Zaterdag 20/08/2022

Het subtiele ploegspel van het WK wielrennen als niet alle Belgen vrienden zijn

Poker, sluipmoord en matennaaierij

Het moet een nationale ingesteldheid zijn. Een WK wielrennen betekent ruzie. Omdat renners die voor één dag ploegmaten zijn in de nationale ploeg, door het jaar concurrenten zijn in de merkenteams. Wat in het voetbal doodnormaal is, is dat niet in het wielrennen. Walter Pauli

Als David Beckham, speler van Real Madrid, in een interland met Engeland tegen Spanje zijn ploegmaat Igor Casillas te grazen neemt, vindt iedereen dat normaal. Als op het WK wielrennen Marc Wauters de sprint zou aantrekken voor Tom Boonen zodat zijn Rabo-ploegmaat Erik Dekker verliest, kan hij het komen uitleggen bij zijn Nederlandse bazen. Het is me wat, dat ploegspel op het WK, waar de strijd om ter subtielst gespeeld wordt.

Soms gebeurt het nog, dat voor de camera's twee landgenoten elkaar afmaken. Meestal is dat een Belgische specialiteit, maar niet altijd. Het WK van 1946, in Zürich, het eerste na de oorlog, zette de toon. Drie man weg. Twee favorieten. Twee Belgen. Marcel Kint, de laatste vooroorlogse wereldkampioen, en Rik Van Steenbergen. Plus een Zwitser. Hans Knecht. Ocharm, met zo'n naam renner moeten zijn. Kint kijkt naar Van Steenbergen. Van Steenbergen naar Kint. Knecht probeert eens. Kint blijft kijken, Van Steenbergen ook. Knecht wint. Van Steenbergen durft nadien niet terug naar België afreizen. Het zijn immers kwade jaren voor landverraders.

Even groot was het drama in 1973. België heeft één supervedette: Eddy Merckx. Op de zware omloop van Montjuich gaat hij weg. Alleen. Of niet? Eén man springt hem achterna, Freddy Maertens. Een Belg. In diens wiel: de Italiaan Gimondi. Dan, ook erbij, de Spanjaard Ocaña. In plaats van één Belg vooruit rijden ze met zijn vieren. In een tumultueuze sprint wint Gimondi, voor Maertens en Ocaña. Merckx staat niet op het podium. Had Merckx Maertens kunnen laten vierendelen, hij had het gedaan. Vijvendelen mocht ook.

Ook anderen kunnen er wat van. In 1982, in het Engelse Goodwood, springt de Amerikaan Jack Boyer weg in de laatste ronde. Hij gaat het halen, de eerste Amerikaanse wereldkampioen. Niemand van de 'grote' landen wil rijden. Ineens vliegt het peloton toch over Boyer. Op kop: Greg Lemond. Zijn landgenoot. In diens wiel: de snelle Italiaan Beppe Saronni. Saronni wint de sprint met, jawel, vijf seconden voorsprong, zo perfect was hij gegangmaakt. Lemond wilde zelf de eerste Amerikaanse wereldkampioen worden. Als niemand anders Boyer pakt, moet hij het dus wel zelf doen. Maar: Lemond hield woord. Al het jaar erop, in 1983, in het Zwitserse Altenrhein, is hij de wereldkampioen. Als eerste Amerikaan.

In 2001, tijdens het WK in Lissabon, gaat de Italiaanse ploeg in de fout. De hele dag gebeurt echt niets. Tot Gilberto Simoni ontsnapt. Dan breekt de koers open, want in opdracht van Bettini brengt diens Mapei-ploegmaat Lanfranchi het peloton terug. Massasprint. Bettini wordt tweede, na Oscar Freire uit Spanje. Met dank aan de kibbelende Italianen.

Soms gebeurt het anders. Wordt een ploegmaat wel gemold, maar blijft de trui in eigen land. Het beruchtste voorbeeld terzake is Ronse 1963. Rik Van Looy, de 'Keizer van Herentals', wil zijn derde regenboogtrui pakken. Alle Belgen moeten voor hem rijden. Er broeit dissidentie, bij de renners van Groene Leeuw - Van Looy was kopman van de Rode Garde, dat zegt genoeg. Laatste kilometer. De Brit Simpson demarreert. Gilbert Desmet (Groene Leeuw) moet Simpson klissen en de sprint aantrekken voor Van Looy. Hij pakt Simpson, maar stopt dan. Van Looy moet van (heel) ver alleen op kop. Hij zwiept over de weg, iedereen in de remmen, op een man na, die precies op de meet sneller is. Een landgenoot. Benoni Beheydt. Ploegmaat van Desmet. Een Belg wereldkampioen, in België, en daar was de helft van België (de Van Looy-fans) erg boos om.

In 1956 had Van Looy dat al eens meegemaakt, in Kopenhagen. Laatste ronde. Van Looy vraagt aan Stan Ockers en Fred De Bruyne of ze voor hem de sprint kunnen aantrekken. Ze hebben beiden krampen. Even later ziet Van Looy én Ockers én De Bruyne werken voor Rik Van Steenbergen. Die wint, voor Van Looy. Van Looy razend, maar wat kon hij zeggen, met vijf Belgen bij de eerste zes (Ockers vier, De Bruyne vijf, Derijcke zes).

