Maandag 26/09/2022

Het tribunaal van de geschiedenis

Joegoslavië, Rwanda, Lumumba: steeds vaker proberen we, met behulp van commissies allerhande, in het reine te komen met pijnlijke kwesties uit het verleden. Maar al even vaak gebeurt het dat zij die het oordeel van de geschiedenis vrezen, ons geheugen proberen te bewerken.

Luc Huyse

Luc Huyse is is socioloog en hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Om de vier weken schrijft hij op deze pagina's over nationale en internationale kwesties.

De tijd heelt alle wonden, zegt men. Is dat ook zo voor de pijn die hele bevolkingsgroepen elkaar aandoen? Recente gebeurtenissen doen het tegendeel vermoeden. De herinnering aan onrecht van vele jaren geleden voedde de oorlog in ex-Joegoslavië. In Burundi zijn Hutu's en Tutsi's verstrikt geraakt in een spiraal van wederzijdse beschuldigingen. Vragen over oude schuld en boete leven trouwens niet alleen in de wereld van echte en vermeende slachtoffers. Zij zitten ook in het hoofd en het hart van wie op een of andere manier de oorzaak is van verafgelegen leed. Nederland houdt, een halve eeuw na datum, een diepgaand gewetensonderzoek over zijn militaire optreden in wat nu Indonesië is. België wil eindelijk weten wat zijn verantwoordelijkheid is geweest in de moord op Patrice Lumumba. En er gaat geen dag voorbij of de holocaust wordt weer tot leven gewekt. Ononderbroken, in boeken, films en documentaires. Sinds kort ook in het rusteloze speuren, overal in Europa, naar wat er nog rest aan banktegoeden, juwelen en kunstwerken van wie in Nacht und Nebel verdween. In Zwitserland en Zweden veroorzaakt dat onderzoek verse wonden. Elders, ook bij ons, toont het vijfenvijftig jaar oude littekens die niet helemaal geheeld zijn.

Het verleden doet zeer. Hele of halve spijtbetuigingen zijn de zalf waarvan men genezing verwacht: de paus in Rome en Verhofstadt in Kigali. Maar of het helpen zal? Soms wordt het recht te hulp geroepen. Want de wet legt op zijn manier de tijd aan banden, wist op zijn manier de harde schijf van het geheugen. Hij doet dat door misdrijven te laten verjaren. Of door te proclameren dat algemene amnestie 'de bladzijde definitief zal omdraaien'. Maar niemand kan een bevolking het vergeten bij decreet opleggen. Het geheugen stoort zich niet aan wat de Franse historicus Henri Rousso "un oubli juridique" heeft genoemd.

Wat is het dan toch dat ons nu meer dan vroeger op zoek doet gaan naar fouten uit het verleden? Mia Doornaert schreef in De Standaard (15 april 2000) dat de knieval van Verhofstadt in Kigali perfect past in het emo-tijdperk. Emotie, zegt ze, is een modetrend in de Belgische politiek. Dat is slechts het topje van de ijsberg, lijkt me. Daarnaast is er de groeiende vraag om rekenschap, om de erkenning van verantwoordelijkheid voor wat ooit serieus is mis gegaan. Ik had het daar al over in mijn boek De opmars van de calimero's. Maar in de gewilde confrontatie met het verleden zit ook de obstinate behoefte om in bepaalde kwesties alsnog gerechtigheid te scheppen. Rond die onstuitbare drang zijn vele uitdrukkingen tot leven gekomen. 'Het tribunaal van de geschiedenis' is er een van. 'Memory is the ultimate form of justice' is een andere, vaak te horen geweest in de discussies over de zware erfenis van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Meedogenloos straffen, zei ook het ANC, maakt het verleden niet ongedaan. Erger nog, het bezwaart de toekomst want het voedt de haat van wie gestraft wordt. Neen, laat de herinnering maar haar langzame, maar rechtvaardige werk doen. Juristen van hun kant spreken van 'intergenerational justice': gerechtigheid, over de grenzen van de tijd heen, ook voor wie het onrecht niet zelf heeft ondergaan. Daarom juist is voor grove schendingen van mensenrechten de begrenzing die het strafrecht zichzelf oplegt doorbroken. Wie foltert, wie medeplichtig is aan genocide, kan niet langer de verjaring inroepen. De tijd is voor deze misdadigers geen vrijhaven meer. Dat ondervond onlangs nog de ruim tachtigjarige Maurice Papon die nu, bijna zestig jaar nadat hij zijn bijdrage leverde in de jacht op Franse joden, in een Parijse gevangenis is opgesloten. Het lot van Papon inspireerde Pieter Lagrou, jong Vlaams historicus, om naar aanleiding van de recente oproep van de voorzitter van het IJzerbedevaartcomité ('spijt om de collaboratie in ruil voor spijt om de repressie') te schrijven dat een nieuwe golf van berechtingen voor misdaden tegen de menselijkheid, bijvoorbeeld in het kader van de deportatie van Antwerpse joden, misschien meer aangewezen is dan een excuus voor wat er in ons land tijdens de repressie is gebeurd. (De Standaard, 8 mei 2000)

