Maandag 26/09/2022

Het beste schelddicht, godverdomme

Om gedichtendag te vieren vroegen we onze lezers eergisteren een schelddicht te schrijven. De oproep viel niet in dovemansoren. Wij bestudeerden met aandacht uw talrijke inzendingen, om na rijp beraad zeven literaire pareltjes van haat en venijn over te houden.

Brussel

Eigen berichtgeving

Jeroen de Preter

Liefst 137 schelddichten bereikten onze redactie tussen de oproep van dinsdag en de deadline - woensdagmiddag 15 uur. Rekening houdend met het feit dat er, behalve roem, niets te winnen was, mag de respons op onze poëziewedstrijd dus best wel overweldigend heten. Of uw dichterlijke inborst dan wel uw slecht karakter daar voor iets tussen zit, laten we in het midden, duidelijk is wel dat u ervan genoten hebt. "Ook al is er niets te winnen en wordt het zelfs niet gepubliceerd, het heeft toch deugd gedaan." Reacties als deze stroomden de afgelopen dagen binnen, wij krijgen hier niet elke dag te maken met een zo tevreden lezerspubliek.

Het niveau van uw bijdragen? Dat verschilde nogal. Al te veel lezers kleurden niet binnen de lijntjes, of leverden een gedicht af dat meer op een lezersbrief geleek. Poëzie waarin een ik zich zonder humor en creativiteit en met opgeheven wijsvinger richt tot de Amerikaanse president om die "voor de laatste keer te waarschuwen", bijvoorbeeld. Talrijk waren ook de inzendingen die weliswaar enige goede regels bevatten, maar als geheel niet overeind bleven. En al te vaak bezondigden onze gelegenheidsdichters zich aan rijmelarij. Een enkele keer leverde dat wel geestige resultaten op. Een lezer(es) die zichzelf Vergotte Scheldrood noemt, bijvoorbeeld, liet zijn of haar schelddicht aan Jean-Marie Dedecker beginnen met een welluidend "ulla-la-la met haar werkbroek / en Gella-la-la van de kasseien / bogen nog voor uw pitbull-look / in de houdgreep van uw dijen." En technisch misschien niet helemaal in orde, maar daarom niet minder hilarisch is de aanhef van de bijdrage van lezer Dirk Langbeen. "Graag wil ik mijn gram verwoorden / over den dikken van Vilvoorde."

Niet minder interessant is uiteraard het slachtoffer van uw scheldpartijen. Uw favoriete pispaal was met een straatlengte voorsprong George Bush. De Amerikaanse president was kop van Jut in liefst achttien schelddichten. Zijn grootste concurrenten heten Jean-Marie Dedecker en Philip Dewinter, die elk zeven lezers tot een hekeldicht wisten te inspireren. De VLD scoort trouwens over de hele linie bijzonder goed in deze peiling. Dedecker wordt op de hielen gezeten door zijn partijgenoten Walter Grootaers, Guy Verhofstadt en Karel De Gucht, die elk goed waren voor zes scheldtirades. Erg verrassend is de score van Mieke Vogels. Met vier schelddichten aan haar adres verkeert ze in het illustere gezelschap van - bien étonnés de se trouver ensemble - Ariel Sharon, Ward Beysen en Stefaan De Clerck. De toptien wordt - o ironie - vervolledigd door de scheldkampioen Herman Brusselmans, die van onze dichtende lezers drie keer lik op stuk kreeg.

Eerlijk is eerlijk: niet al onze lezers vonden onze poëziewedstrijd zo'n leuk idee. Zo was daar onder meer de reactie van Jo Vermeulen, naar wij vermoeden het zogenaamde parlementslid van Agalev. "O krant, ik hou het hoofs", dicht hij. "Voel weerstand om te schelden, / Maar dat ik van die wedstrijd kots / dat wou ik u toch melden."

Jo Vermeulen mag foeteren wat hij wil, de scheldliteratuur is zo oud als de literatuur zelf. Al in de Griekse oudheid was het een beproefd en gewaardeerd genre. Over Archilochus, een dichter uit de zevende eeuw voor Christus, wordt verteld dat zijn schimpgedichten aan het adres van de dochters van Lycambes zowel vader als dochter tot een gewisse verhanging inspireerden. Een gelijkaardig verhaal wordt verteld over de satiricus Hipponax.Politieke scheldpoëzie, het genre dat ons blijkbaar nog steeds erg na aan het hart ligt, werd voor het eerst beproefd door de blijspeldichter en vrouwengek Aristophanes (448-385 voor Christus). In het oude Rome nam de scheldliteratuur een nog hogere vlucht. Beroemd zijn de scheldepigrammen van Catullus en Horatius, ook Juvinalis en Martialis werden om hun scheldkannonades gevreesd.

Minder succes kende het genre tijdens de Middeleeuwen, een enkele uitzondering als de dichter/boef François Villon niet te na gesproken. De draad werd weer opgepakt door religieuze hervormers als Luther, Erasmus en later ook Vondel.

De negentiende en twintigste eeuw leverden een hele stoet aan hooggetalenteerde vuilbekken op. In onze buitenlanden werden de scheldkannonades van Heine, Chesterton en Shaw berucht; de publieke figuren in de lage landen werden geteisterd door onder anderen Van Deyssel en Kloos (auteur van een fraaie krans 'scheldsonnetten'), Gerrit Komrij en - last but not least - Hugo Claus. Klassiek werd onder meer Claus' repliek op wat hij in de titel van zijn 'gedicht' een "nare kritiek door Weverberg" noemde. Lees het, en vervang Weverbergh door een gehaat sujet naar keuze. Het helpt.

"Dit moet vandaag op punt gezet. Je hebt

a. castrati, die beroofd zijn van alle uitwendige voortplantende organen

b. spadones, die de penis behouden maar waarvan de teelballen zijn verwijderd

c. thlibioe, met teelballen ter plaatse, maar kunstmatig verpletterd

d. Weverbergh".

* De zeven beste gedichten werden gekozen door een tweekoppige jury, bestaande uit de bloeddorstige poëzieminnaars Karl van den Broeck en Jeroen de Preter. De gedichten moesten rijmen, zich richten tegen een publieke figuur en van een uitzonderlijke kwaliteit zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234