Maandag 16/05/2022

Het rijke en blijde leven van Jacques Rogge, IOC-voorzitterZondagskind in Lausanne

Jacques Rogge is op weg om de Michael Jordan onder de sportleiders te worden. Het begrip 'verliezen' kent hij niet en in alles wat hij aanpakt blijft hij vrijwel foutloos overeind'Ik heb mijn lijn en wie denkt dat ik in alles Samaranch achternaga, zal raar opkijken'

Hans Vandeweghe

foto's tim dirven

Precies 48 seconden duurt het gesprek als hij een eerste keer wordt onderbroken door een directe lijn. Een van zijn drie secretaresses rukt aan met de overvolle agenda.

Rogge: "Wat doe ik op 20 december?"

Sarah: "U bent die dag in België."

Rogge: "O ja, dat is waar ook. (Tegen de man aan de telefoon) Ik kan niet, ik moet in België zijn, voor de verkiezing van de sportman en sportvrouw van het jaar." (Tegen Sarah) "Die afspraak, morgen. Ik zou de dress code willen kennen, vanavond nog, kan dat?" (Tegen mij) "Oké, all yours."

Een collega zei ooit over Rogge: "Je mag hem altijd bellen. Je kunt altijd bij hem thuis op bezoek. Hij geeft in een half uur stof om over te schrijven waar anderen een uur voor nodig hebben en terwijl heb je koffie en koekjes gekregen en als hij je na dat half uur buiten werkt, heb je toch de indruk dat je een hele middag welkom was."

De begroeting ís gemeend hartelijk als hij directeur-generaal Carrard - die rapporteert over een trip naar Salt Lake City - uitgeleide doet en ik naar binnen mag. Het is van 1989 geleden dat ik in het bureau van de IOC-voorzitter was. Het was toen een andere voorzitter - Juan Antonio Samaranch - maar ook een ander bureau. Samaranch regeerde vanuit een eiken werkkamer zo groot als een half volleybalveld. Omdat het oude Château de Vidy niet van elastiek is en zelfs het IOC voor uitbreiding rekening moet houden met de plaatselijke groenen, is de presidentiële werkkamer tussentijds gehalveerd. In de plaats kwam een afgrijselijk ingerichte werkplek.

Rogge: "Beetje groen, niet? Smaken verschillen en dit was hoe Samaranch het wilde. Er komt een nieuwe inrichting die past bij mijn persoon, minimalistisch en sober. U ziet, ik blijf een eenvoudige jongen."

Onderhuids sarcasme, ongetwijfeld, maar alleen voor insiders, want ridder dokter Jacques Rogge is allesbehalve een eenvoudige jongen en dat weet hij ook. Nooit een grotere controlefreak ontmoet dan deze orthopedisch chirurg die het presteerde om drie weken voor zijn verkiezing tot opperste sportbaas zijn baan op te zeggen. En er bovendien in slaagde dat verborgen te houden voor de buitenwereld, die zo'n carreer move als misplaatste arrogantie had kunnen uitleggen.

Vier maanden na die verkiezing, gezeten in zijn salon vert, maakt hij een voor zijn doen gedurfde vergelijking: "Cortes heeft ook zijn schepen verbrand toen hij in Amerika landde. Of ik wist dat het gewonnen spel was? Ik heb met alle IOC-leden één of meerdere gesprekken gehad en daaruit bleek dat ik goed lag."

Een stevige vertrekbasis met die brede steun van de IOC-leden, maar de start was aartsmoeilijk. Hij had zijn getergde lichaam beloofd om twee volle dagen te slapen, maar toen Samaranch een dag na zijn terugkeer door een hartaanval werd geveld, kon Rogge al meteen naar Lausanne. Drie dagen later kreeg hij de sleutels van het IOC. En nog eens een week later vloog hij al heen en weer naar Fukuoka voor het wereldkampioenschap zwemmen. "Van die dag dat ik Samaranch in het ziekenhuis ging bezoeken, heeft mijn leven een andere wending genomen. Ik heb nog steeds geen rust gehad."

