Dinsdag 05/07/2022

Het heimwee van de slavendrijver

Voor het eerst werd een roman van de Angolees Pepetela in het Nederlands vertaald. Een roemrijke familie is het verhaal van de slavenhandelaar Balthazar Van Dum, 'Vlaming van geboorte doch Portugees van gemoed'.

Pepetela

Een roemrijke familie

Uit het Portugees vertaald en van een nawoord voorzien door Harrie Lemmens Meulenhoff, Amsterdam, 445 p., 1.070 frank.

In het Portugese taalgebied is Pepetela, een pseudoniem voor Artur Carlos Maurício Pestana dos Santos, al een tiental jaren een klinkende naam. De auteur, geboren in een familie van Portugese kolonisten in Benguela, Angola, verwierf onder meer bekendheid met de grote guerrillaroman Mayombe, naar het gelijknamige oord in de Angolese enclave Cabinda, die begin jaren zeventig het 'bevrijdingsleger' MPLA tot uitvalsbasis diende.

Een tijdlang nam Pepetela, die in Lissabon een ingenieursopleiding volgde maar zich vervolgens in de marxistische sociologie ging verdiepen, zelf de wapens op in de strijd tegen het salazaristische Portugal (Pepetela was de schuilnaam waaronder hij opereerde). Nadat Angola in 1975 onafhankelijk geworden was, had hij zelfs kortstondig zitting in de Angolese regering.

Uiteindelijk was het echter alsnog de literatuur die Pepetela riep. Flink wat succes oogstte zijn begin jaren tachtig geschreven roman Yaka, naar een Noord-Angolees volk dat aanvankelijk tegen het koninkrijk Kongo, later tegen Portugal strijd leverde. In de jaren negentig publiceert Pepetela onder meer Lueji - O nascimento de um Império ('Lueji. De geboorte van een rijk'), over de zoektocht naar de Angolese identiteit, A Geração da Utopia ('De generatie van de utopie'), waarin hij de ontaarding van idealistische studenten tot corrupte machthebbers beschrijft, en het in 1997 geschreven, nu door lusitanist Harrie Lemmens als vanouds op uitmuntende wijze in het Nederlands vertaalde A gloriosa família. Voor zijn hele oeuvre ontving Pepetela in datzelfde jaar de hoogste literaire onderscheiding in het Portugese taalgebied, de Prémio Camões.

De roman Een roemrijke familie speelt zich af in volle zeventiende eeuw, meer bepaald tussen 1641 en 1648, de jaren waarin de Hollanders Luanda en enkele andere plaatsen aan de Angolese kust bezetten, de periode ook waarin graaf Johan Mauritz van Nassau het bewind voert over delen van Noordoost-Brazilië. Bedoeling van de Hollanders is het monopolie op de transatlantische slavenhandel te verwerven. Maar de West-Indische Compagnie heeft het niet onder de markt, en meer dan zeven Angolese zomers zullen haar niet vergund blijken. In Luanda staat de Hollandse tijd voor talloze conflicten, gevechten en brutale afrekeningen waarin behalve de Nederlanders zelf ook de Portugezen, de koning van Kongo, de koningin van Angola en tal van inlandse stammen betrokken zijn.

In die omstandigheden van geopolitieke chaos is het - slaven waren toen wat petroleum en het Amazonewoud vandaag zijn - dat hoofdpersonage Balthazar Van Dum zich overeind probeert te houden. Van Dum, een naam die Pepetela uit de archieven van het Lissabonse Agência-Geral do Ultramar opdiepte en waarschijnlijk een verbastering is van Van Dam(me?), is "Vlaming van geboorte doch Portugees van gemoed". Als slavenhandelaar beweegt hij zich zeven jaar lang, nu eens diplomatisch dan weer met breugeliaanse boersheid, in het oog van de storm. Als taalgenoot kan hij het, als dat hem commercieel uitkomt, opperbest met de Hollanders (de 'Mafulo's') vinden, met de Portugezen deelt hij zijn katholieke geloof. De vele kinderen die hij en zijn zonen bij de Afrikaanse slavinnen hebben verwekt ("de drom mannen, vrouwen, jongeren en kinderen die hem omringde, allemaal zijn kroost"), bieden hem een opstapje naar de volkeren in het Angolese binnenland. Het gezin Van Dum lijkt daarmee de voorafspiegeling van wat Angola ook vandaag nog is: veeleer een smeltkroes van met het land vergroeide halfbloeden en blanken dan een zuiver zwart-Afrikaanse natie.

