Dinsdag 27/09/2022

Het vergeten orakel van Dodona

Volgens sommige historici zou de

Epirus: Griekenland op het scherp van de Balkan

Toen de oppergod Zeus besloot

om via het ruisen van de eikenbladeren met de mensheid te

communiceren, liet hij zijn oog vallen op de vallei aan de voet

van de Tomaros, in het Pindosgebergte. Dodona (Dodoni in het Nieuw-Grieks) moet zowat het meest noordelijke heiligdom van de klassieke Griekse wereld zijn. Het ligt vlakbij de nog verrassend oosters aandoende garnizoenstad Jannina in de provincie Epirus, waar Griekenland er niet omheen kan dat het een Balkanland is.

Vóór de implosie van de Oost-Europese regimes was de provincie Epirus een van de toegangspoorten voor West-Europese Hellasgangers die lak hadden aan prefab charterreizen en er liever de helse rit over de Joegoslavische dodenwegen - in een grote bocht om Enver Hohxa's Albanië heen - voor over hadden. Voor de klassieke rondreisroutes van de charterpassagiers ligt de regio te ver. Zelfs het uitgebreide pakket, dat ook de Meteora omvat, laat Epirus links liggen. Vanuit Kalambaka is het nog altijd 125 km naar Jannina. Wel zijn er goede ferryverbindingen vanuit Italië en je kunt ook een glimp van dit aparte stukje Hellas opvangen via georganiseerde eendagsexcursies vanuit Korfoe.

Dodona, gelegen in een van de meest onherbergzame gebieden van het landschappelijk al niet zo vriendelijke Hellas, moet een van de oudste heiligdommen van Europa zijn. Zelfs Zeus was hier in een gespreid bedje terechtgekomen. Lang voor de komst van de eerste Grieken vereerden de Thesprotiërs en de Molossiërs hier al de godin Naia, geassocieerd met een bron waaraan allerlei heilzame krachten werden toegeschreven, een combinatie die later ook door de kerk van Rome als zeer lucratief werd aangezien. Naia zou later worden omgedoopt tot Dione en uiteindelijk door de binnenvallende Griekse stammen, die samen met hun nomadische levenswijze een patriarchale godsdienst invoerden, na 1200 v.C. door Zeus opzij worden gezet. Link zoals alleen een oppergod kan zijn, liet hij zich daarna ook Zeus Naios noemen.

Zeus nam er zijn intrek in de wortels van de eiken en gebruikte hun gebladerte om zijn dubbelzinnige antwoorden op de vragen van de aardlingen te formuleren. Als interface fungeerden zijn priesters, in de oudheid bekend als helloi of selloi. Ze moeten er rare gewoontes op na gehouden hebben. Homeros legt Achilles de uitspraak in de mond dat zij nooit hun voeten wasten en niet in een bed maar gewoon op de grond sliepen.

De uitbouw tot een goed gerunde cultusplaats dankt Dodona aan Pyrrus, de man van de slecht verteerbare overwinningen, die er de eerste echte gebouwen liet neerzetten. Het koninginnenstuk daarvan is het theater, voorzien op 18.000 toeschouwers en daarmee een van de grootste van Griekenland. Wat zijn natuurlijke decor betreft, laat het zelfs Epidauros achter zich. Naar goede gewoonte worden in het gerestaureerde halfrond jaarlijks voorstellingen gehouden.

Dodona mocht zich later ook nog verheugen in de welwillende belangstelling van Philippus V van Macedonië en zou pas de doodsteek krijgen in 391, als het gesettelde christendom de oude religie naar de schroothoop verwijst. Voor alle zekerheid werden de eiken van Zeus omgehakt, maar om de sacrale traditie van de plek in ere te houden werd er in de 5de eeuw een basiliek gebouwd, waarvan het grondplan nog te zien is. De archeologen die vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw Dodona opnieuw blootlegden en ook het theater restaureerden, plantten een nieuwe eik op de plaats van de vorige. Om in Dodona te komen, zijn we vanuit het oninteressante Igoumenitsa naar het noorden gereden, rakelings langs de Albanese grens. Het is van hieruit dat Mussolini op 28 oktober 1940 probeerde om Griekenland te bezetten. In plaats daarvan lijfden de Grieken een stukje Zuid-Albanië in, met name de nu nog altijd als Noord-Epirus omschreven regio waar een Griekse minderheid woont. Zoals alle officiële gebiedsafbakeningen in deze regio is de in 1913 vastgelegde grens tussen beide landen namelijk kunstmatig en wordt ze door nationalistische Grieken dan ook hevig aangevochten. Daar staat dan weer tegenover dat in dit gebied elke bergkam en elke vallei in feite een grens vormt tussen twee stammen of clans. We zitten hier immers op de breuklijnen van het in 395 gesplitste Romeinse Rijk.

