Vrijdag 19/08/2022

Het wielerpeloton van Generation X: nieuwe manieren, andere sterkhouders

Het Vlaamse wielrennen verloor talloze teams (Vermeer-Thijs en Aernoudt hielden er beiden mee op) Fons De Wolf werd kopman bij het Italiaanse Bianchi, Eric Vanderaerden bij het Nederlandse Panasonic, waar hij gezelschap kreeg van de gebroeders Eddy en Walter Planckaert, enzovoort. Niets was meer wat het is. En de krachtsverhoudingen die vanaf dat jaar zouden gelden, legden het peloton voor een klein decennium in zijn plooi.

Vanaf dat jaar was er geen échte dominante Belgische ploeg meer, ook niet in de klassiekers, kwam er een levenslange rivaliteit tussen 'Raas' (onder namen als Kwantum, Superconfex, Wordperfect, Buckler en Novell, uiteindelijk Rabobank) en 'Post' (Panasonic, Histor, Novemail), en ook tussen Guimard-Fignon-Mottet en La Vie Claire, later Toshiba, met Jean-François Bernard en de jonge Laurent Jalabert. Dat duurde tot de vroege jaren negentig, toen Patrick Lefevere het Italiaans-Belgische GB-MG smeedde en het peloton een nieuwe hiërarchie kreeg, ook door de Spaans-Italiaanse machtsgreep in het rondewerk.

Ook dit jaar ziet het er naar uit dat het zo'n 'nieuw jaar' is. Een jaar waarin, na afloop, duidelijk zal geworden zijn dat de oude 'wet van de sterkste' vervangen is door een nieuwe. In het wielrennen is dat een cyclisch fenomeen, en als het zich manifesteert, gebeurt dat veel grondiger en duurzamer dan in bijvoorbeeld het voetbal. In die sport geldt vooral continuïteit. De jaargang van de Champions League die in 1999 van start ging, leidde uiteindelijk tot volgende acht kwartfinalisten: Real Madrid, Manchester United, Porto, Bayern München, Chelsea, Barcelona, Valencia en Lazio Roma. Grosso modo zouden die teams ook nu nog in staat moeten zijn om hoog te eindigen in de Europese topcompetitie.

In het wielrennen is dat helemaal niet. Om een vergelijkbare periode te nemen: einde jaren negentig werd het internationale peloton grotendeels gedomineerd door Italiaanse en Spaanse ploegen. In 1999 startte het Tourpeloton, toen 21 teams sterk, met 6 Italiaanse ploegen (Mercatone Uno, Polti, Saeco, Lampre en Cantina Tollo), met daarbovenop nog het 'gemengde' Italiaans-Belgische Mapei en 4 Spaanse teams (Once, Kelme, Banesto en Vitalicio Seguros). Dat is samen de helft van het deelnemersveld. De 'rest' bestond vooral uit Franse ploegen (Cofidis, Casino, Crédit Agricole, Festina en BigMat), en voorts één puur Belgisch (Lotto), één Nederlands (Rabobank), één Duits (Telekom) en één Amerikaans team (US Postal).

Nieuwe landen, nieuwe teams

Eén decennium later is in het wielrennen die hiërarchie compleet omgegooid. Bij het begin van het seizoen 2009 is er namelijk niet één écht Italiaans topteams meer. Bij de ProTour - de twintig beste ploegen - zijn er amper twee Italiaanse ploegen. De beste ervan is Lampre, en ook al heeft die ploeg wereldkampioen Ballan in huis, en een Damiano Cunego: de ploeg die het peloton domineert waar en wanneer het wil is het desondanks niet. En dat geldt ook voor de tweede Italiaanse formatie, Liquigas, met als kopmannen de terugkerende Ivan Basso - wachten wat dat wordt zonder pep - en Daniele Bennati.

Spanje heeft één ProTourploeg meer, op papier. Het topteam Caisse d'Epargne is een force de frappe, gebouwd rond Alejandro Valverde. Maar voorts zijn er de Baskische weirdo's van Euskaltel - wisselvallige renners, geen continuïteit in de prestaties, maar des te meer continuïteit in de sponsoring, die al sinds 1994 voortduurt. En Fuji Servetto, de opvolger van het van doping vergeven Saunier Duval (Ricco, Piepoli), en dus een team dat riskeert even vaak te worden geweigerd als te mogen starten.

