Dinsdag 05/07/2022

'Het is een heel gevaarlijke trend, alleen maar aan jezelf denken'

De kosmopolieten is een hedendaagse herwerking van de klassieke Orpheus en Eurydice-mythe. Allerminst een alledaagse roman, en de publicatie ervan is in diplomatieke kringen niet onopgemerkt gebleven. Een gesprek met Louise O. Fresco, assistent-directeur-generaal landbouw van de Food and Agriculture Organisation, hoogleraar aan de landbouwuniversiteit van Wageningen en sinds kort dus ook auteur. 'Voor mij is er geen keuze tussen wetenschap en literatuur. Ik zou zonder een van de twee niet kunnen leven.'

Louise O. Fresco

De kosmopolieten

Prometheus, Amsterdam, 365 p., 19,95 euro.

'Ik heb het gevoel dat dit meer een Belgisch dan een Nederlands boek is", zegt ze op het einde van het interview. "Ik heb lang in dat land gewoond en heb voor mijn werk veel met Belgen te maken. Naar mijn gevoel weten zij beter wat ernst is. Misschien komt dat wel doordat het leven in België niet altijd gemakkelijk is. Nederland is zo'n welvaartsstaat dat je in feite nergens meer over hoeft na te denken. België heeft toch een aantal complexiteiten qua taal, etnische groepen en geschiedenis die het anders maken. Ik heb altijd het gevoel gehad dat de reflectie en het debat er ernstiger genomen worden en dat het bewustzijn van de linkse intellectueel er groter is dan in Nederland."

Daar zit je dan, als Vlaming in het verre Amsterdam, en je denkt: zelfs met de beste wil van de wereld kan ik haar niet tegenspreken, en ik zou het niet durven ook. Louise O. Fresco is immers niet alleen een dame met smaak en klasse, ze is ook nog eens assistent-directeur-generaal landbouw van de in Rome gevestigde Food and Agriculture Organisation (FAO), hoogleraar aan de landbouwuniversiteit van Wageningen en - sinds kort - auteur van De kosmopolieten, een roman die wellicht nog het best een artistieke bezinning over de waarde van het engagement en het sociaal idealisme genoemd kan worden.

Wanneer de componist Bruno Malach in zijn Zuid-Franse villa omkomt bij een brand gaat zijn vader op zoek naar Bruno's vrouw Vera. Die is jaren eerder voorgoed uit Nederland vertrokken om zich in een niet nader genoemd Afrikaans land in te zetten voor een verdrukte bevolkingsgroep. Vader Simon heeft in feite maar een zaak op het oog: het familiekapitaal uit de handen van de extreem-linkse activiste Vera houden. Die aanzet stelt Fresco in staat om op een bijzondere en heel natuurlijk aandoende wijze terug te gaan in de tijd. Net zoals onze herinneringen geen lineair tijdsverloop kennen, springt ook De kosmopolieten constant heen en weer door het verleden. Bruno en Vera blijken elkaar voor het eerst ontmoet te hebben in Nijmegen, toen ze daar samen studeerden in de jaren zeventig en het bon ton was om politiek actief te zijn. Hoe het duo verliefd wordt, trouwt en uiteindelijk uit elkaar groeit, vormt de hoofdbrok van het boek, en hoe anders hun weg uiteindelijk ook mag verlopen, ergens hangen zij beiden varianten van eenzelfde kosmopolitisme aan.

Fresco heeft haar roman erg zorgvuldig en muzikaal geconstrueerd. De kosmopolieten is immers een hedendaagse herwerking van de klassieke Orpheus en Eurydice-mythe. Bruno is ook niet toevallig een componist. Muziek is de abstractste aller kunsten, en die abstractie speelt een grote rol in zowel zijn leven als het boek. Ook in de opbouw komt het muzikale terug. Barokke, poëtische passages worden afgewisseld met zakelijke stukken briefwisseling, als punt en contrapunt. Alledaags is Fresco's roman allerminst, en de publicatie ervan is in diplomatieke kringen niet onopgemerkt gebleven.

Waarom gaat een landbouwingenieur literatuur bedrijven?

"Ik ben jarenlang literair recensent geweest voor Vrij Nederland en Het Parool en ik zat daarnaast in de redactie van het tv-programma van Adriaan van Dis. Nieuw is dit voor mij dus allerminst. Schrijven heb ik altijd een heel belangrijke component gevonden van wetenschappelijk werk. Ik ben er trouwens van overtuigd dat men studenten zou moeten leren hun ideeën beter in schriftelijke vorm over te dragen. Voor mij is er geen keuze tussen wetenschap en literatuur. Ik zou zonder een van de twee niet kunnen leven.

