Maandag 26/09/2022

Het geval Sigmund F.

de psychoanalyse onder het mes

De voortreffelijke verzamelbundel Oneigenlijk gebruik gaat dieper in op de geschiedenis en de relevantie van de psychoanalyse.

Andreas De Block & Paul Moyaert (red.)

Oneigenlijk gebruik, de psychoanalyse voorbij haar grenzen

Pelckmans/Klement, Kapellen/Kampen, 160 p., 15,95 euro.

De Britse schrijver Jona-than Coe laat in zijn komedie Het huis van de slaap een Lacaniaanse analyticus 'Het geval van Sara T.' vertellen. De analyticus, onwetend van de kwaal narcolepsie waaraan Sara lijdt, interpreteert de klassieke ziektesymptomen op psychoanalytische wijze. Door haar dromen en versprekingen te ontleden en vergaande taalassociaties te maken verandert het gewone meisje met slaapstoornissen al snel in een geperverteerd en seksueel ontwrichte persoonlijkheid. De beschrijving is overdreven, hilarisch, maar omdat Coe een intelligente schrijver is, ook to the point. Dat de analyticus in zijn roman een volgeling van Lacan is, is bijvoorbeeld geen toeval. Waar Freud nog rechttoe rechtaan in begrijpelijke taal over psychoanalyse sprak, meanderde de briljante Lacan jaren later in beddingverleggende woorden verder over het onderwerp.

In de inleiding tot de voortreffelijke verzamelbundel Oneigenlijk gebruik overschouwt de Nederlandse filosoof Andreas de Block de geschiedenis van de psychoanalyse om te kijken wat zij vandaag nog kan betekenen, voornamelijk in kruisbestuiving met andere disciplines. Voor Freud kon de psychoanalyse niet anders dan een 'metapsychologische' theorie zijn, een 'harde' algemeen wetenschappelijke leer van de menselijke geest die in haar ontdekkingen alle andere wetenschappen zou bepalen. Die ambitie was, hoewel achteraf enigszins begrijpbaar, sowieso te hoog gegrepen. In de loop van de vorige eeuw kreeg de psychoanalyse dan ook noodgedwongen een andere status. Enerzijds werd psychoanalyse de aanduiding voor een vorm van 'toegepaste' psychologie, bedreven in de klinische setting van psychotherapeut en patiënt, een revolutionaire toepassing die echter ook toenemend kritiek kreeg. Anderzijds werd de psychoanalyse meer en meer gebruikt als een hermeneutische (hulp)wetenschap of een inspirerende cultuurtheorie, al durven ware postmodernen ook te spreken van - slechts - een vermetel verhaaltje te midden van de andere verhalen.

Dat de psychoanalyse vandaag in de culturele en wetenschappelijke wereld weleens als verdacht wordt beschouwd, heeft ze volgens De Block voor een deel aan zichzelf te danken. Hij geeft toe dat de speculatieve aard van veel van haar theorieën en hypothesen soms voor een 'ongezonde mengeling' van fantasie en wetenschap zorgde. Lees het geval van Sara T. Maar lees in de bundel ook het essay van Solange Leibovici, waarin zij aan de hand van 'hysterie' op de complexe verhouding psychoanalyse en literatuur ingaat. Daartoe ontleedt ze ook vroege 'toegepaste' psychoanalyse, waarmee in de beginperiode analytische beschouwingen over literaire personages en hun auteur werden bedoeld.

Verder heeft de verdachtmaking volgens De Block ook te maken met een soort verkramping, wellicht toegenomen door het geplaag en gestook bij de psychoanalytici zelf. Het wereldje heeft soms iets sektarisch, meent hij, en sluit zich daardoor af van relevante ontwikkelingen in het wetenschappelijke en maatschappelijke denken. Lees opnieuw het geval van Sara T. maar ook verder in de bundel het essay van De Block over psychoanalyse en biologie. In deze tekst wijst hij erop dat de evolutiepsychologie - die tegenwoordig vooral de evolutiebiologie volgt - altijd al meer complementair aan de psychoanalyse was dan meestal wordt gesteld.