Twee weken later: het eerste schandaal. Verliezend presidentskandidaat Dick Pound heeft de sponsors een brief geschreven. Geachte heren sponsors (van vijftig miljoen dollar): "Ik, Pound, had IOC-voorzitter moeten worden, maar nu het IOC voor Rogge heeft gekozen zal er niet veel veranderen."

Rogge is furieus, maar te geslepen om dat te laten merken. Hem rest niets anders dan de sponsors snel op te zoeken, iets wat hij toch al van plan was, oorspronkelijk mét Pound, maar na de bewuste brief gaat hij op pad zonder de Canadees.

"Uiteraard hebben we het over Pounds brief gehad. Het was een verrassing en geen prettige ook. Voor niemand overigens, want ook de sponsors stelden de inhoud niet op prijs."

Ontgoocheling had een genereuze Rogge hem wel gepardonneerd. Maar wie hem zoals Pound afschildert als een kopie van Samaranch en zo laat uitschijnen dat hij te zwak is om een eigen koers te varen, gaat bij Rogge over de schreef.

Laatst verscheen in Sports Illustrated nog een tussentijds rapport over Rogge en het IOC. De journalist was vol lof en schreef: "Rogge is geen kloon van Samaranch..." Rogge wijst op het verhaal en herhaalt: "Ik ben van niemand een kloon." (Om dan weer in zijn huid van diplomaat te kruipen) "Ik heb alle respect voor het voortreffelijke werk van Samaranch, maar ik heb mijn lijn en wie denkt dat ik in alles Samaranch achternaga, zal raar opkijken."

Daarmee was de Pound-saga niet afgerond. Een maand later zat Rogge zijn eerste comité exécutif voor. In geen jaren was daar nog nieuws te rapen, maar nu werd bekendgemaakt dat Pound als enige van de IOC-leden al vijftien jaar lang 200.000 dollar per jaar had gefactureerd voor zijn activiteiten namens het IOC. Pound was in één klap de risee van de internationale sport.

Het leek alsof Dr. Clean had toegeslagen, maar dat bestrijdt hij heftig.

"Het was geen revanche Ik heb meteen gezegd dat dit onder mijn voorzitterschap afgelopen moest zijn. Met het oog op de transparantie waar ik voor sta, heb ik dat openbaar gemaakt. Dat het een maand na zijn brief kwam, is puur toeval."

De Ronde van Amerika langs de sponsors werd een helse maar vruchtbare tocht langs negentien Amerikaanse gesprekspartners in negen steden en dat in vier dagen. Tijdens die trip leerde Rogge de voordelen van het privé-vliegtuig kennen. Geen gedoe met inchecken, gewoon met de auto tot aan het vliegtuig, opstijgen, landen, uitstappen en de volgende vergadering is alweer begonnen.

Tijdens onze gemeenschappelijke dag in Lausanne staat ook een trip gepland met een gecharterd vliegtuigje, hoewel een vliegende sigaar als omschrijving - geen toilet, maar wel 800 kilometer per uur snel - dichter de waarheid benadert. Rogge is een beetje gegeneerd. Hij wil geen gewoonte maken van reizen met privé-jets. "Maar soms kan het echt niet anders. Zoals vandaag. Ik wil het WK schermen bezoeken net als de andere WK's. Maar hoe kom je in Nîmes vanuit Genève zonder drie dagen onderweg te zijn?" Zijn eerste privé-trip als IOC-voorzitter maakte hij op 11 september naar Oviedo. In de namiddag kwam zijn secretaresse hem melden dat hij de tv moest aanzetten, want er waren erge dingen gebeurd. "Je bent gewaarschuwd", lacht hij.

