Maandag 03/10/2022

Het perfecte vakantieoord

Is een eiland nog een eiland als een brug voor een permanente verbinding met het vasteland zorgt? Die existentiële vraag stellen de Rétais zich al sinds de eerste auto's de tolbrug in 1988 overstaken.

Het transparante licht trok schilders en dichters, de rust lokt eerste ministers en de vele zonne-uren duizenden vakantiegangers, Ile de Ré is een van Frankrijks grote trekpleisters. De brug zorgde voor een explosieve groei van het toerisme, en zoals de wetten van de economie willen, gingen huis- en grondprijzen prompt door het dak. Logisch dus dat de lokale bevolking dubbele gevoelens heeft over hun navelstreng met Frankrijk. Als bezoeker heeft de brug in elk geval een voordeel. Terwijl je in een elegante boog van het vasteland wegrijdt, krijg je een schitterend uitzicht op dit stuk land dat amper boven de oceaan uitsteekt. Op een heldere dag is het bijna een luchtfoto: een mozaïek van groen met af en toe een toefje steen en een boord van wit zand.

Ile de Ré is een van de vele eilanden voor de Franse Atlantische kust. Het combineert indrukwekkende Atlantische luchten met een zacht, zonnig klimaat. Het eiland is klein, maar afwisselend, met lange zandstranden aan de zuidkust, weiden en wijngaarden in het centrum en vochtige landschappen van moeras en zoutpannen in het noorden. Smalle straatjes, witte huisjes met groene luiken en klimrozen tegen de gevel, hier en daar een hotel als getuige van vergane rijkdom, La Flotte, La Couarde, Les Portes, het zijn stuk voor stuk dorpjes die erom vragen om in aquarel geschilderd te worden. Het eiland is bovendien uitstekend fiets- en wandelterrein. Het is uitzonderlijk plat, het hoogste punt is negentien meter, en alleen de wind speelt je af en toe parten. Voor wie van rust, natuur, lekker eten en fietsen houdt, is verveling geen optie.

Ile de Ré is niet voor iedereen het perfecte vakantieoord. In de 19de eeuw, toen de citadel van Saint-Martin tot gevangenis werd verbouwd, vertrokken vanuit de militaire haven misdadigers zoals Papillon naar hun strafkolonie op Frans Guyana. Ook Dreyfuss zat hier gevangen, en vandaag heeft de strafinstelling nog zo'n 500 'gasten'.

Maar wij beginnen onze verkenningstocht van het eiland aan de Abbaye de Châteliers, postkaartmooi gelegen tussen de velden en de zee. Dit is het soort sfeervolle ruïne waarvan niemand kan zeggen dat het maar een hoop stenen is. De cisterciënzers stichtten de abdij in de 12de eeuw, en deze wijnmakende en moerasdroogleggende monniken zorgden er mee voor dat het eiland rijk werd. Ze pakten hun pijen in de 17de eeuw weer in, toen hun abdij een keer te veel door de Engelsen werd aangevallen. Noormannen, Britten en hugenoten, allemaal hebben ze in de loop van de geschiedenis hun oog op het eiland laten vallen. Dat verklaart meteen de brede wallen rond hoofdstad Saint-Martin-en-Ré.

Als je eenmaal binnen de muren bent, laat het stadje zijn vriendelijke gezicht zien. We parkeren ons achterste op een terras met uitzicht op de twee havens. Ze liggen rug aan rug: eentje voor vissersboten en eentje voor plezierboten. De kade is een van de drukste plekken van de stad, toeristen smullen er van pasta's en lepelen ijsjes tegen een achtergrond van oude, pastelkleurige huizen. Als we na onze lunch een wandeling door het oude visserskwartier maken, liggen de straten er verlaten bij. Niemand die een beetje bij zijn verstand is, brengt een warme nazomermiddag door in bebouwde kom. Zeker niet met meer dan 100 km perfect befietsbare wegen ter zijner beschikking.

