Maandag 03/10/2022

Het grootste prentenboek ter wereld

De pampa van Nazca is een winderig steenplateau, een van de dorste gebieden ter wereld. Het is haast niet te begrijpen dat hier ooit mensen figuren in de bikkelharde grond schraapten en de vreemde cultusplaats eeuwenlang in stand hielden

In Zuid-Peru zag August Thiry de vlakte van Nazca bekrast met tekeningen van enorme afmetingen. Een Duitse immigrante bestudeerde ze een leven lang, Erich von Däniken gebruikte ze om zich rijk te schrijven. De Nazca-lijnen, een obsessie die tweeduizend jaar overbrugt.

We staan op het platform van de metalen toren en kijken uit over de steenwoestijn die rossig naschroeit in de avondzon. "Zie jij wat?," vraagt Anja met haar hand boven haar voorhoofd. Ik wijs. Daar! De kruin, de stam, de vertakte wortels. De omtreklijnen van een huarangoboom zijn uitvergroot in de bodem gekrast. Aan de andere kant snijdt het asfalt van de Panamericana-hoofdweg de vage contouren van een reuzenhagedis doormidden. Het valt wat tegen, de figuren verzinken in de grofkorrelige uitgestrektheid van het overbelichte landschap. We dalen af langs de traptreden van de uitkijktoren, de Mirador Maria Reiche. De chauffeur van de lijnbus gebaart ongeduldig. Het kostte moeite hem even te doen stoppen in de pampa vlak voor Nazca. Weer zo'n stel gringos, geobsedeerd door die wirwar van krassen in de woestijn.

Het stadje Nazca ligt er verweesd bij in de schemering. Lege straten, pokdalige laagbouw en stof, overal stof. Het ligt als een askleurige hoes op geparkeerde vehikels, Amerikaanse 'bakken' die de jaren zestig nog hebben meegemaakt. Op de hoek van de Avenida Maria Reiche ligt het hostal dat Juan aanprees toen we uitstapten bij de busterminal. Juan Tohalino - higly recommended official guide volgens zijn naamkaartje - is zelf meegekomen en biedt een pisco sour aan op het dakterras. Hij heeft in Australië gewerkt, nu is hij touroperator in Nazca. Nazca houdt je vast, zegt hij.

Eind 96 was er een aardbeving. Terrible, een grote puinhoop, maar alles is snel heropgebouwd en de bodemtekeningen in de pampa zijn intact gebleven. We moeten ze zeker gaan bekijken vanuit de lucht. Hij kan morgen een vlucht regelen. Vriendenprijsje, vijftig dollar per persoon. Anja dingt af tot dertig. Juan veinst ter plekke een fatale hartaanval. Okay, lacht hij even later, no problem.

Nazca ligt 450 kilometer ten zuiden van Lima. De lijnbus volgt de kust van de Stille Oceaan en klimt vervolgens landinwaarts 600 meter hoog naar de pampa van Nazca. Een winderig, zwavelkleurig, verschroeid steenplateau, een van de dorste gebieden ter wereld. Het regent er zelden en het is haast niet te begrijpen dat hier ooit mensen in de bikkelharde grond schraapten en de zo ontstane vreemde cultusplaats eeuwenlang in stand hielden. De Amerikaanse historicus Paul Kosok vloog in 1941 in een sportvliegtuigje over de pampa ten noordwesten van Nazca. Hij zocht naar overblijfselen van het vernuftige irrigatiesysteem van de Inca's, maar ontdekte iets anders: lijnenstelsels en gigantische dierenfiguren. Een aap met een gekrulde staart, een reusachtige spin, zeevogels. De figuren, soms meer dan honderd meter lang, waren enkel vanuit de lucht duidelijk te zien.

Het team van Kosok had een Duitse wiskundige als tolk. Ze heette Maria Reiche. In 1946 vestigde ze zich in Nazca om de geogliefen, de bodemtekeningen in de pampa, te bestuderen. In haar boek, Geheimnis der Wüste, schreef ze dat de geogliefen een astronomische kalender waren waaraan was gewerkt van voor het begin van onze tijdrekening tot in de eerste eeuwen erna. De figuur van de aap was verbonden met het sterrenbeeld van de Grote Beer; andere figuren, zoals de kolibri, verwezen naar lijnen die samenvielen met de zonnewende. De oude Nazca-indianen vereerden de zon, de maan en de sterren. Ze dachten dat de gewassen rijpten onder een gunstig gesternte dat in de geogliefen werd weerspiegeld.