Zopas publiceerden vier Ierse journalisten een hallucinant boek. Lost lives heet het. Het vertelt, luidens zijn ondertitel, 'the stories of the men, women and children who died as a result of the Northern Ireland troubles'. Zijn stootkracht ligt in de droge portrettering van de slachtoffers. Nummer 1, een man van 28, stierf op 11 juni 1966. Nummer 3638, een vader van drie kinderen, is op 10 januari 2000 vermoord. Zestienhonderd bladzijden namen, leeftijden, familiegeschiedenissen, ontmoetingen met de dood. Meer niet. Een lugubere 'wie is wie' is het, een encyclopedie van het zinloze geweld. Een techniek ook om bewijsmateriaal te verzamelen voor de strafrechtbank van de geschiedenis.

Zoals ook waarheidscommissies dat doen. Het verstrijken van de tijd maakt van schendingen van mensenrechten iets anoniems, iets abstracts. Maar zo'n commissie geeft slachtoffers en daders opnieuw een gezicht. Geen wonder dat dit type van omgang met het verleden momenteel zo in trek is. Dit pad is al in twintig landen in Afrika en Latijns Amerika bewandeld. En nu zijn er plannen om straks in Burundi, Nigeria, Bosnië en Kosovo met eenzelfde operatie van start te gaan.

De herinnering is een geducht wapen. Zeker nu steeds meer via die weg gezocht wordt naar gerechtigheid, het schaarse goed dat het strafrecht vaak niet kan of mag leveren. Daarom grijpen zij die het oordeel van de geschiedenis vrezen naar wat Primo Levi "de oorlog tegen het geheugen" heeft genoemd. In zijn meest extreme gedaante is dat het revisionisme, de brute ontkenning van misdaden tegen de menselijkheid. Iets minder extreem is de vergeetziekte. Zij woekert in vele landen. Australië en de Verenigde Staten simuleren geheugenverlies als aboriginals en indianen om opheldering vragen over wat hun is aangedaan. Wij, hier in België, bewaren de stilte over de plaats van het Hof in onze koloniale geschiedenis. Maar vaker nog wordt de oorlog tegen het geheugen via minder opvallende routes gevoerd. Ik bespreek twee van die sluipwegen.

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog zat Frankrijk, meer nog dan België, met het trauma van de collaboratie. De steun aan de Duitse bezetter was, anders dan bij ons, geen kwestie van individuen of ontspoorde organisaties geweest. Het staatsbestel, in de gedaante van het Vichy-regime, had de kant van de nazi's gekozen. Van meet af aan is gepoogd om die episode te verwerken door een extreme verheerlijking van la résistance. Dat was de herinnering die de politieke klasse de Franse samenleving wou opleggen. Onmiddellijk na de bevrijding lukte dat niet zo goed. Nadien wel. Tot in 1970 leeft Frankrijk met het officiële beeld van zijn jaren veertig. Het is de tijd van het verdrongen, het verwrongen verleden. Rond 1970 barst de spiegel. Sindsdien, schrijft historicus Rousso in zijn Le syndrôme de Vichy, worstelt mijn land met een schijnbaar ongeneeslijke neurose, met een eindeloze zoektocht naar het werkelijke verleden.

Wat in Frankrijk gebeurde is geen uitzondering. Deze vorm van manipulatie van het geheugen is van alle tijden.