Samengevat: Spanje en Italië samen hebben momenteel amper twee serieuze spelers (Caisse d'Epargne, Lampre ook wel) en één goede outsider (Liquigas). De andere klassieke wielerlanden kennen niet de terugval van Spanje en Italië, maar consolideren eerder hun klassieke positie. Frankrijk levert nog altijd een rijtje eersteklasseploegen af, maar mocht wielrennen voetbal zijn, dan spelen die toch niet 'in de linkerkolom', zoals dat heet. Het aloude 'Crédit Agricole' verdween, en dat is eigenlijk het einde van een instituut, want er is een rechte lijn tussen de opgedoekte ploeg van manager Roger Legeay en haar voorgangers Gan, Z en het legendarische Peugeot (waar Legeay als renner trouwens nog voor reed in de jaren tachtig). In de plaats kwam er niets nieuws bij vanuit Frankrijk in het Franse ProTourpeloton. En wat bleef, lijkt te stagneren of in te leveren. La Française des Jeux verloor kopman Philippe Gilbert en Sandy Casar, Cofidis moest sterk inleveren (Sylvain Chavanel naar QuickStep, Nick Nuyens naar Rabobank), en Bouygues Telecom is altijd een ploeg geweest 'van erbij zijn', net zoals AG2R, een typische Franse ploeg waarvoor het seizoen geslaagd is als de Tour de France meevalt.

En België (QuickStep en Silence-Lotto) en Nederland (Rabobank) behouden de klassieke teams die er nu al jaren zijn. Er verdwijnen renners - Paolo Bettini stopt, McEwen en Steegmans verhuizen - en er kloppen nieuwe aan (Nuyens bij Rabobank, Thomas Dekker bij Silence-Lotto, Chavanel bij QuickStep): business as usual. En de Duitsers hebben met Milram nog één overlever, na een paar vette jaren die door aanhoudende dopingschandalen abrupt ten einde kwamen.

Maar intussen zijn er andere landen, nieuwe teams die elk jaar wat nadrukkelijker de pikorde in het peloton bepalen. Elk jaar duidelijker wordt de internationale hiërarchie gedomineerd door teams uit de voormalige Sovjet-Unie, ofwel door teams met Angelsaksische roots en dito cultuur. De VS versus de invloedssfeer van Poetin: de politieke en economische hiërarchie heeft zich ook op het internationale peloton geënt. Met als meest intrigerende ploeg Astana, waar de Amerikaanse cultuur van ploegleider Bruyneel en comebackkopman Lance Armstrong op gang getrokken wordt door Kazachs kapitaal.

Sinds de positieve dopingcontrole van Alexandre Vinokoerov in de Tour 2006 was het team halvelings een paria. ASO, organisator van de Tour de France, kon zich vorig jaar nog veroorloven Astanakopman Alberto Contador zeer beslist te weigeren - Contador reageerde zich af in Giro en Vuelta, die hij zoals bekend beide won. Dit keer maken én Bruyneel, én Contador, én zelfs Lance Armstrong hun echte comeback. En ook al werd Parijs-Nice door Astana 'verloren', de dadendrang lijkt zeer groot, de ambitie, de trots, de grinta om te winnen waar dat kan, nu het weer overal mag. Behalve Astana trekt het Russische Katusha alle aandacht naar zich toe, en renners uit België (Steegmans), Australië (McEwen), Italië (Napolitano, Pozzato), en natuurlijk een flink blik Russen. Maar ondanks de poen (geleverd door economische wereldspelers als Gazprom en Itera) blijft het afwachten of Jaar Eén niet eerder Jaar Nul zal worden: een wat verloren jaar, zo eigen aan teams die vanuit het niets worden samengekocht en pas vervolgens hun opbouw kennen. In een grijs verleden gebeurde dat niet anders met het Nederlandse PDM (de ploeg van Philips), het Duitse Telekom, het Frans-Andorrese Festina: de grote successen kwamen pas ná het eerste jaar. Zelfs een kenner als Patrick Lefevere maakte die wet mee toen hij in 2001 Mapei had verlaten en probeerde een eigen 'ploeg-Lefevere' op te bouwen. Domo was de eerste naam, en seizoen één was géén succes. Maar vanaf het tweede jaar liep het wel, en sindsdien is QuickStep een begrip.

