Dinsdag 05/07/2022

Het slappe koord tussen hebzucht en ethiek

De modale belegger komt op een bepaald moment tot de vaststelling dat zijn handelingen op de financiële markten voor conflicten zorgen tussen zijn portemonnee en de maatschappelijke, ecologische en sociale waarden die hij hanteert. Hij kan zijn toevlucht nemen tot verenigingen en beleggingsfondsen die zich bezighouden met 'ethisch beleggen' en die bedrijven screenen volgens verschillende ethische maatstaven.

Ronald Meeus

Bedrijven die hun aandelen op de financiële markten aanbieden, doen dat uiteraard niet om de portemonnee van hun aandeelhouders te spekken. Een deel van het geld dat u (rechtstreeks op de financiële markten of via uw bank) hebt geïnvesteerd in een bepaalde onderneming komt binnen dat bedrijf terecht als een werkkapitaal, waarmee het projecten, uitbreidingsplannen en andere strategische zetten financiert. Soms kan uw goede geld echter - en vaak zonder uw medeweten - worden ingezet voor praktijken die niet stroken met de maatschappijvisie die u erop nahoudt. U plaatst bijvoorbeeld uw geld op de bank, en weet niet dat uw financiële instelling het op zijn beurt heeft ingezet op een wapenbedrijf dat weliswaar prima boert op de financiële markt, maar een of ander dictatoriaal regime als belangrijkste afnemer heeft. Of u reageert op een vage beurstip van een kennis en neemt aandelen in een bedrijf dat zijn kosten blijkt te drukken door middel van kinderarbeid in ontwikkelingslanden. Of door illegaal afval te dumpen.

Een belegger die niet alleen aan zijn portemonnee denkt maar er ook nog een gezonde maatschappelijke visie op nahoudt, komt vroeg of laat voor een conflict te staan tussen zijn handelingen op de beurs en zijn bredere kijk op de sociale, ecologische en maatschappelijke realiteit. Met dat idee in het achterhoofd, stond tijdens de vorige eeuw langzaam maar zeker een generatie beleggers op die naar een gulden middenweg zochten tussen hun bredere kijk op de maatschappij en hun meer hebzuchtige neigingen. Gaandeweg ontstond de term 'ethisch beleggen' en werden vakverenigingen en beleggingsfondsen in het leven geroepen die ethisch verantwoorde bedrijven screenen, en diegene die de test met vrucht afleggen aan de belegger presenteren door middel van garantielabels of 'witte lijsten'.

Die verenigingen en fondsen gaan door de band genomen uit van vier basiscriteria. Ten eerste wordt het interne sociale beleid van een bedrijf geëvalueerd: er wordt gekeken of het zijn werknemers wel voldoende doorgroeimogelijkheden aanbiedt, hen volgens de wettelijke barema's betaalt, de veiligheid op de werk- of kantoorvloer niet met de voeten treedt, en over de nodige structuren voor sociaal overleg beschikt. Ook het externe sociale beleid van een bedrijf wordt onder de loep genomen. Er wordt onder meer gekeken of het bedrijf nergens ter wereld de mensen- en dierenrechten schendt, en rekening houdt met de volksgezondheid. Het ecologische beleid van een bedrijf wordt eveneens bekeken: houdt de productieketen van het bedrijf rekening met de ecologische noden en wordt dat voldoende (extern) gecontroleerd? Ten slotte wordt er aandacht geschonken aan de economische ethiek van een bedrijf. Een onderneming die met de regelmaat van de klok haar contracten niet nakomt of duidelijk niet uit is op langdurige relaties met klanten, leveranciers en aandeelhouders wordt ook als 'onethisch' beschouwd.

Ethische beleggers plaatsen een bedrijf in de breedst mogelijke socio-economische context, wat betekent dat de werking van de onderneming meer belanghebbenden aangaat dan enkel de aandeelhouders en de bedrijfsleiders. De verschillende partijen die belang hebben in de werking van een bedrijf worden stakeholders genoemd: het gaat niet alleen om de 'directe' relaties van een bedrijf (werknemers, klanten, leveranciers), maar ook om partijen wier belangen worden beïnvloed door de maatschappelijke positie van de onderneming in kwestie. Een omwonende van een vestiging van een bedrijf kan een stakeholder zijn, maar ook de pers of een organisatie die belangen heeft in de sector waarin een bedrijf zich begeeft. Gaia is bijvoorbeeld een stakeholder in de veehouderij, Greenpeace in de biologische landbouw.