Zeven uur 's avonds. Het is donker, wintertijd op het zuidelijk halfrond. "Het is verderop," zegt Anja. Ze is teruggekomen uit de voortuin van het chique hotel Las Lineas. We verlaten het centrum van Nazca en slaan af naar een achterbuurt. Aangestampte aarde, een open riool, joelende kinderen rond een petroleumvuurtje. Nummer 218 in de Calle Bastidas is een vervallen tweekamerwoning. Stipt om acht uur verzamelt de spreekster haar toehoorders rond het schaalmodel in gips van de pampa van Nazca, dat een groot deel van de kale ruimte vult.

Viktoria Nikitzi, een blonde Oostenrijkse van Russische afkomst, is negen jaar geleden in Nazca gestrand. Een al wat oudere zwerfster die haar bestemming vond toen ze in contact kwam met Marie Reiche. Nazca heeft alles te danken aan Maria Reiche, zegt Viktoria, ze was de enige die zich destijds verzette tegen de ontginning van de pampa. Het was een eenzame strijd tegen de lokale autoriteiten en tegen de bureaucraten in Lima. In Nazca gooiden ze stenen naar de vreemde heks met het warrige piekhaar, die altijd alleen op weg was in de woestijn om met haar bezem de lijnen schoon te vegen. Jarenlang betrok ze een armoedig hok in de hacienda San Pablo bij de Ingenio-rivier. Ze leefde er op een dieet van geroosterde vis; ratten knaagden 's nachts haar schetsen en haar kaarten met opmetingen van de Nazca-lijnen aan flarden. A whole life for the lines, meer dan veertig jaar. Toen Viktoria haar leerde kennen, gaf ze elke avond een lezing in hotel Las Lineas, waar ze gratis woonde. Een gebaar van de Peruaanse regering die eindelijk haar verdiensten erkende. Maria Reiche betaalde een veel hogere prijs. In 1987 ondernam ze haar laatste exploratietocht. Het hevige zonlicht op de pampa had haar blind gemaakt en ze leed aan de ziekte van Parkinson.

Maria Reiche liet de veertien meter hoge metalen toren optrekken, van waarop je een uitzicht hebt over de pampa. Ze stierf vorig jaar, vijfennegentig jaar oud, en ze ligt begraven op het terrein van het nieuwe Museum Maria Reiche bij de Ingenio-rivier. Bewaar de pampa voor het nageslacht, vroeg Maria Reiche kort voor haar dood aan Viktoria. Het werd een overgeërfde obsessie die de Oostenrijkse aan Nazca bindt. Viktoria Nikitzki verkoopt haar eigen geïllustreerde boekje over de geogliefen van Nazca. Ze krijgt geen subsidies, ze moet zich zien te redden in een achterbuurt aan de rafelige rand van het woestijnstadje.

Juan bestuurt zelf het minibusje dat op het laatste stuk van het traject over een grillige grindpiste hotst. De site Chauchilla, waar de Nazca-indianen hun doden begroeven, ligt midden in de woestijn. Overal rondom strekt de desolate zandvlakte zich uit. Het is nog vroeg, maar de zon brandt al ongenadig. We sloffen naar de rechthoekige open kuilen. Schattenjagers hebben de site leeggeroofd. De mummies, die in foetushouding zaten en in kleurige geweven doeken waren gewikkeld, werden naast de graven gedumpt. Nog niet zo lang geleden, zegt Juan, lag het hier vol skeletten. Nu is de site beschermd. Archeologen legden de skeletten lukraak terug in de geopende graven tussen aardewerkobjecten en grafgiften, die de plunderaars niet de moeite waard vonden. Daar grijnzen de mummies nu naar de bezoekers uit een andere tijd, vijftien eeuwen later. Ze hebben uitgerekte schedels, waaraan nog haarplukken kleven, en hun hoekige knoken zitten in verkleurde lorren.

Ik buk me en raap een uitgerafeld stuk textiel op. "Bah", zegt Anja, "wat moet je daar nu mee?" Een vuilbruine lijkvlek is diep doorgedrongen in het weefsel; het verpulvert tussen mijn vingers. Anja heeft gelijk. Wat is er eigenlijk te vinden op deze groteske begraafplaats? Half verdoken in de schaduw van de open graven staren de mummies in het ijle. Zijn dit werkelijk de stoffelijke resten van een mysterieus indianenvolk, de scheppers van de Nazca-geogliefen? Ze schraapten in de pampa de roestbruine stenen weg, waardoor de lichtere ondergrond vrij kwam en vorm gaf aan gigantische dierenfiguren, kilometerslange lijnen en geometrische motieven. Een titanenwerk. Maar waarom? Water, zei Viktoria, water is het kostbaarste goed in deze barre woestenij. Het smeltwater van de Andes zoekt ondergronds zijn weg naar de vlakte. Drie jaar geleden kwamen Amerikaanse hydrologen naar Nazca. Ze ontdekten dat de Nazca-lijnen de plaats van onderaardse watervoorraden aangaven. De dierenfiguren bij die lijnenstelsels waren herkenningstekens, de iconen van het aloude water-internet van de Nazca-indianen.

