Vrijdag 19/08/2022

Het orgasme van de kunstdief

Stéphane Breitwieser roofde moeiteloos in Belgische musea

De diefstal van Panamerenko's Meikeiver uit het S.M.A.K. heeft het debat over de veiligheid van de musea heropend. Negen jaar geleden al ontdekte Stéphane Breitwieser, een van de grootste kunstdieven ooit, hoe makkelijk het in België wel was. In zijn pas verschenen memoires beschrijft hij gedetailleerd hoe hij het hele land moeiteloos kon afschuimen. door Rudy Pieters

"Het was te verleidelijk! De vitrinekast stond halfopen." De 17de- en 18de-eeuwse pistolen daagden hem uit. Als een bliksem schoot zijn hand in de kast, het keerde terug met het mooiste pistool. Hij stopte het in zijn rugzak, sloot de vitrine en stapte naar buiten.

Het kleine museum van Thann, vlakbij Mulhouse, had in 1994 de eer het eerste slachtoffer te zijn Stéphane Breitwieser, een van de grootste kunstdieven ooit. Amper 22 was hij toen. Hij woonde bij zijn moeder in Mulhouse. Breed hadden ze het niet. Hij sukkelde van de ene job in de andere. Zijn passie voor kunst en antiek hield hem overeind. Als kind had hij altijd al oude voorwerpen verzameld. Zijn vriendjes staken hun zakgeld in videospelletjes, het zijne ging op in boeken over kunst en archeologie.

Negen maanden na Thann diende zich een tweede gelegenheid aan, een kruisboog in het kasteel van Haut-Koeningsbourg, opnieuw in de Elzas. En opnieuw ging het veel te makkelijk. De dief was gemaakt. Diezelfde maand nog pakte hij zijn eerste schilderij. Een maand later, in maart 1995, sloeg hij voor het eerst toe in een echt museum, in het Zwitserse Soleure. "Als je er in dit museum in slaagt iets te stelen, dan zal niets je nog tegenhouden", bezwoer hij zichzelf. Het klopte. Eind 1995 stond de teller al op 20. Als een verwend kind dat telkens nieuwe speelgoed wil, pakte hij om de twee weken iets nieuws, soms drie of vier diefstallen hetzelfde weekend.

Het zouden er in die zeven jaar uiteindelijk 174 worden. Musea, kastelen, kerken, beurzen en veilingzalen: niets was veilig voor Breitwieser. Hij pakte schilderijen, zilver, ivoor, brons, wapens, muziekinstrumenten, zolang het maar uit de zestiende, zeventiende of achttiende eeuw kwam. Bij de schilderijen had hij een zwak voor de Vlaamse en Hollandse meesters. Op zijn palmares heeft hij onder meer Teniers en enkele Brueghels. In Den Haag had hij een Rembrandt binnen handbereik, maar al te grote meesters schrikten hem af. "Zo'n diefstal zou de wereld rondgaan en ik zocht allesbehalve bekendheid."

Hij wilde in alle rust kunnen stelen. Of beter: verzamelen. Want zo zag hij zichzelf: als een verzamelaar die gedreven werd door de liefde voor kunst. Niet één stuk verkocht hij. Alles sloeg hij op in zijn slaapkamer. Niet alleen een van de grootste, ook van de vreemdste kunstdieven ooit.

Breitwieser ging steeds bij klaarlichte dag te werk. Hij kocht keurig zijn kaartje, ging na hoeveel bewakers er waren en welke rondes ze hadden, waar de andere bezoekers zich bevonden, of er camera's waren en of ze dode hoeken hadden. En dan kwam het er alleen op aan het geschikte moment af te wachten, die enkele seconden dat niemand keek. Bijna overal stelde hij vast dat het weinig moeite kostte schilderijen los te maken van de muur en vitrinekasten te openen. Enkele schroeven losdraaien volstonden meestal. Zodra hij een schilderij had afgehaakt, haalde hij het uit zijn lijst en verborg hij het onder zijn jas of in een tas. In meer dan een museum of kasteel sloeg hij verschillende keren toe.