Opvallend is het feit dat er de laatste jaren steeds meer plaats lijkt te zijn voor overleg met die stakeholders. Een aantal bedrijven reageerde inmiddels immers al op de beweging van ethische ondernemers door een open, op dialoog gebaseerd beleid te voeren dat over het algemeen als 'duurzaam ondernemen' wordt betiteld. Vanuit die hoek ontstonden ook de zogenaamde 'zero audits': bedrijven vragen zelf aan een vereniging van ethische beleggers om een momentopname te maken van hun ethische waarde.

"Bedrijven beginnen stilaan een 'geloofssysteem' te ontwikkelen dat het midden houdt tussen de externe druk van stakeholders en reputation management: ervoor zorgen dat het imago van het bedrijf geen al te diepe deuken krijgt", stelt Xavier Baeten van het Impulse Centre on Corporate Sustainability aan de Gentse Vlerick School. "Het gevaar voor de ethische belegger bestaat erin dat de houding van het bedrijf niets meer dan window dressing is: beleggersethiek mag in geen geval een wapen worden voor de marketing- of pr-afdeling, die ze aanwenden om het bedrijf een 'goed rapport' te bezorgen."

'Agenda setting'

Wie ethisch beleggen als een modeverschijnsel ziet, vergeet dat de praktijk een betrekkelijk rijke ontstaansgeschiedenis achter de rug heeft. Die gaat zelfs terug tot de jaren twintig van de vorige eeuw, toen Amerikaanse Quakers en kloosterorden zich erop gingen toeleggen om 'verantwoord' te beleggen. Beleggersethiek kreeg echter pas echt publieke aandacht na de Vietnamoorlog, toen bepaalde Amerikaanse investeerders ineens weigerden om te beleggen in bedrijven die de oorlog steunden. Later verplaatste die alertheid zich naar andere aandachtspunten, zoals het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

Tot het begin van de jaren tachtig werd datgene wat we nu ethisch beleggen noemen, nog als politically correct investing betiteld. Halfweg de eighties werden steeds meer termen zoals ethical investing of socially responsible investing gehanteerd, maar zij die zich met de praktijk bezighielden, bleven dezelfde: het ging vooral om 'institutionele' beleggers zoals kerken en universiteiten.

Tegen het einde van de jaren tachtig begon beleggingsethiek stilaan echter tot de politieke, financiële en culturele agenda setting door te dringen, in een klimaat van internationale verdragen die de effecten van de economische ontwikkeling op de gezondheid, de natuurrijkdommen, het milieu en de maatschappij onder de loep namen. Verdragen, wereldtops en conferenties, zoals het Brundtland-verdrag uit 1987 en de Earth Summit in Rio de Janeiro uit 1992, dwongen de internationale beleidsmakers ertoe om ervoor te zorgen dat de economische, ecologische en sociale noden op lange termijn kunnen worden vervuld. De verdragen maakten de verschillende stakeholders ook mondiger in het economische landschap en stilaan begon ethisch verantwoord beleggen door te dringen tot de particuliere investeerder. Waar het aantal ethische investeringen in de Verenigde Staten - de bakermat van het ethisch beleggen - nog 'maar' goed was voor 40 miljard dollar in 1984, was dat cijfer in 1999 al gestegen tot 2.160 miljard dollar. In de Verenigde Staten wordt op dit moment 1 dollar op de 8 volgens ethische normen belegd.

België heeft overigens ook geen onaanzienlijke geschiedenis wat verantwoord beleggen betreft. Eigenlijk waren de 'sociale' spaarkassen aan het begin van vorige eeuw, zoals Bacob en Codep, ethische beleggers avant la lettre, want ze gingen in tegen het wildkapitalistische klimaat in die tijd, door speciale aandacht te schenken aan maatschappelijke problemen. De échte vliegende start kreeg ethisch beleggen in België echter ongeveer gelijktijdig met de exponentiële groei in de Verenigde Staten. In 1984 ontstond het allereerste initiatief rond ethisch beleggen met Krekelsparen, een samenwerkingsverband tussen de bank ASLK en de vzw Netwerk Vlaanderen. Ondertussen zit ethisch beleggen ook in België in de lift. Op dit moment zijn er in ons land al 27 ethische beleggingsfondsen beschikbaar, en vier banken geven ook ethische spaarboekjes uit. Vorig jaar bedroeg de totale inleg in ethisch sparen en beleggen zo'n 41 miljard frank (1,02 miljoen euro), veertig keer meer dan in 1995. En ook de publieke opinie schaart zich blijkbaar steeds meer achter ethisch beleggen: in een onderzoek van het Impulse Centre on Corporate Sustainability gaf meer dan 55 procent van de Belgische respondenten aan dat "bedrijven meer aandacht moeten schenken aan hun sociale verantwoordelijkheden".