Dus fietsen wij de volgende dag over een rustige baan die door weerspiegelende zoutvelden slingert naar het Presqu'île de Loix. Op marktdagen is het plein van het schiereiland een mierennest, maar als wij onze fiets in de schaduw van de bomen parkeren, is het er heerlijk rustig. De kerk blinkt in de zon, de zonnewijzer geeft ongeveer vier uur aan, en gelukkig is er op het plein een crêperie met op de kaart zowel zoete als zoute varianten.

goed genoeg voor premiers

Ile de Ré was oorspronkelijk drie verschillende eilanden, die door noeste handenarbeid en beetje verzanding tot één Ile versmolten zijn. Het Presqu'île de Loix is het meeste geïsoleerde deel van Ré, het Ilot de Saint-Martin is het weide-eiland, en onze volgende bestemming, het Ile d'Ars, is het ruwst, met donkere bossen, ongerepte stranden, wijngaarden en moeras. De link met dit derde 'eiland' is met zijn 80 meter net breed genoeg voor een tweebaansweg met fietspad en dijken. We zien de kerktoren van Ars al van ver, zwart-wit geverfd en daardoor een baken voor boten. Ars is een charmant dorpje dat ook buiten het seizoen levendig blijft. Het trekt artiesten en schrijvers aan, misschien daarom dat Lionel Jospin hier een vakantiehuis heeft. De haven ligt vol pleziervaarders, met als gevolg een levendige kade vol gebruinde mooie mensen.

De 7 km lange fietsroute die ons door de moerassen naar Les Portes voert is magisch mooi. De vochtige velden reflecteren het zachtblauw van de lucht en de geur van zee en zout is doordringend. We fietsen door de Réserve du Lileau-des-Niges, volgens kenners een van de waardevolste vogelreservaten van Europa. Wij, complete vogelleken, zijn al blij als we een paar statige reigers spotten. We rijden rond de Fier d'Ars, een soort binnenzee, door het Fôret de Trousse-Chemise (bezongen door niemand minder dan Charles Aznavour) tot het pad gewoon ophoudt. Van op deze Pointe de Fiers is het zicht op de moerassen, zoutpannen, de Fier en het schiereiland van Loix genoeg om ons een picknick en een siësta lang te boeien.

Het strand van Trousse-Chemise doet een beetje mediterraan aan en de stevige wind maakt het populair bij windsurfers. Les Portes is ondanks straatnamen als L'Enfer en Au Bout du Monde een aangename plek om in rond te slenteren. Ooit was dit het armste dorp van Ré, nu lopen chique Parisiennes elkaar hier voor de voeten. Op de terugweg rijden we de langs het Fôret du Lizay en maken we een stop op de Plage de la Conche. Hier werd The Longest Day gedraaid, maar vandaag zijn er geen acteurs te zien. Wel medefietsers die even uitblazen van het tegenwindtrappen. Wij hebben nog net genoeg adem om de 250 trappen van de Phare des Baleines te beklimmen. Het uitzicht op het eiland en de Oceaan is fenomenaal en een einde-van-de-wereld-gevoel is onvermijdelijk.

ondertussen in het zuiden

Een opeenvolging van zandstranden, door duinen afgeschermd van bossen en weiden, maakt van de zuidkust dé bestemming voor zonnekloppers en zandkasteelbouwers. Dat die plek al langer dan vandaag populair is, bewijzen de vele prehistorische en Gallo-Romeinse vondsten. Iets recenter, maar voor mij een verrassend bewijs van de vindingrijkheid van onze voorouders, zijn de 'Ecluses de poisson' die je bij laag water in de buurt van Sainte Marie kunt zien. In de Middeleeuwen bouwde men in zee lage muurtjes in de vorm van een hoefijzer. Bij hoog water lopen ze vol, bij laag water liggen ze bloot. Vissen en andere zeewezens die niet snel genoeg zijn, liggen letterlijk voor het rapen. Vissen met stenen, zou je dat kunnen noemen. De Ecluses zijn fragiel, maar een groep Rétais heeft ze met veel liefde gerestaureerd en geeft op verzoek begeleide bezoeken. Typisch Ré, denk ik na een weekje vakantie. Want dat is toch een beetje het geheim van Ile de Ré. Een dagjestoerist neemt misschien niet meer mee dan een prentbriefkaartbeeld van schattige dorpjes en rustige natuur, maar wie er een paar dagen rondfietst leert vooral de echtheid van het eiland waarderen.

zout op je huid

Het zout zorgde eeuwenlang voor rijkdom op Ile de Ré, maar de laatste eeuw ging het gestaag bergaf met de zoutwinning. Vandaag zijn er nog zo'n 80 sauniers, die samen ongeveer 2.500 ton zout winnen. Zoutwinnen is arbeidsintensief werk, maar gelukkig weten fijnproevers de laatste jaren echt zeezout te waarderen. Tot in de jaren vijftig werd het zout vanuit de haven van Les Portes verscheept. Een van de oude zoutschuren bij Les Portes is mooi gerestaureerd. Er worden elk jaar tentoonstellingen gehouden, die meestal iets te maken hebben met het eiland, het moeras of de zee. Wie meer wil weten over het zout van Ré, kan in Loix naar het Ecomusée du Sel. (Route de la Passe)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234