Als de psychoanalyse al een slechte naam kreeg, gaan de tegenstanders niet geheel vrijuit, stelt De Block terecht in zijn inleiding. Zij verkiezen vaak het proces te maken "van een hele discipline op basis van een karikatuur". Wat hij in zijn mildheid niet zo duidelijk benoemt, maar zeker geldt, er wordt vaak hard gelachen uit verbijsterende onwetendheid, en dat mogelijk nog meer in minder wetenschappelijke milieus. Door de verregaande popularisering van het gedachtegoed, vooral de prikkelende nadruk op het onbewuste en de 'perverse' seksualiteit, denkt iedereen wel een mening over Freud te kunnen, te mogen en te moeten ventileren. Ook hier kan deze bundel wat tegenwicht bieden.

Het boek toont allereerst hoe vruchtbare gedachten uit de psychoanalyse kunnen worden aangewend door literatuurwetenschappers, seksuologen, mensen die met psychiatrie, evolutiepsychologie of metafysica bezig zijn. Het boek toont echter ook aan dat de beoefenaars van de psychoanalyse zelf hun discipline moeten durven te verrijken door ontwikkelingen elders. Wil Freud nog ernstig genomen worden, zullen zijn volgelingen inzichten uit andere onderzoeksdomeinen niet mogen wegwuiven.

Gelukkig bestaat er kruisbestuiving, een oprechte wil om te praten, en ook genuanceerdheid; de auteurs in dit boek bewijzen dat. Het boek biedt een staalkaart van wat hedendaagse toegepaste analyse kan betekenen. Dat de auteurs de moeite doen om in verstaanbare taal over hun vakgebied te schrijven, ontkracht in elk geval het beeld van de slimme psychoanalyticus die in ribfluwelen broek en rolkraagtrui de arme medemens in zijn blootje wil zetten.

De essays van Solange Leibovici en Andreas de Block - tevens inleider van de bundel - vermeldde ik al. Paul Moyaert gaat in op de rol van de begrippen 'seksualiteit' en 'lust' voor de psychoanalyse en hoe kennis ervan een aanwinst kan zijn voor de seksuologie en de fenomenologie van de seksualiteit. Paul Vanden Berghe schrijft over de betekenis van de tragedie voor de psychoanalyse en toont dat een psychoanalytisch gevormde blik heel wat reveleert over hoe - slecht - wij vandaag met verdriet omgaan, hoe wij bijvoorbeeld van verdriet tragedie of drama maken om uiteindelijk bij iets als genot uit te komen. Bedenk wat een tsoenami met ons doet. Tinneke Beeckman, een filosofe die meestal moeilijke teksten aflevert, ook omdat ze met het allermoeilijkste bezig is, blijft in deze bundel verrassend begrijpelijk als ze ingaat op Freuds metafysicakritiek. Tot slot verkent Joris Vandenberghe de mogelijke dialoog tussen de psychoanalytische theorie en de psychiatrie.

Het zijn zeven intrigerende essays, ook omdat alle teksten op een intrigerende manier samenhangen en naar elkaar verwijzen. Zo lijkt het, en dat is een compliment voor de samenstellers, of je bij het einde van het boek geen losse verzameling essays las maar één enkele boeiende doorlopende tekst.

Ann Meskens

Het wereldje heeft soms iets sektarisch, meent De Block, en sluit zich daardoor af van relevante ontwikkelingen

Het geval Sarah T.

De Lacaniaanse analyticus is aan het woord:

"Het 'oog' is niet alleen het instrument waardoor wij de wereld bezien, maar ook de spiegel van de ziel, het 'ego', het diepste ik, dat in het middelpunt van de wereld staat. Door Sarah's ogen te erotiseren, door deze in haar psyche onlosmakelijk aan het vooruitzicht van seksueel genot te koppelen, had Gregory bij haar de lust tot schending ofwel aanranding gewekt, tot penetratie van haar 'ego', de verkrachting van haar diepste ik, een lust die hij noch enige andere man of vrouw ooit had kunnen bevredigen..."

"O, toe nou, zeg", zei dokter Herriot.

"Laat hem uitpraten", zei dokter Myers vermoeid. "We kunnen het nu net zo goed tot het bittere eind uitzitten." (...)

"En dat kon ik zo zeker weten om de simpele reden dat Sarah het me zelf had verteld. Want vergeet niet - de taal is een wrede, trouweloze maîtresse, een lepe beroepskaarter die ons een pak jokers deelt, een verre fluit in een mistige nacht die ons lokt met halfvergeten melodieën, het lichtje in de ijskast dat nooit uitgaat als wij kijken, een tweesprong in de weg, een mes in het water.'"

(Uit: Jonathan Coe, 'Het huis van de slaap')

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234