Woensdag 28/09/2022

Het fascisme van de haute couture

Toen ik het café in Parijs verliet die avond riep de ober me niet het traditionele ‘Bonsoir, madame’, na, maar ‘Happy Fashion Week!’, alsof we allemaal een nationale feestdag aan het vieren waren. Misschien deden we dat wel. Mode is meer dan business in Frankrijk: het is een mythologie, een seculiere religie, een bron van nationale trots, vooral tijdens de Modeweek, want dan herdenkt het land zijn geschiedenis als de bakermat van de haute couture.

Maar in de voorbije dagen hebben de Fransen naar aanleiding van de antisemitische tirade van John Galliano, creatief directeur van Christian Dior, teruggedacht aan een minder fraaie episode uit hun geschiedenis. Volgens getuigen viel een dronken Galliano uit tegen een vrouw die dicht bij hem zat in een bar in Parijs. “Vuile Jodenkop, jij had dood moeten zijn”, zou hij tegen haar gezegd hebben. “Je laarzen zijn waardeloos, je dijen zijn waardeloos. Je bent zo lelijk dat ik je niet wil zien. Ik ben John Galliano!”

Frankrijk is hoogst gevoelig voor zulke zaken, en de represailles volgden snel. Dior gaf Galliano de bons. Hij kan nu vervolgd worden wegens racistische beledigingen, een misdrijf in Frankrijk. Maar los van de afschuwelijke politieke opvattingen van één man, noopt het tafereel tot reflectie over de vreemde relatie tussen de Franse mode en het fascisme.

Vichyregering

Tijdens de bezetting waren de nazi’s en hun Franse bondgenoten zich bewust van de macht en het nationale prestige van de Franse mode-industrie, en wilden ze er gebruik van maken. Toen de collaborerende Vichyregering de leiding overnam van het Franse lifestylemagazine Paris Soir, kondigde het op zijn pagina’s een “zomer van couture... en shoppen” aan. De nazi’s waren zo opgezet met de plek die de mode in de Franse cultuur innam dat ze in hun plannen voor het Europa na de oorlog stipuleerden dat de modesector in Frankrijk moest blijven.

Velen in de modewereld wilden wat graag meedoen. Franse modebladen bepleitten een innig verband tussen de culturele uitstraling van de mode en de nationale, zelfs genetische identiteit van de Franse vrouw. “Françaises zijn de behoedsters van wat chic is, want die erfenis zit gekerfd in hun ras”, schreef een modejournalist begin jaren 40.

Ook al viel niet iedereen in de Franse modewereld voor de fascistische ideeën, toch is het geen toeval dat velen dat wel deden. Uiteindelijk zijn er verontrustende parallellen te trekken tussen de modewereld, vooral in Europa, en de antidemocratische esthetica van het fascisme.

Beide leunen bijvoorbeeld op een handvol profetische, charismatische leiders die uitlatingen doen tegenover een (select) gehoor. Fascistische leiders spiegelden hun volgelingen het vooruitzicht voor van een verbeterde, mythische identiteit - een droom van jeugd en schoonheid, dezelfde eigenschappen die de haute couture belooft.

Hoewel de mode het ergste van de Vichyjaren ver overstegen heeft, toch blijft er een rol weggelegd voor gestileerde, bijna mythische sterren zoals Galliano en Karl Lagerfeld bij Chanel. Galliano staat erom bekend dat hij zich graag kleedt als een piraat of een proustiaanse dandy, terwijl Lagerfeld zich houdt aan een ietwat gotische interpretatie van een 18de-eeuwse Pruisische officier.

Aan de basis van het hele systeem ligt de meest ongrijpbare mythe van allemaal: de onmogelijke belofte dat de mode fysieke gebreken en de veroudering kan wegnemen, aan de hand van de schoonheid en jeugd die we op de catwalk en op elke pagina van Vogue zien - de cultus van fysieke perfectie die heel hard spreekt uit de geschiedenis van het fascisme.

En ook al benadrukken we de rassenverscheidenheid van de huidige schoonheidsnormen van de mode, toch is het fascistische schoonheidsideaal blijven bestaan, ook ver buiten Europa. De kenmerken van de nazi-esthetica - blauwe ogen, blond haar, een atletisch lichaam en scherpe trekken - zijn precies de kenmerken die de ‘all-American look’ bepalen, en nog altijd te zien zijn in de mythische reclamelandschappen van ontwerpers zoals (de duidelijk on-arische) Ralph Lauren en Calvin Klein.

En dat brengt ons terug bij Galliano in die bar in Parijs. Dit was geen generische antisemitische tirade maar een zelfbewuste uitspraak van de wereldautoriteit van de goede smaak (“Ik ben John Galliano”). Hij deed niet alleen etnische uitspraken, maar beschuldigde de vrouw er ook van onaantrekkelijk en niet-modieus te zijn, en verbond dat aan etniciteit, aan haar joods zijn (wat de vrouw niet was).

Het verband is duidelijk: zoals de fascistische demagoog van weleer stelde hij dat ze niet hoorde bij het uitverkoren groepje dat de juiste laarzen draagt, en van daar ging Galliano naadloos over tot een veroordeling van haar bloed zelf en de wens dat ze dood was.

Vorige week schreef de Franse krant Le Monde dat Dior door Galliano te ontslaan “de doodsklok had geluid voor de mythe van de almachtige ontwerper”. Dat is misschien wat prematuur, gezien de diepe wortels van de mythe. Maar het dronken gewauwel van een man in een bar zet misschien een discussie in gang over de minder fraaie onderstroom in een miljardenbusiness. Happy Fashion Week.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234