Dinsdag 27/09/2022

Het nieuwe front in Noord-Irak

Bijna dertig jaar nadat de organisatie werd opgericht, heeft Turkije de PKK nog steeds niet klein gekregen. Vanuit Noord-Irak blijft de terreurbeweging aanslagen plegen. De kans dat een Turkse inval het einde van de groepering betekent, is klein. Al ziet het er nu niet zo goed voor hen uit: bij de gewone Koerden in Turkije heeft de PKK nog nauwelijks steun en gisteren liet Irak weten dat de rebellen moeten ophoepelen.

Door Ayfer Erkul

Wie vanuit de stad Erbil naar het noorden rijdt, richting Turkije en Iran, merkt al snel het verschil. Als de bergketens in zicht komen, verdwijnt het optimisme van de rest van Koerdistan en wordt de sfeer grimmiger. In deze regio worden geen nieuwe woningen opgetrokken, verschijnen geen winkelcentra of gloednieuwe auto's in het straatbeeld en zijn de inwoners niet gastvrij. Sterker nog: er zijn geen inwoners, steden noch dorpen. In dit onherbergzame gebied houdt de terreurorganisatie PKK zich schuil, in kampen hoog in de bergen. Hier heeft de oorlog in Irak, die van Iraaks Koerdistan een relatief welvarend gebied heeft gemaakt, niets veranderd. Hier, onder besneeuwde bergtoppen, gaat de Strijd (met hoofdletter) gewoon door.

De grens tussen Iraaks Koerdistan en PKK-gebied is onzichtbaar, maar de overgang is duidelijk. Waar checkpoints eerder bemand werden door peshmerga's, de soldaten van het officiële Iraaks-Koerdische leger, hebben nu PKK-rebellen hun plaats ingenomen. Vlaggen met de beeltenis van de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan hangen overal. De PKK zit hier al jaren, nauwelijks geduld door de Koerdische autonome regering, vervolgd door het Turkse leger. "De Koerden van Irak hebben een aantal dingen bereikt, rechten verkregen. Dat is positief, maar dat is niet onze strijd. Ons doel is Turkije."

Aan het woord is Rüstem Jüdi, een PKK-leider en al twintig jaar bij de beweging. We spraken hem toen we zeven maanden geleden in Noord-Irak waren voor de viering van Newroz, het Koerdische nieuwjaar. Voor de feestelijkheden zijn de PKK-strijders van hun kampen hoog in de bergen naar beneden gedaald. Op een podium worden strijdliederen gezongen; het publiek roept enthousiast mee. Tussen de PKK-sympathisanten lopen de echte strijders, mannen en vrouwen in uniform, altijd met kalasjnikov over de schouder.

"We willen willen een Koerdistan met vrijheid voor het Koerdische volk", zegt Jüdi. We zitten in een huisje van een PKK-sympathisant. Heldhaftige posters van Öcalan en PKK-leden die omkwamen in de strijd, sieren de muren. "Vreedzaam als het kan, maar met geweld indien nodig. We zoeken wel toenadering tot andere, Iraaks-Koerdische groeperingen, maar die mijden ons liever."

Wat er met Rüstem Jüdi en de andere PKK-strijders die we destijds in het noorden van Irak troffen, gebeurd is, weten we niet. Wel blijft een zin van Jüdi nazinderen. "Turkije zoekt een voorwendsel om de Koerden in Irak aan te vallen", had de PKK-leider gezegd in maart van dit jaar.

Afgelopen week ontkende Turkije met klem dat het de Koerdische bevolking viseerde, maar het parlement keurde eergisteren wel een wet goed die toelaat dat het Turkse leger in Noord-Irak grensoverschrijdende operaties tegen de PKK uitvoert. De Verenigde Staten en Irak steigerden. Washington vreesde voor een nog grote chaos in Irak en de Iraakse Koerden zeiden dat een inval tegen alle internationale afspraken inging. Bovendien, zo klonk het vanuit Erbil, de hoofdstad van Iraaks Koerdistan, "hebben wij geen banden met noch sympathieën voor de PKK". Gisteren braken in Noord-Iraakse steden grote protesten uit tegen een mogelijke Turkse invasie. In Erbil kwamen tienduizenden Koerden op straat met spandoeken waarop stond 'No to Turkey'.

Een inval is niet meteen voor morgen, zei de Turkse premier Erdogan woensdag geruststellend, na de goedkeuring van de wet. Waarnemers zien de nieuwe wet inderdaad eerder als een gecodeerde boodschap aan de VS, Irak en de Koerdische regionale regering om eindelijk maatregelen te nemen tegen de PKK. Tot nu toe kon de groepering, die zowel op de Amerikaanse als op de Europese terreurlijst staat, vrijelijk opereren in het gebied. Wat niet verbazingwekkend genoemd mag worden: in Irak hebben zowel de VS als de Irakezen zelf momenteel andere katten te geselen. Bovendien voert de PKK geen aanslagen uit op Iraaks grondgebied, maar ze concentreert zich in de strijd enkel op Turkije en met name het zuidoosten van het land.

