Maandag 23/05/2022

'Het is geen lachertje om Bret Easton Ellis te zijn'

Met zijn nieuwe roman Lunar Park wil de ouder wordende Bret Easton Ellis een streep trekken onder zijn reputatie van angry young man. 'Dit is het eerste boek van mijn hand waar mijn moeder echt lol aan beleefd heeft', zegt hij. 'Mijn vorige boeken heeft ze ook gelezen, alleen omdat ik haar zoon ben. In andere omstandigheden had ze er geen vinger naar uitgestoken. Maar van Lunar Park heeft ze genoten.' door jan stevens

Bret Easton Ellis

Lunar Park

Oorspronkelijke titel: Lunar Park

Vertaald door Johannes Jonker & Inge de Heer

Anthos, Amsterdam, 384 p., 19,90 euro.

Bret Easton Ellis (1964) is een man met een reputatie. De koosnaampjes die hij in de loop van zijn carrière verzameld heeft, liegen er niet om: "Amerika's meest geniale schrijver", "de bad boy van de Amerikaanse literatuur", "de literaire shock-jock", "de stem van zijn generatie", "de leider van de Brat Pack", en "de shop-and-chop-schrijver".

Less than Zero, zijn debuut uit 1986, zorgde in Amerika voor een kleine aardschok. Het boek beschreef hoe zongebruinde, rijke, jonge 'shiny happy people' zich in Los Angeles onledig hielden met flirten, zuipen, snuiven en neuken. Literaire critici en sociologen beschuldigden Ellis van cynisme. Ze riepen hem uit tot spreekbuis en chroniqueur van "de lusteloze en gedesinteresseerde" generatie nix die na 1960 het levenslicht zag. Tijdens de promotie voor Less than Zero gedroeg de twintigjarige Ellis zich als een van zijn eigen hoofdpersonages, door rijkelijk met wodka en cocktails overgoten interviews in de duurste en exclusiefste restaurants van Hollywood te geven.

In 1991 trok Ellis in American Psycho de uiterste conclusie van de allesverzengende verveeldheid van de generatie nix. Wie alles gezien, beleefd, gevoeld, geroken en gesnoven heeft, verbaast zich nergens meer over en wordt uiteindelijk gevoelloos. Alleen in de allergrootste extremiteiten zal hij misschien nog enige emoties ervaren. Patrick Bateman, de 'held' uit American Psycho, verdient elke dag een vermogen op Wall Street. Overdag bezoekt hij dure, trendy restaurants en brengt hij zijn lichaam in perfecte conditie in de sportschool. 's Nachts begaat hij de meest gruwelijke moorden. Alleen tijdens het hakken, snijden en verminken voelt hij af en toe nog 'iets'. Nadat in december van 1990 Time schokkende fragmenten uit de roman voorpubliceerde, besloot uitgeverij Simon & Schuster het boek niet uit te geven, ondanks het voorschot van 300.000 dollar dat al aan Ellis betaald was. Na publicatie door een andere uitgever, boorden bijna alle Amerikaanse critici het boek de grond in. Ellis werd met de dood bedreigd en American Psycho werd een wereldwijde hit.

In zijn pas verschenen roman Lunar Park heeft Ellis de hoofdrol weggelegd voor hemzelf. Na een leven van drugs en drank krijgt het personage Bret Easton Ellis een tweede kans. Hij trouwt met model en actrice Jayne Dennis, tevens de moeder van zijn zoon Robby, die hij jarenlang weigerde te erkennen. In hun villa in een residentiële buitenwijk probeert Bret Ellis zijn drugsgebruik onder controle te houden en een nieuw boek te schrijven. Eind oktober houdt het echtpaar Ellis een Halloweenparty. Het feest zal de start worden van een twaalf dagen durende verschrikking. Bret Ellis wordt achtervolgd door een kloon van zijn hoofdpersonage uit American Psycho, ziet de auto van zijn overleden vader rijden en wordt aangevallen door het knuffelbeest van zijn stiefdochter. Zijn huis wordt ingenomen door spoken en demonen. Jayne en de politie zijn ervan overtuigd dat Ellis' hallucinaties het gevolg zijn van zijn drank- en drugsmisbruik en zijn extreme egoïsme. Maar hij weet beter. Hij ziet zijn nieuw opgebouwde, burgerlijke bestaan in een rotvaart helemaal ineenstorten.