Merkwaardiger nog is dat ook in de wereld van de slachtoffers de herinnering voorwerp is van fabricatie. De joodse versie van de holocaust is daar een voorbeeld van. Vooral de pogingen om deze genocide te definiëren als uniek en onovertroffen vallen op. Peter Novick is een historicus van de universiteit van Chicago. In zijn jongste boek, The Holocaust in American Life, staat daarover een harde uitspraak: de joden, schrijft hij, willen koste wat kost de gouden medaille in de Olympische Spelen voor slachtoffers van genocides behouden. Er zijn concurrenten op de markt van het medelijden: de Armeniërs, de Rwandezen. En verliezers. Burundi, bijvoorbeeld, dat ook af te rekenen heeft met een genocide, maar dan een in slow motion waardoor de aandacht ervoor en de erkenning ervan veel zwakker zijn. Mark Mazower, een Brits historicus die over deze 'competitie' onlangs boeiende bladzijden heeft geschreven, zegt in The Observer (16 april 2000) dat recent historisch onderzoek de rangorde van genocides grondig aan het wijzigen is. Helemaal bovenaan staat nu, ik citeer, "the death toll in King Leopold's Congo Free State, which may have reached 10 million".

Ik had het al even over Peter Novick. Deze auteur laat zien hoe in de Amerikaanse samenleving het spreken over de holocaust altijd verbonden is geweest met de politieke zorgen van de dag. In de beginfase van de Koude Oorlog was zwijgen over wat er met de joden, de zigeuners en de communisten gebeurde een daad van welbegrepen patriottisme. Want Duitsland, althans de helft ervan, was nu de bondgenoot in de strijd tegen de bruine beer uit het oosten. Pas toen de VS op systematische en ononderbroken wijze de kaart van Israël trokken, in de jaren zestig dus, kon deze genocide als historisch gegeven 'doorbreken'. Maar ook vandaag nog is er in de holocaustmusea geen plaats voor de herinnering aan wie als communist of sociaal-democraat door de nazi's is omgebracht.

De herinnering is een opslagplaats waarin mensen alleen dat bewaren wat hun beeld van het verleden kan bevestigen. Dat heb ik herhaaldelijk kunnen vaststellen in discussies over collaboratie en repressie in België. Wat er na de bezetting met de Duitsgezinde landgenoten is gebeurd is nu voor 90 procent in kaart gebracht. Zo weten we, bijvoorbeeld, dat vanaf eind 1946 op grote schaal strafvermindering, gratie en eerherstel zijn toegepast. Dat belet de haviken in de Vlaamse Beweging niet om de repressie blijvend te diaboliseren op basis van de oorspronkelijk uitgesproken straffen. Dat is geen vergetelheid of gebrek aan informatie. Pieter Lagrou schrijft in het al geciteerde artikel dat de legende van "de repressie zonder maat of einde" in de eerste plaats is ontstaan "om een moreel equivalent voorop te stellen tussen de misdaden van de collaboratie en de bestraffing daarvan, tussen daders en slachtoffers".

De auteurs van Lost Lives geven hun boek de volgende opdracht mee: "This work is dedicated to our children, that they might learn from the lessons of the past". Het is, schrijft Peter Novick in The Holocaust in American Life, een zinsnede die ook bij elke opening van weer een holocaustmuseum is uitgesproken. Zoals elke Amerikaanse president sinds de jaren zestig plechtig heeft erkend hoe beschamend het is dat zijn land zwijgend toekeek toen een miljoen kinderen in de holocaust verdwenen. Maar, zegt Novick, wat doen de VS nu elk jaar evenveel kinderen van ondervoeding en ziekte omkomen? Zij kijken toe.

Lessen uit het verleden? Mensen zijn zo hardleers.

Wat is dan het effect van het tribunaal van de geschiedenis? Het brengt inderdaad nauwelijks hoop voor de toekomst. Zijn unieke bijdrage ligt in de productie, hoe bescheiden ook, van gerechtigheid voor wat in een soms ver verleden mensen is aangedaan.

Bronnen:

Mazower, Mark, 'Dark Continent: Europe in the Twentieth Century', 1999.

McKittrick, David e.a., 'Lost Lives', Mainstraim Publishing, 2000.

Novick, Peter, 'The Holocaust in American Life', 1999.

Rousso, Henri, 'Le syndrôme de Vichy de 1944 à nos jours', Seuil, 1990.`

'Hele of halve spijtbetuigingen zijn de zalf waarvan men genezing verwacht. Maar niemand kan een bevolking het vergeten bij decreet opleggen''Meedogenloos straffen bezwaart de toekomst want het voedt de haat van wie gestraft wordt. Neen, laat de herinnering maar haar langzame, rechtvaardige werk doen' 'Merkwaardig genoeg is ook in de wereld van de slachtoffers de herinnering voorwerp van fabricatie'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234