Generatie vier

De markt voor ethische investeringen heeft inmiddels al drie generaties achter de kiezen, al was er helemaal in het begin nog zoiets als de zero generation: bedrijven die weliswaar een deel van hun rendement afstonden aan een sociale organisatie, maar voor het overige maatschappelijke ethiek en financiële groei strikt gescheiden hielden. Daarna werd de eerste generatie ethische beleggingsfondsen in het leven geroepen, die volledig gebaseerd zijn op negatieve criteria: de beheerder van het fonds houdt alle bedrijven uit zijn portfolio die een bepaald 'onethisch' product verkopen. Het enige ethische criterium waar dus op werd gelet, was het feit dat de bedrijven in het fonds niet in de wapen-, tabaks-, porno- of andere verdachte industrieën zaten.

De daaropvolgende tweede generatie ethische fondsen was de perfecte tegenpool van de eerste: er werden alleen bedrijven in de portfolio opgenomen die een positief beleid voerden op een bepaald gebied. Tweedegeneratiefondsen bleven meestal beperkt tot één bepaalde sector: ethische beleggers die gevoelig waren voor ecologische kwesties, konden beleggen in een register van bedrijven die speciale inspanningen voerden op gebied van milieu; investeerders die bepaalde sociale waarden hoog in het vaandel droegen, konden een andere lijst aanspreken.

In de derde generatie van ethische fondsen werden al die thema's samengebracht. Er werden fondsen opgericht met uitsluitend bedrijven die een beleid voerden dat over de gehele lijn 'ethisch' mocht heten. Er werd dus met een hele waslijst van zowel positieve als negatieve criteria gewerkt, die zelf ook nog eens mee evolueerden met de verwachtingen van de maatschappij.

Generatie vier ten slotte is gebaseerd op overleg: er wordt nog steeds geïnvesteerd in ondernemingen die in de breedste betekenis van het woord 'ethisch' zijn, maar er wordt naar meerwaarden gezocht op het gebied van de evaluatienormen die worden gehanteerd. "Ethische beleggingsfondsen uit de vierde generatie kenmerken zich door een open dialoog met de stakeholders", zegt Herwig Peeters van de Belgische vzw Ethibel. "Er wordt communicatie gevoerd op drie vlakken: een publiek debat, een extern comité van experts die bepaalde ethische beslissingen nemen voor het bedrijf en contacten met de stakeholders. Die laatsten worden in vierdegeneratiebedrijven beschouwd als 'sociale aandeelhouders', die zich engageren in de interne of externe ethische werking van het bedrijf."

Eerlijkheid duurt het langst?

Over het rendement dat ethische beleggingsfondsen opbrengen in vergelijking met traditionele fondsen, is het laatste woord nog lang niet gezegd. Ethisch beleggen op zich is immers vrij paradoxaal. Wie zijn geld naar de beurs brengt, doet dat in de regel om het nog meer geld te doen opbrengen, maar ethische investeerders geven vaak de indruk dat ze niet in de eerste plaats geldelijk gewin nastreven. De realiteit is echter iets genuanceerder: de meeste sociaal verantwoorde beleggers gaan er gewoonweg van uit dat sociaal verantwoorde investeringen op termijn ook de beste zijn. Zij geloven dat beleggersethiek voor een groot deel samenvalt met vertrouwen in duurzame ontwikkeling: door te investeren op het gebied van milieu en op sociaal vlak kunnen bedrijven hun kosten drukken, menen de beleggers, omdat hun investeringen en de producten die ze maken een positievere aandacht - en daardoor ook een hogere marktwaarde - opleveren.

De Dow Jones Sustainability Index, een van de belangrijkste beursindices met uitsluitend ethisch verantwoorde beursaandelen, lijkt aan te tonen dat ethische beleggingen op lange termijn ook het meeste rendement opleveren. "Dat betekent niet dat ethisch verantwoorde bedrijven per definitie beter zijn voor de belegger dan andere", stelt Alexander Barkawi, managing director van de Dow Jones Sustainability Group. "Dat hangt uiteraard af van het soort investering. We zeggen alleen dat ethisch en sociaal verantwoorde bedrijven hun concurrenten op lange termijn meestal verslaan."