Juan heeft ons afgezet bij het vliegveldje van Nazca. In de jaren zestig en zeventig scheurden terreinwagens met gringos over de pampa. Die tijd is voorbij, in 1994 is de Pampa de Nazca door de Unesco officieel erkend als cultureel werelderfgoed. De Peruaanse autoriteiten plaatsten grote borden. Het is ten strengste verboden het gebied te betreden. De boetes zijn hallucinant: twee miljoen Peruaanse soles en vijf jaar cel.

De propeller van het eenmotorige toestel op het tarmac begint stotterend te draaien. We gorden ons vast. De piloot wijst de kotszakjes aan. Enkele minuten later vliegen we over de pampa. Now you are going to see the monkey, roept de piloot, terwijl het toestel zijwaarts kantelt. De spiraalvormige staart van de aap wentelt een stuk dichterbij. Now you are going to see... de kolibri, de pelikaan, de fregatvogel... We zwenken bruusk naar links, naar rechts. De kromme poten van een reuzenspin wriemelen over de grijze bodem in de diepte, maar ook gewriemel in mijn maag, alles draait. "Blij dat het voorbij is," zucht Anja als het toestel een halfuur later weer aan de grond staat. De piloot beent weg. Zijn broekspijpen wapperen in de rukwind die de afrastering rond het vliegveld doet ratelen.

's Namiddags hoor je de adem van de pampa. De Paracas-wind steekt op en zwiept als een bezem over de vlakte. Hoe konden figuren die vijf tot dertig centimeter diep in de bodem zijn gekerfd al die tijd intact blijven? Er is een verklaring. De weggeschraapte roestbruine stenen die de geogliefen afbakenen, zijn vulkanisch en bevatten ijzer. In de koude woestijnnachten wordt dat poreuze gesteente vochtig; overdag, onder de gloeiende zon, absorbeert het warmte. Zo ontstaat er op het heetst van de dag door verdamping een natuurlijk luchtkussen dat de geogliefen beschermt.

De oude Nazca-indianen wisten wat ze deden, maar ze konden hun werk nooit in zijn volle glorie overzien. Of toch? De Amerikaan Jim Woodman liet in de jaren zeventig een heteluchtballon maken van dezelfde materialen als die waarover het Nazca-volk beschikte. De Condor I met Woodman aan boord steeg op; de proefvlucht over de woestijn duurde nog geen minuut. Ook die theorie ging niet op.

In een zijstraat in Nazca laat ik mijn haar bijknippen. Op de Plaza de Armas zit Anja te wachten in de avondzon. "Fris kopje," zegt ze. Dat heb ik nodig voor het boek dat ik naast haar doorblader. 'Tekens voor de eeuwigheid', de nieuwste publicatie van de Zwitserse zwetser Erich von Däniken. Volgens hem bootsten de Nazca-indianen met hun geogliefen op hun eigen primitieve manier de technologie na van 'goden', buitenaardse wezens die ooit met ruimtetuigen in de pampa waren geland om mineralen te delven. Daar gaan we weer! In het boek staat wel een mooie reeks luchtfoto's van de Nazca-lijnen. En een foto van een graatmager wijfje met grijs piekhaar: het wassen beeld van Maria Reiche in haar eigen museum. Von Däniken keert naar eigen zeggen altijd weer naar Nazca terug. Ook voor hem zijn de figuren, lijnen en geometrische vormen, die hier ooit om welke reden dan ook door een verdwenen indianenvolk in de pampa zijn gekrast, een onontwarbaar mysterie dat zijn verbeelding tart. En vasthoudt.

Nazca, elf uur 's avonds. De nachtbus uit Lima is onderweg. We haasten ons naar de terminal. Nee, aan de overkant, zegt de bewaker bij de ingang, terwijl net op dat moment de bus uit de bocht komt en afzwenkt. De bewaker zwaaiend met een zaklamp over het plein, wij achter hem aan. Het lukt, de bus remt af. We lopen op de tast door de middengang. Gemopper in het halfduister van Peruanen die uit hun sluimering zijn opgeschrikt. We rijden. Voor ons uit begint de weg aan zijn lange aanloop naar de Andes, achter ons verdwijnt Nazca in de duisternis. Op de pampa ligt het grootste prentenboek ter wereld opengespreid in de stilte van de woestijnnacht. Alleen de sterren kijken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234