Donderdag 29/09/2022

Het gebeeldhouwde kind van de media

De laatste vijf jaar werd er heel wat gespeculeerd over de persoon van Abou Jahjah. Velen beschouwen hem als een randfiguur, een avonturier, een extremist, een Arabische Dewinter of Pim Fortuyn. Is Abou Jahjah niet veeleer een zuiver product van de westerse democratie en in het bijzonder een kind van het etnocentrische denken en van de maatschappelijke uitsluiting? Is hij niet door de Vlaamse media geconcipieerd? In deze zaak wil ik even stilstaan bij vijf fundamentele punten, waarbij ik wil opmerken dat ik het met zijn standpunten grotendeels oneens ben.

Ten eerste is de motivatie tot vervolging, opsluiting en het afnemen van de Belgische nationaliteit vanuit een democratisch standpunt hoogst bedenkelijk. Meer zelfs, ze is tegenstrijdig met de grondbeginselen van een egalitaire democratie. Indien het gerecht bezwijkt onder de druk van enkele politici, zal de inhoud van de nationaliteit uitgehold worden en zal niemand zich nog geroepen voelen ze aan te vragen of te verwerven. Bovendien is de opsluiting van Abou Jahjah op basis van zijn politieke overtuiging een inbreuk op het nationale en internationale recht en maakt ze van hem een grote politieke martelaar.

Abou Jahjah was een politieke gevangene niet vanwege wat hij doet, maar vanwege een politieke angst. De democratische partijen vrezen met de opkomst van Abou Jahjah een nieuwe pandoering te krijgen bij de volgende verkiezingen.

Ten tweede meen ik echt dat als blijkt dat een democratie wordt misbruikt om haat en extremisme te verspreiden die alleen schade aan de samenleving kunnen toebrengen, die democratie geen andere keuze heeft dan kordaat tegen haar belagers op te treden, ongeacht wie die belagers zijn. Voorwaarde is wel dat de democratie op een egalitaire manier optreedt. Zonder sympathie voor Abou Jahjah noem ik wat hem werd aangedaan ondemocratisch. Er zijn vooraanstaande leden van andere politieke partijen die hetzelfde op hun kerfstok hebben, ik heb niemand in de cel zien belanden. Het amateuristische optreden van de minister van Binnenlandse Zaken en van het justitiële apparaat heeft slechts voor Abou Jahjah de deur geopend om ons een les in democratie te geven. Een bijzondere wet in het leven roepen om de Arabisch-Europese Liga (AEL) te verbieden, met andere woorden om slechts één persoon op te sluiten, is betreurenswaardig.

Ten derde zijn de vele kritieken en reacties op de burgerwachten te danken aan onze democratische grondbeginselen, de vrije meningsuiting en aan de wakkere burgers onder ons. Zelfs duizenden Abou Jahjahs kunnen me, als democraat, niet overtuigen van het nut van die patrouilles. Ongeacht alle maatschappelijke problemen, in het bijzonder het optreden in cowboystijl van vele leden van de ordediensten, ook ten aanzien van autochtone burgers, bestaan er naar mijn mening andere middelen om de politieke wereld wakker te schudden. En zolang de dialoog niet uitgeput is, hebben de Abou Jahjahs geen reden om op te treden in militie-uniform. De AEL kiest echter voor de confrontatie op een sensationele manier omdat Abou Jahjah dat voor zichzelf kiest. Met de burgerpatrouilles zette de leider al koers richting parlement. Het is te naïef de opkomst van een politieke partij van de AEL niet te zien vanaf het eerste interview van een paar jaren geleden. Daardoor stel ik me veel vragen over de hele zaak. Wat zijn de onzichtbare redenen achter de oprichting van de AEL? Is Abou Jahjah helemaal fout in zijn redenering? Is de AEL nodig voor de samenleving? Mogen patrouilles door de leden van de AEL worden georganiseerd?

De oprichting van de AEL is geen grote verrassing. Negentien jaar in België hebben me getoond hoe schrijnend de maatschappelijke positie van de immigranten in de Belgische samenleving is, in het bijzonder die van jongeren die geen ander land kennen dan België. Bij rellen in Vorst, Sint-Joost-Ten-Node, Schaarbeek of Kuregem was het al duidelijk dat de jongeren overal op een dik ei broeden. België zal nooit meer zijn zoals het was in de jaren vijftig.

Ondanks hun lage opleidingsniveau zullen de jongeren van de tweede generatie nooit op hun ouders lijken. Ze zijn mondiger geworden en durven hun rechten te bevechten op allerlei manieren. Het enige middel dat ontbrak om 'rellen' in Antwerpen te doen uitbarsten was een charismatische figuur die de woede van de jongeren kan kanaliseren en de zaken op een heldere manier formuleren. Abou Jahjah is de gepaste figuur.

