Vrijdag 07/10/2022

Het kind in de kunstenaar

Klee en Cobra. Het begint als kind tot 22 april in Cobra Museum voor Moderne Kunst, Sandbergplein 1, Amstelveen, Nederland. Di-zo 11-17u. www.cobra-museum.nl. Bereikbaar met bus 300 vanaf spoorwegstation Schiphol. www.b-rail.be

aul Klee wordt wel eens een 'stille revolutionair' genoemd. Met zijn meestal kleinschalig, intimistisch en helder werk, dat schijnbaar eenvoudig is en boordevol kleur en magie zit, brak hij inderdaad 'op kousenvoeten' met de grote kunsttradities uit het verleden.

Paul Klee (1879-1940) behoort samen met Picasso, Matisse, Kandinsky, Malevitsj en Mondriaan, tot de grote vernieuwers in het begin van de 20ste eeuw. Eind 1901, begin 1902 verbleef de toen 23-jarige Klee lange tijd in Rome, maar ervoer de "weergaloosheid" van de Italiaanse schilders "als een soort vernedering". Naar zijn oordeel moest hij dan ook radicaal breken met de klassieke canon. Het toeval wil dat hij enkele maanden later, in oktober 1902, zijn eigen kindertekeningen terugvond in zijn ouderlijk huis in Bern. Aan zijn toenmalige verloofde schrijft Klee dat die werkjes, die hij tussen zijn derde en tiende had getekend, het belangrijkste was wat hij tot dan toe had gemaakt: "onafhankelijk van Italianen en Nederlanders, in hoge mate stijlvol en met een naïeve blik". Klees eigen kindertekeningen zouden mee van zijn belangrijkste inspiratiebronnen worden.

Vanaf 1911 begon Paul Klee met de samenstelling van een catalogus van zijn oeuvre. Achttien van zijn kindertekeningen nam hij op als beginpunt. Maar hij was ook erg kritisch: zijn te realistische tekeningen liet hij weg omdat hij ze niet kunstzinnig genoeg vond. In dezelfde periode begon Klee een dagboek bij te houden met herinneringen uit zijn kindertijd, waarin angst en onderdrukte seksuele fantasieën een belangrijke rol speelden.

Klee hoopte door die focus op zijn kindertekeningen en kindertijd zijn creativiteit zoveel mogelijk de vrije loop te laten en culturele conditionering zoveel mogelijk te vermijden. De vraag is natuurlijk of het wel mogelijk is om als 32-jarige weer in de huid van een kind te kruipen. Of die poging bij voorbaat niet tot mislukking gedoemd is? Later zou Klee trouwens zeggen dat hij eigenlijk streeft naar een synthese tussen zo spontaan mogelijke creativiteit en de vaardigheden van de kunstenaar. In 1930 klonk het zelfs: "Leg geen verband tussen mijn werk en dat van kinderen. Het gaat om twee verschillende werelden."

Weinig gemeen

Al in de jaren dertig hadden enkele Deense en Nederlandse kunstenaars het werk van Paul Klee ontdekt en meteen beschouwd als een brug tussen primitivisme en experiment. Ook zijn vrijheid en ongebondenheid werd geapprecieerd. In 1948 vond in het Stedelijk Museum van Amsterdam een eerste retrospectieve plaats met zo'n driehonderd werken. De kunstenaars, die zich enkele maanden later zouden verenigen in de experimentele groep CoBrA (de beginletters van Copenhagen, Amsterdam en Brussel wijzen op de herkomst van de kunstenaars), bezochten die tentoonstelling. Datzelfde jaar nog bracht het Stedelijk een expositie met échte kindertekeningen en een jaar later stond CoBrA er met zijn eerste overzicht.

In navolging van Klee lieten diverse CoBrA-kunstenaars zich inspireren door kindertekeningen of gingen ze echt samenwerken met kinderen. Zo maakte Pierre Alechinsky een schilderij met zijn zoon Nicolas. Ook Asger Jorn maakte werk met zijn zoon. Eugène Brandts beschouwde zijn dochter Eugénie als muze, inspireerde zich op haar tekeningen en liet haar een portret van Karel Appel maken.

