Zondag 25/09/2022

‘Het werd tijd om volwassen te worden’

“Vroeger was het allemaal veel simpeler: God bestond, een boterham met kaas was gezond en vader en moeder hielden van elkaar. Nu ben je van niks meer zeker”, vindt Kaandorp. In haar voorstelling Zó probeert ze structuur te brengen in onze rommelige wereld. Althans dat is de bedoeling, maar wie Kaandorp eerder aan het werk zag weet dat er altijd - alsof ze het ter plekke verzint - dingen tussenkomen die haar weer op een zijspoor brengen. Zoals het wel en wee van de glutenvrije briefschrijfster aan de Libelle.

Chaoot van Oranje-Nassau

“Zoals ik op het podium sta, zo ben ik ook een chaoot in mijn dagelijkse leven. Ik heb altijd graag wat onverantwoordelijk geleefd, maar dan blijk je opeens 25 jaar in het vak te staan, ben je moeder van twee puberende kinderen en word je gehuldigd tot officier. Tja, dan moet je wel verantwoordelijkheid nemen”, lacht Kaandorp.Twee weken geleden betrad - tot grote verrassing van Kaandorp zelf - de burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, het podium van theater Carré, waar ze die avond speelde en spelde haar het koninklijke erelintje van officier in de Orde van Oranje-Nassau op omdat ze - dixit Cohen - ‘als cabaretière, tekst- en liedjesschrijfster een grote bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse cultuur.’ “Ik was verbouwereerd”, bekent Kaandorp. “Ik bedoel: wat heb ik gedaan? Ik dacht dat die eer alleen maar te beurt viel aan de majoor Bosshardten (de bekende dame van het Leger des Heils) van deze wereld. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen: wanneer je zo’n lintje opgespeld krijgt met de woorden ‘de Koningin behaagt het u te benoemen’, dan kun je wel stoer lachen dat dat hele circus je niets doet, je voelt het toch als een hele eer.”

In de goot

Kaandorp werd in 1983 op slag bekend toen ze het prestigieuze Rotterdamse cabaretfestival Cameretten won. “Het cabaret was toen net - zoals intussen wel vaker is gebeurd - doodverklaard. Je had de politieke zeurkousen - de generatie babyboomers - die vonden dat het cabaret niet maatschappijkritisch genoeg meer was. Ik had zoiets van: fuck off, ik doe wat ik graag doe en dat is de mensen aan het lachen brengen, entertainen. De kritiek dat mijn shows te weinig geëngageerd zijn, is gelukkig met de jaren verstomd. Het publiek weet inmiddels wat het aan mij heeft.” Kaandorps stijl wordt wel eens omschreven als ‘nieuwe lulligheid’, vakkundig geklets in de ruimte. Maar tegelijk combineert ze die vermeende stunteligheid en hilarische breedsprakigheid met een gevarieerd liedrepertoire waarin ze de ontroering niet schuwt. Het is een mix waarmee ze steeds een breed publiek heeft weten te behagen.“Ik heb nooit aan bewuste carrièreplanning gedaan. Af en toe was ik een jaartje out door voor mijn kinderen te kiezen, maar als ik terugkwam zaten de zalen tot mijn grote verbazing altijd weer meteen vol”, aldus Kaandorp. “Als kind al werd ik enorm aangetrokken tot het podium, maar daar zelf op gaan staan, dat overtrof mijn stoutste verwachtingen. Dat kon alleen anderen gebeuren. Van thuis uit werd een podiumcarrière ook niet echt gestimuleerd, ik moest een degelijk diploma halen. Ik heb toen maar Nederlands gestudeerd met het idee van ‘die taal ken ik al, dus hoe moeilijk kan het zijn?’, maar in het tweede jaar heb ik afgehaakt. Mijn hart lag bij het theater. Ik trad toen ook al ’s avonds op en zat overdag doodop in de schoolbanken. Toen ik mijn ouders vertelde dat ik het wou maken als cabaretière was het huis te klein. Mijn zusje herinnert zich nog levendig hoe ik me schreeuwend tegen mijn vader verdedigde: ‘Als ik in de goot eindig, dan wil ik zeker niet dat jij me eruit komt halen’”, lacht Kaandorp.“De situatie was anders dan nu. Toen ik net begon, was het op cabaretvlak in Nederland behoorlijk rustig. Je had net ‘de grote drie’ (Wim Kan, Toon Hermans en Wim Sonneveld) gehad en er was Youp van ’t Hek en Freek de Jonge, maar daar hield het zowat op. Je had als cabaretier ruimte en tijd om relaxed te kunnen groeien. Nu is comedy een markt geworden die voortdurend overspoeld wordt met nieuwe namen. De Nederlandse cabaretvijver is wel heel erg vol geworden. Daardoor zie je ook veel van hetzelfde: het is lastig om als cabaretier nog een originele invalshoek te vinden, maar figuren als Theo Maassen en Hans Teeuwen of nu bijvoorbeeld, een Jochem Myjer, hebben wel degelijk bewezen dat het kan.”