Lunar Park is Bret Easton Ellis' meest persoonlijke boek tot nu toe. Al was dat oorspronkelijk niet de bedoeling. "Ik ben een fan van Stephen King en wou een horrorverhaal schrijven", zegt hij. "Het moest ontspannende lectuur worden, geïnspireerd door de geest van de meester zelf. Maar tijdens het schrijven werd het boek meer en meer persoonlijk. Het eerste idee voor Lunar Park stamt uit 1989, en ik ben uiteindelijk beginnen schrijven in 2000. Ik heb dus elf jaar lang over het boek kunnen nadenken. Wat begon als een rechtlijnige, zeer onpersoonlijke oefening in het horrorgenre, werd tegen de tijd dat ik er echt aan begon, een roman over de moeilijke relatie tussen vaders en zonen, en over mijn gevoelens daarbij. De spoken, poltergeists en ghostbusters zijn gebleven, en zo is het boek die merkwaardige cocktail van ernst en fun geworden. Veel lezers vertellen me dat ze eigenlijk niet van horrorboeken à la King houden, omdat ze vinden dat ze kinderachtig en over the top zijn. Maar dat zijn nu juist de redenen waarom ik er zo wild van ben: het kinderachtige en de camp geven die verhalen iets onweerstaanbaars."

Lunar Park is opgedragen aan uw in 1992 overleden vader Robert Ellis. In de roman wordt u achtervolgd door zijn geest. U liet hem een jaar voor zijn dood ook model staan voor seriemoordenaar Patrick Bateman in American Psycho. Uw relatie met hem moet wel extreem slecht geweest zijn?

"Mijn vader heeft nooit iemand vermoord; ik heb alleen zijn obsessie met status in Patrick Bateman gestopt. Vader dacht dat geld hem gelukkig kon maken. En dat had ook zo kunnen zijn, want als makelaar in onroerend goed heeft hij heel wat dollars verdiend. Hij was een erg onzeker man. Hij dacht dat hij de leegte en de onzekerheid in zijn bestaan kon opvullen door het juiste pak en de juiste haarsnit te dragen, door in een droomhuis te wonen, met de mooiste auto te rijden en altijd de beste tafel in een restaurant te reserveren. Hij eiste dat zijn kinderen perfect waren en dat zijn vrouw een volmaakt wezen was. Maar niets van dat alles maakte hem uiteindelijk ook gelukkig. Zoals zo velen joeg hij de American dream na, maar die jacht op het materiële is gedoemd om te mislukken. Ze eindigt altijd in een nachtmerrie. Mijn vader reageerde zijn frustraties op mij af en behandelde me als een stuk stront. Hij begon zwaar te drinken en deelde op geregelde tijdstippen rake klappen uit. Nu begrijp ik wat er toen misging, en snap ik dat zijn alcoholverslaving en agressieve gedrag het gevolg waren van zijn onbevredigende zucht naar het materiële. Ik ben zelf ook met mijn ogen wijd open in die val gelopen. Toen ik American Psycho schreef, leefde ik als een yuppie. Ik wou zoveel mogelijk inhoudsloze troep verzamelen, en tot op een bepaalde hoogte wil ik dat nog steeds. Sommige materiële zaken verschaffen me zelfs plezier. Ik leg de nadruk op 'sommige', want ik heb niet langer behoefte aan een mooie auto of hippe kleren; zodra ze comfortabel zitten is het al lang goed."

U laat Bret Easton Ellis in Lunar Park letterlijk tegen demonen vechten. Was het schrijven van dat boek voor de echte Bret Ellis een figuurlijke strijd tegen zijn demonen?

"Ja. Om van je demonen af te geraken, moet je ze tegemoet treden, en dat heb ik ook gedaan, letterlijk en figuurlijk. Een schrijver levert die strijd tegen zijn demonen met elke roman die hij schrijft. Ik heb de neiging om te schrijven over datgene waarmee ik zit, of waar ik boos over ben. Je zou dus kunnen stellen dat ik door te schrijven bespaar op een paar dure sessies bij de psychiater. Maar vergis je niet: het is hard om met alle demonen te moeten afrekenen. Het is geen lachertje om Bret Easton Ellis te zijn. Het is een harde job, maar iemand moet het doen. (lacht)"

U hebt het niet begrepen op journalisten die u vragen stellen over het autobiografische gehalte van Lunar Park.