Zo begint de tentoonstelling in het CoBrA Museum van Amstelveen. Het is een sterke start. In een zwarte introductieruimte worden werken van Paul Klee geconfronteerd met die van CoBrA-kunstenaars en hun kinderen. Tussen de vele documenten bevinden zich ook de kindertekeningen en de handpoppen die Klee maakte. Van daaruit waaiert de tentoonstelling uit over de hele verdieping met thema's als 'kind', 'maskers', 'dieren', 'agressie' en 'acrobaten'. In elke afdeling hangt Klee te midden van Asger Jorn, Pierre Alechinsky, Karel Appel, Constant, Corneille, Lucebert, Carl-Henning Pedersen, Eugène Brandts en Anton Rooskens. In totaal zo'n 250 werken: een overvloed die toch mooi gedoseerd wordt door de inventieve ophanging. De toeschouwer bepaalt zelf zijn parcours door het labyrint van gangen en kamertjes.

Verschrikking

Er is bijzonder veel, mooi en magisch werk van Klee te zien, en bijzonder robuust en kleurrijk werk van de CoBrA-kunstenaars. En toch wérkt de expo niet echt. Gaandeweg kom je als toeschouwer tot de vaststelling dat Klee en CoBrA eigenlijk niet zoveel met elkaar te maken hebben. Ze mogen dan de fascinatie voor de kinderlijke voorstellingswereld delen, hun drijfveren en uitwerking liggen erg ver uit elkaar. De fragiele, heldere, ironische en vaak bijna etherische werken van Klee botsen bijna constant met de grote, zware, hoekige en pasteuze schilderijen van CoBrA-kunstenaars, die veel meer de nadruk leggen op de nachtmerrie dan op de droom. De kleurige eenvoud en kwetsbaarheid van Klee staan haaks op de drammerige, barokke agressie van CoBrA.

Hoe kan het ook anders? De CoBrA-kunstenaars maakten hun werk meteen na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Steden als Rotterdam, Dresden en Berlijn waren platgebombardeerd, terwijl in de nazivernietigingskampen miljoenen mensen omgebracht waren. In zijn werken beeldt Constant de oorlog dan ook rechtstreeks en onverbloemd uit. CoBrA wilde de spontaniteit van de kunst en van het kind gebruiken tegen de wereld van onechtheid en leugen, een wereld die haar onschuld voorgoed verloren was. Een schilder als Constant streefde met de kinderlijke fantasie nadrukkelijk een nieuwe maatschappij na.

In de jaren dertig, op het eind van zijn leven, was ook Klee geconfronteerd geworden met het nazisme: hij werd ontslagen als docent aan de academie van Düsseldorf, zijn werken werden in beslag genomen en getoond als 'ontaarde kunst'. Gecombineerd met de ongeneeslijke ziekte die zijn fijne motoriek aantastte, leidde dat tot ruwer en grover, soms agressief en dreigend werk. Daar en alleen daar zijn er formele en inhoudelijke raakpunten tussen Klee en CoBrA.

Misschien hadden de curatoren Klee en CoBrA meer gescheiden moeten houden. Klee komt beter tot zijn recht in intieme en verduisterde ruimtes: zijn werk is immers meestal op papier en mag daarom maar weinig licht hebben. CoBrA zou dan wel in volle daglicht getoond kunnen worden - een van de sterke kanten van dit normaliter door helder daglicht omspoelde museum. Deze tentoonstelling baadt echter helemaal in een schemering van grijzig kunstlicht, wat de CoBrA-schilderijen niet ten goede komt.

Toch doet deze kritiek geen afbreuk aan deze uiterst boeiende tentoonstelling met een weelde aan werken. Eigenlijk laat ze zien hoe elke avant-garde in de twintigste eeuw nieuwe bronnen voor de kunst wilde aanboren. Iemand als Mondriaan vond die in de nagenoeg religieuze onthechting van zijn rastervorm, Kandinsky liet kleuren dansen op het ritme van muziek. Klee en CoBrA gebruikten eenzelfde onbezoedelde creatieve oerkracht maar kwamen uiteindelijk bij verschillende vormen uit. Ook Jackson Pollock zocht naar zo'n oerkracht, weg van de traditie. Het is inmiddels bekend waar hij uitkwam.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234