Het oostelijke, Byzantijnse deel stond in deze bergen voortdurend onder druk van binnenvallende nieuwkomers en bleef tot vandaag, met alle gevolgen vandien, een speelbal tussen verschillende systemen. Volgens sommige historici zou de verbrokkeling van de Balkan precies haar oorspong vinden in deze troebele periode, toen de nieuwkomers en de autochtonen in deze bergen ieder hun eigen rijkjes uitbouwden. Daarbij werd het dal, de clan, het uitgangspunt van het politieke denken.

Hier raken ook de islam en het christendom elkaar en binnen het christendom zelf de oosterse orthodoxie de kerk van Rome. Zelfs taalkundig zijn de scherven van het uit elkaar gescheurde Romeinse Rijk nog niet volledig opgeruimd. Tussen de Grieken leven immers, als geassimileerde minderheid, de Vlachen, die een taal spreken die tot dezelfde Oost-Latijnse familie behoort als het Roemeens en het Moldavisch.

Tussen Grieken en Albanezen heerst een tweeslachtige relatie. Eerstgenoemden hebben nogal vlug de neiging om zich als rechtstreekse afstammelingen van de klassieke Hellenen te beschouwen. De Albanezen voeren dan weer aan dat zij teruggaan tot de oude Illyriërs die al de hele Dalmatische kust beheersten toen de eerste Griekse stammen daar nog moesten arriveren. Deze Illyriërs hebben later zowel het Romeinse als het Byzantijnse Rijk - met respectievelijk Diocletianus en Justinianus - zelfs van keizers voorzien. De meeste Grieken hebben met de Albanezen - die zichzelf tot het begin van de jaren negentig gedurende een halve eeuw van de rest van Europa hebben afgesloten - niet veel op. In de sterk van mankracht afhankelijke toeristische industrie leveren zij echter wel de broodnodige goedkope keukenhulpjes en kamermeisjes.

Sommige Albanezen hebben zich samen met de Grieken in deze bergen verschanst om de strijd tegen de Turk aan te binden. Een van de beroemdste van deze Grieks-Albanese stammen was die van de Soulioten, genoemd naar het dorp Souli, in de bergen die worden doorsneden door de Acheron, de rivier des doods. In de 18de eeuw was de zogenaamde' Souliotische Confederatie' uitgegroeid tot een uit zestig dorpen bestaande staat binnen de staat. Volgens een reiziger die de streek in die tijd bezocht, dreven de inwoners geen handel en werden ze van in hun kindertijd al opgeleid in het wapengekletter.

De verschillende - meestal Albanese - pasja's die over Epirus regeerden, kregen van de sultan in Constantinopel telkens weer het bevel om deze houwdegens te onderwerpen, maar beten er even vaak hun tanden op stuk. Het was uiteindelijk de beruchte Ali Pasja die hen op de knieën dwong. Tot de meest heroïsche verhalen uit die periode hoort dat van Zalongos, waar de vrouwen elkaar middels een reidans met kinderen en al van de rots zwierden om niet in de handen van de Albanezen van Ali Pasja te vallen. De plek wordt bekroond met een monument dat deze gebeurtenis symboliseert.

In 1849 trok de Engelse landschapschilder Edward Lear door dit gebied, een reis die hij zou vereeuwigen in Journals of a Landscape Painter in Albania. Hij noemt de regio Zuid-Albanië, waar geen Grieks (meer) wordt gesproken. Vandaag zijn de Albanese namen van de dorpen die hij aandeed in ieder geval al lang door Griekse vervangen.

Wat de meeste reisgidsen, zowel de papieren als de levende, er echter niet bijvertellen is dat ook de ondergang van de Soulioten een door en door Balkanverhaal is. In 1803 had de Botsaris-clan het al op een akkoordje gegooid met Ali Pasja, die hen liet vertrekken naar Korfoe. Toen Ali Pasja tijdens de Griekse vrijheidsstrijd van 1820-21 zijn kans schoon zag om van Epirus een onafhankelijke staat te maken, riep hij zijn oude vijanden weer terug om daar een handje bij toe te steken. Zijn pogingen daartoe faalden, maar de Soulioten behoorden tot de felste strijders in de onafhankelijkheidsoorlog.

Lord Byron, de bevelhebber van het Griekse leger in het westen van het land, probeerde dit ongeregeld om te vormen tot een reguliere strijdmacht, maar botste op de ondoordringbaarheid van de clanstructuur. Mede door de interne twisten tussen de verschillende families, zou het nog bijna honderd jaar duren voor Epirus zich bij de Griekse staat kon aansluiten.