"Tot hiertoe antwoordde ik steevast dat ik die vraag niet wou beantwoorden, maar nu kan het me niets meer schelen. Het overgrote deel is autobiografisch. (grijnst) Ik vertrouwde vroeger de vertellers uit mijn vorige boeken zelf niet. Nu weet ik dat mijn boeken geen onwaarheden vertellen. Alles wat in Lunar Park beschreven staat, is waar. Het is een roman en daarom is elk woord waar. Ik heb lang geloofd dat Patrick Bateman een onbetrouwbare verteller was, maar nu geloof ik elk woord dat hij zegt. Ik geloof alles wat Victor Ward me in Glamorama wijsmaakt, en ik geloof elke lettergreep van Bret Ellis. Vroeger dacht ik dat mijn romans meer fantasie dan werkelijkheid bevatten, maar dat is niet zo. Sommige aspecten van mijn karakters zijn misschien wel larger than life, toch zijn ze in essentie niet onbetrouwbaar en spellen ze de lezer niets op de mouw. Ze vertellen hem wat zij denken dat er gebeurt. De lezer beslist of hij wil intreden in de realiteit van het verhaal of niet."

Een van de verwijten die u na American Psycho kreeg, was dat uw beschrijvingen van Batemans orgieën van seks en geweld inspirerend konden werken voor potentiële seriemoordenaars. De feministe Gloria Steinem stelde u zelfs voor het boek verscheen al verantwoordelijk voor alle vrouwen die ooit volgens de methodes van Patrick Bateman gemarteld en vermoord zouden worden. In Lunar Park geeft u Steinem virtueel gelijk door een copycat van Bateman actief te laten worden. Wou u daarmee uw critici van vroeger een neus zetten?

"American Psycho werd voordat er één exemplaar gedrukt was door weldenkend Amerika naar de brandstapel verbannen. Nadat de tijdschriften Time en Spy een paar geweldscènes uit het boek gepubliceerd hadden, verkondigden de feministes van de National Organisation for Women dat American Psycho 'een handleiding was voor het martelen en uiteenrijten van vrouwen'. Ze riepen op tot een nationale boycot van het boek. American Psycho werd kapotgemaakt, nog voor iemand het boek ook effectief gelezen had. De holding die uitgeverij Simon & Schuster in handen had, besloot dat het boek niet bij hen mocht verschijnen. De hoge heren daalden van hun troon af om de uitgever droogweg mee te delen dat American Psycho niet voor publicatie in aanmerking kwam. Tot de holding behoorden ook Paramount Pictures en Gulf & Western. Vooral zij wilden niet met Patrick Bateman geassocieerd worden. Vóór American Psycho had ik twee boeken geschreven die uitzonderlijk goed verkocht hadden. Na De wetten van de aantrekkingskracht vroegen de uitgevers me waarover mijn volgende boek zou gaan. 'Over een Wall-Street-yup die in zijn vrije tijd seriemoordenaar is', antwoordde ik. 'Fantastisch', zeiden ze. 'Meer hoeven we niet te weten. Schrijf het!' Ik ben bang dat ze een meer traditionele roman in gedachten hadden, want toen die seriemoordenaar de verteller en de 'held' bleek te zijn, sloegen ze in paniek. Ze gingen er waarschijnlijk vanuit dat het boek een gewone thriller zou zijn over een psychopaat uit Wall Street die een meisje lastigvalt en geklist wordt door een detective met een regenjas en een gleufhoed op zijn kop. Mijn roman was voor hen een donderslag bij heldere hemel. Daar bovenop kwam dan nog eens de stennis van mensen die ondersteboven waren van het geweld, en het boek helemaal verkeerd interpreteerden. Ze dachten dat het over niets ging, terwijl het juist over 'het teveel' ging. Weet je wat ik shockerend vind? Dat er zo ontzettend veel domme mensen actief zijn in de uitgeverswereld."

In welke zin zijn ze dom?

"In literaire zin. Ze missen het vermogen om onder het oppervlak van een boek te kijken."

Misschien zien ze alleen het potentiële geld in een boek?

"Waarschijnlijk. Alhoewel. De bonzen van Simon & Schuster beschouwden American Psycho als een oncommerciële roman. De teneur onder de uitgevers was: binnen een jaar praat niemand er nog over. 'Dit is het einde van je carrière', deelde Richard Snyder, de directeur, me mee. 'We zullen het verlies dragen. Hou je 300.000 dollar, scheer je weg en neem je boek mee.' Achteraf is dat een erg domme zakelijke beslissing van hen geweest. Oliedom. Het blijft vreemd, want Simon & Schuster is eigenlijk een gulzig huis. Je zou kunnen veronderstellen dat ze het boek op zijn minst hadden kunnen uitgeven, hopende op het geld dat zou volgen uit de controverse. Ik heb geen enkel probleem gehad om een nieuwe uitgever te vinden: Random House zag direct brood in American Psycho. Terecht, want naarmate de jaren negentig vorderden, nam de populariteit van het boek alleen maar toe. Ik besef nu dat ik nooit nog een boek zal kunnen schrijven waarvan zoveel exemplaren verkocht zullen worden, en dat ik nooit nog een boek zal kunnen schrijven dat zoveel impact zal hebben. Ik ben boos op dat boek, omdat het een leven leidt waar ik geen enkele controle meer over heb. Patrick Bateman is beroemder dan ik. Hij is een icoon geworden. Wist je dat je op het internet poppen van Bateman kunt bestellen? Van Bret Easton Ellis zijn er bij mijn weten nog geen poppen op de markt. Maar misschien verandert dat dankzij Lunar Park."