Heel Europa schuimde hij zo af met zijn vriendin Anne-Catherine, "de Bonnie and Clyde van de musea maar er kleefde geen bloed aan onze handen". Het waren op de eerste plaats toeristische trips, overal deden ze aan sight-seeing, maar wanneer de gelegenheid zich voordeed, sloegen ze toe, en in Frankrijk, Zwitserland en België deed de gelegenheid zich vaak voor.

1997 noemt hij zijn wonderjaar. Het is het jaar dat hij in België zijn mooiste trofeeën verzamelde. "Stelen in dit land leek nog eenvoudiger dan in Frankrijk. Amper drie uur nadat ik via Luxemburg de Belgische grens was gepasseerd, had ik al verscheidene gestolen voorwerpen in de koffer van mijn Tigra."

De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Brusselse Jubelpark waren voor hem "het Belgische Louvre", "zo enorm groot dat het onmogelijk is alles te bewaken." Hij ontdekte een vitrine met het mooiste zilverwerk dat hij ooit gezien had, onder meer een nautilus- en een kokosnootbeker die tot in de kleinste details waren uitgewerkt. "De camera was er net boven geplaatst... Volgens mij bevond de vitrinekast zich niet in haar gezichtsveld." Met een droge slag maakte hij de kast open en haalde hij er de bekers uit. "Om de risico's te verkleinen plaatste ik tussen de resterende voorwerpen een klein kaartje dat ik in een zaal ernaast had gevonden met daarop de woorden: 'Objets deplacés pour étude'." In de auto stelde hij vast dat het deksel van een van de bekers ontbrak. Zijn vriendin deed een oorbel uit, ging terug binnen en vertelde een bewaker dat ze een oorbel verloren was. Het liep tegen sluitingstijd, maar ze mochten nog even. Ze haastten zich naar de vitrinekast, haalden het deksel op en graaiden en passant nog twee andere bekers mee.

"We voelden ons de meesters van de wereld, niets hield ons nog tegen." Twee weken later stond hij opnieuw voor dezelfde vitrinekast. Niemand had de eerste diefstal opgemerkt. Nu haalde hij er een scheepje en een beker uit, die hij in de tas van zijn vriendin deponeerde. Nadien gingen ze doodleuk lunchen in het museumrestaurant, met de tas die vreemde bulten vertoonde. Twee dagen later zijn ze nog een derde keer langs geweest. "In drie keer had ik elf schitterende stukken zilversmeedwerk ontfutseld, een echte razzia, van al mijn hold-ups de meest magistrale."

Tijd om Antwerpen een bezoekje te brengen. In het Rubenshuis kon hij zijn ogen niet afhouden van een ivoren sculptuur van Jörg Petel, een van de grootste Duitse barokkunstenaars. Het stelde Adam en Eva voor, een geschenk van Petel voor Rubens' 50ste verjaardag. Alleen een klok van plexiglas scheidde het ivoor van Breitwiesers handen. De klok zat met twee schroeven vast. Telkens als er enkele seconden geen bewakers of toeristen waren, draaide hij ze wat meer los. In twintig minuten was de klus geklaard.

In het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) vond beneden net een tentoonstelling van precieuze getijdenboeken plaats, "een echte bunker": "De museumverdiepingen daarentegen waren wat verwaarloosd wat beveiliging betreft: er was slechts één bewaker per verdieping." De keuze viel op een rond schilderijtje van Pieter Brueghel II. Hij had het maar af te haken. En was die Japanse toerist niet blijven treuzelen, dan had de Fransman nog meer tijd gehad en had hij twee of drie Brueghels meegenomen: "Ze waren slecht opgehangen en ze nemen was kinderspel."

Negentien keer sloeg hij toe in ons land. "België trok me aan als een magneet." Hij maakte er 35 stukken buit. De meeste werden nooit teruggevonden.