Wie over Ali Pasja en Byron spreekt, praat over Jannina. Deze stad ligt op 18 km van Dodona en vormde, samen met Tepelenë (nu in Albanië gelegen), een van de residenties van Ali Pasja. Deze analfabete Albanees bestierde Epirus als zijn eigen wingewest, waar zijn wil wet was. Hij eigende zich alle vrouwen toe die hij maar kon wensen en schrok er niet voor terug om ze in het Pamvotismeer - waar de stad tegenaan gebouwd is - te laten verdrinken. Hij werd evenwel opgevrijd door alle Europese grootmachten, die hem steunden in zijn rol als luis in de Ottomaanse pels. Vooral de Britten fêteerden hem buitensporig en toen de jonge Byron en zijn vriend, de gortdroge commentator John Cam Hobhouse, hem in 1809 kwamen opzoeken, toonde hij zich van zijn meest gastvrije kant. De Nederlandse schrijfster Tessa de Loo deed in 1997 de reis van Byron nog eens over en schreef er het boek Een varken in het Paleis over.

Het was ook in Jannina dat Ali Pasja in 1821 door de Turken, die zijn irredentisme spuugzat waren, werd geliquideerd. Dat gebeurde in het Panteleimon-kloostertje op het eiland dat midden in het Pamvotismeer is gelegen. Dit vrijwel autovrije eilandje heeft een aparte bouwstijl en herbergt een handvol nu onbewoonde kloostertjes. Hun 10de-eeuwse fresco's behoren tot het mooiste van wat de Byzantijnse kunst te bieden heeft.

Op dit eilandje wordt ons gezelschap in een restaurant gedropt. Tijdens de reis hierheen heeft onze Duitstalige gids al de culinaire specialiteiten van de tent opgesomd en, zogezegd om tijd te besparen, meteen onze bestellingen opgenomen. Een prijslijst krijgen we dan ook niet te zien en dat zullen we geweten hebben. Tot de specialiteiten behoren paling, forel en kikkerbillen. De voorlopige eigenaars van de laatstgenoemde lekkernij zitten in grote aquaria mistroostig te wachten op een Gaia-actie.

Jannina zelf heeft nog een zeer oosters aandoende oude ommuurde oude stad, waar nog minaretten bovenuit torenen. In een van de moskeeën is nu het stedelijk museum gevestigd. De laatste moslims zijn dertig jaar geleden uitgestorven. De al genoemde Acheron, de thuisbasis van de Soulioten en voor Lear een onuitputtelijke inspiratiebron, heeft in Epirus ook een oude cultusplaats achtergelaten. Het betreft het nekromanteion, het dodenorakel, gelegen bij het dorpje Mesopotamos, op de plek waar de Acheron samenvloeit met de Kokytos en volgens de Ouden van daaruit regelrecht naar de onderwereld stroomde.

Als we bij Parga komen, bevinden we ons bij de Ambrakische Golf, die van de Ionische zee wordt gescheiden door de kaap van Aktion, het Actium uit onze geschiedenisboeken. Op deze rotsen zagen Cleopatra en Marcus Antonius op een augustusdag in 48 v.C. hun vloot de dieperik in sturen. Deze streek lijkt trouwens iets te hebben met de machtigen der aarde. Een van de eilandjes voor deze kust is Skorpios, waar Onassis eerst Maria Callas en daarna Jackie Kennedy zou proberen te verwennen.

Marcel Schoeters

De voor ons dichtstbijzijnde haven van waaruit je ferry's kunt nemen naar Igoumenitsa is Trieste, in het noorden van Italië. De tocht duurt nagenoeg 24 uur. Verder kun je het ook

proberen vanuit Korfoe (voor eventuele huurwagens wel

even checken of je er het eiland mee mag verlaten).

Meer info op het internet: www.ellada.com/epirall.html.

Aanbevolen lectuur:

* Baedeker's Greece (bij de Slegte)

* P. Westland, Ontdek landelijk Griekenland (eveneens bij de Slegte), ideaal voor autotochten

* Scholte's Griekenland (Kosmos, Utrecht, Antwerpen, 1987), hier en daar nog wel te vinden, blijft in ons taalgebied de absolute bijbel

* Tessa de Loo, Een varken in het paleis (Arbeiderspers, 1998)

verbrokkeling van de Balkan precies haar oorspong vinden in de troebele periode na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk, toen de nieuwkomers en de autochtonen in de bergen ieder hun eigen rijkjes uitbouwden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234