Bij het instappen neemt hij de piloot discreet apart en vraagt hem bij de volgende gelegenheid die opzichtige sticker met de vijf olympische ringen op de romp achterwege te laten. Bij een vorige trip die ik meemaakte in 1998, toen nog onder Samaranch, kleefde de piloot bij het uitstappen in Minsk de olympische sticker nog netjes naast de deur alvorens de sportmarkies tot uitstappen werd genood. Nu zegt de nieuwe president: "Tijden zijn veranderd. Uiterlijk machtsvertoon steekt de ogen uit." Het is niet het enige dat Rogge anders doet: de Mercedeslimo voor de 50 kilometer van Lausanne naar Geneva Airport is vervangen door een Mercedesbusje waar het hele gezelschap inclusief Rogge in plaatsneemt. Image is everything, dat is een van die wetten van de topsport waaraan Rogge zich graag conformeert, maar ook weer niet te opvallend.

Het plastic reiswekkertje waarmee hij zijn time management controleert. Het biertje dat hij met gemak uit het blik drinkt. Het kamertje dat hij begin volgend jaar tijdens de winterspelen in Salt Lake City in het atletendorp zal betrekken. Het past allemaal in dat beeld van de no-nonsense guy, de authentieke sportliefhebber/-kenner die toevallig is opgeklommen tot de hoogste rang, maar die zijn afkomst niet zal verloochenen.

Rogge houdt het midden tussen een captain of industry - sport is de elfde industrie ter wereld - en een sportman met pensioen. Hij loopt als een ex-sporter, licht gebogen. Zijn pas is strak, maar zijn knieën en enkels hebben geleden door de vele kilometers. Rogge is een sportman in hart en nieren en dat wil hij zo houden. Als het olympisch gezelschap bij de ontvangst in Nîmes in een voorbehouden stadsbus de korte trip van de luchthaven naar het stadscentrum aanvat, blijft Rogge staan. In geen decennia heeft hij een stadsbus van binnen gezien, maar alsof hij het voorbije jaar elke dag naar het werk heeft gebust, houdt hij zich staande. De notabelen van Nîmes en wijde omstreken hebben daar meer moeite mee.

Zelden is een man beter gecast voor zijn rol dan Jacques Rogge die op een plechtigheid in het stadhuis de koude rillingen over de ruggen laat lopen als hij kort hulde brengt aan de skister Régine Cavagnoud, die een dag eerder is overleden. Aansluitend praat hij een minuutje of vijf vol, maar dat zijn we van hem gewend.

Nieuw is het papiertje in zijn hand. Waarvoor hij zich quasi verontschuldigt. "We zijn hier ook samen om hulde te brengen aan een groot kampioen die zoveel heeft gewonnen dat ik een lijstje nodig heb om het af te lezen." Het gehoor schatert het uit en knikt vol bewondering. De dubbele gouden medaille schermen, Jean-François Lamour, krijgt uit de handen van Jacques Rogge de olympische orde uitgereikt en dat is het sein voor een waterval van speeches, bedankingen en prijsuitreikingen heen en weer, waarbij twee zaken opvallen. Ten eerste: Rogge komt als winnaar uit de bus met de meeste prijzen. Ten tweede: tijdens de speech van Rogge staat mevrouw Rogge discreet op de achtergrond. Dat zal ze de hele trip volhouden. Een prima training voor de komende twaalf jaar.

Mevrouw Rogge, geboren Ann Bovijn, is ook dokter. Wás ook dokter, radiologe meer bepaald. Met een paar maanden vertraging heeft ze haar baan opgegeven en staat haar man nu bij. Een leeg bestaan dreigde, maar na een week in Lausanne had ze al iets om handen. "Tijdens een rondleiding in het Olympisch Museum kreeg ik in de kelderverdieping uitleg bij de beelddigitalisatie. Hier krijgen ze mij niet meer weg, dacht ik meteen. Aan het eind van het bezoek vroegen ze wanneer ik nog eens wilde komen. Is morgen goed, vroeg ik." En sindsdien heeft Dr. Bovijn haar vaste stek in het chique museum aan de oever van het Lac Leman. Het museum en de sfeer aldaar kunnen er alleen maar wel bij varen.

Daarnaast zal ze zich ook bekommeren om een traditioneel vrouwelijke taak: de inrichting van de nieuwe kwartieren van de IOC-president.