Ten vierde stormden alle mediakanalen op Abou Jahjah en zijn AEL af en lieten ze alle gematigde denkers links liggen. Er is een strafrecht en dat moet worden toegepast op een rechtvaardige manier. Indien Dewinter eist dat Abou Jahjah zijn Belgische nationaliteit verliest, zal hij dan zijn eigen verleden met dezelfde maten evalueren? Zal hij in ballingschap moeten gaan?

Ten vijfde wil ik nog kwijt dat Abou Jahjah geen randfiguur of avonturier is. Hij is een persoon die een bepaald imago op de hoofden in de Arabische en de moslimgemeenschappen wil plakken.

Het verheugt me dat de Turkse, de Iraanse, andere gemeenschappen en vooral vele immigrantenvrouwen in Brussel afstand van hem hebben genomen. Ik sluit me bij hen aan. Abou Jahjah is gewoon een conservatief tout court.

Hier wil ik het hebben over twee zaken. Ten eerste zijn interviews in verschillende kranten en ten tweede zijn uitspraken op de laatste betoging in Brussel.

Deze leider zal niet de eerste of de laatste opmerkelijke en sensationele figuur zijn die de immigratie produceert. In elk immigratieland komt op een bepaald moment een figuur à la Abou Jahjah aan de oppervlakte. Meestal is die persoon hoogopgeleid, rationeel denkend, mondig en charismatisch. Vóór ze zich proberen te profileren, verdiepen ze zich eerst in de geschiedenis, de politiek en het samenlevingsmodel van de natie waarin zij wonen. Op die manier kunnen ze sterk argumenteren. Het lijkt erop dat Dewinter andere 'bokshandschoenen' nodig heeft voor een tweede ronde met Abou Jahjah.

Abou Jahjah is in zekere zin de Arabische Alexandra Colen. Het conservatieve gezinsmodel dat hij voorstelt, vindt zijn basis in de interpretatie van de islam die elke vernieuwing weigert, het salafisme.

Naar mijn mening is dat een van de vele ziekten die de islam, vooral in bepaalde Arabische landen, hebben gecontamineerd sinds de kruistochten.

Dat soort salafisme kenmerkt ook elke extremistische strekking binnen de monotheïstische godsdiensten. Abou Jahjah en zijn kompanen moeten beseffen dat de migrantenvrouwen hier in een democratische rechtsstaat leven, waar rechten 'geïndividualiseerd' zijn. Daarenboven is dat conservatieve gezinsmodel een mannelijk uitvloeisel van de gedachte dat "de vrouwen zwakke wezens en dus gemakkelijk manipuleerbaar zijn". De essentie van die redenering is dat de vrouw op haar werk onderworpen is aan een mannelijk bestuur dat kan misbruik maken van zijn machtspositie. Dat het recht van de vrouw op vrijheid en zelfbeschikking tot zo'n visie wordt gereduceerd, is belachelijk.

Het idee dat de privé-sfeer een persoonlijke aangelegenheid zonder meer is, is maatschappelijk gevaarlijk. Het gezin is een weerspiegeling van de samenleving in miniatuur. Dat betekent dat de proportionaliteit tussen rechten en plichten, democratisch handelen en respect voor de mensenrechten, ook binnen het gezin moet gelden. Zo niet kan het gezinsgeweld en -misbruik van vrouwen en kinderen ontsnappen aan elke controle en sanctie. Een tweede gevaar is dat vrouwen in het bijzonder worden geïsoleerd van de rest van de wereld, wat tot stress, marginalisering en zelfmoord leidt. De privé-sfeer is privé zolang de democratische beginselen worden nageleefd.

Ten slotte nog dit: indien de Vlamingen niet blij zijn, dan kiezen ze voor het Vlaams Blok. Wanneer de immigranten met hun hoofd tegen de politieke muur botsen, hebben ze geen andere weg dan op straat te komen. De democratische politieke partijen hebben tot nu toe niets te bieden aan burgers uit de immigratie. De werkloosheidscijfers, het stemrecht, de verloedering van de buurten, de positie op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, de toegang tot de danstenten, enzovoort, spreken voor zich. De jongeren van de tweede en de derde generatie zijn zich heel bewust van de rol van sociale strijd om zich te emanciperen. Het beleid moet vanaf nu de dialoog op een constructieve en waardige manier durven aangaan, zo niet zal de radicalisering van jongeren nog sterker worden.

Youssef Bel Abdeljelil is historicus en doctor in de wetenschappen, meer bepaald de sociaal-economische geografie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234