Daar komen de Angelsaksers

Astana heeft geen Amerikaanse of Engelse licentie en toch een Angelsaksische, zoniet Amerikaanse cultuur. Dat geldt trouwens ook voor het dominante team van de Tour van vorig jaar, Saxo Bank, toen nog CSC, van manager Bjarne Riis. Op papier Deens, in de praktijk wordt er intern vooral Engels gesproken. Net zoals bij Amerikaanse teams als Garmin-Slipstream of Team Columbia natuurlijk. Dat laatste heeft met Cavendish een Engelse kopman, maar is verder een hoogst internationale bende, met de Oostenrijker Eisel, de Duitser Grabsch, de Amerikaan Hincapie, de Luxemburger Kirchen, de Belg Monfort, de Italiaan Pinotti, de Australiër Rogers, enzovoort. Het is het model van de toekomst, zo lijkt het wel. Oost-Europese of Angelsaksisch gerichte sponsors, internationale staff en renners, en dus het Engels als voertaal. Dat fenomeen doet zich bovendien ook voor bij de Continentale ploegen. Daar is het 'Zwitserse' Cervélo het beste team, en een volwaardige concurrent voor de ProTourploegen trouwens. 'Zwitsers' is natuurlijk niet letterlijk te nemen, met de Spaanse Tourwinnaar Carlos Sastre en de Noorse machtsmens Thor Hushovd als speerpunten. Ook dit is een internationale ploeg, waar men spreekt wat gangbaar is in de meeste internationale instellingen. Die 'veramerikanisering' viel trouwens vorig jaar al op in de Tour de France, waar Engels stilaan de standaardtaal wordt op persconferenties, en men alleen nog automatisch op het Frans overschakelt bij de zeldzame uitzondering als een Fransman de rit won. En precies omdat het Angelsaksische model zo dominant is - weze het in de politiek, in de economie, in de sport, in de pop, in de film, op internet - zou het wel eens kunnen dat ook de cultuur van het peloton in een plooi is gelegd die het niet snel van zich zal kunnen (willen) afschudden.

De comeback van Astana tot volwaardige topploeg, ook in Frankrijk, loopt trouwens parallel met de terugkeer van renners (én ploegleiders) met een dopingverleden, of met de heroriëntatie van renners die door dopingperikelen elders onderdak moesten vinden. Tot die laatste categorie hoort de onverslijtbare Davide Rebellin. De zilveren medaille van Peking 2008 moest door het verdwijnen van Gerolsteiner uitwijken naar het Venezolaanse (!) 'Serramenti PVC Diquigiovanni - Androni Giocattoli' - goed voor de Grote Prijs van de Meest Onuitspreekbare Naam. Maar Rebellin, met Gilberto Simoni aan zijn zijde, is van de taaiste soort die er altijd bij wil zijn. In Italië maken zowel ex-Girowinnaar Danilo Di Luca als spurtbom Alessandro Petacchi hun comeback bij een continentale tweedeklasser: LPR Brakes - Farnese Vini. En zoals gezegd is er Ivan Basso. Met Contador, Armstrong, Di Luca en Basso zijn er straks in Monaco mogelijk víér renners aan de start van de Tour die al zegevierden in La Grande Boucle, Giro en Vuelta.

Het zou zeer uitzonderlijk zijn, mocht dat géén sporen nalaten in competitie en klassement. Het zou verwonderlijk zijn, mochten de renners die de vorige Tour domineerden, zo maar opnieuw het klassement overheersen. Misschien heeft bijvoorbeeld Silence-Lotto ook de vorige 'tussenjaren', met zo veel geschorste toprenners, boven zijn stand geleefd. Heeft men de waan gekoesterd dat men écht een topteam uitgebouwd had, met een kandidaat-Tourwinnaar als Cadel Evans. Maar vanaf vandaag, met Milaan-Sanremo, zal steeds duidelijk zijn in hoeverre de oude hiërarchie zich handhaaft in een peloton van Generation X, met nieuwe manieren, andere sterkhouders en een nog niet geconsolideerde hiërarchie.

De VS versus de invloedssfeer van Poetin: de politieke en economische hiërarchie heeft zich ook op het internationale peloton geënt

n Het peloton slingert over de wegen tussen Milaan en Sanremo. Waar Parijs-Nice nog door sneeuwflarden rijdt, is Milaan-Sanremo het ultieme teken dat de winter afgelopen is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234