"Er is natuurlijk wel een verschil tussen de twee. Ik heb heel wat wetenschappelijke boeken geschreven, en daarin was ik veel stelliger dan in mijn roman. In literatuur onderzoek je alleen maar. Je poneert geen oplossingen zoals je dat in de wetenschap doet. Het onderzoek naar twijfel, onwetendheid of moeilijke ethische vragen kan bijna niet anders dan in de literatuur. Het gekke is dat Nederlandse en Vlaamse wetenschappers zich over het algemeen ver van die literatuur af houden, terwijl het voor een Franse wetenschapper doodnormaal is om zich buiten wat strikt gezien zijn 'vak' is te begeven. Misschien hebben we hier wel te maken met een cultuurverschil tussen Noord- en Zuid-Europa."

Oké, verkeerde vraag. Laat het me omdraaien: waarom gaat een schrijfster landbouwwetenschappen studeren?

"Ik kom zeker niet uit een boerenfamilie. Mijn vader was hoogleraar filosofie aan de universiteit van Leiden en ik ben grootgebracht met kunst en literatuur. Ik ging voor een deel naar Wageningen uit idealisme. Kunstgeschiedenis gaan studeren en daarna conservatorium volgen lag me iets te zeer voor de hand. Daarom was dat niet aan de orde. Voor een deel was ik een kind van mijn tijd en wees ik af wat er verwacht werd van het welopgevoede meisje dat ik toen was.

"Bovendien wist ik al heel vroeg wat ik wou in het leven. Op mijn vijftiende was ik van plan om tropische geneeskunde te studeren en vervolgens in de derde wereld levens te gaan redden. Na verloop van tijd besefte ik dat je de beste dokter mag zijn die er op aarde rondloopt, als je patiënt niets te eten heeft, zul je hem niet redden. Ik wou me daarom inzetten voor de voedselvoorziening. Ik ging heel weloverwogen naar Wageningen en koos de vakken uit die mij dichter bij mijn doel brachten. Het lag allemaal in de lijn, en dat is altijd zo geweest bij mij. Als kind was ik vaak ziek, en dan las ik alles wat los of vast zat. Ik kan me bijvoorbeeld herinneren dat ik op mijn twaalfde Teilhard de Chardin las, en daar krijg je dan wel een tik van mee, natuurlijk."

Vera is, om het voorzichtig uit te drukken, een idealiste. Waarom lijken mensen zoals zij tegenwoordig uitgestorven?

"Het idee om je in te zetten voor iets wat je eigen belangen overstijgt, is heel geconcentreerd voorgekomen tussen 1968 en '78. In de jaren tachtig en zeker in de jaren negentig is die interesse vervangen door die voor de markt. Iets is pas iets waard als er vraag naar is. Mensen kregen toen opeens interesse in geld verdienen en carrière maken. Zolang ik hoogleraar was, vroeg ik de studenten die bij mij voor het laatst examen deden altijd wat ze met hun diploma aan wilden vangen en waar ze tien jaar later zouden willen staan. Vooral de vrouwen, maar ook de mannen - en of ze nu uit Nederland kwamen of uit de rest van de wereld maakte niet zoveel uit - zeiden dat ze een beetje van alles wilden: een leuke baan, een leuk huis, een leuke partner en leuke kinderen en vooral veel vrije tijd. Het was hoofdzakelijk het woordje leuk dat me opviel. Alles moest leuk zijn, en dat staat iedere vorm van idealisme natuurlijk in de weg, want idealisme is niet per definitie leuk. Dat betekent dingen opgeven en jezelf ondergeschikt maken aan een ideaal.

"Ik denk dat het iets te maken heeft met de gezapigheid van een generatie die nooit een groot conflict heeft meegemaakt. Ook al is mijn generatie na de Tweede Wereldoorlog geboren, die oorlog is toch altijd een ijkpunt voor goed en kwaad geweest. Mensen die nu vijfentwintig of dertig zijn, zijn opgegroeid zonder enige materiële zorg. Hun zorgsfeer overstijgt het privé-terrein nog nauwelijks. 'Loopt mijn relatie nog goed? Wordt mijn hond niet te oud? Heb ik gisteren wel goed genoeg getennist?' Dat zijn zorgen die het grote perspectief ontberen, en het hedendaagse onderwijs, middelbaar zowel als universitair, stelt daar niets meer tegenover. Het stimuleren van het nadenken over de wereld als geheel is een taak van het onderwijs. Volgens mij mag die taak niet verwaarloosd worden, zeker niet in deze tijd, waarin de democratie van alle kanten wordt bedreigd.

