat niet meer mensen er gebruik van maken. Econome Michelle White schat dat 15 procent van de gezinnen baat kan hebben bij een bankroet: de schulden die geannuleerd kunnen worden, overstijgen vaak de bezittingen die aangeslagen kunnen worden.

Uiteraard hebben de meeste mensen die bankroet gaan, het niet breed. In 1998 lag het mediane inkomen van mensen die het bankroet aanvroegen, op 23.000 dollar (882.000 frank). "De belangrijkste reden waarom mensen bankroet gaan, is te laks krediet", zegt de advocaat van een schuldenaar. "Het is makkelijk en verleidelijk. Mensen verwachten altijd dat een oplossing wel zal komen aanwaaien: ze zullen opslag krijgen, ze zullen de loterij winnen of hun vrouw zal een betere baan vinden."

Krediet wordt over het algemeen geestdriftig in het rond gestrooid. BAIGlobal, een marktonderzoekbureau, schat dat kredietkaartbedrijven in 1998 in totaal 3,45 miljard potentiële klanten aanschreven. De respons was 1,2 procent, of 41 miljoen kaarten. "Veel mensen veranderen voortdurend van kaart", zegt Pete Hisey, de uitgever van Credit Card News. "Ze zijn voortdurend op zoek naar nog lagere rentevoeten."

Maar het krediet wordt nauwlettend in de gaten gehouden, en hoewel de kaarten erg in het oog lopen, vertegenwoordigen ze maar 10 procent of minder van al het gebruikerskrediet, zegt Stuart Feldstein, de directeur van SMR Research Corp. Hypotheekleningen vormen het grootste deel. Het echte probleem, zo zegt Feldstein, is dat zoveel mensen er door die agressieve merchandising ongebruikte kaarten op na houden. In 1998 was 45 procent van de kredietkaartrekeningen inactief. Kaarten worden een soort laatste reddingsboei. "Als je een (financieel) probleem hebt - bijvoorbeeld door een echtscheiding, ziekenhuisrekeningen, gokschulden -, dan hebben meer en meer mensen nog altijd een kaart die ze kunnen bovenhalen", zegt hij.

Laks krediet is echter niet de enige verantwoordelijke voor het toenemende aantal faillissementen. Sinds het Congres in 1978 de faillissementswetgeving versoepelde, is het aantal aanvragen voortdurend gestegen. Als alleen laks krediet daarvoor verantwoordelijk zou zijn, dan zou het aantal faillissementen over het hele land min of meer gelijk zijn. Dat is niet zo. Het cijfer voor Virginia (zes per duizend) ligt twee keer zo hoog als dat voor Delaware. Toch wordt er niet op een andere manier aan kredietverlening gedaan. Dat wijst erop dat bijvoorbeeld ook reclame van advocaten een rol speelt bij de verspreiding van het fenomeen.

De controverse over de voorgestelde wetswijziging is misleidend. De voorstellen zouden de bestaande wet maar een klein beetje verstrengen. Algemeen gesproken zouden mensen die bankroet gaan en meer dan het mediane inkomen verdienen, verplicht worden om hun schuldeisers toch iets terug te betalen. Dat is de reden dat de wet voor zo weinig mensen een verschil zou maken, en bovendien kan president Clinton nog altijd zijn veto uitspreken tegen de wet.

Uit dit alles valt wel een belangrijke les te trekken. Faillissementen worden steeds meer als een handige en berekende oplossing voor financiële problemen beschouwd. Terugbetalen wat je geleend hebt, was ooit een belangrijk deel van de nationale morele code. Dat is het in steeds mindere mate.

© Washington Post Writers Group

Vertaling: Wim Coessens

Terugbetalen wat je geleend hebt, was ooit een belangrijk deel van de nationale morele code. Dat is het in steeds mindere mate

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234