Na de publicatie van American Psycho hebt u doodsbedreigingen gekregen. Hoe is het om anno 2005 een controversieel schrijver in een steeds puriteinser wordend Amerika te zijn?

"Ik denk daar eerlijk gezegd niet veel over na. Als je als schrijver bakken geld voor je uitgevers opbrengt, kun je je veel permitteren. Ik mag schrijven wat ik wil, omdat ik commercieel interessant ben. Ik heb trouwens nooit problemen gehad met de Republikeinen. De grootste aanvallen zijn steeds van de linkerzijde gekomen. Het waren de zogenaamd 'vooruitstrevenden' die American Psycho om zeep wilden helpen. Progressieven, feministen en de New York Times waren mijn grootste vijanden. Die krant voerde een echte haatcampagne om de publicatie van mijn boek te verijdelen. In december 1990 schreef hun columnist Roger Rosenblatt een stuk met de erg tendentieuze titel: 'Will Bret Easton Ellis get away with murder?' Hij smeekte zijn lezers om mijn boek niet te kopen. American Psycho kwam uit toen de politieke correctheid hoogtij vierde. Het was een waanzinnige tijd, met Tipper Gore - de vrouw van Al - die dat hele Parental Advisory-gedoe opstartte. Zelfs een liberale zender als MTV sloeg een aantal videoclips in de ban. De vroege jaren van Clintons presidentschap waren inzake cultuur ultra conservatief. Onder Bush is dat soort van censuur niet meer mogelijk. Er zijn nu natuurlijk veel andere problemen - zoals de onstuitbare opkomst van de religieuze fundamentalisten - maar in het algemeen is er nu echt meer culturele vrijheid dan onder de Democraten."

Het personage Bret Easton Ellis uit Lunar Park snuift en zuipt dat het een lieve lust is. Ook uw drugs- en drankgebruik is legendarisch. Kloppen de geruchten dat u nu helemaal clean bent?

"Ongeveer. Twee jaar geleden ben ik gestopt met cocaïne snuiven. Ik weet nog precies wanneer, want het was nadat mijn vriend Michael Kaplan (aan wie Lunar Park ook opgedragen is, JS) gestorven is aan de verwikkelingen van drugsgebruik. Zijn levenseinde was verschrikkelijk. Maar ik moet toegeven dat ik me af en toe laat gaan. Mijn vrienden hadden een afscheidsfeestje georganiseerd voor ik op tournee naar Europa vertrok, en er was cocaïne en ik heb een flinke portie door mijn neusgaten gejaagd. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, want het was een sociale gebeurtenis. Voor alle duidelijkheid: ik ben nooit aan coke verslaafd geweest, en ik ben nooit geïnteresseerd geweest in de 'betekenis van drugs'. Drugs betekenen niets. Ik wil het gebruik niet romantischer voorstellen dan het is. In mijn boeken komen mensen voor die drugs gebruiken, maar ik heb nog nooit een verslaafde of een junk opgevoerd."

In Lunar Park krijgen Ellis' kinderen antidepressiva en slaap- en kalmeringsmiddelen gevoerd alsof het snoepjes zijn.

"In Amerika is dat een courante praktijk. Ouders drogeren hun kinderen. Pillen toedienen is gemakkelijker dan het aanleren van discipline. Je stopt een pil in de mond van je kind om het te laten slapen, een pil om het weer wakker te maken, een pil om het naar school te laten gaan en een pil om het te helpen concentreren. Maar ik ben geen ouder en heb geen kinderen. Ik weet niet hoe ik met hen moet omgaan. In mijn eigen kleine fictie beschrijf ik alleen maar hoe ik de wereld zie."

Samen met Jay McInerney en Tama Janowitz vormde u in de jaren tachtig de legendarische Brat Pack. In Lunar Park laat u uw literaire alter ego samen met McInerney een paar lijntjes coke snuiven. Heeft Jay McInerney het boek gelezen?