"Mijn generatie was, een paar doctrinaire heethoofden uitgezonderd, overtuigd van de waarde van de democratie en van het belang van het stemrecht. Als je ziet hoe die democratie verworden is tot een kijken naar eigen, lokale belangen en dat er geen interesse meer is om te gaan stemmen, merk je dat die democratie van binnenuit wordt bedreigd. De scheiding tussen kerk en staat, een eeuwenoude politieke verworvenheid, wordt tegenwoordig door allerhande groepen ter discussie gesteld zonder dat we daar een debat over durven aan te gaan, met uitzondering van Frankrijk misschien. Het televisienieuws gaat nog alleen over ad-hoczaken op lokaal vlak. 'Alweer een ongeluk op de autosnelweg. Ja, die is gevaarlijk, zeg', maar de wezenlijke, strategische vragen, zoals hoe we vandaag en in de toekomst omgaan met het verkeer en welke fundamentele economische keuzes we moeten maken, komen helemaal niet meer aan de orde. Het idealisme is verworden tot - en dan zeg ik het nog positief - een betrokkenheid bij de buurt. De meeste mensen kunnen zelfs dat niet meer aan en zijn gewoon onverschillig.

"'Het zal mijn tijd wel duren', dat is de maatschappelijke slogan van vandaag. 'Ik heb mijn uitkering of salaris en de rest kan me niet schelen.' Het gebrek aan betrokkenheid is zeker ook het gevolg van de welvaartsstaat."

Heeft het niet ook te maken met het wegvallen van de duidelijke distinctie tussen goed en kwaad?

"Ja en nee. Ik denk dat er nog altijd dingen zijn die echt tot het kwaad behoren. Bovendien zijn we vandaag veel beter op de hoogte van wat er in de wereld gebeurt. Je kunt nu niet meer zeggen dat je niet geïnformeerd bent. We wisten wat er in Rwanda en Kosovo gebeurde en we weten wat er in de achtergestelde wijken van Parijs en Antwerpen gebeurt. Er zijn genoeg plekken op de wereld waaraan je je besef van goed en kwaad kunt toetsen. Ik vind het heel gevaarlijk om alles tot grijs te bombarderen, wat de cultuurrelativisten vandaag doen. In het Midden-Oosten wordt aan vrouwen onderwijs ontzegd. De reactie daarop van cultuurrelativisten is dan dat dat allemaal niet zo erg is omdat het deel uitmaakt van de plaatselijke cultuur. Dat is natuurlijk niet waar. Een jonge vrouw niet opleiden is gewoon slecht. Cultuurrelativisme dreigt nogal vaak tot onverschilligheid te leiden, en daarmee bevind je je op de rand van een glijdend vlak.

"Als je kijkt naar het bedrijfsleven van vandaag zie je trouwens hetzelfde verschijnsel. Het Enron-schandaal draaide niet alleen om fraude, maar evenzeer om het verzamelen van immense massa's geld door een paar hoge heren of dames. Ook de duistere links die soms bestaan tussen de overheid en het bedrijfsleven vind ik tot de categorie kwaad behoren. Iemand die dan opmerkt dat het allemaal wel meevalt en dat het grijs is in plaats van zwart, is overgeleverd aan de onverschilligheid. Het is hetzelfde type dat niet verder kijkt dan de lokale tv-zender en denkt: 'Als de wasmachine maar blijft werken, anders moet ik er mijn vakantiegeld aan spenderen en moeten we thuisblijven deze zomer'. Het is een heel gevaarlijke trend, alleen maar aan jezelf denken."

In uw roman houdt u een pleidooi voor het kosmopolitisme. Dat is toch een heel westers, kantiaans Verlichtingsidee waarmee je vandaag de dag niet meer zonder gêne kunt uitpakken in de derde wereld?

"De term komt oorspronkelijk van de antieke wijsgeer Demosthenes, die zich niet alleen nauw verwant voelde met de Griekse maar ook met de Noord-Afrikaanse wereld. Hij hanteerde de term om een verwantschap aan te duiden die verder ging dan de toen gebruikelijke als stam of etnische groep. Hij wou niet tot zo'n kleine groep behoren maar integendeel een wereldburger zijn, wat betekende dat hij tot een gebied wou behoren dat zich uitstrekte van de Middellandse Zee-regio tot aan Klein-Azië en India. De oorsprong van de term overstijgt duidelijk het louter Europese.