Enkele Belgische onderzoeken verklaren ongeveer hetzelfde. Artesia Banking Corporation publiceerde in 2000 een studie waaruit bleek dat duurzame investeringsportefeuilles uit het register van de vzw Ethibel een vergelijkbaar risico- en winstpatroon vertonen met traditionele portfolio's, en dat de duidelijkste verschillen tussen de twee in de groeiaandelen zaten. Een studie van KBC kwam in maart 2001 tot vergelijkbare resultaten.

Wereldverbeteraars

Kortom: geen van de twee courante vooroordelen over ethisch investeren is waar. Een duurzame beleggingsstrategie is niet minder rendabel dan investeren in traditionele aandelen, maar ethische aandelen halen hun relevantie evenmin uit het rendement dat ze halen. De maatschappelijke overtuiging blijft dus doorwegen voor beleggers die bij ethisch verantwoorde fondsen komen aankloppen. Al moet die overtuiging niet worden overdreven: wie de wereld wil verbeteren, kan dat beter niet via de financiële markten proberen. "Er kan geen rechtstreekse invloed worden uitgeoefend op de werking van een bedrijf zelf", bezweert Luc Weyn van de vzw Netwerk Vlaanderen, dat zelf als 'duurzame financier' allerlei kleinschalige mens- en milieuvriendelijke ondernemingen (zogenaamde Memo-bedrijven) steunt. "Zo rechtstreeks werkt het niet. Alleen op macroniveau kan de ethische belegger een zéér kleine verandering bewerkstelligen, door deel te nemen aan overlegorganen van stakeholders. Maar het is bij mijn weten nog nooit gebeurd dat een bedrijf zijn strategie heeft aangepast aan de wensen van zijn ethische aandeelhouders. Je mag niet vergeten dat ethische beleggers altijd minderheidsaandeelhouders zijn."

Bovendien mogen we niet uit het oog verliezen dat 'ethisch' op de beleggingsmarkt een zeer relatief begrip is. Wanneer een ethisch beleggingsfonds een bepaald percentage aan rendement haalt, is dat op zich eigenlijk al onethisch: bezit van geld wordt beloond met een winstpercentage. Als puntje bij paaltje komt, is beleggen op zich dus eigenlijk onethisch. "Het feit dat je winst maakt, betekent altijd dat die winst ergens vandaan moet komen", stelt Luc Weyn. "Als beleggers druk uitoefenen op bedrijven om winst te maken, kan het gebeuren dat die bedrijven minder fondsen vrijmaken voor mogelijke ecologische of sociale ontwikkelingsprojecten. Dat is de paradox: door te beleggen speel je sowieso in op de geglobaliseerde handel. De houding van ethische beleggers is op dit moment: het gebéúrt gewoon, de financiële markt ís er, en we kunnen beleggers maar best de meest verantwoorde manier tonen om er gebruik van te maken."

Veel meer 'ethisch' verschil maakt de belegger door zijn geld ter beschikking te stellen van Memo-bedrijven, verenigingen zonder winstoogmerk, lokale gemeenschappen die ook aan de sociale of ecologische weg timmeren maar daarvoor niet terechtkunnen bij de financiële markten of de klassieke banken omdat ze te weinig rendement (willen) halen - dat is haast per definitie zo voor een vzw - en te klein of te onbekend zijn om op de beurs toegelaten te worden en zo opgepikt te worden door beheerders van ethische beleggingsfondsen. Een groot deel van de middelen die Belgische 'duurzame' financiers zoals Netwerk, Hefboom, Alterfin of Triodos Bank inzamelen - onder meer via het ethische sparen - wordt op die manier geïnvesteerd. Als het erom gaat maatschappelijke verandering teweeg te brengen door anders om te gaan met geld, scoren deze initiatieven zonder twijfel het best. Het verbaast wellicht niet dat het financiële rendement daar doorgaans een stuk lager ligt dan bij de ethische beleggingsfondsen maar, zo luidt het tegenargument dan, het maatschappelijke rendement is des te groter. Dikwijls heeft de financier ook een hechte band - engagement of zeggenschap - met het initiatief dat hij financiert.

Xavier Baeten (Vlerick): 'Beleggersethiek mag in geen geval een wapen worden voor de marketing- of pr-afdeling, dat ze aanwenden om het bedrijf een 'goed rapport' te bezorgen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234