Een Zwitserse uitstap in 2001 werd hem noodlottig. In het Wagner Museum in Luzern vergat hij zijn handschoenen aan te trekken bij de diefstal van een jachthoorn. Overal op de vitrinkekast had hij vingerafdrukken achtergelaten. Hij keerde twee dagen later terug om ze uit te wissen maar de caissière herkende hem. De politie rekende hem in. Zijn moeder raakte in paniek en ontdeed zich van de schat op de kamer van haar zoon. De schilderijen en instrumenten vernietigde ze, waaronder de Brueghels, de rest gooide ze in het kanaal Rhône-Rijn. Een wandelaar had de blinkende voorwerpen opgemerkt, 110 werden er opgevist, waaronder het Petel-ivoor uit het Rubenshuis en vijf stukken uit het Jubelparkmuseum.

De Zwitserse rechter veroordeelde Stéphane Breitwieser tot vier jaar cel. In Frankrijk kreeg hij er vorig jaar nog eens 26 maanden bovenop. Ondertussen is hij vrij. Maar hoe lang? Zodra hij verliefd wordt op een werk, is hij helemaal verloren, bekent hij: "De emotie dompelt me onder, een innerlijke kracht duwt me vooruit, echt onweerstaanbaar." De kick is enorm: "Zodra ik het kunstwerk in handen heb, bezorgt het me een gevoel van kracht dat even intens is al een orgasme."

Na zijn vrijlating bezwoer hij nooit meer te stelen. Maar in juni van dit jaar ging in de luchthaven van Orly met een paar broeken, hemden en T-shirts aan de haal. Op heterdaad betrapt. "Ik was razend op mezelf en schaamde me verschrikkelijk." Vorige maand, net bij de publicatie van zijn boek, kreeg hij drie maanden met uitstel en 140 uur gemeenschapsdienst.

En nog is hij van het gerecht niet af. De dag dat zijn boek uitkwam, besliste de Franse politie zijn zaak te heropenen. In zijn memoires heeft hij het over 300 gestolen stukken, terwijl hij voor 239 stukken veroordeeld is. "In zijn boek, zegt de politie, "heeft hij het over diefstallen die wij niet kennen."

Confessions d'un voleur d'art werd uitgegeven bij Editions Anne Carrière.

l Brussel

Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (3 diefstallen):

11 zilveren voorwerpen

16de, 17de eeuwl Brussel

Antieksalon:

schilderij

16de eeuwl Brussel

Muziekinstrumentenmuseum:

viool van François Lejeune

(1700-1770)

l Brussel

beurs Eurantica:

schilderij van Karel Beschey

(1706-1776)

l antwerpen

antiquair Zeberg:

zilveren beker

18de eeuw

l antwerpen

Rubenshuis:

Adam en Eva, ivoren sculptuur van Jörg Petel

1627

l antwerpen

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten:

'Bedrog loont de meester', schilderij van Pieter Brueghel II

(ca 1564-ca 1637)

l oudenaarde

stadhuis:

'Man met de pelsen jas', schilderij toegeschreven aan Joos van Cleve

(ca 1485-1540)

l brugge

niet nader genoemde plaats:

beker

en bronssculptuur

l luik

Musée des Beaux-Arts:

schilderij van Théobald Michau

(1676-1765)

l namen

Musée des Arts anciens:

twee luiken van retabel

16de eeuw

l bergen

niet nader genoemd museum:

twee tekeningen van Antoon Van Dyck

(1599-1641)

tekening toegeschreven aan

Tobias Verhaecht

(1561-1631)

l bergen

niet nader genoemde plaats:

tekening

l doornik

Musée des Beaux-Arts:

'Le sens caché des fleurs',

schilderij van

Jan van Kessel

(1641-1680)

l verviers

Musées communaux:

'Paysage au cheval blanc',

schilderij van Roelant Savery

(1576-1639)

n Stéphane Breitwieser zag zichzelf als een verzamelaar die gedreven werd door de liefde voor kunst. Niet één stuk verkocht hij.n Bedrog loont de meester van Pieter Brueghel II.

Stelen in dit land leek nog eenvoudiger dan in Frankrijk. Amper drie uur nadat ik de grens was gepasseerd, had ik al meerdere gestolen voorwerpen in de koffer De camera in Brussel was er net boven geplaatst... Volgens mij bevond de vitrinekast zich niet in haar gezichtsveld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234