Turkije toonde zich meer dan eens verbolgen over de laksheid van Irak. Ankara legde al economische sancties op om de Iraakse Koerden te dwingen actie te ondernemen. Zo mogen chartervluchten tussen Noord-Irak en Europa geen gebruik maken van het Turkse luchtruim, maar moeten vliegtuigen over Cyprus en Syrië vliegen, een route die veel langer duurt. Een week geleden kondigden de Turken ook aan in 2008 geen elektriciteit meer naar Noord-Irak te zullen exporteren.

Intussen heeft Irak zich al iets verzoenender opgesteld. Gisteren verklaarde de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken zelfs dat de PKK Irak moest verlaten, en het liefst zo snel mogelijk. "Ons formeel verzoek is dat ze het Iraakse grondgebied verlaten en ons niet meer problemen brengen dan die waaronder we nu al lijden", verklaarde Hoshiyar Zebari. De PKK zelf heeft nog niet op die oproep gereageerd.

Op zich zijn de plannen van Turkije om binnen te vallen in Noord-Irak en daar de PKK-kampen aan te vallen, niet nieuw. De Turken stuurden enkele maanden geleden al een groot aantal troepen naar de grensstreek, waar sindsdien kleine operaties worden uitgevoerd. Momenteel staan er zo'n veertigduizend soldaten klaar. En in het verleden heeft het Turkse leger meer dan eens de grens overgestoken. Ankara opende al in de jaren negentig een kleine, semi-permanente basis in het noordwesten van Irak. Doel was toen een staakt-het-vuren in het oog houden tussen de Democratische Partij van Koerdistan (DPK) van Massoud Barzani en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani. Barzani, die nu president is van de Koerdische autonome regio, en Talabani, die het tot president van Irak schopte, lagen met elkaar in de clinch om de controle over het noorden van Irak, dat begin jaren negentig onder Saddam Hoessein autonoom gebied was geworden.

De Turkse basis werd echter vooral gebruikt voor bewakings- en inlichtingenoperaties tegen PKK-militanten in de regio. Tegelijk werden meer in oostelijke richting van de grens in 1992, 1994 en tweemaal in 1997 grote aanvallen uitgevoerd door het Turkse leger. In totaal werden daarbij vijfduizend PKK-strijders gedood en kwamen bijna duizend Turkse soldaten om het leven. Die operaties konden zonder veel weerklank worden gehouden omdat de Koerden destijds verdeeld waren tussen de PUK en de DPK. Niemand maalde om schending van de soevereiniteit.

Bijna dertig jaar na haar oprichting heeft Turkije ondanks harde acties en inzet van tienduizenden soldaten de terreurgroepering PKK niet klein kunnen krijgen. In totaal schat Ankara de kosten van het conflict op zo'n 200 miljard dollar. Er vielen meer dan dertigduizend doden. De grootste verwezenlijking tot nu toe was de arrestatie van leider Abdullah Öcalan in februari 1999. Die zit momenteel weg te kwijnen in een gevangeniscel op het eiland Imrali, in de Zee van Marmara.

Wel veranderd in die dertig jaar is de manier waarop Turkije met zijn Koerdische minderheid omgaat, net als de macht die de PKK bij de Koerden in het land heeft. Toen Abdullah Öcalan in 1978 de PKK, Partiya Karkerên Kurdistan of Koerdische Arbeiderspartij oprichtte, hadden de Koerden nauwelijks rechten. Officieel bestonden ze niet eens en ze werden spottend 'berg-Turken' genoemd. De grootste etnische minderheid in het land, die zo'n 20 procent van de bevolking uitmaakt en 15 miljoen leden telt, mocht geen Koerdisch spreken, noch haar eigen cultuur belijden. Atatürk, de grondlegger van het moderne Turkije, had het land vorm gegeven op basis van een doorgedreven Turks nationalisme met slogans als "Gelukkig degene die zich een Turk kan noemen".

Öcalans PKK riep op tot een marxistische revolutie. Het charter van de groepering veroordeelde de 'uitbuiting van de Koerden' en riep op tot een onafhankelijk Koerdistan. Die moest er eerst komen in het zuidoosten van Turkije en later vergroot worden met de Koerdische gebieden in Iran, Irak en Syrië.

Öcalan regeerde met een strikte hiërarchie, een stalinistische discipline en een nultolerantie voor overlopers en tegenstanders. In de jaren tachtig werden verschillende overlopers van de PKK, die naar Europa gevlucht waren, vermoord. Eigenlijk verschilde de PKK niet zoveel van een ordinaire criminele groepering. De organisatie kidnapte, moordde en stal. Doelwit waren in eerste instantie Koerden die in Turkije voor de Turkse overheid werkten. In 1984 werden 217 leerkrachten koelbloedig om het leven gebracht. Ook Koerden die gewoon niet met de PKK wensten mee te werken, werden aangepakt. Zoals in juni 1987, toen nagenoeg de hele bevolking van het dorpje Pinarcik werd vermoord. Onder de slachtoffers waren zeventien kinderen.