Of vraag het Miguel Indurain. In 1995 wordt het WK op het te lastige parcours van Duitama betwist, in Colombia. Indurain is de beste renner van zijn tijd. Hij kan iedereen eraf rijden waar hij wil. Helaas deed hij dat zelden. In Colombia vraagt hij zijn jonge landgenoot Abraham Olano om de tegenstand even te testen. Olano demarreert en rijdt dan zo hard hij kan. Van de achtervolgers kan niemand naar Olano toe, durft ook niet, met die sterke Indurain in het wiel. Olano wordt wereldkampioen. Indurain, lachtend als een boer met kiespijn - meer, met ontstoken tandvlees erbij - is tweede. Fijn van Abraham.

Is het dat zijn persoonlijke WK-geschiedenis hem cynischer heeft gemaakt? In zijn nadagen was Rik Van Looy de onbetwiste specialist van de sluipmoord. Zijn target: Eddy Merckx. Het lukte altijd, Merckx won niet één WK waarin Van Looy als 'ploegmaat' startte. In 1968 speelde de oude Van Looy het spel perfect. Merckx, net de Giro gewonnen, was kopman, Van Springel, net onfortuinlijk tweede in de Tour, 'beschermd' renner. Eerste ronde, Van Looy demarreert. Hij gaat. In zijn wiel, de oude Vittorio Adorni. Italiaan, maar bij Faema ploegmaat van Merckx. Van Looy rijdt zich de ziel uit het lijf, Adorni moet geen trap te veel geven. Merckx zit gevangen. Hij mag niet achter landgenoot Van Looy, hij kan niet achter ploegmaat en vriend Adorni. En de Italianen mogen ook niet rijden. Na driekwart koers is Van Looy dood, hij moet lossen. Maar Adorni ligt zowat een halve ronde voor, in Imola, voor eigen publiek. Nu pas kan/mag Van Springel gaan, Merckx zit nog 'vast', wegens Adorni. Adorni wint, met 9 minuten 50 seconden (!) voorsprong op Van Springel, die nog tweede wordt. Dan, op rij, Dancelli, Taccone, Bitossi en Gimondi. Allen Italianen. Merckx is achtste.

Zo open vader Merckx streed, zo duister durfde zoon Axel het te doen. Een haast onzichtbaar staaltje van matennaaien speelde zich af in 2000, in Plouay. Laatste ronde, de Belgen nemen de koers in handen. Veel sprinters moeten lossen, onder meer Roman Vainstains, een tamelijk onbekende Let. Vooraan demarreert Andrei Tchmil, ex-Rus maar toen de nieuwe Belgische kopman. De Belgen proberen zijn vlucht te beschermen, het lukt niet. In de laatste tientallen meters gaat het peloton over Tchmil. Wie wint? Vainstains. Jaren later vertelt Merckx junior, zonder blikken of blozen, dat hij niet de vlucht van Tchmil beschermde, maar zich liet uitzakken, om Vainstains terug in de groep te loodsen. Vainstains, die geen landgenoot was en (nog) geen ploegmaat; pas het jaar nadien reden ze samen voor Domo. Merckx zelf zat nog fris, gezien zijn twaalfde plaats. Niet slecht voor de traagste sprinter van het peloton, in een massasprint.

Overdrijven is ook weer niet goed. In 1979, WK Valkenburg, dreigt Bernard Hinault ostentatief dat hij de boel op stelten gaat zetten. Oorzaak van zijn woede: de Nederlandse kopman Jan Raas. Bij iedere beklimming van de Valkenberg trok die zich gewoon op aan de truitjes van zijn ploegmaten. Van de meeste Nederlanders, die reden in 'zijn' ploeg, de ploeg-Post, maar ook van een Belgische teammaat als Paul Wellens. De NOS bracht dat truitjetrek keurig in beeld, waardoor Raas heel lang weigerde te praten met de NOS. Sneu voor die omroep, want Raas won dat WK.

In 1974, op het verwoestend zware parcours van Montréal, won Eddy Merckx zijn derde titel, met merkwaardige hulp van Herman Van Springel. Het was België tegen Frankrijk, en Frankrijk leek te winnen. Een paar ronden voor het einde rijdt Bernard Thévenet ver vooruit. Als Merckx jaagt, verliest hij zeker. Ineens schiet good old Herman naar voren. Rijden rijden rijden. Thévenet ziet op een paar kilometer tijd zijn zeer ruime voorsprong helemaal wegslinken. Als het groepje, kilometers lang aangevoerd door één man (Van Springel), aansluiting krijgt, valt Merckx aan. Hij wint, voor - jawel - twee Fransen, Poulidor en Martinez. Er is een ontroerende aankomstfoto, Merckx en Van Springel lachend arm in arm. Merckx te koning te rijk, Van Springel ook een stuk rijker, letterlijk. Merckx gaf de vaderlandsliefde van Van Springel een zetje met een aanzienlijke financiële belofte. Zijn we er niet allen beter van geworden, Merckx, Van Springel, de wielerbond, de Belgische supporters? Welaan dan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234