Daarin zal Rogge nu eens niet verschillen van Juan Antonio Samaranch, die fel werd bekritiseerd om zijn voorliefde voor hotelsuites. Rogge neemt net als zijn voorganger zijn intrek in het Lausanne Palace Hotel, behorende tot de exclusieve club van Leading Hotels of The World, waar een standaardkamer al snel 9.000 frank per nacht kost. Voor Rogge en familie, momenteel kamperend in een suite, wordt in het Lausanne Palace rond deze tijd een appartement ingericht dat uitzicht biedt op het meer. De verschoning klinkt aannemelijk uit de mond van een man die in de eerste anderhalve maand van zijn heerschappij zestig jetlaguren opstapelde. "Het is een kleine flat, meer moet men zich daar niet bij voorstellen. De formule van aparthotel is het enige alternatief voor het leven dat wij zullen leiden."

'Sport Business' omschreef hem als 'The IOC's Smooth Operator': "Zijn vermogen om rond netelige discussies een emotioneel vacuüm te bouwen, maakt hem de beste man op die plek." Jacques Rogge is op weg om de Michael Jordan onder de sportleiders te worden. Het begrip 'verliezen' kent hij niet en in alles wat hij aanpakt blijft hij vrijwel foutloos overeind. Wie hem vraagt naar een moment van zwakte in zijn leven, pakt hij in met de smakelijke anekdote toen hij als humaniorastudent op het jezuïetencollege Sint-Barbara even aan de deur werd gezet omdat hij was gesignaleerd in de buurt van een sekscinema.

Professioneel als sportleider ging hij twee keer kort door de bocht, evenveel keer door onachtzaamheid. In 1991, kort na zijn coöptatie als IOC-lid, gaf hij de Belgische pers onverbloemd zijn visie op de beperking van het olympisch programma. Hij vergat daarbij dat er een Belgische redacteur van Reuters in de zaal zat en een uur later wist de hele wereld wat de nieuwe wonder boy van het IOC dacht.

Vorig jaar vergat hij net voor de Spelen van Sydney door tijdsgebrek het Humo-interview te lezen waarin hij de vloer aanveegde met het Belgian Olympic Team en met Patrick Stevens. Hij betwistte de lading van een aantal zinnen, maar het kostte hem een paar brieven om de zaken recht te zetten. Dezelfde fout met de New York Times in de aanloop naar de verkiezingen had hem fataal kunnen zijn.

Maar hoe vaker je Rogge in zijn sas ziet in Lausanne en andere olympische decors, hoe meer het duidelijk wordt: dit is een zondagskind dat geniet. Van de status, van de macht, van de verantwoordelijkheid vooral. Van het besef ook dat hij koning twee-oog is in het land van heel veel blinden, want in het wereldje van de sportbobo's is wereldvreemde onkunde nog de regel. In andere tijden kon hij zich daar over opwinden. Vandaag valt hij niet meer uit zijn rol. Over de geplande grote schoonmaak begint hij met een diplomatische opmerking. "We hebben al veel ten goede veranderd onder Samaranch. Maar ik wil niet verbergen dat ik nog andere plannen heb. De winterspelen van Salt Lake City zijn onze eerste prioriteit. Na Salt Lake City hoop ik aan het IOC te bouwen zoals ik het graag zou zien werken onder mijn leiding."

Inmiddels is de bezem al bovengehaald en heeft hij in het hoofdkwartier elk departement tot een ontvettingsronde verplicht. "Ik heb altijd gezegd dat het ook met een beetje minder kon. Dat maakt mij niet in alle hoeken van dit huis even populair, maar daar doe ik het niet voor. Er zullen bijvoorbeeld minder IOC-stafleden naar Salt Lake City afreizen." En voor wie twijfelde aan zijn managementkwaliteiten, zoals de Angelsaksen, heeft hij dit in petto: "Ik werk samen met de verschillende directeurs van de departementen om de overheadkosten te reduceren. Daarnaast komen er een externe en interne audit. Elke CEO van welke onderneming ook zou dit doen. Ik ben niet anders."

