Vrijdag 30/09/2022

Het theater van droom en dood

Met Het imaginaire museum van Maurice Maeterlinck knoopt het Naamse Ropsmuseum aan bij de traditie van het huis: kleine maar boeiende monografische tentoonstellingen bouwen, die altijd wel enkele ongeziene schatten in het zonnetje zetten.

Door Eric Min

Ooit was de Franstalige Gentenaar Maurice Maeterlinck (1862-1949) een parel aan de kroon van de Belgische letteren. Net als bij zijn kunstbroeders Verhaeren, De Ghelderode en Crommelynck - en een eeuw later schrijvers als Pierre Mertens of Patrick Roegiers - klinken Vlaamse wortels door in zijn familienaam. Bovendien maakten Maeterlinck en co. er geen geheim van dat zij behoorden tot la Flandre. Met communautair gekrakeel avant la lettre heeft dat weinig of niets te maken. Hun hartstochtelijke liaison met het vlakke land bij de Noordzee was ook een manier om het Parijse publiek duidelijk te maken dat ze anders waren: exotisch en dus interessant.

Samen met Emile Verhaeren was Maeterlinck allicht de grootste. Als boegbeeld van de symbolistische school kreeg hij in 1911 de Nobelprijs voor literatuur. Ons kleine koninkrijk leverde in die dagen wel vaker laureaten voor Stockholm: twee jaar eerder had de katholieke politicus Beernaert de Nobelprijs voor de vrede ontvangen, in 1913 ging het kleinood naar de socialist en pacifist Henri La Fontaine. Maeterlinck zou echter de enige Belgische kunstenaar zijn die met de erepenning naar huis ging.

De prijs was een bekroning van zijn levenswerk. In 1911 had Maeterlinck vrijwel al zijn literaire pijlen verschoten; hij zou alleen nog filosofische essays en verhandelingen over insecten publiceren. De hoogtijdagen van het symbolisme waren voorbij. Met zijn bundel Serres chaudes had Maeterlinck in 1889 de beweging mee vormgegeven. De titel alleen al was een programma waarmee de symbolistische coterie lustig associërend aan de slag kon. Begrippen als warmte, golfslag, afzondering, droom en dood, wachten en smachten gingen een eigen leven leiden. De andere kunsten namen de tics van de symbolistische dichters gretig over: Horta's art nouveau was een rêverie van melkglas en vloeiende lijnen. Legioenen ranke, lome twijgvrouwen bevolkten de ateliers. De componisten vertolkten hun je-ne-sais-quoi in langoureuze melodieën. De blik op oneindig en een snik in de stem waren de conventies van een tijdperk.

Het symbolisme liet de grenzen tussen de disciplines vrolijk vervagen. Toen hij Serres chaudes schreef, werd Maeterlinck beïnvloed door de prerafaëlieten en het werk van de Franse tekenaar Odilon Redon, die in 1886 bij de Brusselse kunstkring Les Vingt te gast was, samen met Félicien Rops. Net als Des Esseintes, de decadente held van Huysmans' roman A rebours, hing Maeterlinck litho's van Redon op in zijn werkkamer. Achter gekleurd glas, om hun mysterieuze lading een nog theatraler kader te geven.

De tentoonstelling is een perfecte biotoop voor de kruisbestuiving van poëzie en beeldende kunst. Het verband tussen Maeterlincks geschriften in de vitrines en de afbeeldingen aan de muur kan expliciet zijn, wanneer tekeningen letterlijke illustraties van de verzen zijn en samen met hen werden uitgegeven, maar het hoeft niet. Heel wat van de mooiste werken zijn van op een afstand door Maeterlincks poëzie geïnspireerd. Zo heeft Léon Spilliaert, die de dichter nooit heeft ontmoet maar in het begin van de eeuw voor een driedelige uitgave van zijn theater meer dan driehonderd illustraties maakte, nog in 1918 - volop in zijn 'zwakke', late periode dus - enkele prachtige litho's naar Serres chaudes gemaakt. Motieven uit Maeterlincks werk werden door talloze kunstenaars uitgebeeld; dat levert interessante confrontaties op.

Met Rops zelf kwam de dichter niet verder dan een mislukt rendez-vous: in de hoop op een samenwerking stuurde Maeterlinck hem al zijn bundels toe, maar Rops gaf niet thuis. De stoet van grote namen met wie het wel iets is geworden, oogt eindeloos: Khnopff, Minne, Denis, Donnay... Pelléas et Mélisande werd door de componisten Debussy, Fauré, Sibelius en Schönberg bewerkt.

Schitterende fotoportretten van Maeterlinck door Steichen en Frederick Holland Day leiden deze blauwachtige, onderzeese expositie in, maar het is vooral Spilliaert die de geest van het symbolisme als geen ander heeft gevat: de golvende lijn van zijn vrouwenfiguren ademt het desolate maar zwoele parfum van het fin de siècle. Maeterlinck en co. leefden in een zeepbel. Hun hoofd was een aquarium voor vormen en gedachten waar generaties kunstenaars en andere beoefenaars van de psychoanalyse hun voordeel mee hebben gedaan.

Tot 13 april in het Ropsmuseum, rue Fumal 12, Namen (tel. 081/22.01.10).

Open van dinsdag tot zondag, van 10 tot 18 uur. De catalogus kost 30 euro.

Het verband tussen Maeterlincks poëzie in de vitrines en de afbeeldingen aan de muur is soms expliciet, soms niet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234