"In de loop van de geschiedenis is de betekenis aan verscheidene betekenisverschuivingen onderhevig geweest, en het boek heet dan ook niet toevallig De kosmopolieten. Er komen verschillende strekkingen kosmopolitisme in aan bod. De Demosthenes-strekking wordt in haar negatieve vorm doorgezet door Vera, die zich uiteindelijk loyaal voelt aan een of andere separatistische groep en haar solidariteit met de mensheid volledig richt op de politieke strijd van die groep, zonder daarbij nog oog te hebben voor haar vroegere vrienden of haar echtgenoot Bruno. Bruno hanteert een veel ruimer kosmopolitismebegrip omdat hij veel met Azië en andere culturen te maken heeft, maar zich engageren doet hij niet. Hij trekt zich helemaal terug uit de wereld. Bruno luistert alleen nog maar naar de melodie van de stem van de ander, niet meer naar de inhoud van de woorden. Wat gezegd wordt, raakt hem niet meer. Hij hanteert een bijna autistisch perspectief: een wereld bestaande uit louter klanken. Het Verlichtingsideaal komt dan weer tot uiting bij Simon, de vaderfiguur, die duidelijk afstamt van en zich inzet voor een pan-Europese gedachte, die het kosmopolitisme vanuit de verschillende staten ziet opstijgen.

"Persoonlijk denk ik dat de oorspronkelijke kosmopolitisme-idee, die van Demosthenes, op dit ogenblik het belangrijkst is. Niet in de extreme vorm die stelt 'ik wil met niemand meer een directe relatie hebben', maar wel in de zin dat ik steeds meer mensen zie die hun land hebben verlaten, permanent of tijdelijk - om er te studeren bijvoorbeeld -, of die trouwen met iemand die niet van hun stam is of tot hun etnische groep of geloof behoort. We spreken hier over tientallen miljoenen mensen die automatisch een loyaliteit hebben die verder strekt dan die aan hun eigen stam of groep, en in die zin vind ik de term kosmopolitisme zeker relevant vandaag."

Is de kosmopoliet dan iemand die overal of juist nergens thuis is?

"We hebben hier natuurlijk te maken met de vraag naar de identiteit. Haal je die identiteit en je gevoel van eigenwaarde uit het feit dat je meneer X bent, wonend in dorp Y en afstammend van de familie Z? Of zeg je dat je je eigen identiteit moet construeren, waarbij je natuurlijk Y en Z niet vergeet, maar tevens in rekening brengt dat je tot een bepaalde vriendengroep behoort, een of andere opleiding hebt gevolgd en dit en dat ervaren hebt? Je identiteit vorm je dan uit dat alles samen, wat meer is dan de identiteit waarmee je wordt geboren. En dat is niet makkelijk. Het 'horen bij' is iets wat je iedere dag opnieuw moet creëren. Je ziet dat vooral aan de manier waarop jongeren tegenwoordig omgaan met identiteit. Juist omdat het niet meer zo duidelijk is bij welke groep je hoort op familiaal en lokaal vlak ga je je identificeren met een bepaalde groep door allemaal hetzelfde soort schoenen en spijkerbroek te dragen."

Is kosmopolitisme niet verschrikkelijk elitair, alleen weggelegd voor de happy few op deze aarde, die in het buitenland studeren en er een internationale vriendenkring op na houden?

"Je zou verbaasd zijn over hoe geografisch mobiel de hedendaagse mens is. Niet iedereen verlaat immers uit vrije wil zijn land. De paar miljoen Afrikanen die in het recente verleden naar het buitenland gevlucht zijn, zien zich ook allemaal voor de keuze gesteld tussen een regionale en een kosmopolitische identiteit. Ook zij moeten kiezen, net als de Amerikaanse rugzaktoerist die in India blijft hangen."

Marnix Verplancke

'In het Midden-Oosten wordt vrouwen onderwijs ontzegd. Cultuurrelativisten zeggen dan dat dat niet zo erg is omdat het deel uitmaakt van de plaatselijke cultuur. Dat is natuurlijk niet waar. Een jonge vrouw niet opleiden is gewoon slecht'''Het zal mijn tijd wel duren', dat is de maatschappelijke slogan van vandaag'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234