Rogge stond vroeger bekend als iemand die in besloten kring nogal eens gedurfde standpunten durfde in te nemen. Als IOC-voorzitter wordt van hem in de eerste plaats pragmatisme verwacht. In zijn vermogen om zich uit netelige discussies te praten, lijkt hij op de bokser die met enkele pasjes uit een gevaarlijke situatie wegdanst.

"Het wordt een rustig tripje naar Nîmes", voorspelde Rogge die ochtend. Maar in Nîmes blijkt dat de Fédération Internationale d'Escrime alle geschut in stelling heeft gebracht. Het schermwereldje vindt het goed dat sabel voor vrouwen erbij komt met het oog op de gelijkschakeling tussen mannen en vrouwen - zoals ook vrouwenworstelen zich onder Rogges bewind een plaats onder de olympische zon heeft veroverd - maar het schermwereldje wil geen andere medaille-evenementen inleveren en ook niet het aantal schermers beknotten. Op zo'n moment is Rogge op zijn best. Eerst countert hij de president van de internationale federatie, vervolgens staat hij de pers te woord op een persconferentie waar de atletenvertegenwoordiger van de FIE een emotioneel pleidooi houdt, om achteraf ook nog eens alle onderonsjes van journalisten geduldig te ondergaan. Rogge praat en praat, zijn handen ondersteunen de argumenten, maar zegt in wezen niks anders dan: "Je kunt zeuren tot je erbij neervalt, er komt geen schermer méér op de Spelen." Alleen spreekt hij dát zinnetje nooit uit. Na afloop heeft hij niks toegegeven en alleen maar vrienden gemaakt.

Dat hij in zijn 'wilde' periode als bobo wel eens wat durfde te roepen over dat en andere gevoelige onderwerpen, doet hij met een glimlach af. Tijden zijn veranderd. Nu houdt hij zich op de vlakte. Zoals over de directe betaling van de atleten, een stelling waarmee hij op het Congres van Parijs in 1993 ophef maakte. "Ik weet niet of ik dat zo heb gezegd, maar een kostenvergoeding is er nu al, zij het dan via het nationaal olympisch comité." Dat is Roggeaans voor: "Op dat punt heb ik bakzeil gehaald." Dat deed hij al eerder: de voorzitter moet betaald worden, zei hij steeds. Maar in zijn verkiezingsprogramma verscheen ineens: de voorzitter wordt niet betaald, hij moet vrijwilliger onder de vrijwilligers blijven.

Hij heeft de af en toe onhebbelijke gewoonte om rond vervelende vragen heen te lachen. "Als ik iemand moet geruststellen: ik zal niet moeten bedelen."

Dus leven Rogge en vrouw 's mans droom tegen onkostenvergoeding. "In Lausanne", benadrukt hij. "In Astene staat ons huis, en daar komen wij nog wel, maar wij wonen nu officieel in Lausanne." Het was een heikel puntje in de relatie tot de Zwitserse gastheer en de IOC-staf in het bijzonder. Zou de nieuwe voorzitter er zo vaak zijn als Samaranch die ver van zijn vrouw en gezin verwijderd voor een kluizenaarsbestaan aan het meer van Genève koos? Als de nieuwe voorzitter en zijn gevolg na de trip naar Nîmes veilig en wel bij het Lausanne Palace arriveren, zucht hij opgelucht: "Back home." Er zitten maar vijf mensen in het busje, maar wie het heeft gehoord, zal het verder vertellen.

Iets eerder, bij het binnenrijden van Lausanne heeft de secretaresse eindelijk de dress code voor morgen gekregen. "Sportif habillé, président", zegt ze. De presidentsvrouw, nooit te beroerd voor een relativerende noot, zegt bliksemsnel: "Oké, een trainingspak met gouden juwelen behangen." Het hele busje lacht, Rogge incluis. Dat de receptie hem niet eens herkent, kan hem niet van slag brengen. De eenvoudige jongen uit Gent weet dat het goed is en begeeft zich tevreden naar zijn vertrekken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234