De PKK werd gefinancierd door middel van een zogenaamde revolutiebelasting: Koerdische zakenmannen in Turkije betaalden uit sympathie of werden gedwongen geld op te hoesten. Racketeering was schering en inslag bij Koerden in Europa. Daarnaast waren er ook vrijwillige bijdragen van de Koerdische diaspora in de wereld, maar vooral in West-Europa. De PKK hield zich ook bezig met drugs-, wapen- en mensensmokkel. In 1998 verklaarde de Britse regering dat de PKK verantwoordelijk was voor 40 procent van de heroïne die in Europa werd verkocht.

Turkije heeft de PKK al van in het begin hardhandig aangepakt. In het zuidoosten van het land werd, na de militaire staatsgreep van 1980, de krijgswet ingevoerd en eind jaren tachtig werd in de staat van beleg uitgeroepen in de regio. Er kwamen legerkampen, politiecheckpoints en militaire luchthavens.

Ankara probeerde tegelijk de steun van de bevolking aan de PKK te verminderen. Inwoners van duizenden dorpen werden manu militari geëvacueerd naar grote steden. In Diyarbakir bijvoorbeeld schoot in een klap het aantal inwoners omhoog en vestigden nieuwkomers zich in krottenwijk aan de rand van de stad. De werkloosheid boomde, net als de armoede. De Turkse staat wierf ook zogenaamde 'dorpswachters' aan: Koerden die tegen betaling het Turkse leger hielpen in de strijd tegen de PKK. Ondertussen moesten economische maatregelen de ontwikkeling in de regio bevorderen. De piek van PKK-activiteiten was in 1993, toen in totaal 4.198 aanvaringen tussen leger en PKK plaatsgrepen.

En toen werd Öcalan opgepakt. Nadat hij achtereenvolgens vanuit Syrië naar Rome, Moskou, Amsterdam en Athene was gevlucht, werd hij in 1999 door de Turkse geheime diensten verschalkt in Nairobi, Kenia. Na zijn arrestatie geraakte de PKK uit koers. Er kwam een staakt-het-vuren, dat snel werd opgeblazen, de leiding ruziede onderling en geld bijeenhalen was een probleem.

De PKK geraakte begin deze eeuw bovendien een groot deel van de steun van de Koerdische bevolking in Turkije kwijt dankzij de vooruitziendheid van de AKP-regering. Toen die aan de macht kwam, werden bijna onmiddellijk grote investeringen gedaan in nieuwe scholen, wegen en sociale diensten in het zuidoosten van het land. Nieuwe wetten gaven Koerden het recht op uitzendingen op tv en radio in het Koerdisch en op onderwijs in de eigen taal. Bij de afgelopen verkiezingen, in juli, viel op dat de helft van de Koerden voor de regeringspartij AKP had gestemd en niet meer voor pro-Koerdische kandidaten.

Toch bleven de aanslagen voortduren. In 2005 kwamen 200 Turkse soldaten en burgers om het leven, het volgende jaar 600 en in de eerste helft van dit jaar al 225. Experts zeggen dat de opgedreven aanslagen een poging van de PKK zijn om de economische opleving in de regio te boycotten en waarschuwen voor de val waarin Turkije trapt als het land ooit Noord-Irak binnenvalt. Niet alleen zouden daarmee de Turks-Amerikaanse relaties, die momenteel op een dieptepunt zijn beland, helemaal verzuren. Een inval zou ook de relatief goede relatie die Turkije met de Koerdische regio onderhield, volledig ondermijnen.

Vraag is alleen of Turkije bestand is tegen provocaties van de PKK. De sfeer in Turkije is, door de aanslagen en de doden en opgepept door nationalisten van de MHP (de Nationale Actie Partij), erg gespannen. Het leger, dat onder de AKP-regering bevoegdheden verloor, ziet met iedere nieuwe aanslag zijn bestaansrecht versterkt en eist al maandenlang toestemming om Irak te mogen binnendringen.

Eveneens werpt zich de vraag op of een grote Turkse inval, als die er ooit komt, de PKK voorgoed zal verdrijven. Immers: de winter nadert en hevige sneeuwval zal het gebied binnenkort maandenlang afsluiten van de rest van de wereld. Enkel degenen die bekend zijn met de streek, wagen zich dan op pad. Als er PKK-doelen worden getroffen door gerichte luchtaanvallen, die ook tot de plannen van het Turkse leger horen, kan de groepering in de winter opnieuw voorraden aanvullen en de infrastructuur weer opbouwen. De PKK toonde zich al klaar voor de grote strijd. "We hebben momenteel zo'n zevenduizend militanten klaar staan", verklaarde Murat Karayilan, een PKK-leider, gisteren strijdlustig aan Al-Jazeera.

Met aanslagen probeert de PKK de economische opleving in het zuidoosten te boycotten en Turkije te provoceren om Noord-Irak binnen te vallen. Dat zou de Turkse relaties met de VS en met de Koerdische regio ondermijnen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234