"Ja, en hij haatte het. Hij vond het niet leuk om door mij opgevoerd te worden. Hij is lang ontzettend boos op mij geweest. Eerst loog hij tegen me toen hij zei dat hij het boek niet gelezen had. Maar ik wist dat onze gezamenlijke uitgever hem het manuscript had laten bezorgen. Jay heeft Lunar Park verkeerd geïnterpreteerd. Hij denkt dat ik hem belachelijk wil maken, maar dat is niet zo: ik zet mezelf voor aap, niet Jay. Oké, misschien een heel klein beetje. Toch is McInerney de stem van de rede in die ene scène waarin we samen cocaïne gebruiken. Ik ben degene die helemaal uit zijn dak gaat. Nu weet ik dat Jay zichzelf niet als een clown geëtaleerd wil zien. Mij zal het worst wezen, maar Jay wil met respect behandeld worden, en dat aspect kende ik niet van hem. Hij was zeer ongelukkig met zijn rol in Lunar Park. Ik hoorde dat van zijn vriendin. Hijzelf durfde het me niet van man tot man te zeggen. Ik heb hem later vlakaf gevraagd: 'Waarom heb je me niet voor het verschijnen van het boek gezegd dat je niet wou meespelen?' 'Het is niet aan mij om te dicteren hoe je moet schrijven', zei hij, 'of om je te bevelen om je roman te veranderen en mij te schrappen.' Dat conflict heeft me pijn gedaan. In wezen is dat hele gedoe ontzettend belachelijk. Het feit dat ik hem in Lunar Park met Jerry Lewis vergeleek, vond hij het ergste wat ooit over hem geschreven is. Ik zei: 'Jay, je bent verkeerd. Er zijn veel ergere dingen over je geschreven.' Hij repliceerde: 'Hoe moeten mijn kinderen dit later verwerken? Wat zullen zij zeggen als ze ooit jouw boek zullen lezen en geconfronteerd worden met hun pa die coke snuift, en spiernaakt op een feestje in het zwembad springt?' McInerney en ik zijn totaal verschillende schrijvers, dat is altijd zo geweest. Jay is veel meer een traditionalist, en hoe ouder hij wordt, hoe meer hij 'respect' lijkt na te streven. Ik presenteer hem in Lunar Park als een cokesnuiver, die flirt met een del, als een coole gast kortom. Maar blijkbaar heb ik me vergist, want mijnheer wil voortaan alleen nog serieus genomen worden. Daarom schrijft hij ernstige kritieken in de New York Times en verschijnt binnenkort zijn grote 9/11-roman. Hij streeft respectabiliteit na, en mijn roman ondermijnt dat nobele streven. Ja, ik zat er echt mee verveeld. Maar we hebben het bijgelegd. We zijn gaan eten, hebben champagne gedronken en het uitgepraat. Ik heb de walgelijk dure rekening betaald, en onze relatie zit nu weer snor."

Ik heb het gevoel dat u met Lunar Park een periode in uw schrijverschap afsluit die begonnen is met Less than Zero, en dat in uw eerstvolgende roman een nieuwe Bret Easton Ellis zich zal manifesteren. Bent u als schrijver 'older, sadder and wiser' geworden?

"Misschien wel. Sommige mensen zullen dat niet graag horen. Zij blijven verlangen naar de angry young man die ik ooit was. Maar ik ben nu 41. Ik heb geen zin om een nieuwe versie van American Psycho of Glamorama te schrijven. Ik schrijf over mensen van mijn leeftijd, en mijn karakters worden samen met mij ouder. Weet je dat Lunar Park het eerste boek is waar mijn moeder lol aan beleefd heeft? De vorige boeken heeft ze ook gelezen, alleen omdat ik haar zoon ben. Als ik Jay McInerney geweest was, had ze er geen vinger naar uitgestoken. Maar van Lunar Park heeft ze echt genoten. Misschien word ik nu wel een gerespecteerd schrijver en moet ik me zorgen beginnen maken over mijn street credibility."

Jan Stevens

'Drugs betekenen niets. Ik wil het gebruik niet romantischer voorstellen dan het is. In mijn boeken komen mensen voor die drugs gebruiken, maar ik heb nog nooit een verslaafde of een junk opgevoerd'

'De grootste aanvallen zijn steeds van de linkerzijde gekomen. Het waren de zogenaamd 'vooruitstrevenden' die American Psycho om zeep wilden helpen. Progressieven, feministen en de New York Times waren mijn grootste vijanden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234