Serieus oud

En hoe ziet Kaandorp haar eigen evolutie als cabaretière in de voorbije 25 jaar? “Je wordt steeds professioneler: het overkomt me niet meer dat ik een show volledig uit mijn handen laat vallen en dat ik het liefst van al met een zak over mijn hoofd langs de achterdeur van de schouwburg zou willen ontsnappen, zoals vroeger wel eens gebeurde. Ik ben misschien ook serieuzer geworden. Een serieus ontroerend liedje schrijven: ik zou het vroeger niet gedurfd hebben uit angst om mezelf te veel bloot te geven. Misschien kon ik het toen ook gewoon nog niet: toegegeven, wat heb je als prille twintiger te vertellen behalve een fout gelopen kalverliefde? Ik ben inmiddels 47 jaar dus heb ik mijn portie liefde en leed wel gekend”, zegt Kaandorp, die deze zomer in het huwelijksbootje stapt. Maakt dat ook deel uit van het structuur brengen in het leven? Ze lacht. “Ik lijk in mijn dagelijkse leven altijd achter mijn eigen shows aan te hollen. Ik heb me altijd tegen van alles afgezet, maar trouwen vind ik nu leuk. Het zal de tijd wel zijn: burgerlijk. Ach, je moet dat ook relativeren: ik zeg wel dat ik structuur en orde wil scheppen in mijn leven, maar dat lukt me toch nooit helemaal.”Aan stoppen met cabaret is Kaandorp in elk geval nog lang niet toe. “Mijn vorige show, 1000 en 1 dag, was een echte worstelvoorstelling. Ik kreeg die niet goed en de recensies waren terecht bijzonder scherp. Toen heb ik wel even gedacht: misschien is het tijd om ermee te kappen, maar tijdens het spelen van die show was ik alweer materiaal voor een volgende show aan het verzamelen. Het zijn de gekende ups en downs voor elke cabaretier, maar eigenlijk in elk mensenleven.”Kaandorps ambities zijn dan ook niet in te tomen: na het koninklijke erelintje, een jubilee en volle schouwburgzalen, wil ze nu ook de Rotterdamse Kuip (vergelijkbaar met het Antwerpse Sportpaleis) vullen. Kaandorp lacht: “Dat is een uit de hand gelopen grap: met enkele bevriende muzikant-artiesten heb ik een muziekprogramma in elkaar gebokst getiteld Op naar de Kuip!. Dat is natuurlijk wat overdreven - in de Kuip kan 50.000 man - maar het leuke is dat overal waar we optreden het publiek samen met ons doet alsof het al zover is. Dan wordt er met aanstekers gezwaaid als was het een concert van Marco Borsato of The Night of the Proms.” Maar voor ze de Kuip verovert, is het eerst nog de beurt aan Vlaanderen. “De vraag om in Vlaanderen op te treden bleef maar komen. Vlaanderen vergt een andere manier van spelen. Lang geleden heb ik al een keer in Vlaanderen opgetreden en het cliché van de in eerste instantie terughoudende Vlamingen klopt wel. Toen ze nauwelijks hardop lachten, dacht ik eerst: hè, verstaan ze mij nu niet of ben ik nou echt niet grappig? Maar na afloop barstte een oorverdovend applaus los en was iedereen laaiend enthousiast.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234