Zoals de titel te raden geeft, is Een roemrijke familie in de eerste plaats een familiekroniek, magistraal verteld door een hondstrouwe, stomme halfbloedslaaf die zich in de loop der jaren alle in en om Luanda gesproken talen eigen heeft gemaakt. Hoewel hij niet op de minste achting vanwege zijn meester hoeft te rekenen en Balthazar Van Dum hem veeleer als huis- en lastdier dan als menselijk wezen beschouwt, vervult de slaaf de rol van subjectieve vertelinstantie.

Doelloos urenlang tot rechtop staan gedwongen in de hoek van een taveerne, absurd wachtend in de gutsende regen, klauterend over de nu eens doorweekte dan weer stoffige wegen in Luanda en omgeving, hoort en ziet hij alles, doorziet hij strategieën en voorspelt hij - met de bescheidenheid die bij zijn status past - de boosaardigste opzetten van welke blanke bezetter of slavenhandelaar ook. Bovenal heeft de slaaf, de zoon van een Lunda-vrouw en een door de inlandse koningin Jinga ter dood gebrachte missionaris uit Napels, een vlijmscherp oog voor de onvoorstelbare misstanden waar hij en zijn lotgenoten onophoudelijk de slachtoffers van zijn.

Een van de schrijnendste episodes uit de roman is het verhaal van de minzame slaaf Thor en Van Dums dochter Rosário. "Geen enkele slaaf die een dochter van mij aanraakt, blijft in leven", brult de Vlaming nadat iemand van het huispersoneel de twee in het kippenhok heeft betrapt. "Ik trouw met hem, vader", knelt het tegen de grond gegooide meisje haar armen om de benen van Van Dum. "Dat is alles wat ik wil. Ik heb hem opgezocht, ík heb aangedrongen, hij heeft geen schuld."

Maar haar vader is onverbiddelijk, mept op haar los en doet zijn dochter nog maar eens in het stof bijten: "Er is geen sprake van trouwen of hem verkopen of wat dan ook. Een slaaf heeft de eer van de familie bezoedeld, hij moet sterven, punt uit." Wat volgt moet in het Angola van de slavendrijvers schering en inslag zijn geweest: "De officiële beul van de familie Van Dum liet Thor knielen naast het meer. Hij pakte het kromzwaard dat aan zijn gordel hing en bracht hem de eerste slag toe. De knaap schreeuwde en het bloed begon op te wellen uit de wond. De ketting van leeuwenklauwen brak en viel op de grond. Dimuka sloeg voor de tweede keer, maar het kromzwaard was blijkbaar niet erg scherp, want de wond werd groter, maar niet groot genoeg om hem te doden. Thor schreeuwde opnieuw en viel met zijn hoofd in het water. De derde slag, die hem opzij in de hals raakte, leek dodelijk. Hoewel de benen van de knaap bleven trekken. Dimuka duwde het lichaam weg, dat in het meer verdween."

Wie echter denkt dat Balthazar Van Dum des duivels is en het hele boek lang als dusdanig door zijn slaaf geportretteerd wordt, slaat de bal mis. Of het naïviteit betreft, welgemeende empathie dan wel een symptoom van het Stockholm-syndroom avant-la-lettre, dat moet de lezer voor zichzelf maar uitmaken. Het feit is hoe dan ook dat de Angolees zich bij momenten op bijna vertederende wijze om de gevoelens van Van Dum bekommert. "Ik heb alleen de vrijheid van de verbeelding, en daarom begrijp ik de reden van de plotselinge nostalgie van mijn meester (...). Heimwee naar de grote dromen, de ontdekking van de maagdelijke ruimte, althans voor iemand die uit het nietige Europa kwam? Ik denk eerder heimwee naar zichzelf, naar de tijd toen hij nog in staat was groots te dromen." Een roemrijke familie is een knap geconstrueerde roman boordevol humor, lezen doet hij als een trein. Pepetela presteert het om honderden pagina's lang bergen historische en geografische informatie aan te reiken zonder ook maar even in een documentaire stijl te vervallen. Reden genoeg, vinden we, om uit te kijken naar een tweede in het Nederlands vertaalde werk van hem. Meulenhoff?

Lode Delputte

Een knap geconstrueerde roman, die bergen informatie aanreikt zonder ook maar even in een documentaire stijl te vervallen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234