Woensdag 28/09/2022

Het Prado repeteert in Bonn

'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de allergrootste collectioneur van het land?' Die vraag hoefde Filips IV zich niet te stellen. Hij was ontegensprekelijk de grootste verzamelaar in het 17de-eeuwse Spanje. Misschien werd de vorst gedreven door ijdelheid en de zucht naar prestige, maar hij hield naar verluidt ook oprecht van de kunst. Nooit eerder groeiden de koninklijke verzamelingen zodanig aan. De werken kwamen terecht in het Museo Nacional del Prado in Madrid, dat al bij de opening in 1819 met ruimteproblemen kampte.

Bonn

Van onze medewerkster

Christine Vuegen

In 2000 opent het uitgebreide Prado. Architect Rafael Moneo ontwierp de nieuwbouw, waarin het nabijgelegen klooster van de San Jerónimo-kerk is geïntegreerd en de enige resterende vleugel van het Buen Retiro, het zomerpaleis van Filips IV. Daardoor wordt het mogelijk om de werken opnieuw in hun oorspronkelijke context te tonen.

De tentoonstelling in Bonn is een algemene repetitie voor de nieuwe presentatie van de schilderkunst aan het hof van Filips IV. Het Prado, nooit happig om bruiklenen toe te staan, stemde voor het eerst in 60 jaar in met een expositie buiten zijn muren. Aanleiding is de 400ste verjaardag van Diego Velázquez, van wie zes doeken werden uitgeleend.

Als politieke machthebber kon Filips IV niet tippen aan zijn grootvader Filips II, hoewel hij over een aanzienlijk territorium heerste, waartoe ook Vlaanderen en een deel van Italië behoorden. Tijdens zijn bewind, en vaak door zijn toedoen, bereikten de kunst en de literatuur echter ongeziene hoogten. Deze periode ging de geschiedenis in als de Spaanse Gouden Eeuw.

Filips IV bestelde overvloedig schilderijen voor de koninklijke residenties. Zoals aan elk hof in de baroktijd was dat een uitdrukking van status en macht. Bovendien had deze koning sinds zijn jeugd een bijzondere liefde voor de schilderkunst. Zelf ging hij in de leer bij Maino, destijds een vooraanstaand Spaans schilder, en later werd kunst verzamelen zijn lievelingsbezigheid. Het was algemeen bekend dat hij schilderijen aanvaardde ter betaling van schulden. Hij gaf opdrachten aan de grootste barokschilders en ontpopte zich op veilingen tot de actiefste koper van de Europese kunstmarkt. Zo verwierf hij meesterwerken van Dürer en Rafaël. Verzot op de zinnelijke kleuren van Titiaan, hing de vorst mythologische naakten van deze 16de-eeuwse Venetiaan in zijn privé-vertrekken (het Spaanse hof was erg conservatief). In Bonn wordt niet de slaapkamerkunst van Filips IV uitgestald, maar de meer officiële schilderijen van tijdgenoten voor de paleizen.

Diego Velázquez (1599-1660) werkte vanaf zijn 24ste tot zijn dood aan het hof. De schilder uit Sevilla werd er belast met het schilderen van portretten, en in die functie is hij hier aanwezig. Een bleke Filips IV stelde hij weinig barok voor zonder insignes. Er is discussie of zijn werk al dan niet is voltooid. De koning hield in elk geval van zo'n pasteuze schilderkunst met een losse factuur, waarin het proces van het maken zichtbaar blijft. Velázquez was bovendien conservator van de koninklijke collecties en kocht in Italië ook kunstwerken aan. Voor de paleizen stelde hij complexe beeldprogramma's samen. De nieuwe zomerresidentie Buen Retiro werd zowaar van 250 landschappen voorzien, waaronder classicistische scènes van Poussin en Lorrain.

Rubens kreeg de opdracht om het jachtslot Torre de la Parada in te richten met een cyclus van 60 mythologische taferelen, gebaseerd op de Metamorfosen van Ovidius. De olieverfschetsen, die bestemd waren voor de uitvoerders, raakten verspreid over de hele wereld. Het Prado bezit er negen en het Museum voor Schone Kunsten in Brussel tien. De schilderijen in Bonn zijn voornamelijk van Rubens zelf. Hij koos soms ongebruikelijke motieven, zoals Saturnus die een van zijn kinderen verslindt. Goya, hofschilder in de 18de eeuw, zag dit dramatische doek en verscherpte de waanzin nog in zijn voorstelling van Saturnus.

In Italië werden hele reeksen besteld bij Guercino, Stanzione of Artemisia Gentileschi. Ook de twee Sevilliaanse schilders Alfonso Cano en Francisco de Zurbarán, bekend van kille religieuze doeken, werkten af en toe voor Filips IV. De tentoonstelling eindigt met 'lo velazqueño', Spaanse schilders aan het hof na Velázquez. De vergelijking is snel gemaakt. De beroemde hofnar van Velázquez, een waardige dwerg, kijkt de toeschouwer bijna brutaal zelfverzekerd aan, terwijl Juan Carreño de Mirando een wanstaltig dik meisje gekleed en naakt als een rariteit observeerde.

'Velázquez, Rubens en Lorrain : schilderkunst aan het hof van Filips IV.': tot 23 januari 2000 in de Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland, Museumsmeile Bonn, Friedrich-Ebert-Allee 4, Bonn. Open van di. tot zo. van 10 tot 19 uur, di. en wo. tot 21 uur. Gesloten op maandag, op 24/12 en 31/12. Tel: 0049-228-9171 200. Internet : www.kah-bonn.de.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234